Reizen (207)

 

Winter 1995

Een surrealistische lagoon

UITKLAPBARE SLEDEN  

Rond het middaguur gebeurde het. De zon verdween, de wind stak op en werd een storm. Hevige sneeuwval afgewisseld met zware hagelbuien. Het zicht was nog geen twee meter. Ineens begrepen wij waarom er twee chauffeurs waren en waarom achter in de auto extra kleren, scheppen, ladders, gereedschap, blikvoer, jerrycans met water, uitklapbare sleden en andere ‘overlevingsspullen’ zaten.

We stopten ergens. Zelfs met de GPS was de weg niet meer te vinden. 
      ’Wachten’, zei Sigurd, ’wachten, dat is het enige wat we kunnen doen'
Toen ik vroeg waar we waren, keek hij mij langdurig aan, maakte een fronsend gebaar en zei:
      ’ We zitten wel goed. Vlak bij de kust. Reykjavik is een kilometer of vijftig, maar hier ergens in de buurt ligt Grindavik. Een vissersplaatsje’.

           


AUTOBIOGRAFIE

Sigurd haalde een notitieblok tevoorschijn en begon te schrijven. Hij stelde ons ook een paar vragen.
      Eerst een paar algemene dingen: Waarom we bijvoorbeeld in januari zo nodig naar IJsland moesten. Hoe we het hier vonden etc.
Daarna werd het persoonlijker. Niet alleen wat we voor de kost deden, maar ook hoe we elkaar ontmoet hadden of we getrouwd waren -en zo ja; waarom- of we kinderen hadden en of we wel eens een IJslands boek hadden gelezen. 

Toen ik op mijn beurt vroeg waarom hij dat allemaal wilde weten zei hij :''Ik schrijf een autobiografie. Dat doen veel IJslanders, Mensen lezen hier veel , maar ze schrijven ook graag. Bovendien: als je met een autobiografie naar een uitgever stapt moeten ze het uitgeven. Dat is een verplichting hier. Ze worden ervoor gesubsidieerd''.   

      Ik vertelde de EDDA te hebben gelezen, de IJslandse Brieven van W.H. Auden en ook iets van Nobelprijswinnaar Laxness. 
Sigurd keek me toen weer peinzend aan en knikte tevreden en instemmend.
 

Na ongeveer anderhalf uur werd het iets lichter, hoewel de sneeuw nog steeds in dikke pakken naar beneden viel. Sigurd startte de wagen en heel langzaam gleden wij naar Grindavik. Ook in het dorpje was het zicht minimaal. Op de wegen lag zeker een halve meter sneeuw. Toch vonden we een café, waar we -omgerekend- voor ruim 100 Euro vier koffie en vier cognac bestelden.


BLUE LAGOON 

Gunnar belde wat en kwam terug met de mededeling dat het die dag vrijwel zeker niet meer zou opklaren. ’We kunnen hier blijven wachten, maar we kunnen ook naar de Blue Lagoon’. 
      Die keus was niet zo moeilijk. We wilden Grindavik zo snel mogelijk verlaten want het stonk er enorm. Stank, die werd verspreid door een grote visfabriek. 
Bovendien: De Blue Lagoon was immers IJslands toeristische attractie nummer één. Een heilzaam warmwaterbad waar je zelfs in deze temperaturen gewoon buiten in het water kon zitten.

Het water bleek echter lekker; 39 graden stond ergens op een bordje. Soms kwamen er van onderen hete stoten. 
      Zeewater dat op 2.000 meter diepte op een natuurlijke wijze verhit wordt en omhoog wordt gestuwd. Daar vermengt het zich met het afvalwater van de centrale. Wij zijn er uren gebleven en waren vrijwel de enige bezoekers. 
      Sigurd en Gunnar gingen het water niet in, maar bleven in de bar.
Er moest nog wat geschreven worden.

