Reizen (140)

 

Een bijzondere atlas (8)

Rolf Weijburg is een Utrechts kunstenaar en maker van atlassen. Al jarenlang is hij bezig met het vervaardigen van een atlas van de 25 kleinste landen in de wereld. Hij bezoekt al die landen, doet impressies op, schetst en fotografeert en maakt later in zijn atelier voor die atlas etsen van al die landen.
Rolf heeft net een lange reis achter de rug, waarbij hij onder meer diverse onafhankelijke eilandstaten in de Stille Zuidzee bezocht.
      Zijn reis vordert goed, want hij heeft inmiddels 23 landen bezocht. Micronesië en de Marshall eilanden zullen in een later stadium nog volgen.

      Alle landen zijn van minst klein naar kleinst:

São Tomé e Príncipe, Kiribati, Bahrein, Dominica, Tonga, Singapore, Micronesië, Sint Lucia, Andorra, Palau, Seychellen, Antigua & Barbuda, Barbados, St. Vincent & de Grenadines, Grenada, Malta, Malediven, St. Kitts & Nevis, Marshall eilanden, Liechtenstein, San Marino, Tuvalu, Nauru, Monaco en Vaticaanstad (0.44 vierkante kilometer).

Deze weken stuurt hij mij diverse bijdragen. Vandaag: Tuvalu; Postzegels & Internetextensie 

        



  Zinkend 'schip' in de Pacific

(Door Rolf Weijburg)

  

Het op drie na kleinste land ter wereld heeft slechts één vliegveld, maar geen eigen luchtvaartmaatschappij, één haven en anderhalve passagiersferry, één hotel en een vijftal guesthouses.
      Er ligt slechts 8 kilometer asfaltweg (ik tel de landingsbaan niet mee) maar er zijn nauwelijks auto’s. Vervoer gaat per motor, scooter of fiets.

  

De huizen zijn basic tot ronduit armoedig, een tweede verdieping is zeldzaam. Winkels zijn lokale eenmansbedrijfjes met weinig aanbod, of Chinees vol met goedkope Chinese spullen. Er wordt nauwelijks iets verbouwd en bijna alle voedsel moet worden ingevoerd, waarbij exporterende landen lange tijd niet schroomden om hun goedkoopste, slechtste en vetste producten in de eilandstaat te dumpen, met hartziektes, obesitas en diabetes als gevolg. Er is geen industrie en er is nauwelijks werk. De overheid is de grootste en één van de weinige werkgevers.
     
Op basis van lijsten van het Bruto Nationaal Product van de Wereldbank, het Monetair Fonds of de CIA bungelt het land ergens halverwege de armste helft (echter zonder internationale schulden!).
       Maar wat wil je: grondstoffen zijn er niet, de grond is weinig vruchtbaar en met slechts twee vissersschepen is van een Tuvaluaanse vissersvloot nauwelijks sprake.
       Tuvalu is arm (“Maar rijk in geluk!”, glimlacht menigeen.)

  

Toch ankerden in de lagune van Funafuti steeds meer schepen. Eerst kwamen de moederschepen, later druppelden de vissersschepen binnen die langszij de moederschepen afmeerden. Na een paar dagen telde ik zestien schepen en brandden er ‘s avonds talloze lichten aan de anders zo donkere einder.
     
Als belangrijke bron van inkomsten geeft Tuvalu licenties uit aan buitenlandse vissersschepen om in zijn wateren te mogen vissen. Tegenwoordig zijn dat een soort dagkaarten -je betaalt voor iedere visdag– en die zijn veel lucratiever dan de vroegere seizoen licenties, immers: ook als je niets vangt moet de volle dagprijs worden betaald.
      Vandaag zijn het schepen uit Japan, maar ook Amerikaanse, Koreaanse en Taiwanese schepen komen hier vaak. De vangst (hoofdzakelijk tonijn), de vistechniek, de verwerking als ook de arbeidsomstandigheden aan boord, worden net als in de meeste andere Pacifische staten in het kader van de zogenaamde Nauru Agreement regelmatig gecontroleerd.
     
Afgezien van de verkoop van vislicenties leeft Tuvalu hoofdzakelijk van de internationale hulp en van het geld dat Tuvaluaanse zeelui en de Tuvaluaanse diaspora in Fiji, Australië en Nieuw-Zeeland, naar huis sturen.

  

Maar Tuvalu verdient ook een aardige cent aan het feit dat het Taiwan als onafhankelijke staat erkent.
      China (de Volksrepubliek, Beijing) vindt dat Taiwan een afvallige Chinese provincie is, Taiwan, dat zich de Republic of China noemt, vindt zichzelf onafhankelijk, of sterker nog, vindt dat heel China onder zijn heerschappij zou moeten vallen.
      Beide landen zijn in de Pacific voortdurend aan het touwtrekken en schuiven geld en goederen om de politiek in de diverse eilandstaten over de eigen streep te trekken.

