Reportages (117)

 

Het mooie dorpje Sønderho

  

Fanø in Denemarken is het meest noordelijke Waddeneiland, maar maakt volgens deze kaart geen deel uit van het UNESCO Werelderfgoed.
      Dat lijkt mij onterecht en ik zal uitleggen waarom.

    

Het is een prachtig eiland met zo’n 15 kilometer ononderbroken breed strand, met bossen en duinen en twee aantrekkelijke plaatsjes: Nordby en Sønderho.
      Vooral dit laatste dorp is zeer de moeite waard om te bezoeken.
Het werd in 2012 door de Denen uitgeroepen tot mooiste dorp van het land.


   

Je kunt er komen per veerboot vanuit Esbjerg. Nog geen kwartier varen. Er is een bootje voor voetgangers en fietsers en een ferry voor auto’s.

   

Een retour voor een auto en maximaal negen personen kost 195 Deense Kroon. Omgerekend is dat circa € 26,70. De inwoners van Fanø vinden dat veel, want ze zijn voor een belangrijk deel van hun inkomsten afhankelijk van het toerisme. Ik lees ergens dat er per jaar zo’n 30.000 toeristen komen. Ik betwijfel of dat klopt, want het lijkt me bijzonder weinig voor zo’n mooi eiland.
(Ter vergelijking: Texel ontvangt per jaar ongeveer 1 miljoen bezoekers; een retourticket voor een auto en max. negen personen kost daar € 37,--)

   

Sønderho heeft kleurige huizen met rieten daken, want het riet groeit daar volop. Ze staan vrij dicht opeen. Er lopen tussen de huizen door voetgangerspaadjes, die het allemaal intiem maken.
      De huizen staan in verband met heersende winden min of meer in gelid. De daken in het zuiden worden het meest geteisterd en moeten om de paar jaar hersteld of vernieuwd worden. Een enkel huis staat door ruimtegebrek ‘’verkeerd’’.

   

   

 

Dat leren we tenminste van Robert Peel. In een plaatselijk café sprak hij ons aan in vlekkeloos Engels.
Of we soms uit Nederland kwamen.
      Hij bleek een Engelsman, die zich op dit eiland gevestigd had. Tenminste in de zomer, want in de winter was het er veel te koud en te nat. Robert had ook in Nederland gewoond en bleek goed Nederlands te spreken.
      ‘’Of we 27 minuten de tijd hadden’’. Dat hadden we.
Het bleek voldoende voor een rondleiding door het dorp.

 

Na een tocht over smalle paadjes eindigen we bij een decoratief wandbord, waarop de geschiedenis in voor- en tegenspoed is verbeeld.
      Een voor zo’n klein dorp rijke geschiedenis met op het bord een zogeheten welvaartslijn waarop economische invloeden duidelijk herkenbaar zijn. Rampen, oorlogen, bloei en rijke visvangsten volgen elkaar op.

   

Een bord ook met een kritische ondertoon. Kijk eens naar dit tegeltje.
      Volgens Robert Peel zitten er te veel zeehonden rondom het eiland met als gevolg dat er vrijwel geen vis meer in de zee zit. De plaatselijke overheid wil daar maatregelen tegen nemen, maar wordt tegengewerkt door een Deens alternatief voor ‘’Wakker Dier”.
      Het was de bedoeling dat de tegel met de zeehond onder de paraplu in Delfts Blauw zou worden gefabriceerd bij de Koninklijke tegelfabriek in Makkum Friesland, maar dat bleek veel te duur.

     

Kritiek is er ook op de Kopenhagers, die op Fanø een tweede huis hebben. ‘’Te arrogant’, vindt de plaatselijke bevolking. En ze ‘’doen maar wat’’. Verven hun huizen in kleuren en strepen ‘’alsof het wenkbrauwen zijn’’.
      Op het bord komt dit tot uitdrukking door de K (Kopenhagen) op het oude nummerbord.

  

In de haven van Sønderho lagen in 1980 nog zo’n 30 schepen.

  

Nu is het dichtgeslibd. Er zijn plannen om de boel uit te baggeren, maar ook dit ondervindt weerstand.

  

Buiten het dorp is daar allemaal niets meer van te merken. De duinen zijn hoog en het strand is breed.

  

Overstromingen waren er in het verleden ook. Op deze paal staan de jaartallen van de laatste twee eeuwen. De hoogste stand werd bereikt in 1839.

  

  

 

 

Populaire badplaatsen in Denemarken

  

Het badplaatsje Blåvand aan de Noordzee, de meest westelijke plek in Denemarken, ligt mooi. Bos, duinen, strand; alles is dichtbij. Het is er druk. Zelfs in de herfst.
      In het dorp zijn de noodzakelijke spullen volop te koop, maar er zijn natuurlijk ook souvenirwinkels, strand- en badshops, cafés, restaurants en terrasssen. Het strand is bij eb heel breed en strekt zich over vele kilometers uit naar het zuiden en het noorden.


Strand & duin

  


Bunkers & muildieren

  

Als je zo maar wat over het strand loopt kom je ineens deze bunkers tegen. Ooit waren zij onderdeel van de Atlantic Wall, de verdedigingslinie van Noorwegen tot Spanje, die tegen de Duitsers werd opgeworpen. In 1995 -vijftig jaar na de bevrijding- werden deze bunkers in het kader van een jubileumproject bewerkt door de Engelse kunstenaar Bill Woodrow.
      Een ijzeren paardenkop en -staart. Althans dat denk je in eerste instantie. Maar na wat informeren blijkt het te gaan om muildieren, vrucht van een paardenmerrie en een ezelhengst. (Niet te verwarren met een muilezel, een combinatie van een paardenhengst en een ezelin).
      Muildieren staan voor kracht, onverzettelijkheid en veiligheid.


Vejers

Zo’n zeven kilometer boven Blåvand ligt Vejers. In het dorp is het rustiger, maar ook hier is het druk op het strand.


Strand & duin (2)

  

 

Auto’s op het strand

  

Zoals op veel plekken in Denemarken mogen hier -in tegenstelling tot Blåvand- de auto’s gewoon op het strand worden geparkeerd.
       Soms leidt dat tot wilde taferelen als jeugdige mannen die iets te veel testosteron hebben aangemaakt, wedstrijdjes strandrijden en -slippen gaan houden. Het liefst met gierende remmen en knetterende uitlaten.

 

 

Een paar oude karakteristieke plaatsen

Als je van Duitsland naar Denemarken wilt rijden ga je eigenlijk altijd op de A7 even boven Flensburg de grens over. Snel en doelgericht. Dat was het althans tot voor kort. Maar sinds enige tijd worden aan die grens redelijk scherpe controles uitgevoerd en ontstaan er in beide richtingen lange files.
      De Denen zijn namelijk bang dat vluchtelingen die van Duitsland naar Zweden willen wel eens in hun land zouden kunnen blijven. En dat is een schrikbeeld, want Denemarken houdt in het algemeen niet zo van vluchtelingen. Ze zitten al in hun maag met een ander soort ‘’vluchteling’’: de ca. 7.000 Eskimo’s (Inuït) uit hun kolonie Groenland.
     
Je kunt de files overigens heel simpel vermijden door een andere grensovergang te nemen. Bijvoorbeeld onder het stadje Tønder in het zuidwesten van het land. Douane en politie heb ik daar niet gezien en je kunt dus gewoon doorrijden.


Uldgade

  

Tevens kun je dan een bezoek brengen aan een stad die al in 1243 stadsrechten kreeg. Vooral het centrum is de moeite waard.
      Daar is de drukke Uldgade met mooie winkels (veel Scandinavisch design), karakteristieke huizen, cafés en terrasjes .


Café

  

Plein & terras

  


Zijstraat

  

De bestrating in het centrum is sierlijk met alom kasseien.
      Je kunt er overal met Duits terecht, want Tønder was vrij lange tijd Duits. In 1920 sprak de bevolking zich per referendum uit voor definitieve aansluiting bij Denemarken. Ooit lag het aan zee en werd het diverse malen getroffen door stormvloeden. Maar er werden dijken aangelegd en nu ligt het in het Jutlandse binnenland.


Toerist voor kledingzaak

     

 

Møgeltønder


  

Zo’n vijf kilometer naar het westen richting Noordzee ligt het dorp Møgeltønder, dat er prat op gaat het oudste straatje van Denemarken te bezitten, de Slotsgade. Het plaatsje bestaat overigens uit niet veel meer dan dit straatje.


Keien

          

Opnieuw kasseien en wat popperige goed onderhouden huizen, die keurig in de verf staan. Mooie linden.


Pandje

  


Slotsgade

  

De Slotsgade.
    
Er zijn vrijwel geen winkels, maar wel een paar cafés annex uitdragerij. In het seizoen is het hier druk, maar nu in het najaar is het heel rustig.


Kasteel

       

 Aan het begin van het straatje is het Schackenborg kasteel, bezit van de koninklijke familie.
      Je mag het van afstand bekijken.

 

 


Wallen, water en zout



Saint-Valery-sur-Somme is een aantrekkelijk plaatsje aan de brede monding van de Somme in het noordwesten van Frankrijk.
      Het heeft niet meer dan 3.000 inwoners, maar in het seizoen is het behoorlijk druk.
Het stadje heeft middeleeuwse wallen, smalle kronkelende winkelstraten, vaak met klinkerbestrating en langs de rivier loopt een smal pad met hier en daar cafés en restaurants, die natuurlijk een terras aan het water hebben.  


Winkelstraat



Terrassen



Er is hier uiteraard veel vis in de restaurants, maar ook het lamsvlees wordt aanbevolen. Er is een groot tijverschil, waardoor de weides waarop die lammeren grazen iedere dag onderlopen. Het gevolg is een zoutwatervegetatie, die de lammetjes een unieke smaak geeft.


Zoutopslag



Straatje

         

Somme


 

 


Vissershaventje aan de Somme



Ik hou van geografische eindpunten. Tot hier en niet verder.
      Zo kwam ik laatst in Le Crotoy, een vissersplaatsje in het
noordwesten van Frankrijk.

      Het ligt in Picardië bij de brede monding van de Somme. Aan de overkant begint Normandië.
Naar het westen
ligt een breed strand waarachter Het Kanaal zo langzamerhand overgaat in de Atlantische oceaan.

      Het verschil tussen eb en vloed kan hier oplopen tot tien meter.

 


Centrum



Je kunt hier mooie wandelingen maken, een beetje slenteren in de straatjes en op tijd een visje eten op een terras.
      De grotere
vissersboten liggen in verband met aanslibbing in Le Tréport, maar dagelijks wordt verse vis aangevoerd. En veel mensen in Le Crotoy hebben werk in de (paal)-mosselkwekerijen.
      Jules Verne had hier een huis. Net als Toulouse Lautrec. Jeanne d'Arc zat er gevangen.


Somme



Huis Toulouse Lautrec

           

Kleuren



Strand en kustlijn



Gemeentehuis



Einder


 

Subcategorieën