Ontmoetingen in de lucht:

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 
25; De wapendrager, een kolonist op de Westbank
26: De pizzakoerier, een Geluidsliefhebber 
27: Sigurd, een IJslander 




Rum, postzegels & toerisme

(Door Rolf Weijburg)

Saint Vincent & The Grenadines, het op 11 na kleinste land ter wereld, in de Cariben, is een belangrijk exporteur van bananen. Daarnaast exporteert de eilandstaat ook andere gewassen zoals zoete aardappels, kokosnoten, rijst en pijlwortel.
      Tot halverwege vorige eeuw was het land hoofdzakelijk afhankelijk van de kwetsbare landbouw, maar sinds de onafhankelijkheid in 1979 wordt getracht die afhankelijkheid te pareren met de ontwikkeling van kleine industrie.
      Het Caribische land produceert en exporteert tegenwoordig een veelvoud aan producten variërend van plastic huishoudartikelen,kleine auto- en scheepsonderdelen, textiel en karton, tot bier en rum.

 RUM

De Sunset Very Strong Rum van Saint Vincent Distilleries, een blanke rum van maar liefst 84,5%, die veelal naar Europa en Amerika wordt geëxporteerd, wordt gebruikt voor cocktails waarin het met andere ingrediënten en water moet worden verdund tot handelbare proporties.
      Toch heb ik de fles zien rondgaan onder groepjes wankele heren in een hoekje van de grote markt in de hoofdstad Kingstown. Misschien was het spul wel aangelengd, in ieder geval hebben de Vincentians er, zo zeggen ze, geen moeite mee.  Amerikanen zijn wat dit betreft echte mietjes.

           


POSTZEGELS

Ook postzegels behoren tot de exportproducten van het land. En niet zo weinig ook. Na Guinee en Guyana heeft Saint Vincent & the Grenadines  door de jaren heen de meeste postzegels uitgegeven. Een overkill aan zegels zogezegd.
      Postzegels die helemaal niet nodig zijn voor frankering van post in het amper 110.000 inwoners tellende land maar hoofdzakelijk worden uitgegeven ten behoeve van de verzamelaarsmarkt met thematische series variërend van Mickey Mouse, Marilyn Monroe  en Spiderman tot Michael Jackson, Corvettes en locomotieven.

MARILYN MONROE


LOCOMOTIEVEN 



TENNISRACKETS

Van 1984 tot 1991 was er een Wilson tennisracket fabriek op Saint Vincent waar maar liefst 450 werknemers zich bezighielden met de productie van de iconische Pro Staff Original 6.0 rackets. De lokale werknemers waren dusdanig toegewijd dat de kwaliteit van het racket legendarisch is geworden en zelfs een soort cultstatus heeft bereikt.
      De Amerikaanse tennisser Pete Sampras, veertienvoudig grandslam winnaar, speelde zijn gehele carrière met de rackets en als je er nu nog een zou willen kopen moet je er een aardig bedrag voor neertellen.

Hoedt u echter voor namaak! Mocht u denken dat u er een in huis heeft, krab dan een schilfertje zwarte lak weg van het frame. Verschijnt daaronder een rode grondverf, dan is er een grote kans dat u een origineel te pakken heeft.


TOERISME

Het meeste geld in Saint Vincent & the Grenadines wordt echter verdiend in het toerisme.
      Niet zo zeer op het hoofdeiland Saint Vincent, maar des te meer in de Grenadines.

Het E.T. Joshua vliegveld nabij Kingstown was jarenlang te klein om bijvoorbeeld trans-Atlantische vluchten te ontvangen. Reizigers naar Saint Vincent gebruikten het grote vliegveld op het naburige Barbados als aanvliegpunt vanuit Amerika of Europa en moesten daar overstappen op kleinere vliegtuigen van de LIAT of SVG Airways om het eiland te bereiken.
      De lastige bereikbaarheid zou buitenlandse bedrijven ervan hebben weerhouden om in het land te investeren en ook toeristen stapten liever direct uit op Barbados, waar de witte zandstranden zo’n beetje tot aan het vliegveld reiken. Want niet alleen zijn witte zandstranden schaars op het eiland Saint Vincent, het eiland heeft ondanks haar spectaculaire natuurschoon ook nauwelijks een toeristische infrastructuur met bijvoorbeeld maar heel weinig hotels.
      Maar er is hoop: sinds 14 februari dit jaar is aan de zuidwestkust van Saint Vincent het grote nieuwe Argyle International Airport in gebruik genomen. De constructie van het vliegveld is vele jaren uitgelopen en heeft de oorspronkelijke kostenbegroting ruimschoots overschreden, maar nu is het dan zover: Argyle International Airport moet Saint Vincent & the Grenadines een enorme economische boost gaan geven.


De GRENADINES

Op de Grenadines, de archipel van prachtige eilandjes en eilanden die vanaf Saint Vincent zuidwaarts loopt helemaal tot aan Grenada, is het anders.
      Deze archipel is veel meer ontwikkeld dan het hoofdeiland.
Er zijn goede wegen, vliegveldjes  en hele sjieke hotels en de palm omzoomde witte stranden voldoen helemaal aan de paradijsverwachting van de toerist.

Toch blijft Saint Vincent & the Grenadines een betrekkelijk onbekende  toeristische bestemming. Voor toeristen zónder boot wel te verstaan, want hoewel yachties als het even kan Saint Vincent eiland omzeilen, weten ze de Grenadines al vele jaren te vinden.

Samen met een rector magnificus en een mediator (niet voor ons, maar als beroep), scheepten we in 2004 in het Franse Martinique in op de comfortabele catamaran “Icaros” van mijn goede vriend Victor, die al enige jaren in de regio rondvoer.
      We voeren zuidwaarts naar Saint Lucia, het op 17 na kleinste land ter wereld (waarover later meer) en staken over naar Saint Vincent. Het schip moest flink vechten tegen de zware swell van de aanstormende Atlantische golven, maar eenmaal in de luwte van Saint Vincent voeren we rustig langs de ruige, intens groene westkust. We zagen de scherpe hellingen van de Soufrière vulkaan die sinds de laatste uitbarsting vlak voor Saint Vincent’s onafhankelijkheid in 1979 weer in slaap was gevallen, zeilden langs kleine dorpen aan weelderig begroeide onbereikbare kusten en kwamen aan het eind van de middag aan in de kleine beschutte baai van Wallilabou.

  

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

Maart 1994

Een inferno boven een grot

Op de Palestijnse Westbank heerst weer onrust. Meda dankzij de strapatsen van Trump.

Dat is niet helemaal nieuw. Ik ben er in het verleden vier keer geweest en altijd was er onrust.
      Ook als er bij ons in de media rust was over dit onderwerp.     
Kijk eens naar deze foto, die ik in maart 1994 maakte in het centrum van Hebron.

   


Machpéla

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De man met het keppeltje heeft een geweer bij zich. Hij is op weg naar de Joodse Synagoge, die zich bevindt in de grot van Machpéla, ook wel de grot der Patriarchen. 
      De twee Israëlische soldaten hebben hem doorgelaten. Ze waren niet zo blij, dat ik daar foto’s maakte. 
     

     Op de achtergrond spelen kindertjes verstoppertje. Een spelletje dat ze overal op de Westbank spelen: Joodje & Palestijntje. Eén kind was de Jood; één kind de Palestijn en het derde kind (links naast het bord) was de verslaggever die het allemaal moest filmen.

      In zekere zin was het nog een rustig tafereel. Hebron stond die dagen letterlijk en figuurlijk in brand. 
       Op 25 februari had de Israëlische arts Baruch Goldstein een bloedbad aangericht in de Ibrahimi moskee, die zich ook in de grot bevindt. Hij schoot 29 biddende moslims dood en verwondde nog eens 150 anderen. Goldstein werd daarna ook gedood en er verspreidde zich grote onrust in de stad. Maar ook in Oost-Jeruzalem en in andere plaatsen op de Westoever.

 Brandende autobanden

     Stan van Houcke en ik gingen er heen voor de VPRO-Radio. Met een satelliettelefoon van honderd kilo om rechtstreekse uitzendingen te kunnen verzorgen. Wij belandden in hevige gevechten te Oost-Jeruzalem, maar wilden natuurlijk naar Hebron. Dat was niet simpel. Wij werden bij controles door het leger diverse malen tegengehouden en teruggestuurd. 
      
Tot wij een taxichauffeur vonden, die niet alleen heel goed de weg wist, maar ook al beschikte (1994!) over een mobiele telefoon, waarmee hij in verbinding stond met collega’s. Zo kon hij patrouilles en controles vermijden en geraakten wij via allerlei landweggetjes in Hebron.
      In het centrum van die stad woonden zo’n 400 extreem orthodoxe Joden. Een aantal van hen had de daad van Goldstein bewierookt. Met name tegen hen richtte de Palestijnse volkswoede zich. Er werd geschoten, met stenen gegooid en overal werden barriėres opgeworpen met autobanden die in brand waren gestoken. Het centrum van Hebron was verworden tot een waar inferno.

        

Op de Palestijnse Westbank heerst onrust. Dat is niet helemaal nieuw.

Ontmoetingen in de lucht: 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 
25; De wapendrager, een kolonist op de Westbank

 

 

 

Slavernij en pijlwortels


(Door Rolf Weijburg)

De Caribische eilandstaat Saint Vincent & the Grenadines, het op 11 na kleinste land ter wereld, bevindt zich in goed gezelschap. Het ligt net ten noorden van Grenada, het op 10 na kleinste land, ten westen van Barbados, het op 12 na kleinste land ter wereld, en ten zuiden van Saint Lucia dat het op 17 na kleinste land ter wereld is.
      De 389 vierkante kilometer die het land meet zijn verdeeld over 32 eilanden, waarvan er 9 bevolkt zijn. De inwoners noemen zichzelf geen Saints, zoals ze dat op Saint Helena doen, maar Vincentians.

Saint Vincent is verreweg het grootste eiland van de staat en het ruige vulkanische silhouet ervan lonkte ons vanaf Saint Lucia de 50 kilometer brede zeestraat over.


Saint Vincent 

       

Net als de meeste andere eilanden in de regio kent ook Saint Vincent & the Grenadines een zeer bewogen geschiedenis. De strijd tussen Carib en Arawak indianen, de eindeloze vijandigheden tussen Engelsen en Fransen, de conflicten tussen Britten en Caribs, de slavernij, het kolonialisme, uitbuiting en winstbejag vullen vele pagina’s van de geschiedenisboeken.
      Op Saint Vincent waren de Carib Indianen heer en meester toen in de 16e eeuw de Europese kolonisatie van het oostelijk Caribisch gebied begon. De indianen boden dusdanig verzet dat Saint Vincent pas veel later dan de andere Caribische eilanden werd gekoloniseerd.
      De Fransen waren de eersten die zich op het eiland settelden. In de buurt van Barrouaillie aan de westkust stichtten ze suikerriet-, tabak- en koffieplantages waarop Afrikaanse slaven te werk werden gesteld.
      Na de Zevenjarige Oorlog in 1763 werden in het Verdrag van Parijs Saint Vincent, de Grenadines en Grenada de Britten toebedeeld in ruil voor de Franse heerschappij over Guadeloupe, Martinique en Saint Lucia. Toch bezetten de Fransen zestien jaar later Saint Vincent & the Grenadines wéér, maar na 4 jaar kwamen de eilanden opnieuw en zoals later zou blijken, tot aan de onafhankelijkheid in 1979, onder Britse vlag.

De Black Caribs of Garifuna (wat zoveel als “cassave-eters” betekent) waren afstammelingen van gevluchte Afrikaanse slaven uit de omringende eilanden - maar ook van schipbreukelingen van een groot Spaans slavenschip afkomstig uit Nigeria, dat in 1675 tussen Saint Vincent en Bequia  Island schipbreuk leed - , die zich in de loop der jaren hadden vermengd met de Carib Indianen.
      Voor de Britten was het bestaan van deze grote vrije zwarte bevolkingsgroep onacceptabel en een jarenlange strijd tussen de Black Caribs en de Britse overheersers was het resultaat. Verenigd onder de legendarische Garifuna Chief Chatoyer en met hulp van de Fransen in Martinique konden de Black Caribs lange tijd standhouden, maar uiteindelijk sloegen de Britten de opstand neer en werden de Black Caribs verbannen, eerst naar het tegenwoordig onbewoonde eilandje Baliceaux, ten noorden van Mustique, later naar het eiland Roatan, voor de kust van Honduras.

      Lekker ver weg, moeten de Britten hebben gedacht.

Roatan is vandaag de dag nog steeds Garifuna-land. Ook de andere Baai eilanden en de noordelijke Hondurese kuststrook evenals delen van Belize zijn inmiddels hoofdzakelijk door Garifuna bewoond. Eind jaren 90 bracht het tijdschrift “Bijeen” een uitvoerig artikel over deze bevolkingsgroep, waarvoor ik de illustratie mocht maken.

De Britten hadden inmiddels een stevige voet aan wal op Saint Vincent. Net als de Fransen stichtten ze er suikerriet-, koffie- en tabaksplantages, maar ook verbouwden ze katoen, cacao en indigo.
      Het werk werd uiteraard gedaan door Afrikaanse slaven.

Om de plantages gaande te houden moesten na de afschaffing van de slavernij contractarbeiders worden ingehuurd. Dat waren in eerste instantie Portugezen uit Madeira (!) later veelal Indiërs. Toen echter tegen het eind van de negentiende eeuw de suikerprijs kelderde werd het steeds moeilijker de op suikerriet gebaseerde Vincentiaanse economie draaiende te houden.
      Alsof het allemaal nog niet genoeg was kwam in 1902 de 1234 meter hoge vulkaan de Soufrière in het noorden van het eiland tot uitbarsting. Veel plantages werden verwoest. Ruim 2000 mensen kwamen om.


Pijlwortels

De economie lag op z’n gat, maar door de vervanging van suikerriet door pijlwortel kon de economie van Saint Vincent gedurende de eerste helft van de twintigste eeuw weer een beetje opkrabbelen. Pijlwortel (of arrowroot, zo genoemd omdat het vroeger werd gebruikt in de behandeling van verwondingen door gifpijlen) is een lokaal gewas en pijlwortelzetmeel is een glutenvrij bindmiddel voor o.a. sauzen en soepen.
      Saint Vincent werd ’s werelds grootste pijlwortelzetmeelexporteur.
Pas in de jaren vijftig verdrong de banaan de pijlwortel als belangrijkste agrarisch exportproduct.

Onafhankelijkheid

In de periode tussen 1962 (Trinidad) en 1983 (Saint Kitts & Nevis) werden bijna alle Britse Oost-Caribische eilanden onafhankelijk. Vandaag de dag zijn alleen nog Montserrat, Anguilla, de British Virgin Islands, Turks & Caicos en de Cayman eilanden onder Brits bestuur.
      Op 27 oktober 1979 was het de beurt aan Saint Vincent & the Grenadines en tekende prime-minister Robert Milton Cato de onafhankelijkheidsverklaring van de nieuwe natie, een parlementaire democratie binnen het Britse Gemenebest.

Trots werd de nieuwe vlag gehesen, in de kleuren van de vroegere Britse Associated States en met het  oude Brits koloniale Pax et Justitia embleem tegen een achtergrond van een broodvruchtblad.

In 1985 werd er een prijsvraag voor een nieuwe nationale vlag met een eenvoudiger ontwerp uitgeschreven. Die gaf geen bevredigende oplossing en het probleem werd neergelegd bij Julien van der Wal …  een Zwitserse grafisch ontwerper.
      Van der Wal kwam met het ontwerp dat nog steeds de huidige vlag siert. De kleuren zijn behouden en staan voor de hemel en de zee (blauw), voor de warmte, het strand en het karakter van de inwoners (goud) en voor de weelderige vegetatie en de vitaliteit (groen). De drie diamanten staan in V-vorm voor Vincent en verbeelden de schoonheid van de eilanden: de juweeltjes van de oostelijke Cariben.
      De nieuwe vlag werd op Onafhankelijkheidsdag 27 oktober 1985 voor het eerst gehesen.

 

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

Zomer 1999

Pepperspray in een verdeelde stad

 Piia is een mooie aantrekkelijke vrouw. Midden twintig. Zij is een Estlandse. ’Honderd procent Estisch’, zegt ze zelf. 

      Dat is zeer uitzonderlijk hier in Narva, want meer dan 95% van de bevolking is Russisch. Of beter: Russischtalig. 
Piia is een soort sociaal-cultureel jongerenwerkster. 
      Zij werkt veel met jonge mannen, die haar nog wel eens ‘per ongeluk’ aanraken. Daarom heeft ze pepperspray bij zich. 
Ze heeft het al twee maal gebruikt. Sinds die tijd wordt ze redelijk met rust gelaten. 
      Zelfs door de jonge heren, die zich steevast iedere dag lam zuipen met goedkope Russische wodka. 
Soms beginnen ze -zegt Piia- al om tien uur 
‘s ochtends.

Grensconflict

Narva is een verdeelde stad, die in het uiterste noordoosten van Estland ligt bij de grens met Rusland. De rivier de Narva deelt de stad in tweeën. 
      Aan de andere kant ligt Ivangorod. Tussen 1918 -na de onafhankelijkheid van Estland- en 1944, toen de Sovjet Unie het inlijfde, lag de grens zo’n vijftien kilometer verderop en was Ivangorod Estisch. Het is nog steeds een betwiste grens. 
      De Esten vinden dat ze er eigenlijk aanspraak op moeten maken, maar in de praktijk gebeurt dat niet.

‘We zitten er niet op te wachten om hier nog meer kansarme Russen te krijgen’, zegt Piia.

Sovjetstijl

Het is geen mooie stad; Narva. 
      Het werd in 1944 vrijwel volledig verwoest en na de tweede wereldoorlog herbouwd in ‘klassieke’ Sovjetstijl. 
Veel brede wegen, veel saaie flatgebouwen en een paar protserige optrekjes. 
       Bij de grensovergang ligt aan beide zijden van de rivier een fort. Daar tussen ligt de zogeheten Vriendschapsbrug.
En er is ook een voetgangersbrug.

                     

Goedkoop

Ik loop op die brug met Piet Boerefijn, een Nederlander, die al lang in Estland woont en die moeilijke aan Fins verwante taal vloeiend spreekt. 
      Het bevalt hem wel in Estland. 
Hij heeft een klein flatje in de hoofdstad Tallinn en een soort weekendhuis met sauna vlakbij de Oostzee in het Lahemaa Nationaal Park.

Wij zijn de 210 kilometer van Tallinn naar Narva over een uiterst rustige weg gereden. 
      Op de brug worden we begeleid door een geüniformeerd persoon. We mogen tot halverwege.

De Russen in Narva hebben vergunning om iedere dag één maal de grens over te gaan.
      
Ze doen dat massaal, want alles in Rusland is inmiddels tien maal goedkoper dan in Estland. 
Piia doet daar niet aan mee. Ze heeft het nu eenmaal niet op Rusland. Het liefst wil ze weer terug naar Tallinn. 
      Estische mannen ''zijn esthetisch''. Tenminste: ''De meeste''. 

In 1993 sprak een zeer grote meerderheid van de inwoners van Narva zich in een referendum uit voor aansluiting bij Rusland. 
      Nu is dat volgens Piet Boerefijn geheel anders. De meeste inwoners werken in de plaatselijke textielfabriek. 
Ze zien dagelijks de enorme welvaartsverschillen tussen Estland en Rusland.

Examen

Bijna de helft van de inwoners heeft inmiddels de Estische nationaliteit. Daarvoor moeten ze slagen voor een taalexamen. 
      De Russen, die dit niet doen mogen niet meestemmen bij landelijke verkiezingen. 
Een deel van de bevolking heeft een grijs paspoort, wat aangeeft dat ze in feite statenloos zijn.

Piia vindt het wel goed, dat de Russen examen moeten doen .
       ’Ze willen hier wonen en werken, ze profiteren van de vooruitgang; dan moeten ze er ook maar wat voor doen. Ik moest vroeger toch ook Russisch leren’, zegt ze.

En voordat we in een plaatselijk café nog wat gaan drinken, stift ze haar lippen.
       
Ze weet heel goed dat ze er mooi uitziet en in het café weer de nodige aandacht zal krijgen.

 

Ontmoetingen in de lucht: 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh