Reizen (208)

 

Voorjaar 1998

Corrupte agenten & giftige slagtanden

Locatie: De 8-ste verdieping van hotel Uzbekistan in Tasjkent de hoofdstad van Oezbekistan in Centraal Azië .

‘Zullen we het eens op z’n Russisch doen’, zegt Boris. Hij pakt de fles single malt whisky en vult twee limonadeglaasjes. Dan leegt hij in één teug zijn glas. 
      ‘Lekker’, zegt hij. En hij herhaalt nog eens dat dit de eerste keer in zijn leven is, dat hij whisky drinkt. 
      ‘Nu jij Ronald. Op z‘n Russisch!’

Boris wordt vertrouwelijk. Hij is geen Oezbeek, maar komt uit Novosibirsk in Siberië. Maar hij woonde al in Tasjkent, toen dat nog bij de Sovjet Unie hoorde. 
      ‘Het wordt hier wel steeds moeilijker voor ons. Die Oezbeken schuiven elkaar alle klussen toe. Ze krijgen voorrang als er een baantje is en worden voorgetrokken als er huizen worden toegewezen'. 
Hij werkt bij een agentschap, dat er ondermeer voor zorgt om journalisten als ik te helpen. 
      ’Als er problemen zijn, moet je me onmiddellijk bellen’.

Twee uur later is de fles leeg en Boris stomdronken. 
      ’Ik ga even naar beneden’, stamelt hij. ’Daar hebben ze nog wel wodka’. 
Op de gang valt hij over een stoel, blijft liggen en wordt benaderd door een paar hoeren. Ik sluit mijn kamer goed af en val onmiddellijk in slaap. 
      

LELIJKE STAD
Image
De volgende dag slenter ik maar wat door de lelijke stad, die in 1966 vrijwel volledig verwoest werd door een aardbeving. Geheel volgens de Sovjet-tradities werd de stad op ranzige wijze herbouwd met brede straten, grote pleinen en sombere hoge flatgebouwen, gespeend van ook maar het geringste spoortje creatieve architectuur. Als ik ergens een paar foto’s maak, word ik aangehouden door twee agenten. 
      Ze vragen mijn papieren, zien dat ik geen Rus ben en gebaren dat ik mee moet naar het politiebureau. Hoewel ze alleen maar in het Russisch tegen mij praten, wordt duidelijk, dat er ‘iets’ niet in orde is met mijn visum. Ze wijzen ernaar.

In een klein gesloten kamertje op het bureau probeer ik duidelijk te maken, dat ik wil bellen. Met Boris natuurlijk. Die moet me hier maar uit krijgen.
Maar de agenten staan dat niet toe. Ik moet betalen om ‘het probleem’ op te lossen. Zevenduizend Som -ongeveer 75 US$-. Dat is heel veel geld in dit land, waar het gemiddeld maandinkomen niet meer dan vijfduizend Som is.

Er zijn types, die beweren dat je in zo’n geval niet moet betalen. Dat je gewoon moet afwachten, wat er gebeurt. Ik wantrouw die verhalen. Volgens mij zijn dat mensen, die nooit zelf in zo'n situatie hebben verkeerd.   
      In ieder geval ben ik niet zo’n held. 
Ik stribbel wel wat tegen, gooi er hier en daar een vloek in het Nederlands tegenaan, maar betaal.

   

Het bureau ligt aan het voormalige Karl Marxplein. Even verderop was het Leninplein. Het beeld van Lenin is van zijn sokkel gehaald. Nu staat er een pompeus standbeeld met een goudkleurige wereldbol. Daarop is maar één land aangebracht: Oezbekistan. Naar verhouding veel te groot. Image
      Als je er goed naar kijkt, zie je dat de omtrek van dit land op een hond lijkt. Gevolg van de bizarre wijze, waarop Stalin ooit de grenzen van zijn immense rijk trok.

Het Karl Marxplein heet nu Amir Temurplein naar de nieuwe held van Oezbekistan. Amir Temur, ook wel Tamerlan de Aardschudder of Timur Lenk dan wel Timur de Kreupele. Dat was een enorme schoft. Hij leefde in de veertiende eeuw en was één van de laatste wereldveroveraars.

HET VERLOREN HART

Ik ga op een terrasje zitten. Recht tegenover het enorme standbeeld, waarbij Amir Temur op een paard zit. Ik sla ’Het verloren hart van Azie’ van Colin Thubron open. En lees over ‘De Aardschudder’.

AFKOOPSOM  

Ik leg het boek weg en bel Boris. Een half uur later is hij er. Hij is absoluut niet verbaasd dat ik op het politiebureau een afkoopsom heb moeten betalen. 
      ’Dat doen ze altijd. De volgende keer, ga ik wel met je mee‘. 
En dan:
      ‘Overigens krijg ik nog geld van je, want ik heb gisteren op het vliegveld moeten betalen om jou snel door de douane te krijgen. Dat heb je toch wel gemerkt?’

Hij heeft gelijk. In het vliegtuig zaten twaalf niet-Oezbeken, die er een paar uur over deden om ter plekke een visum te bemachtigen. Op zeker ogenblik verscheen Boris, die mij als eerste mee naar buiten nam.

      ‘Hoeveel krijg je dan van me?’
      ‘Zevenduizend Som’, zegt hij.


(Eerder geplaatst 19-01-'08)
 


Ontmoetingen in de lucht:
 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër



 

 


De onttakeling van het Paradijs

(Door Rolf Weijburg)

Op veel van de Outlying Islands, de Zil Eloigne Sesel,  in het uitgestrekte zuidwesten van de Seychellen dat de Lost Corner wordt genoemd, werd vroeger guano (natuurlijke meststof) gewonnen, zeeschildpadden en haaien gevangen en kopra geproduceerd. De seizoenarbeid op de eilanden trok avonturiers en gelukszoekers aan, maar ook avontuurlijke ondernemers bezochten de uithoek.

In één van de voorgaande afleveringen van deze blog, kwamen we al  kunstenares Wendy Day Veevers-Carter tegen die samen met haar man Mark een plantage runde op het eilandje Remire in de Amirantes archipel. Het echtpaar verkocht de goed lopende plantage in 1968 en verhuisde naar een zo mogelijk nóg grotere eenzaamheid: naar het verre onbewoonde Astove atol, net boven de noordelijke punt van Madagaskar.
      Ze bouwden er een huis met 14 kamers, een gebouwtje voor de kopra-verwerking, een kapel, een winkeltje en huisjes voor de Seychelse arbeiders die gingen werken op de kokosplantage. Kopra was waar het om draaide, maar er werd ook tabak verbouwt.
      Alles verliep min of meer voortvarend totdat Mark enorme tandpijn kreeg en absoluut naar een tandarts of tandchirurg moest. De dichtstbijzijnde bevond zich in Kenya en na veel wachten kon hij eindelijk door een schip dat naar Mombasa op weg was worden opgepikt.
      Mark overleefde de verdoving die hem werd toegediend echter niet. Hij stierf in de tandartsstoel …
Tot eind 1970 probeerde Wendy de plantage op Astove alleen te runnen, maar ze gaf het op en vertrok samen met haar kinderen terug naar de VS en de plantage verwilderde.

 ASTOVE

 

Er is nu een airstrip op Astove waar soms kleine gezelschappen landen die voor iets meer dan 10.000 US dollar een weekje komen vissen en in de kleine lodge verblijven.  
      Dat kun je ook op allerlei andere eilanden, zoals bijvoorbeeld op Alphonse of op het zuidelijkst gelegen eiland Farquhar.

      Het kost wel wat, maar dan kan je toch maar mooi onder niet alledaagse omstandigheden een hengeltje uitgooien.

 

 De Outlying Islands worden gerund en ontwikkeld door de Islands Development Company (IDC) die over hun economische levensvatbaarheid waakt. 

Het prestigieuze “One Island One Hotel”, een plan om het gebied toeristisch te ontsluiten dat door het ministerie van toerisme in 2008 werd gelanceerd en moest worden uitgevoerd door de IDC, is echter bij lange na niet gehaald.
      De economische crisis was daar deels debet aan maar ook de lastige infrastructuur. Veel van de eilanden zijn per boot erg moeilijk bereikbaar of liggen gewoon te ver weg terwijl sommige airstrips te vaak met grote vogelkolonies kampen, die het landen en opstijgen van de vliegtuigjes van de IDC en Air Seychelles bemoeilijken. Een aantal hotels heeft daardoor, na initieel optimisme, de deuren voortijdig moeten sluiten.

                                                                       Privé eiland

Om er toch nog wat van te maken worden er naast plantage of hotel ook andere bestemmingen voor de eilanden bedacht. Privé eiland bijvoorbeeld.
      D’Arros Island in de Amiranten Archipel was al sinds de zeventiger jaren in bezit van de Iraanse Prins Shahram Pahlavi Nia en werd later verkocht aan de schatrijke Française Liliane Bettencourt, dochter van de oprichter en grootaandeelhouder van cosmeticagigant L’Oreal. 

      In 2012 verkocht Liliane het eilandje voor 60 miljoen dollar (ruim drie keer de aanschafprijs …!) aan de Save Our Seas Foundation, een organisatie die zich inzet voor de bescherming van de oceanen en van D’Arros Island een Natuur Reservaat maakte.  

Minder geruststellend zijn de ontwikkelingen op Assumption Island, nota bene op slechts 50 kilometer ten oosten van het UNESCO Wereld Erfgoed atol Aldabra.
      Op Assumption wordt sinds 2016 gebouwd aan een Indiase Basis. India, dat altijd al veel belangen in de Seychellen heeft gehad en onder andere het Seychelse leger adviseert, leasede het eiland van de Seychellen. De zeven inwoners werden onder “lichte dwang” geherhuisvest op Astove Island  en wonen er nu in twee door India gebouwde huisjes.

India bouwt intussen flink door aan de basis die zowel een marine- als een luchtmachtbasis zal worden en eind 2018 operationeel moet zijn. De basis moet, in combinatie met een uitgebreid ook in de Seychellen ontwikkeld Indiaas radarsysteem, India grotere invloed en controle geven over de westelijke Indische Oceaan. Niet onbelangrijk daarbij is dat China, toch al niet India’s beste vriend, sinds 2015 een marinebasis heeft in de buurt van Obock in het Oost Afrikaanse Djibouti.
      Op twee eilanden in de Seychelles Outlying Islands werd de afgelopen jaren een gevangenis gebouwd: op Marie-Louise in de Amirantes en, helemaal aan de oostelijke kant van de Outlying Islands, op Coëtivy Island.
      Op Marie-Louise worden hoofdzakelijk verdachten vastgehouden die op hun berechting wachten. Ze worden bewaakt door een paar Seychelse agenten en een dertigtal uit Nepal afkomstige ghurka’s … vraag me niet hoe díe daar terecht zijn gekomen.


Garnalenfarm

Coëtivy had vroeger een belangrijke garnalenfarm waar bijna 200 arbeiders werkzaam waren.  De farm sloot in 2008 – op Google Earth zijn de deels overwoekerde bassins nog goed te zien –  en de arbeiders keerden werkloos terug naar Mahé. Enige jaren terug werd het eiland uitverkoren als locatie voor de bouw van een nieuwe gevangenis en in de gloednieuwe gebouwen vinden we nu drugdealers, drugsrunners en zwaardere criminelen. Bewakers zijn er nauwelijks nodig: het eiland ligt zó geïsoleerd dat ontsnappen nagenoeg onmogelijk is.

Maar, wacht even, ook op Mahé is een grote gevangenis, de Montagne Posée Prison. Dat maakt dus drie gevangenissen op een bevolking van nog geen 100.000 zielen. Er zijn de laatste jaren weliswaar veel Somalische piraten opgepakt en gevangen genomen, maar toch.
      Ik ben eens wat gaan zoeken en kwam er achter dat er in 2014 66 Somalische piraten in een Seychelse cel zaten, een aantal dat in 2016 was gedaald naar 22. Verder zoekend las ik dat er in totaal in september 2014 735 mensen vast zaten in de Seychellen.
      Afgezet op de wereldlijst van aantallen gevangenen per 100.000 inwoners bleek dat er relatief gezien nergens ter wereld zóveel mensen in de gevangenis zitten als op de Seychellen. Enkelen vanwege piraterij en een flink aantal vanwege druggerelateerde delicten, zo las ik.
      Maar verreweg de meesten wegens verkrachting.

Het lijkt er op dat het paradijs zo langzamerhand opgehouden is paradijs te zijn.

 

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

Voorjaar 2003

''Ik bedoel… Nieuw-Zeeland is eh… niet zo spannend‘.

Wellington-Auckland-HongKong

Het was september 2007. Op de radio was verslaggever Hans Brian, die zei dat rugbyers eruitzien als hooligans maar spelen als gentlemen. Hij zei dat naar aanleiding van het wereldkampioenschap rugby, dat toen in Frankrijk begonnen was. Het toernooi zou maar liefst zes weken duren. Nieuw-Zeeland was favoriet. Frankrijk, Engeland, Australië en Zuid Afrika maakten ook een kans.

Direct nadat ik dit gehoord had, zocht ik op of Samoa van de partij was. Het antwoord was: 
      Ja, Samoa doet mee.

Waarom ik daarin geïnteresseerd ben? Wel!

In maart 2003 zat ik in het vliegtuig op weg van Wellington in Nieuw Zeeland naar Hong Kong in China. We maakten een tussenlanding in Auckland en daar stapte een zeer donker gezelschap keurig uniform geklede mannen in. Ze waren bijna allemaal heel groot en stevig gebouwd. 
      Er ging er één naast me zitten. Een prachtig atleet. Mooie man. Gebeeldhouwd gezicht. Gentleman en absoluut geen hooligan. De stewardess van New Zealand Airlines kende hem. Zij gaf hem een knipoog en een glaasje Jus d’Orange, dat hij in heel kleine teugjes op dronk.

      ‘Joe’, zei hij. ‘Ik ben Joe’.
      ‘Wie zij waren’, vroeg ik maar eens.

Zij waren het nationale Rugbyteam van Samoa, een eilandje in de Stille Zuidzee, zo‘n 3.000 kilometer boven Nieuw Zeeland. Zij gingen via Hong Kong naar Engeland, waar ze een paar oefenwedstrijden zouden spelen ter voorbereiding op het wereldkampioenschap dat een paar maanden later in Australië zou worden gehouden.

‘SAMOA!’. 
      Wat wist ik van Samoa. 
Eerlijk gezegd wist ik heel weinig van Samoa, maar omdat zij kennelijk goed waren in rugby dacht ik dat het wel een voormalige Britse kolonie zou zijn.
      Joe moest daar een beetje om lachen. 
      ‘Nee’ zei hij. ’Wij zijn in een ver verleden Duits geweest’.

      ‘Waarom is rugby dan zo populair? 
      ‘Heel eenvoudig’, zei Joe. ‘Na de eerste wereldoorlog zijn wij een tijd bezet geweest door Nieuw-Zeeland. Zij hebben die sport bij ons geïntroduceerd. En wij bleken er goed in. Zelf ging ik bijvoorbeeld al in Nieuw-Zeeland spelen toen ik twaalf jaar was. Die competitie daar is erg sterk. Maar de competitie in Engeland is nog sterker. En daar speel ik nu al vier jaar. Het bevalt me goed. Ook het leven in Engeland. Ik bedoel… Nieuw-Zeeland is eh… niet zo spannend‘. Hij keek naar de stewardess, die alweer vroeg of hij iets nodig had.
      'Bovendien ben ik inmiddels getrouwd met een Engelse. We hebben een dochtertje van een half jaar en er komt nog een kind aan. Ik blijf waarschijnlijk voor goed in Engeland''.

Of ze een kans zouden maken daar op dat kampioenschap in Australië . 
      ‘Nee’, zei Joe.
      ‘Nieuw Zeeland gaat waarschijnlijk winnen. En weet je waarom? Er zitten spelers uit Samoa in. Die hebben zich voor veel geld laten naturaliseren. Mij hebben ze dat ook gevraagd, maar ik heb het geweigerd. ’Andersom spelen er bij ons een paar Nieuw-Zeelanders mee, maar ja dat zijn niet de besten.’

In het vliegtuig zaten zo’n twintig passagiers met mondkapjes voor. Ruim een week eerder was de Sars-epidemie in Hong Kong uitgebroken en op dat moment was nog absoluut niet duidelijk hoe erg het zou worden. Een uur voordat we zouden landen kregen ook alle spelers en begeleiders van het rugbyteam een mondkapje uitgereikt.

      ‘Sorry’, zei Joe glimlachend. 
      ‘Succes’, zei ik.


P.S. Samoa overleefde bij het W.K. in 2003 de eerste ronde niet. Het team won met grote cijfers van Uruguay en Georgië, maar verloor van Zuid-Afrika en de latere wereldkampioen Engeland. Ook in 2007 overleefde Samoa de voorronde niet. Er werd gewonnen van de V.S. maar er was verlies tegen Engeland, Tonga (nipt) en de latere kampioen Zuid-Afrika.

 (Eerder geplaatst 12-09-'07)


Ontmoetingen in de lucht:
 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana

 

 


Koraaleilanden & Reuzenschildpadden


(Door Rolf Weijburg)

Vroeger ontbeten we meestal in de Sahara, maar tegenwoordig nuttig ik mijn ontbijt in de Seychellen en zit Catherine meestal ergens in de Malediven.
      Een jaar of tien terug heb ik het tafelblad waarop ik een zeer gedetailleerde IGN kaart van de centrale Sahara had geplakt, vervangen door een nieuw tafelblad waarop ik een grote Admiralty zeekaart van de Indische Oceaan heb aangebracht.
      Als ik mijn bord niet te ver naar rechts schuif kan ik de hele Republiek Seychellen goed overzien.

Dit land mag dan wel het op 14 na kleinste land ter wereld zijn, het gebied waarover de Seychelse eilanden verspreid liggen is enorm uitgestrekt, valt mij iedere ochtend op. Minstens twaalfhonderd kilometer oost-west en iets minder noord-zuid.
      De meeste en bekendste eilanden liggen in de zogenaamde Seychelles Inner Group in het noord oosten van het gebied. Het zijn bergachtige dichtbegroeide granieteilanden, uniek in de wereld want nergens anders liggen granieteilanden zo ver van een continent verwijderd. Hier ligt op het eiland Mahé de hoofdstad Victoria en op deze Inner eilanden woont het overgrote deel van de bijna 100.000 zielen tellende Seychelse bevolking. Dit zijn de eilanden die over het algemeen bedoeld worden als men het over de Seychellen heeft.

Maar in het uitgestrekte zuidwestelijk deel van de republiek, in de zogenaamde Lost Corner, zie ik naast mijn ontbijtbordje nog meer eilanden en eilandgroepen met namen als Farquhar, Amirantes, Aldabra, Cosmoledo of Coëtivy. Anders dan de Inner Group eilanden zijn dit lage, met kokospalmen begroeide koraaleilanden.  Dit zijn de Seychelles Outlying Islands, dit zijn de Zil Eloigne Sesel, zeg maar de Verre Seychelse Eilanden .

Hoewel de meeste eilanden van de Zil Eloigne Sesel niet veel groter zijn dan enkele vierkante kilometer en er bij elkaar gemiddeld door het jaar genomen slechts 700 man wonen -over het algemeen seizoensarbeiders die op de kokosplantages werken -, is er in 1980 een aparte postadministratie voor dit uitgestrekte gebied in het leven geroepen.
      Niet één postkantoor was er ooit op de eilanden, maar een reizend postkantoor aan boord van een kleine schoener deed er af en toe de ronde. Het schip was al gauw een paar weken onderweg voordat het weer in Victoria kon aanleggen.

De Zil Eloigne Sesel zijn onderdeel van de Republiek der Seychellen en je kon er ook met gewone Seychelse postzegels post versturen. De uitgifte van speciale Zil Eloigne Sesel postzegels gebeurde dan ook hoofdzakelijk om een nieuw en exclusief filatelistisch verzamelgebied te creëren.

Maar de eerste uitgifte ging niet vlekkeloos.

        

        

In 1980 verscheen een eerste zegel waarop de diverse eilandgroepen van de Zil Eloigne Sesel op een kaart stonden aangegeven. Het was nog even wennen want binnen het donkerblauwe vlak dat het gebied markeert waren ook de Agalega Eilanden betrokken.
      Deze twee eilanden met een bevolking van 300 bewoners en een hoofdstadje dat Vingt Cinq heet (Vijfentwintig, naar het aantal zweepslagen dat rebelerende slaven kregen …) behoren nochtans tot Mauritius.
De postzegel  is een jaar later vervangen door een andere waarop de Agalega’s buiten het donkerblauwe vlak zijn getekend en ook Aldabra Island juister is gepositioneerd.

De uitgaven voor de Zil Eloigne Sesel gingen door tot 1992 en in die 12 jaar is de schrijfwijze van de landsnaam op de zegels, omdat het Seychelse Kreools in die tijd nog geen officiële spelling kende, drie keer veranderd.

De meest bijzondere plek in de Zil Eloigne Sesel is Aldabra, 1200 kilometer zuidwest van de Seychelse hoofdstad Victoria. Het is een atol, één van de grootste ter wereld, het grootste van de Seychellen, met vier grote en enkele kleinere eilanden rondom een enorme lagune, maar er wonen slechts een paar mensen.
 
       

Aldabra is moeilijk bereikbaar, geïsoleerd als het ligt ver buiten de gangbare scheepsroutes. Je hebt bovendien een vergunning nodig om er aan land te mogen, er gaat haast nooit een boot heen, er is ook geen haven, en als je er met een vliegtuigje heen wilt, moet je dat zelf charteren, landen op de airstrip op Assumption Eiland 50 kilometer naar het oosten en dan met een bootje zien over te varen.

   

Het atol is een UNESCO World Heritage Site en dat komt onder andere omdat de laatste kolonie Seychelse reuzenschildpadden op dit eiland leeft, meer dan 150.000 zijn het er. Wereldwijd komen alleen op de Ecuadoraanse Galapagos Eilanden nog wilde reuzenschildpadden voor.

Aldabra is een omhooggestuwd koraalrif, het is er heet, er groeien maar weinig bomen en het is hoofdzakelijk begroeid met doornig droog struikgewas.
      En alsof dat nog niet genoeg is, bestaat de grond er uit vlijmscherp koraal doorzeefd met tot wel zes meter diepe gaten, waardoor lopen levensgevaarlijk wordt. Ook de schildpadden hebben het er niet makkelijk.

 

Onherbergzaam is een goed woord voor Aldabra en dat is, naast de geïsoleerdheid, ook één van de redenen waarom het stropen van de schildpadden altijd beperkt is gebleven. Op Mauritius bijvoorbeeld, waar de reuzenschildpadden ooit ook voorkwam, zijn de beesten uitgeroeid.
      Er woont slechts een handjevol mensen op Aldabra, caretakers en een paar wetenschappers.
Eens in de zoveel tijd komt er een groepje toeristen langs die een peperdure tour hebben geboekt, maar voor de rest hebben de reuzenschildpadden (en de endemische Aldabra Rail, de enige overlevende loopvogel in de Indische Oceaan en ver verwant aan de Dodo en de Solitaire) het eiland min of meer voor zich alleen.

In 1997 nam ik een telefoonboek mee uit de Seychellen. Een dun boekwerkje waarin de abonnees op de drie Inner Group eilanden Mahé, Praslin en La Digue allemaal samen op een twintigtal pagina’s stonden vermeld, maar waar één pagina was gereserveerd voor de abonnees op álle andere 113 eilanden. 
      Het gros van deze abonnees woonde op de kleinere eilanden van de Inner Group, maar in de hele Zil Eloigne Sesel waren slechts drie eilanden waar je een telefoon kon vinden. Aldabra, het grootste eiland van de Seychellen, hoorde daar niet bij.

En Wilbur Smith op Cerf Island was één van de weinigen met een fax, maar hij is dan ook de bekende Zuid-Afrikaanse schrijver.

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

Alleen op de naaktcamping

Wat hebben we allemaal gedaan in de zomer? Ik, vrouw alleen, 59, vertel dat ik naar Frankijk was, ja, in m’n eentje met de auto; ja kamperen, twee weken. Durf je dat alleen? Twee weken op een camping? Ik: ja, ik was op een naaktcamping, ik weet uit ervaring dat je daar veilig bent, geen gezeur aan je hoofd.

Een naaktcamping! Ik zie bij de jongere mensen de wenkbrauwen licht geamuseerd omhoog gaan (er is een oudere vriend bij die ook al jaren naakt kampeert. (I’m not alone). Ik vertel dat het een geweldige camping was, maar dat ik volgend jaar naar een andere camping ga, ‘oh zeker niet weer naakt’ is de reactie, vanzelfsprekend, ze ‘weten het al, ik ga natuurlijk niet weer naar een naaktcamping’. Nee, zeg ik, ik ga natuurlijk weer naar de naaktcamping, maar deze was te groot, er waren teveel gezinnen en stellen en het zwembad was te vol met jonge mensen die lawaai maken, maar verder, naakt is heerlijk.

Discussie

Naaktcamping, het roept discussie op, vroeger al maar nu weer. Ga ik dan ook naakt boodschappen doen? Jazeker, er was een goed winkeltje bij; ga ik dan ook naakt naar het terras? jazeker, het was er warm en er was schaduw op het terras en koude wijn. Moet je dan altijd naakt? Nee natuurlijk niet, als je kleren aan wilt als het afkoelt doe je dat. Ik vertel dat ik naar twee fantastische concerten ging. Dat er een beroemde jonge Nederlandse gitarist was roept geen belangstelling op, want het gezelschap wil alleen maar weten of ik naakt was…… Nee, ik had kleren aan, de avonden waren relatief koel en daarom had ik kleren aan ……..gegiechel.

Je kunt het niet uitleggen; dat als het koel wordt je gewoon iets aan trekt, dat de meeste mensen ‘s avonds kleren aantrekken, dat dat niet te maken heeft met het concert, met het terras.

Ik vertel dat ik ‘t de meest ontspannen manier van kamperen vind, dat ik het al 40 jaar doe, dat er leuke mensen komen, dat ik me er veilig voel, dat er respect is voor privacy, dat het er (meestal) rustig is. Er ontspint zich een interessant gesprek, alle jonge mensen zeggen dat ze nooit naar de naaktcamping zouden gaan. Dat ze er nog nooit over nagedacht hebben maar dat ze het nooit zouden doen.

Argumenten: naakt heeft te doen met intimiteit, dat je je intimiteit niet deelt met vreemden, dat je je schaamt voor je lichaam, dat je je niet kunt onderscheiden door je kleren, dat je je geen houding zou weten te vinden, dat je je bekeken voelt, dat iedereen je borsten, je pik kan zien. Dat je niet weet met wat voor soort mensen je van doen hebt omdat je niet kunt zien wat voor kleren ze dragen. Mijn argumenten: naaktkamperen heeft niets (extra’s) te doen met intimiteit, dat je je intimiteiten deelt in je tent, dat het niets met seksualiteit van doen heeft, dat je je juist niet hoeft te schamen als je je ouder wordende lichaam (en dat zijn alle lichamen na de 21) niet in een bikini hoeft te proppen, alsof je een worst bent die te vol gestopt is, dat het prettig is dat de lijnen van je lichaam vloeiend doorlopen i.p.v. onderbroken te worden door kleding, dat je daardoor mooier wordt, dat je je mooier voelt, dat je je kunt onderscheiden door trotser en meer rechtop te lopen, dat je iedere dag een andere strik in je haar kunt doen.

Uiterlijkheden

Laten zien wie je bent door uiterlijkheden, meer dan alle jaren hiervoor zag ik een enorme variëteit aan tatoeages, meer dan ooit zag ik mensen in een rolstoel, met 1 been, met geen benen, met geen benen en twee halve armen. Ik zag een 70-jarige vrouw met een kunstbeen (dat ze zonder gene aflegde toen er een griezeltocht voor de kinderen werd georganiseerd en zij haar been langs het bospad legde)
      Ik zag een man in het zwembad met een katheter in zijn pik, ik zag een echtpaar, beiden in een rolstoel met twee gehandicapte kinderen, ik zag bevrijding en zwemplezier, ik zag genieten en intimiteit door openheid, ik zag loslaten. Ik zag mensen die zich onderscheiden door diverse tenten, van mijn eigen nylon Hematent tot mensen met een prachtige Colemantent (die heel onderscheidend een berg vuilnis achterlieten,) Ik zag mensen met een camper die ‘s nachts de airco aanlieten waardoor ik s’nachts in het gebrom lag. Ik zag een gitarist ‘s middags naakt met z’n gitaar eindeloos rifjes oefenen. Ik zag een gezin met een zwaar gehandicapte jongen dat openlijk uitsprak zich hier te kunnen ontspannen.

Wat me wel aan het aan het denken zette in het gesprek aan tafel van de week was: ‘tegenwoordig zie je zoveel naakt op internet, dat je je eigen naaktheid niet wilt tonen omdat je je zelf niet publiek wilt tonen, dat naaktheid een commercieel uit te buiten factor is, dat je op Facebook alles kunt zien wat mensen doen’ (mijn argument dat je niet hoeft te facebooken werd weggewuifd als niet ter zake doende).

De naaktcamping is tegenwoordig bevolkt door oudere mensen, het sterft uit, maar door de juiste overwegingen?

Wilt u weten welke naaktcamping ik volgend jaar ga bezoeken? Geef me eens een goede suggestie en ik mail u terug! en misschien kunnen we daar samen staan!

Meer Dini's:

Te gast 22: Vrouw en Reedio
Reizen 107: You have a good heart and you have a good heart

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh