Reizen (141)

Zomer 1986.

Geflambeerde vleermuis (een drieluik 2)

We zijn op de weg terug van Indonesië naar Nederland en hebben besloten een dagje in Singapore te blijven. Dat is een drukke keurig aangeharkte stad, waar je geweldig boodschappen kunt doen. Dan moet je naar Orchard Road. Veel kleine winkeltjes waar je interessante dingen kunt kopen als scharen voor linkshandigen, kunstogen, condooms met voelsprieten, looprobotjes en boekjes over de techniek van het touwtrekken.
      Maar er zijn aan die weg ook gigantische warenhuizen.
      We kopen een grote zak gedroogde paddestoelen.
Een week later laat ik thuis de paddestoelen wellen en wat blijkt: de dingen die daar in de pan alsmaar groter worden, lijken verdacht veel op vleermuizen.

  

Hoe bereidt men vleermuizen?

In China, Maleisië en Indonesië staat het regelmatig op het menu en wordt het op diverse manieren bereid. Zo ook op een aantal eilanden in de Stille Zuidzee.
      Het volgende recept komt uit Samoa.
      De vleermuizen worden geflambeerd zodat de haren geschroeid worden. De ingewanden eruit halen en de beestjes in stukjes snijden.
      Olijfolie en een scheutje walnotenolie in een wok verhitten en daarin uitjes, knoflook en gemberwortel fruiten.
      De stukjes vleermuis in de wok aan alle kanten dichtschroeien, nog wat vocht erbij, geplette korianderzaadjes, zwarte peper en een paar kruidnageltjes. Dit alles nog even laten sudderen en de vleermuis Samoa is klaar.

Volgens culinair deskundige Johannes van Dam die ik daar toen voor de radio over raadpleegde, zijn vooral de zogeheten fruitbats -de vruchtenetende vleermuizen dus- een delicatesse.

 


Een onverwacht feestje (een drieluik 1)


Onbekende helden  

En toen wij in de aankomsthal kwamen begon ook daar iedereen te klappen en te juichen alsof wij -simpele passagiers- een soort Wereldcup gewonnen hadden.
      We werden uitgenodigd om naar een speciale ruimte in de terminal te gaan om een drankje te gebruiken en een snack te eten.

Het was duidelijk.
      Ik had iets gemist, maar had geen idee wat eigenlijk.
Pas toen ik bij mijn tweede glas whisky en een paar uitstekende dim-summetjes een informatiepakket ontving, begreep ik dat stomtoevallig op 1 juli  het nieuwe vliegveld van Singapore officieel was geopend: Changi Airport. Wij zaten in de eerste lijnvlucht, die daar landde.

De informatie leerde ondermeer dat de bouw 1.5 miljard Singaporese dollars had gekost -toen ongeveer 1 miljard US$-.
      Voorts dat er voor het vliegveld 200 ha. zeemoeras was opgeofferd en dat de luchthaven was dichtgegooid met 12 miljoen kubieke meter zand en gesteente, dat was verwijderd van de nabij gelegen heuvels.
       En er zat deze foto bij van de opening.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maart 1994

Een inferno boven een grot

Op de Palestijnse Westbank heerst grote onrust. Dat is niet helemaal nieuw. Ik ben er in het verleden vier keer geweest en altijd was er onrust.
      Kijk eens naar deze foto, die ik in maart 1994 maakte in het centrum van Hebron.

  


Machpéla

De man met het keppeltje heeft een geweer bij zich. Hij is op weg naar de Joodse Synagoge, die zich bevindt in de grot van Machpéla, ook wel de grot der Patriarchen.
      De twee Israëlische soldaten hebben hem doorgelaten. Ze waren niet zo blij, dat ik daar foto’s maakte.
     

     Op de achtergrond spelen kindertjes het spelletje dat ze overal op de Westbank spelen: Joodje & Palestijntje. Eén kind was de Jood; één kind de Palestijn en het derde kind (links naast het bord) was de verslaggever die het allemaal moest filmen.

      In zekere zin was het nog een rustig tafereel. Hebron stond die dagen letterlijk en figuurlijk in brand.
       Op 25 februari had de Israëlische arts Baruch Goldstein een bloedbad aangericht in de Ibrahimi moskee, die zich ook in de grot bevindt. Hij schoot 29 biddende moslims dood en verwondde nog eens 150 anderen. Goldstein werd daarna ook gedood en er verspreidde zich grote onrust in de stad. Maar ook in Oost-Jeruzalem en in andere plaatsen op de Westoever.

 Brandende autobanden

     Stan van Houcke en ik gingen er heen voor de VPRO-Radio. Met een satelliettelefoon van honderd kilo om rechtstreekse uitzendingen te kunnen verzorgen. Wij belandden in hevige gevechten te Oost-Jeruzalem, maar wilden natuurlijk naar Hebron. Dat was niet simpel. Wij werden bij controles door het leger diverse malen tegengehouden en teruggestuurd.
     
Tot wij een taxichauffeur vonden, die niet alleen heel goed de weg wist, maar ook al beschikte (1994!) over een mobiele telefoon, waarmee hij in verbinding stond met collega’s. Zo kon hij patrouilles en controles vermijden en geraakten wij via allerlei landweggetjes in Hebron.
      In het centrum van die stad woonden zo’n 400 extreem orthodoxe Joden. Een aantal van hen had de daad van Goldstein bewierookt. Met name tegen hen richtte de Palestijnse volkswoede zich. Er werd geschoten, met stenen gegooid en overal werden barriėres opgeworpen met autobanden die in brand waren gestoken. Het centrum van Hebron was verworden tot een waar inferno.

       

Op de Palestijnse Westbank heerst anno 2015 onrust. Dat is niet helemaal nieuw.

 


Het symbool van Bengaalse vrijheid

Fotograaf Kadir van Lohuizen is één van de exposanten op het Fotofestival Naarden, dat nog duurt tot 21 juni. Water is daar het overkoepelend thema. De fotograaf reisde naar een aantal plekken op aarde, waar de stijging van de zeespiegel duidelijk zichtbaar is.
                   

Hij was ondermeer in Bangladesh en schetste voor de T.V. een angstaanjagend toekomstbeeld voor dit land. Jaarlijks zijn er overstromingen en die zullen steeds erger worden. Enerzijds door de stijging van de zeespiegel, anderzijds door toenemend smeltwater uit de Himalaya door klimaatverhoging. Als er geen ingrijpende maatregelen worden getroffen moeten volgens de fotograaf binnen afzienbare tijd zo’n 50 miljoen mensen geëvacueerd worden.
      Foto's: Henk Weltevreden

Ik had dit verhaal al eens gehoord. In 2002 was ik in de hoofdstad Dhaka na een tiendaags bezoek aan de Cooch Behar enclaves in het uiterste noorden van dit land bij de grens met India. (Reizen 30).
      Het regende vrijwel onafgebroken, de elektriciteit viel voortdurend uit, grote delen van het gebied stonden onder water en het wemelde er van de muggen.

      In mijn hotel in Dhaka logeerde een Nederlandse waterbouwkundig ingenieur, die daar was op uitnodiging van de Bengaalse overheid. Hij moest adviezen geven.

 ‘’Hopeloos’’, zei hij in vertrouwen tegen mij. ‘’Hopeloos. Wat ze hier doen is letterlijk dweilen met de kraan open. Als je hier in de toekomst grote rampen wil voorkomen moet er een Deltaplan komen. Groter, veel groter dan het onze. Dat gaat een paar honderd miljard US$ kosten. En dat is hier natuurlijk niet’’.

Hij was er al voor de zevende keer. Hij had zich echt in het land verdiept; hield van de mensen; van hun cultuur.
      ‘’Ze hebben niet zoveel om trots op te zijn’’, zei hij. ‘’Maar als je wilt neem ik je mee naar Savar. Dat is een kilometer of 40. Daar is het National Martyrs Memorial. Dat staat symbool voor hun vrijheidsstrijd.

 Jatiyo Sriti Shoudho
   

Het monument in Savar, dat in 1982 werd onthuld.
      Van een bezoek kwam het overigens niet. Koorts, diarree, uitdrogingsverschijnselen en tientallen muggenbulten.  De ansichtkaart heb ik in Dhaka gekocht
.
  Op de voorgrond met rode cirkel in het midden de Bangladeshi vlag.

Bij de onafhankelijkheid van India en Pakistan in 1947 werd Oost-Bengalen tot een provincie van Pakistan gemaakt: Oost-Pakistan. Tot groot ongenoegen van de Bengali’s die gediscrimineerd of genegeerd werden door West-Pakistan.
      Dit leidde in 1971 tot een onafhankelijkheidsoorlog die negen maanden duurde. Er kwamen 3 miljoen burgers en militairen om het leven. Uiteindelijk werd de strijd door de Oost-Bengalen gewonnen en werd de nieuwe staat Bangladesh uitgeroepen.

    

 

 

 

Leuke willekeur in Europa

Vorige week schreef ik een stukje over een Frans stempeltje dat in 1984 in mijn paspoort werd gezet. (Reizen 98; Khartoum-Cairo-Parijs).  Daar kreeg ik diverse reacties op. Onder meer van kunstenaar-reiziger Rolf Weijburg, die de moeite nam om een paar pagina’s uit zijn paspoorten te scannen en op te sturen.  

Uit alle reacties blijkt dat er in Europa geen echt stempelbeleid is. Waar ik aanvankelijk meende dat inwoners van achtereenvolgens de EEG, de EG en de EU geen stempeltjes kregen, blijkt dat onwaar.
Kijk eens naar de pagina’s van Rolf hierboven.  Links Frankrijk en de Spaanse enclave Melilla in Marokko. Rechts: Beni-Anzar (Marokko), Ceuta (enclave in Marokko). Bovendien Harwich in Groot-Brittannië.

Hier zien we stempels voor Marseille in Frankrijk en veel voor de voormalige DDR.
      Zelf bleek ik trouwens ook nog stempels te hebben voor Spanje en Griekenland, nadat ze bij de EU waren aangesloten. Onder links
         

Conclusie: Een grote mate van willekeur.
Dat moet maar zo blijven.

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh