Reportages (135)

 

Hoedjes & stoomtreinen

  

Hoedekenskerke is een dorpje in de Zeeuwse Zak van Zuid-Beveland. Het ligt goed beschut achter de verhoogde dijk aan de Westerschelde.
      In het dorpswapen zitten drie hoedjes en in de straten zie je hier en daar een vlag met datzelfde hoedje.

  


Beeldje

  

De naam van het dorp heeft overigens niets met een hoed van doen. Het was heer Odekyn, die in het begin van de 15e eeuw een kerk stichtte.
       Zijn naam werd verbasterd tot Hoedeken. Het beeld is gemaakt door de Zeeuwse kunstenaar Sander Littel.

Kerk De Ark

  

Van die oude kerk is overigens alleen het koor nog over. In 1782 stortte het schip en de toren in.
      Daarna werd op diezelfde plek een nieuwe protestantse kerk gebouwd, die nu De Ark heet.

Serene stilte

  

Er heerst buiten het seizoen een serene stilte in Hoedekenskerke.

Station
  
  

In de zomer is het drukker. Dan rijdt er vanuit Goes een stoomtrein, die door gaat naar Borssele.
     
Vooral voor wat kleinere kinderen is dat een attractie. Ze mogen zelf de kaartjes knippen.
En als de trein een openbare weg overgaat, stapt de conducteur uit om het verkeer te regelen.


Spoorwachtershuisje

  

 

Oversteekplaats voor voetgangers

  

 

Haven

  

Ooit was hier een veerdienst naar Terneuzen en Antwerpen. Maar de haven slibde dicht, de dienst werd in 1972 opgeheven en daardoor ging het in economisch opzicht steeds slechter in Hoedekenskerke.
      Nu gaat er overigens in het seizoen weer een fiets- en voetgangerspontje naar Terneuzen.


Boer Haave

  

Hier en daar staan voorname panden in het dorp.


Horeca

  

In het seizoen kun je bijvoorbeeld terecht bij Paviljoen De Steiger, direct aan het water.
      Een treinwagon met ''aanhang''.

 

 

Een bewoond openluchtmuseum


  

 

Ribe is een stadje in het zuiden van het Deense Jutland. Ribe is oud. Het werd gesticht in 710 en daarmee is het niet alleen de oudste stad van Denemarken, maar ook van geheel Scandinavië.
     
Er zijn straten en straatjes met kasseien, veel vakwerkhuizen, restaurants, terrassen en de nodige winkeltjes met oude spullen. In het seizoen komen er veel toeristen.

 

 

 

Vakwerkhuizen


 De vakwerkhuizen -veelal uit de zestiende en zeventiende eeuw-, zijn merkwaardig genoeg mede bewaard gebleven, omdat Ribe door diverse rampen werd getroffen. Er waren overstromingen en een grote stadsbrand in 1580. Het economisch belang van de stad liep daardoor af en er was  geen geld voor nieuwbouw of ingrijpende restauraties.
      Bovendien nam het aantal inwoners niet toe, waardoor er ook geen nieuwe woningen nodig waren. De stad lijkt dan ook erg op een bewoond openluchtmuseum  

Dagmarsgade
  

De Dagmarsgade is een drukke doorgaande straat. Die leidt natuurlijk naar de Torvet, het centrale Marktplein.
      Daar is ook de Romaanse Domkerk uit 1117. De toren staat apart, de spits is verdwenen.

Dat gebeurde in de Napoleontische tijd, toen er werd wachtgelopen op de afgevlakte toren.

Torvet
  


Domkerk

  


Zijstraatjes

  


  


  

Let ook even op het Deense vlaggetje. Er is een behoorlijk ontwikkeld nationalisme in Denemarken.


Aebler

  

Versgeplukte apppels! Deens product. Dat wil men wel weten


Kom & Se

  


Kinderwagens

  


‘’Vakwerk’’ deur

  


Horeca

  

 

Haventje

   

 

 

 

  

 

Wit zand & verse vis


     

Hvide Sande is een vissersplaatsje in het midwesten van het Deense Jutland. Het ligt nogal excentrisch op een smalle kuststrook aan de zogeheten Ringkøbing Fjord, een groot brak binnenmeer.


Wit zand

  

Hvide Sande betekent wit zand. En als je het dorpje uitgaat zie je waarom.

Sluizen
  

Het binnenmeer en de Noordzee komen in Hvide Sande bij elkaar. De schepen gaan door sluizen met een groot verval.

Vissershaven
  
  

Het is druk in die haven. Er staan in Hvide Sande 215 vissersboten geregistreerd. Je kunt er bij de boten vis kopen. Er zijn rokerijen en veel visrestaurantjes.

Visverkoop

  

  


Visafslag

  


Visrokerij

  

 

Meeuwen

  

Ieder jaar wordt hier ook een haringfestival gehouden. Vissers, die hun spullen naar de afslag brengen houden er gewoon rekening mee, dat de wachtende meeuwen zullen toeslaan.


Afvalbakken in een boot
  

 

 

 

Niet karakteristiek, wel sfeervol

  

Esbjerg is een havenstad in het zuidwesten van Denemarken. Ruim 70.000 inwoners. Een relatief nieuwe stad, die pas in 1868 werd gesticht door
Koning Christian IX. De stad is niet bijzonder mooi, niet karakteristiek en trekt weinig toeristen. Maar het is er wel sfeervol. Drukke winkelstraten in het centrum met een zeer divers aanbod. Natuurlijk veel scandinavisch design.
      De terrassen zijn ook in de herfst nog behoorlijk druk bevolkt, want alom staan verwarmingselementen en liggen dekentjes op de stoelen. En als je even het vrij kleine centrum verlaat is de haven in al haar diversiteit dichtbij. Het ruikt er naar vis.

 

Kongensgade
  

De Kongensgade (Koningsstraat) is de drukste straat in het autovrije centrum. De straat komt uit op het Marktplein, de Torvet. Met als belangrijkste blikvanger het oude gerechtsgebouw. (Midden achter)


Torvet

  


Terras

  

Op veel pekken in de stad zijn verwarmde terrassen. Plus dekens om het allemaal wat aangenamer te maken.


Koning Christian

  

Het standbeeld van de stichter van de stad Koning Christian IX, die regeerde van 1863 tot 1906. Er worden kaarsjes voor hem gebrand. Ik heb aan diverse mensen gevraagd wat er op het spandoek staat en dan kom je tot zoiets als: ‘’Ook een koning heeft dringend behoefte aan erkenning’’ of -vrij vertaald- ‘’zelfs een koning wil wel eens wat anders’’.

       Waarom dat dan op zo’n wat slordig spandoek is gekalkt, wist men daar ook niet.


Zicht op haven (1)

  

Aan de rand van het centrum is de haven al zichtbaar. E zijn diverse zitjes om dat allemaal te zien.


Zicht op haven (2)

  


Watertoren

  
 

Als je een prachtig zicht wilt hebben op de stad en de haven moet je de watertoren beklimmen.
Dat kan overigens niet altijd


Windmolens

  
  

Denemarken heeft een veel langere traditie met windenergie dan Nederland. Op veel plekken in zee zijn windmolenparken. Die worden opgericht met behulp van dit soort carriers.

 

 

Het mooie dorpje Sønderho

  

Fanø in Denemarken is het meest noordelijke Waddeneiland, maar maakt volgens deze kaart geen deel uit van het UNESCO Werelderfgoed.
      Dat lijkt mij onterecht en ik zal uitleggen waarom.

    

Het is een prachtig eiland met zo’n 15 kilometer ononderbroken breed strand, met bossen en duinen en twee aantrekkelijke plaatsjes: Nordby en Sønderho.
      Vooral dit laatste dorp is zeer de moeite waard om te bezoeken.
Het werd in 2012 door de Denen uitgeroepen tot mooiste dorp van het land.


   

Je kunt er komen per veerboot vanuit Esbjerg. Nog geen kwartier varen. Er is een bootje voor voetgangers en fietsers en een ferry voor auto’s.

   

Een retour voor een auto en maximaal negen personen kost 195 Deense Kroon. Omgerekend is dat circa € 26,70. De inwoners van Fanø vinden dat veel, want ze zijn voor een belangrijk deel van hun inkomsten afhankelijk van het toerisme. Ik lees ergens dat er per jaar zo’n 30.000 toeristen komen. Ik betwijfel of dat klopt, want het lijkt me bijzonder weinig voor zo’n mooi eiland.
(Ter vergelijking: Texel ontvangt per jaar ongeveer 1 miljoen bezoekers; een retourticket voor een auto en max. negen personen kost daar € 37,--)

   

Sønderho heeft kleurige huizen met rieten daken, want het riet groeit daar volop. Ze staan vrij dicht opeen. Er lopen tussen de huizen door voetgangerspaadjes, die het allemaal intiem maken.
      De huizen staan in verband met heersende winden min of meer in gelid. De daken in het zuiden worden het meest geteisterd en moeten om de paar jaar hersteld of vernieuwd worden. Een enkel huis staat door ruimtegebrek ‘’verkeerd’’.

   

   

 

Dat leren we tenminste van Robert Peel. In een plaatselijk café sprak hij ons aan in vlekkeloos Engels.
Of we soms uit Nederland kwamen.
      Hij bleek een Engelsman, die zich op dit eiland gevestigd had. Tenminste in de zomer, want in de winter was het er veel te koud en te nat. Robert had ook in Nederland gewoond en bleek goed Nederlands te spreken.
      ‘’Of we 27 minuten de tijd hadden’’. Dat hadden we.
Het bleek voldoende voor een rondleiding door het dorp.

 

Na een tocht over smalle paadjes eindigen we bij een decoratief wandbord, waarop de geschiedenis in voor- en tegenspoed is verbeeld.
      Een voor zo’n klein dorp rijke geschiedenis met op het bord een zogeheten welvaartslijn waarop economische invloeden duidelijk herkenbaar zijn. Rampen, oorlogen, bloei en rijke visvangsten volgen elkaar op.

   

Een bord ook met een kritische ondertoon. Kijk eens naar dit tegeltje.
      Volgens Robert Peel zitten er te veel zeehonden rondom het eiland met als gevolg dat er vrijwel geen vis meer in de zee zit. De plaatselijke overheid wil daar maatregelen tegen nemen, maar wordt tegengewerkt door een Deens alternatief voor ‘’Wakker Dier”.
      Het was de bedoeling dat de tegel met de zeehond onder de paraplu in Delfts Blauw zou worden gefabriceerd bij de Koninklijke tegelfabriek in Makkum Friesland, maar dat bleek veel te duur.

     

Kritiek is er ook op de Kopenhagers, die op Fanø een tweede huis hebben. ‘’Te arrogant’, vindt de plaatselijke bevolking. En ze ‘’doen maar wat’’. Verven hun huizen in kleuren en strepen ‘’alsof het wenkbrauwen zijn’’.
      Op het bord komt dit tot uitdrukking door de K (Kopenhagen) op het oude nummerbord.

  

In de haven van Sønderho lagen in 1980 nog zo’n 30 schepen.

  

Nu is het dichtgeslibd. Er zijn plannen om de boel uit te baggeren, maar ook dit ondervindt weerstand.

  

Buiten het dorp is daar allemaal niets meer van te merken. De duinen zijn hoog en het strand is breed.

  

Overstromingen waren er in het verleden ook. Op deze paal staan de jaartallen van de laatste twee eeuwen. De hoogste stand werd bereikt in 1839.

  

  

 

Subcategorieën