  

Tuvalu werd al in 1979, direct na de onafhankelijkheid, in het Taiwanese kamp getrokken en sinds drie jaar is er een heuse Taiwanese Ambassade in Funafuti. De enige ambassade in het land.
      Boven op de voorgrond: De ambassadeur en zijn vrouw

  

Als beloning voor zijn erkenning zijn er talloze door Taiwan gefinancierde ontwikkelingsprojecten, bouwde Taiwan Tuvalu’s enige hotel, het Vaiaku Lagi, is het bezig aan de uitbreiding en vernieuwing van het vliegveldgebouw en staan er nu overal lantaarnpalen met zonnepanelen waarop "Love from Taiwan" staat.
      Jammer dat ik vergeten ben daar in Tuvalu foto’s van te maken, maar in Nauru, dat Taiwan ook erkent, vind je dezelfde lantaarnpalen (maar dan met een Nauruaans vlaggetje naast het Taiwanese) en in het Afrikaanse São Tomé e Príncipe, ook één van de 22 staten die Taiwan erkennen, staat er “Amor de Taiwan” op de lantaarnpalen.
      Alle volkeren badend in het liefdevolle Taiwanese licht.

  


Droompostzegeltjes

In de loop der jaren is er getracht om diverse alternatieve bronnen aan te boren om de nationale economie financieel te stutten. Zo geeft Tuvalu al vele jaren prachtige postzegels uit die door filatelisten van over de hele wereld hoog worden gewaardeerd en voor een flinke bijdrage aan de staatskas zorgen.
      Mooi natuurlijk die postzegels met “Internal Airservice”.
Zou een mooie oplossing zijn, watervliegtuigen, maar vooralsnog een verre droom lijkt me.


Maar ook minder conventionele middelen worden niet geschuwd. In 1996 bijvoorbeeld, werd tegen een jaarbedrag van enkele miljoenen Euro’s de capaciteit van de Tuvaluaanse telefoonverbindingen geleased aan een Hong-Kongse firma die de verbindingen vervolgens doorverkocht aan sekstelefoon exploitanten.
      De telefoonnummers die begonnen met 688 (de Tuvaluaanse internationale toegangscode) werden in Japan, de VS en Groot Brittannië al gauw algemeen bekend als sekstelefoonlijnen. Hoewel de lijnen werden doorverbonden naar welwillend hijgende dames in Nieuw-Zeeland, ontstond er onder de godvrezende en preutse bevolking van Tuvalu na enige tijd toch wel wat gêne en in 2000 werden na oplopende protesten de contracten geannuleerd.

Ook Tuvaluaanse paspoorten werden op de internationale markt aangeboden. Voor 11.000 US Dollar (22.000 voor een gezin met vier kinderen) kocht je weliswaar geen volledige Tuvaluaanse nationaliteit, maar mocht je wel zonder vragen en ongelimiteerd in Tuvalu verblijven. Deze lucratieve inkomstenbron stierf echter een voortijdige dood: te weinig kapitaalkrachtige mensen waren geïnteresseerd in een verblijf in Tuvalu …

      De enige nieuwe inkomstenbron die tot op de dag van vandaag nog geld in het Tuvaluaanse laatje brengt is de verkoop van de internet domeinnaamextensie van het land.
      De extensie “.tv” werd direct na de creatie in 1999 geleased aan een Californisch bedrijf, dat de extensie wilde gaan doorverkopen aan televisie en mediaorganisaties over de hele wereld.
      Het bedrijf had er 50 miljoen Dollar (meer dan de helft van Tuvalu’s jaarlijkse bruto nationaal product) als eerste aanbetaling voor over en vele miljoenen zullen later nog volgen.
De “.tv”-lease is nu één van ’s lands belangrijkste inkomstenbronnen, maar ook hier zou de klimaatverandering en de stijgende zeespiegel wel eens roet in het eten kunnen gooien. Sommige doemdenkers waarschuwen sinds kort voor de risico’s die het investeren in “.tv” extensies met zich meebrengt.
Tuvalu is een zinkend schip, zeggen ze, en als Tuvalu eenmaal onder de zeespiegel is verdwenen zou ook de ".tv" extensie moeten ophouden te bestaan …

Postbeambte

  

 

Een bijzondere atlas:


1: Nauru; Rampeneiland 

2: Kiribati, 33 eilandjes in de Stille Zuidzeemulirefala tuvalu

3: Abaiang en Abemama

4: Transport op Kiribati

5: Banaba Kiribati

6: Een vliegveld/dorpsplein op Tuvalu

7. Mulitefala Tuvalu

 

Een bijzondere atlas (7)

Rolf Weijburg is een Utrechts kunstenaar en maker van atlassen. Al jarenlang is hij bezig met het vervaardigen van een atlas van de 25 kleinste landen in de wereld. Hij bezoekt al die landen, doet impressies op, schetst en fotografeert en maakt later in zijn atelier voor die atlas etsen van al die landen.
Rolf heeft net een lange reis achter de rug, waarbij hij onder meer diverse onafhankelijke eilandstaten in de Stille Zuidzee bezocht.
      Zijn reis vordert goed, want hij heeft inmiddels 23 landen bezocht. Micronesië en de Marshall eilanden zullen in een later stadium nog volgen.

      Alle landen zijn van minst klein naar kleinst:

São Tomé e Príncipe, Kiribati, Bahrein, Dominica, Tonga, Singapore, Micronesië, Sint Lucia, Andorra, Palau, Seychellen, Antigua & Barbuda, Barbados, St. Vincent & de Grenadines, Grenada, Malta, Malediven, St. Kitts & Nevis, Marshall eilanden, Liechtenstein, San Marino, Tuvalu, Nauru, Monaco en Vaticaanstad (0.44 vierkante kilometer).

Deze weken stuurt hij mij diverse bijdragen. Vandaag: Mulitefala Tuvalu

   


(Ex)-Ambassadeur op minuscuul eiland


(Door Rolf Weijburg)

Na Vaticaanstad, Monaco en Nauru, is Tuvalu het kleinste land ter wereld.

  

Zesentwintig vierkante kilometer verspreid over negen atollen in een verloren uithoek van de Central Pacific. De eilanden in de atollen zijn zonder uitzondering lang (tot meer dan 15 kilometer) en smal (een paar honderd tot hier en daar zelfs niet meer dan 20 meter).
      Ze balanceren precair op het rif tussen de onophoudelijke branding van de eindeloze Grote Oceaan en het rustige turkooizen water van de lagune. Daarnaast zijn de eilanden ook nog eens laag: hoger dan drie meter boven zeeniveau komen ze niet

     

En de zeespiegel stijgt ...

Nu al loopt het hoofdeiland van Funafuti-atol gedeeltelijk onder water bij een combinatie van vloed en harde wind.
      Dan staan de huizen blank, het vliegveld onder water en is de grond drassig.
      Je moet er niet aan denken wat er gebeurt bij een flinke cycloon, of als er een tsunami op de eilanden af komt razen ...

Foto's: Laurent Weyl

Maar zo fragiel als deze eilanden zijn, zo standvastig, laconiek bijna, lijken haar bewoners.

              

We logeerden een paar dagen op Mulitefala (rechtsboven op de kaart), een minuscuul eilandje, een motu, op het rif dat de lagune van Funafuti omsluit.

  

We werden opgehaald door Afele Pita die ons behendig manoeuvrerend langs de ondiepten naar zijn eiland voer. Tussen de palmbomen stonden twee houten huizen die Afele zelf had gebouwd.

    
      Op de begane grond van het voorste huis was een eetkamer waar Lita, Afele's vrouw, ons vers gevangen en gegrilde vis met cassave en zoete aardappels voorschotelde.
      Aan de achterste wand van de kamer hing een aantal ingelijste foto's, waarop we Afele herkenden, met Lita, met hun vijf kinderen, allemaal keurig in pak of sjieke jurk en op iedere foto in gezelschap van Barack Obama alleen, of samen met Michelle.

  

Toen we ernaar vroegen vertelde Afele schoorvoetend en enigszins alsof het een trivialiteit betrof, dat hij jarenlang ambassadeur voor Tuvalu in de VS en bij de Verenigde Naties was.
      Al die tijd woonde hij met zijn gezin in Manhattan en Washington DC en nu, gepensioneerd, wilde hij niets anders meer dan op dit eenzame eilandje zijn. De wereld kon hem gestolen worden.
      Hij was niet gedesillusioneerd, hij had het paradijs opnieuw ontdekt.

     

De volgende dag kwamen er meer gasten op het eiland. Twee families met hun kinderen. De moeders hielpen Lita in de keuken, de kinderen speelden. De vaders zaten de hele middag in het water en hielden een opblaasboot boven zich voor de schaduw.
      Toen het eenmaal laag water was geworden stonden de twee omvangrijke heren op en liepen naar een plek waar, ook bij eb, voldoende water was om te kunnen zwemmen. Hoewel, zwemmen ... De meeste Tuvaluanen dobberen eigenlijk meer. Uren achtereen kon je ze in het warme water zien dobberen, lange gesprekken voerend met dobbergenoten, of eenzaam naar de horizon turend.

  

Ook wij lieten ons op de lome golfslag heen en weer wiegen. De twee zwaargewichten dobberden onze kant op en stelden zich aan ons voor. Eén van hen bleek dé specialist in Tuvalu te zijn als het om klimaatveranderingsproblematiek ging. De ander was zijn neef. Gevieren dobberden we in het lauwe water van de lagune terwijl we de hot topics van de lokale milieupolitiek doornamen.
      "Neem nu het volgende simpele voorbeeld. Op Funafuti heb je vast wel gezien dat op diverse plaatsen de kustlijn wordt versterkt en verhoogd. Daarvoor is elders in de lagune zand afgegraven. Maar hier op Mulitefala heeft dat als gevolg dat het laatste jaar het strand voor de helft is verdwenen. De dynamiek van het water is onvoldoende bestudeerd. Er is té ondoordacht en vooral te snel, te paniekerig, gehandeld."
      Hij dompelde zijn hoofd even onder water en vervolgde zijn relaas terwijl hij de druppels van zijn gezicht veegde.
"We moeten alles in het werk stellen om ons volk zo lang mogelijk in Tuvalu te kunnen laten wonen. Maar wel goed overwogen, duurzaam en zoveel mogelijk met eigen middelen. Land aankopen in Fiji, zoals buurland Kiribati dat met hetzelfde probleem kampt, onlangs heeft gedaan om mensen eventueel te kunnen herhuisvesten op een veiligere, hogere, plek, is in Tuvalu geen optie.
      "Then we'll loose our identity, our culture, and we'll become climate refugees. No, we won't give in. We'll fight. We'll be prepared. But we'll stay. When it comes, it comes."

Even later verontschuldigden beide mannen zich. Het einde van de dag kwam in zicht en ze moesten zich om hun gezinnen gaan bekommeren. Ze zwommen richting eiland en waadden het laatste stuk door het water terwijl ze in tweestemmige samenzang een prachtig, ongetwijfeld eeuwenoud Polynesisch lied inzetten. Op de achtergrond zette de zon in een fel rode gloed zijn weg naar de ondergang voort. We konden de gegrilde vis al ruiken.
     

 

Een bijzondere atlas:


1: Nauru; Rampeneiland 

2: Kiribati, 33 eilandjes in de Stille Zuidzee

3: Abaiang en Abemama

4: Transport op Kiribati

5: Banaba Kiribati

6: Een vliegveld/dorpsplein op Tuvalu

 
 

 

Een bijzondere atlas (6)

Rolf Weijburg is een Utrechts kunstenaar en maker van atlassen. Al jarenlang is hij bezig met het vervaardigen van een atlas van de 25 kleinste landen in de wereld. Hij bezoekt al die landen, doet impressies op, schetst en fotografeert en maakt later in zijn atelier voor die atlas etsen van al die landen.
Rolf heeft net een lange reis achter de rug, waarbij hij onder meer diverse onafhankelijke eilandstaten in de Stille Zuidzee bezocht.
      Zijn reis vordert goed, want hij heeft inmiddels 23 landen bezocht. Micronesië en de Marshall eilanden zullen in een later stadium nog volgen.

      Alle landen zijn van minst klein naar kleinst:

São Tomé e Príncipe, Kiribati, Bahrein, Dominica, Tonga, Singapore, Micronesië, Sint Lucia, Andorra, Palau, Seychellen, Antigua & Barbuda, Barbados, St. Vincent & de Grenadines, Grenada, Malta, Malediven, St. Kitts & Nevis, Marshall eilanden, Liechtenstein, San Marino, Tuvalu, Nauru, Monaco en Vaticaanstad (0.44 vierkante kilometer).

Deze weken stuurt hij mij diverse bijdragen. Vandaag: Tuvalu

    

 

Minst bezochte land ter wereld


(Door Rolf Weijburg)

De Britse Pacifische protectoraten Gilbert Islands en de zuidelijker gelegen Ellis Islands, werden in 1916 samengevoegd tot de British Crown Colony of the Gilbert and Ellis Islands. Na zestig jaar samen vielen ze in 1976 weer uit elkaar en werden enkele jaren later de onafhankelijke staten Kiribati (Gilberts) en Tuvalu (Ellis).
     Kiribati kreeg er nog wat eilanden bij en werd daarmee het op drieëntwintig na kleinste land ter wereld. Tuvalu had het tot drie na kleinste land ter wereld geschopt. Dertig maal kleiner dan zijn vroegere koloniale kompaan Kiribati, ligt het weggestopt in een wat vergeten hoek van de Central Pacific.
      Ondanks hun gezamenlijke koloniale afkomst zijn er geen vliegverbindingen tussen beide landen. De Kiribatiërs zijn Micronesiërs terwijl de Tuvaluanen Polynesiërs zijn, daar komt het volgens sommigen door.

De harde werkelijkheid is wel dat je, mocht je van Kiribati naar buurland Tuvalu willen, en dat wilden we, éérst naar Fiji moet.

  

We vlogen daarom eerst zuidwaarts min of meer óver Tuvalu heen en kwamen na bijna drie uur vliegen aan op Fiji's belangrijkste luchthaven Nadi, in het westen van het grote eiland Viti Levu. Maar de vluchten naar Tuvalu vertrekken vanaf het veel kleinere vliegveld van Fiji's hoofdstad Suva, weliswaar op hetzelfde eiland, maar dan zo'n driehonderd kilometer verderop in het oosten. Van daaruit vlieg je dan weer noordwaarts, min of meer richting Kiribati, naar Tuvalu. Heel handig allemaal.
     Fiji Airways heeft het monopolie op vluchten naar Tuvalu. Je kunt er niet omheen. Wil je naar Tuvalu, dan móet je met Fiji Airways vanuit Suva, anders kan niet. Geen reguliere scheepvaartverbindingen zijn er met Tuvalu en geen enkele andere luchtvaartmaatschappij doet het land aan.

  

Slechts drie keer per week landt er een vliegtuig op Funafuti International Airport, het enige vliegveld van Tuvalu, en alle drie de keren is dat een propellervliegtuig van Fiji Airways waarin maximaal zeventig passagiers passen. Hooguit 210 bezoekers dus, per week, doen dit onafhankelijke land aan. Alleen al bij Hazeldonk heb je dat aantal binnen een paar minuten de Nederlandse drempel over ...

Tuvalu is het minst bezochte land ter wereld.

     

Komend vanaf Fiji verschijnen na ruim twee uur vliegen de eerste stukjes Tuvalu in beeld. De zuidelijke atollen van het land lijken als smalle, langgerekte streepjes land in de eindeloze oceaan naar de horizon weg te kronkelen. Het ziet eruit alsof je door een microscoop naar een geheimzinnig eencellig wezen kijkt. Het vliegtuig daalt, de zee komt dichterbij, maar het land lijkt nergens te bekennen. Pas als je zenuwachtig wordt en denkt dat het toestel in zee gaat storten, schieten er links en rechts palmbomen voorbij, huisjes, een paar antennes, en lijken we veilig te gaan landen. Maar net toen ik me schrap zette voor de schok van het eerste contact van de wielen met het asfalt, trok het vliegtuig met veel geraas weer de lucht in en draaiden we in een grote bocht van het eiland weg. Er liepen honden over de landingsbaan, liet de piloot ons door de intercom weten. Sorry voor het ongemak, we beginnen nu een tweede poging.

  

En die lukte. Welkom op Funafuti International Airport, Tuvalu.
      Het hoofdeiland Funafuti is het enige eiland in Tuvalu met voldoende ruimte voor een echte landingsbaan, maar dan ook maar nét: de huizen van het hoofdstadje staan tot aan de rand van de landingsbaan die een onevenredig groot, en daarom onmisbaar, deel van het eiland in beslag neemt.

  

Als het vliegtuig na minder dan een uur weer is vertrokken en de brandweerwagen zijn sirene heeft uitgezet ten teken dat alles veilig is, wordt Funafuti International Airport weer ingenomen door de omwonenden.

  

  

Voetbal-, rugby-, of volleybalveld, trainingsveld of ontmoetingsplaats wordt de landingsbaan dan. 's Avonds fungeert het terminalgebouwtje als kleedkamer voor zang, dans en theateroptredens die worden opgevoerd op de plek waar anders de vliegtuigen tot stilstand komen. Niet zelden wordt er, als de hitte binnenshuis 's nachts niet meer verdwijnt, op matten midden op de landingsbaan overnacht.

  

  

Funafuti International Airport is eigenlijk een soort dorpsplein. Totdat over drie dagen de volgende vlucht weer landt ...

  

 

Een bijzondere atlas 1: Nauru; Rampeneiland 

Een bijzondere atlas 2: Kiribati, 33 eilandjes in de Stille Zuidzee

Een bijzondere atlas 3: Abaiang en Abemama

Een bijzondere atlas 4:Transport op Kiribati

Een bijzondere atlas 5: Banaba Kiribati

 

 

 Een bijzondere atlas (5)

Rolf Weijburg is een Utrechts kunstenaar en maker van atlassen. Al jarenlang is hij bezig met het vervaardigen van een atlas van de 25 kleinste landen in de wereld. Hij bezoekt al die landen, doet impressies op, schetst en fotografeert en maakt later in zijn atelier voor die atlas etsen van al die landen.
Rolf heeft net een lange reis achter de rug, waarbij hij onder meer diverse onafhankelijke eilandstaten in de Stille Zuidzee bezocht.
      Zijn reis vordert goed, want hij heeft inmiddels 23 landen bezocht. Micronesië en de Marshall eilanden zullen in een later stadium nog volgen.

      Alle landen zijn van minst klein naar kleinst:

São Tomé e Príncipe, Kiribati, Bahrein, Dominica, Tonga, Singapore, Micronesië, Sint Lucia, Andorra, Palau, Seychellen, Antigua & Barbuda, Barbados, St. Vincent & de Grenadines, Grenada, Malta, Malediven, St. Kitts & Nevis, Marshall eilanden, Liechtenstein, San Marino, Tuvalu, Nauru, Monaco en Vaticaanstad (0.44 vierkante kilometer).

Deze weken stuurt hij mij diverse bijdragen. Vandaag: Banaba Kiribati


      
,

 

 Vogelpoep op armzalig brok koraal

 

(Door Rolf Weijburg)

“En Banaba?”Ik wees naar het eenzame puntje op de kaart. De man keek me verbaasd aan. Er kon best wel eens een half jaar voorbij gaan voor er weer eens een schip naar Banaba vaart, zei hij. “En bovendien”, vervolgde hij, “ waarom zou je dáár nou heen willen? It is a most terrible place.”
     
Alle 33 eilanden van Kiribati zijn lage, vlakke atoleilanden op ééntje na: Banaba of Ocean Island, een eiland dat nogal eenzaam op vijfhonderd kilometer ten zuidwesten van Kiribati’s hoofdeiland Tarawa ligt, nét onder de evenaar. Het is Kiribati’s meest westelijke outpost, .

             

Banaba is klein, zo’n zes vierkante kilometer, en relatief hoog. Het is een brok koraal dat in de loop van de tijd naar boven is gestuwd en nu nog zo’n veertig meter boven de zeespiegel uitsteekt. Er is geen vliegveld, er is slechts een piepklein haventje. Maar dat geeft niet, schepen komen er nog maar nauwelijks. Toch wonen er zo’n 300 mensen.

Net als Nauru, driehonderd kilometer verderop, is Banaba een zogenaamd fosfaateiland, een eiland waar organisch marine sediment en duizenden jaren vogelpoep voor een fenomenale hoeveelheid hoogwaardige fosfaatafzetting heeft gezorgd, dusdanig dat de Britse koloniale macht rond 1900 begon met het afgraven van het spul voor de export. De onwetende, ongeletterde en geen Engels sprekende bevolking werd een Engelstalig contract voorgehouden waarin ze hun eiland tegen betaling van 50 Pond per jaar min of meer aan de Britten cadeau deden. De Banabanen signeerden met een kruisje.
      De Japanners bezetten Banaba in deTweede Wereld Oorlog en deporteerden de Banabanen naar o.a Tarawa Kiribati, waar ze op plantages te werk werden gesteld.

  

Na de oorlog verplaatsten de Britten de Banabanen naar Rabi, een eiland in een afgelegen regio van Fiji, ver weg van hun geboortegrond. Naar hun eigen eiland terug mocht niet, omdat de Britten in feite bezig waren het hele eiland af te graven en de Banabanen alleen maar lastige obstakels zouden zijn in de zeer lucratieve exploitatie.
      In 1979 was negentig procent van het eilandoppervlak afgegraven waarbij zeg maar de hele bovenste laag vruchtbare grond van pakweg vijftien meter dik was verdwenen.
      De fosfaatwinning werd gestopt. De Britten vertrokken, het koloniale bestuur in Tarawa haalde alles wat los zat van het eiland weg en daarna zakte alles wat er over bleef, de mijn- en transportinstallaties, het ziekenhuis, het postkantoor, de cantilevers, de huizen, langzaam in elkaar. Het eiland bleef als een maanlandschap achter.

  

De Banabanen die het konden betalen (een schip charteren kost een hoop geld) en vanwege hun lang gekoesterde droom terug te kunnen keren naar de geboortegrond vanuit Rabi hersettelden op Banaba, overleven er nu op erbarmelijke wijze. Ze wonen er in de oude kapotte huizen van weleer, zonder geld of materiaal voor reparaties en omringd door een enorme schroothoop van verroeste machines en installaties. Door de afgravingen is er eigenlijk geen plek meer over waar je nog een nieuw huis zou kunnen bouwen. Recent is er een onderzoek geweest naar de hoeveelheid asbest in de vervallen gebouwen op het eiland en dat was niet erg hoopgevend. Alles, inclusief het eiland zelf, is kapot.

  

Op Rabi leven inmiddels een kleine 5000 Banabanen. Het eiland wordt bestuurd door de Rabi Council of Leaders and Elders die ook het bestuur over Banaba zelf onder haar hoede heeft. Een Fijiaans bestuursorgaan dat een eiland bestuurt dat tot Kiribati behoort.
      Al in 1965 besloot de Council, omdat de Banabanen gedurende 80 jaar fosfaatexploitatie bijna geen cent gezien hadden van de gigantische opbrengsten van het fosfaat, de Britse regering en de British Phosphate Commission, een Brits- Australisch- Nieuw Zeelands consortium dat het fosfaat exploiteerde, voor de rechter te slepen. Het werd één van de langstdurende rechtszaken in de Britse geschiedenis. In 1979 wonnen de Banabanen de zaak gedeeltelijk en kregen een bedrag toegekend van 9000 Britse Pond. Niet per persoon, maar met zijn allen. Daarnaast kregen ze wel de rekening van de rechtszaak toegeschoven: 300.000 BP.
      De kranten spraken er schande van, de politiek bemoeide zich er mee en uiteindelijk werd de Banabanen een bedrag van 780.000 BP toegekend én kregen ze de belofte van de creatie van een Trust Fonds waarin 6,5 miljoen zou worden gestort. De rente die dit bedrag op zou brengen zou worden aangewend om de Banabanen van een pensioen te voorzien.
      Maar het Fonds wordt beheerd door Kiribati en Kiribati wil niet uitkeren omdat de Banabanen in Fiji wonen. Kiribati wil eigenlijk ook niet dat de Banabanen naar Banaba terugkeren omdat het zelf plannen heeft om ook de laatste restjes fosfaat van Banaba af te schrapen en daarbij geen kritische inwoners kan gebruiken. De Banabanen moeten maar elders in Kiribati gaan wonen om hun pensioen te kunnen innen. Maar dat wil geen Banabaan

Op Rabi gaan steeds vaker stemmen op om Banaba ofwel bij Fiji te voegen en de mijnrechten aan Fiji te geven, of om de onafhankelijkheid uit te roepen. Ook de vertegenwoordiger van de Rabi Council in het parlement van Kiribati heeft met onafhankelijkheid gedreigd.
      Kiribati is uiteraard faliekant tegen, niet alleen vanwege die laatste restjes fosfaat, maar ook omdat de zeespiegel stijgt en Banaba het enige hoge eiland is in deze republiek van lage atollen…
      In 2010 raasde cycloon Tomas dwars over Rabi en werd het gros van de toch al armoedige huizen van de Banabanen met de grond gelijk gemaakt.

      

 

Een bijzondere atlas 1: Nauru; Rampeneiland 

Een bijzondere atlas 2: Kiribati, 33 eilandjes in de Stille Zuidzee

Een bijzondere atlas 3: Abaiang en Abemama

Een bijzondere atlas 4:Transport op Kiribati

 

 

 

Een bijzondere atlas (4)

Rolf Weijburg is een Utrechts kunstenaar en maker van atlassen. Al jarenlang is hij bezig met het vervaardigen van een atlas van de 25 kleinste landen in de wereld. Hij bezoekt al die landen, doet impressies op, schetst en fotografeert en maakt later in zijn atelier voor die atlas etsen van al die landen.
Rolf heeft net een lange reis achter de rug, waarbij hij onder meer diverse onafhankelijke eilandstaten in de Stille Zuidzee bezocht.
      Zijn reis vordert goed, want hij heeft inmiddels 23 landen bezocht. Micronesië en de Marshall eilanden zullen in een later stadium nog volgen.

      Alle landen zijn van minst klein naar kleinst:

São Tomé e Príncipe, Kiribati, Bahrein, Dominica, Tonga, Singapore, Micronesië, Sint Lucia, Andorra, Palau, Seychellen, Antigua & Barbuda, Barbados, St. Vincent & de Grenadines, Grenada, Malta, Malediven, St. Kitts & Nevis, Marshall eilanden, Liechtenstein, San Marino, Tuvalu, Nauru, Monaco en Vaticaanstad (0.44 vierkante kilometer).

Deze weken stuurt hij mij diverse bijdragen. Vandaag: Het vervoer op Kiribati,

 

KIRIBATI Transport; Een verhaal apart


(Door Rolf Weijburg)

  

Met een landoppervlak van ruim 800 km2 is Kiribati dan wel het op 23 na kleinste land ter wereld (er passen 51 Kiribati’s in Nederland), de 33 eilanden waaruit het land bestaat liggen van west naar oost ruim vierduizend kilometer uit elkaar, ongeveer net zo ver als de hele breedte van de VS.

  

Dit eilandenrijk in de Pacific bestaat uit drie groepen eilanden, of Units zoals ze in Kiribati worden genoemd. Van west naar oost zijn dat de Gilbert Group, waartoe ook het meest westelijke eenzame eiland Banaba wordt gerekend, de Phoenix Islands, ’s werelds grootste beschermde natuurgebied, en de Line Islands met het eiland Kiritimati, qua landoppervlak ’s werelds grootste atol .
      Overigens wordt in de lokale taal, het i-Kiribati, de lettercombinatie ti uitgesproken als een s. Dan wordt Kiritimati Kirismas, wat een fonetische weergave is van Christmas, de naam die de Britten in de koloniale tijd aan het eiland gaven (niet te verwarren met het Australische Christmas Island onder Java). Zo wordt ook de naam Kiribati Kiribas, wat de lokale interpretatie is van de Britse benaming Gilberts (Gilibas –Giribas – Kiribas). Na de onafhankelijkheid van wat tijdens de Britse kolonisatie Gilbert Islands heette, heeft het nieuwe land dus niet een nieuwe naam aangenomen, nee, ze zijn daar gewoon fonetisch gaan schrijven …
      De meeste mensen wonen in de Gilbert Group waar ook het hoofdeiland Tarawa ligt. In de Phoenix Islands wonen alleen op het eiland Kanton een veertigtal mensen en in de Line Islands, overigens met ruim 2000 kilometer de langste doorlopende eilandketen ter wereld, telt Tabuaeran of Fanning Island twee- en Kiritimati ruim vijfduizend inwoners. Beide eilanden verdienen aardig aan toerisme, Tabuaeran vanwege een Noorse cruise maatschappij die wekelijks vanuit Hawaii langs vaart en Kiritimati doordat sportvissers er vanuit Hawaii heen vliegen om er op grote vissen te komen jagen.

   

Om Kiribati’s hoofdeiland Tarawa zonder eigen schip te bereiken, ben je aangewezen op vluchten vanuit Fiji (drie keer per week) of vanuit Nauru (twee keer per week) en daarmee is het land het op één na slechtst bereikbare en dus minst bezochte land ter wereld. Alleen Tuvalu ontvangt minder bezoekers.
      Binnen Kiribati zijn de verbindingen gebrekkig. Op één enkele boot die af en toe een rondje Outer Gilbert Islands maakt na, zijn er geen reguliere scheepvaartverbindingen. De inwoners van bijvoorbeeld Kanton of Banaba zijn geheel afhankelijk van de sporadische keren dat een vrachtschip de eilanden aan doet.

  

Vanaf Tarawa’s Bonriki Airport vertrekken kleine vliegtuigjes gemiddeld twee, drie keer per week naar diverse airstrips in de Outer Gilbert Islands.

  
     
Als je mee wilt moet je naar het kantoortje van Air Kiribati op Bairiki waar het altijd enorm druk is.

     

 

Balie

Dit is geen wandkaart van de wereld, maar gewoon een afgebladderde muur.. Let ook eens op die bureaustoel.

     


Tickets

    

Daar word je dan voorzien van échte tickets met van die doorslag-afscheur pagina’s en met een fijne no-nonsense tenaamstelling. Als een geruststellende afterthought schreef de baliemedewerker een handig telefoon - en CB Radio nummer op het ticket voor het geval er iets mis mocht gaan.

Wachtruimte

   

 

Kanton

Op Kanton in de Phoenix Islands is het vliegveld dat dateert uit de Britse tijd dusdanig verwaarloosd dat er al lang geen vliegtuig meer is geland. Wil je van Tarawa helemaal naar Kiritimati, vierduizend kilometer oostwaarts aan de andere kant van het land, dan kan dat alleen als je eerst naar Fiji vliegt en daar overstapt op de vlucht naar Hawaii die eens per week een stopover maakt op Kiritimati. Een flink stuk om.


 

  

Ongeveer 25% van de inwoners van Kanton eiland tijdens een zeldzaam event van een vrachtschip in de haven. 
(foto Jared Anderson 2007)

 

Een bijzondere atlas 1: Nauru; Rampeneiland 

Een bijzondere atlas 2: Kiribati, 33 eilandjes in de Stille Zuidzee

Een bijzondere atlas 3: Abaiang en Abemama

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh