Reportages (123)

 

Een Marktdorp in Oostenrijk


Het ziet er niet erg Oostenrijks uit: Obernberg am Inn. Een dorpje van nog geen 2.000 inwoners in het Noordwesten van Oostenrijk. Aan de andere kant van de rivier ligt Duitsland.
      Vooral het Marktplein is karakteristiek met rococo-huizen, waarvan er een paar beschilderd zijn door Johann Baptist Modler. Hij woonde daar zelf een tijd en beschilderde ook zijn eigen huis.
      Op de Markt zijn ook het raadhuis, de Nicolauskirche en een Heimatmuseum. Het dorp heeft relatief veel hotels en is een interessant oord voor toeristen die op rust gesteld zijn en in de omgeving willen wandelen.

Café Woerndle



Raadhuis



Heimathaus



Nicolauskirche

         

Modlerhaus



De Markt met rechtsvoor het in bruin beschilderde huis van Modler


Hausgemachtes Beuschl



Je kunt hier bijvoorbeeld huisgemaakte Beuschl eten.
      Een soort soep naar authentiek Oostenrijks recept, waar je orgaanvlees voor nodig hebt. Meestal worden kalfslong en -hart gebruikt. Dat wordt zo’n anderhalf uur gekookt in kalfsbouillon en -soms- rode wijn en dan gaat het in een saus van boter, bloem, uien, peterselie, selderie en zure room.

 

 

 

De waterman van Vásárosbéc

Het dorpje Vásárosbéc in het zuidwesten van Hongarije is klein. Hier eindigt de weg. Het heeft ongeveer 170 inwoners. Een derde van de bevolking is zigeuner.
      Zeer weinig mensen hebben werk. Men krijgt een uitkering van 160 Euro per maand. Veel mensen zijn zelfvoorzienend. Men verbouwt groenten en kruiden, houdt kippen, parelhoentjes en mestvarkens om te eten en ruilt klussen.
      Geert Mak begint en eindigt hier zijn ‘In Europa’.

'Hier bleef het altijd 1925' schreef Mak. Sinds Hongarije bij de Europese Unie hoort, is dat niet meer helemaal waar.
      Maar er zit nog altijd een harde kern van waarheid in.


Neem de watervoorziening.
Lang niet iedereen heeft water. Men haalt het dan uit een put.
      En als men water uit de kraan heeft, blijkt dat zo ernstig gechloreerd dat het niet te zuipen is.
Daarom komt iedere week DE WATERMAN langs. Mensen die het betalen kunnen zetten hun lege flessen aan de kant van de weg. De waterman zet er dan weer volle flessen voor in de plaats.


Mineraalwater met bubbeltjes. Flessen van 1.35 liter. Dat kost 55 Hongaarse Forint per fles, ongeveer 18 Eurocent.

Ik heb in het verleden al diverse malen over dit dorp geschreven.

 

Reizen 11: Manden, lappen & vage koopwaar
Beelden 4: Voormalig Oostblok
Reportages 19: Verwarrende tijden
Reportages 50: Een dorp ontwaakt.

 

 


Cultuur, politiek & vertier

Neem Weimar. Een mooie stad in Oost-Duitsland. Het is Unesco Werelderfgoed. Het ademt cultuur, architectuur en politiek. Een stad met mooie & bijzondere gebouwen, met kastelen en parken, met tal van musea.
      Maar ook een stad vol vertier. Met café’s , nachtclubs, restaurants, terrassen en straatmuzikanten. Met lommerrijke straten.
      De stad van Goethe, van Schiller, van Liszt, van Nietzsche. De stad waar in 1919 de eerste Duitse Grondwet (Weimarer Reichsverfassung) werd aangenomen. Naamgever van de Weimarrepubliek van 1919 tot 1933, toen Hitler aan de macht kwam.

Raadhuis


Je kunt de stad het best te voet verkennen. Het centrum is niet zo groot. Je komt alles bijna vanzelf tegen.
      Je kunt het best beginnen bij het Stadtmuseum in het noorden van het centrum. Daar zijn diverse (on)-overdekte parkeerplaatsen. Daarnaast is het Congrescentrum. Je komt op het Goetheplein met het markante standbeeld van Goethe en Schiller, je ziet hun woonhuizen, je komt bij het Liszthaus, het Nietzsche Archief, bij het Weimarhaus, de Stadskerk St. Peter en Paul en bij het karakteristieke Raadhuis.
      Even verderop liggen de kastelen Belverdere en Tiefurt en je kunt een ‘uitstapje’ maken naar voormalig concentratiekamp Buchenwald, zo’n acht kilometer buiten de stad.


Stadtmuseum


Postkantoor

Bauhaus museum

Goethe (links), Schiller & de medemens

Weimarhaus

Goethehuis

Schillerhuis

Markt

Eindelijk rust

 

 


Contrasterende bruggenhoofden


Het contrast is groot. Aan de kant van IJsselmonde wordt alles gerestaureerd en ligt een aangeharkt park. Aan de zijde van de Hoeksche Waard is het bruggenhoofd behoorlijk verwaarloosd, liggen puinresten in het water en bevindt zich een dicht bebost gebiedje met aan de oever van de rivier polders en gorzen die regelmatig onderlopen.
      Het gaat allemaal om de restanten van de Barendrechtse brug over de Oude Maas, die van 1885 tot 1969 de enige oeververbinding was tussen deze twee Zuid-Hollandse eilanden onder Rotterdam.


Het was aanvankelijk een draaibrug, maar later werd er een hefbrug van gemaakt. Automobilisten moesten tol betalen tot 1929. Bovendien moesten ze vanaf 1898 wachten op de stoomtrams van de RTM, die hier gingen rijden. Zware locs tot 25 ton gingen er ook overheen.
      In 1969 hield het allemaal op, want toen werd de Heinenoordtunnel geopend.


Brokstukken


De brug werd opgeblazen. Brokstukken liggen aan de kant van Heinenoord nog steeds onder het oude bruggenhoofd.

De overkant


Het zicht op de rivier is ruim & mooi. Aan de overkant het bruggenhoofd van Barendrecht.
      Het westelijke tolhuisje is inmiddels gerestaureerd; het oostelijke huis is omhuld met wit plastic.


Andere kant


Het ingepakte tolhuis met het hefmechanisme van de brug, dat als een monument is opgericht.

Hefboom

                 
Scheepvaartverkeer

Het is druk op de Oude Maas. Vooral binnenvaartschepen. Chemicaliëntankertjes en kleine containerschepen bijvoorbeeld.

De mannen


Dat wordt dan weer scherp in de gaten gehouden door spotters, die onderling druk bespreken wat voor schepen ze in het zicht hebben.

Geertruida-Agathapolder


De Oude Maas is de enige echte getijdenrivier van de Delta. De Geertruida-Agathapolder staat daardoor regelmatig geheel onder water. De grasgorzen eveneens, want de kade langs de rivier is daarvoor verlaagd.

De tram


Bruggenwachterhuis

Het bruggenwachterhuis is mooi bewaard gebleven.
      Op de benedenverdieping waren wachtlokalen voor de trampassagiers.

 

 

 

Een voormalig Durchgangslager


Soms denk ik zo langzamerhand alle belangwekkende Nederlandse cultuur-historische waarden wel te kennen.
      Maar vorige maand was ik op een tentoonstelling van Armando en herinnerde mij ineens dat zijn oorlogsmonument in het dorp Westerbork vorig jaar vernield werd.
      En tot mijn schrik moest ik toen erkennen nog nooit in Kamp Westerbork te zijn geweest.
Een omissie dus.  
      Vorige week heb ik dat goedgemaakt. Ik ging naar het Herinneringsmuseum en naar het iets verderop gelegen kamp Westerbork.
      Een nog altijd imponerende ervaring.

Kamp Westerbork werd op 1 juli 1942 door de Duitsers in bezit genomen.
      Het werd een zogeheten Polizeiliches Durchgangslager, vanwaar tussen 15 juli 1942 en 14 september 1944 ruim 107.000 Nederlandse Joden naar vernietigingskampen werden getransporteerd.
      Iedere dinsdag ging een trein. Ze gingen naar Auschwitz, naar Sobibor, Bergen Belsen, Theresienstadt en Mauthausen en werden vaak direct na aankomst vermoord.
      Ruim 102.000 mensen overleefden het niet.


Herinneringsmonument

 

Dit herinneringsmonument staat in het museum.
      Het is van steen en staal en gemaakt door Nina Baanders-Kessler.
Dat gebeurde met steun van het Auschwitz Comité .


Radiotelescopen

 

Van het museum kun je via het Melkpad langs twaalf radiotelescopen lopen naar het voormalig kamp.
      Ongeveer twee kilometer.


Slachtoffers

 

In Auschwitz werden meer dan 56.500 Joden vermoord, alsmede 200 Sinti en Roma. In Sobibor 34.295, in Bergen-Belsen meer dan 1700, in Theresienstadt ruim 175 en in Mauthausen 1749.


Naam & gezicht


Dit project heet ‘Een naam en een gezicht’.
      Foto‘s, namen en verhalen van weggevoerde en vermoorde Joden zijn hier verzameld.


Strafkamp

 

Achter prikkeldraad en een gracht bevonden zich de strafbarakken.
      Hier kwamen Joden terecht, die zich hadden onttrokken aan maatregelen van de bezetter. Met name opgepakte onderduikers.
      Anne Frank zat hier in strafbarak 67.


Uitkijktoren

 

Alle barakken zijn verdwenen.
      Hier en daar is een wand opgetrokken om een indruk te geven hoe het was.
En er is een uitkijktoren opgericht.


Kampcommandant

 

Het huis van voormalig kampcommandant Albert Gemmeker is wel bewaard gebleven.

      Het wordt gerestaureerd en is inmiddels een Rijksmonument.


Schoolkinderen

 

Kinderen komen er genoeg.
      Ook zij zijn na afloop opvallend stil.

 

 

Subcategorieën