Reizen (207)

 

Najaar 1995

Een Olifantenbot

Godfrey heeft het niet op olifanten. 
       ‘Ze kunnen heel agressief worden. En dan moet je echt maken dat je weg komt’.


         

De weg door de Savannen is onverhard en slecht. Kuilen, stenen. Soms moeten we rotsen op de weg ontwijken. 
      Zebra’s zien we, herten, impala’s , giraffes, bisons en gnoes. Apen, veel apen. 
Bij een waterplaats een enkele leeuw. Struisvogels. Arenden.

     

En dan zijn er die zwarte olifanten. Ze steken af en toe de weg over. 
      
Als ze blijven staan blijft Godfrey ook staan. Hij laat een ruimte open van zeker 50 meter. Neemt nauwkeurig de weg op en taxeert hoe hij weg kan rijden als een olifant ineens op de auto zou willen afrennen.
      Godfrey komt uit het kleine stadje Victoria Falls in Zimbabwe. Vlakbij de beroemde watervallen.
 
In het koloniale witte Victoria Falls hotel had ik hem ontmoet. Ik wilde naar Botswana, Namibië en Zambia en zo weer terug naar Zimbabwe.
        Bovendien moest ik ontdekken of hier inderdaad het enige vierlandenpunt  ter wereld bestaat. 

      (Zie: Reizen 75)
Godfrey had de juiste auto en wilde dolgraag een leuk bedrag verdienen.
      ‘We moeten wel improviseren’, zei hij. ’Bij die grensovergangen doen ze soms behoorlijk vervelend’.

BASTARDS. BLOODY BASTARDS  

           

Dat bleek direct bij de grensovergang Kazungula tussen Zimbabwe en Botswana. 
      De auto moest door een plas met desinfecteringsmiddel rijden en wij moesten daarna in een bak met datzelfde spul gaan staan. Achter ons kwam een auto met een Botswaans kenteken. De chauffeur mocht over een ander deel van de weg gewoon doorrijden.
      ‘Ze zijn een beetje gek hier’, zei Godfrey. 
      ‘Alle buitenlanders moeten door die bak rijden, maar hun eigen mensen niet. Die kunnen kennelijk niets oplopen. 
'Bastards, zei hij.'Bloody bastards.’

We rijden in Botswana door het Chobepark. In de Chobe Game lodge kunnen we logeren voor 300 US $. Per persoon!
      Een krankzinnig hoog bedrag. Een gemiddeld jaarsalaris in dat land. 
We kunnen ook de ‘Koninklijke suite’ nemen voor 2.500 US $. Daar hebben Richard Burton en Elizabeth Taylor nog geslapen’, meldt de portier trots. 
      ’Er staat een foto van hen op de kamer’.

‘Zie je wel’, zegt Godfrey. ’Ze zijn gek die Botswanen. Hartstikke gek’. 
      
We kunnen uiteindelijk voor niet meer dan 15 US$ p.p. terecht in een hotelletje in Kasane. Een zeer armoedig stadje met heuse krottenwijken. Als Botswana inderdaad het rijkste land van zwart Afrika is, dan is die rijkdom aan Kasane voorbijgegaan. 

GEOGRAFISCH FENOMEEN  

De Caprivi-strip is een geografisch fenomeen. Tot de eerste wereldoorlog was Namibië Duits Zuidwest Afrika. De Duitsers hadden ook Tanganyika (globaal het huidige Tanzania) in hun bezit. 
      In hun koloniale expansiedrift wilden ze dwars door Afrika een corridor maken, zodat je voortdurend over Duits grondgebied van de ene kolonie naar de andere kon gaan. Ze ruilden Zanzibar voor de Caprivistrip en kregen er Helgoland ook nog bij. 
      Het is ze overigens maar ten dele gelukt omdat de Brit Cecil Rhodes het hen onmogelijk maakte.

EEN ILLEGAAL BOTJE

DRIJVENDE BAR & KROKODILLEN 


(Eerder geplaatst 26-06-'08)

Ontmoetingen in de lucht: 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr. een Yank
14: Stefan, een tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan

 

 

 

Fier symbool van zelfstandigheid


(Door Rolf Weijburg)

De Britten die de Fransen waren opgevolgd als heersers over Malta, waren zich bijzonder bewust van het strategisch belang van de kleine archipel. Ze bouwden verder aan de verdedigingswerken en breidden de havens uit met grote scheepswerven. Na de opening van het Suezkanaal groeide de Maltezer hoofdstad Valletta uit tot één van de belangrijkste havensteden in het Middellandse Zeegebied. Een essentiële stopplaats voor schepen op de routes naar India en het Verre Oosten waar reparaties konden worden uitgevoerd en proviand, goederen en diensten konden worden ingekocht. Malta én de Britten profiteerden daarvan.
      Maar diezelfde strategische ligging en formidabele havens zorgden er, óndanks diezelfde kapitale verdedigingswerken, voor dat Malta in de Tweede Wereldoorlog heviger door Duitse en Italiaanse bommenwerpers werd gebombardeerd, dan welk ander doel ter wereld ook.
      Maar Malta gaf zich nooit gewonnen. Voor de getoonde moed ontving de burgerbevolking het George Kruis van de Britse koning George IV, dat sindsdien de vlag van Malta siert.

 

Valletta

Malta werd in 1964 onafhankelijk van Groot-Brittannië, eerst nog als Commonwealth Nation met Koningin Elizabeth II als symbolisch staatshoofd, maar sinds 1974 is het land, na een door de socialistische premier Dom Mintoff geïnitieerd referendum waarin het gros van de bevolking vóór afschaffing van de monarchie stemde, een Republiek.


Ik liep de hoofdstad van de kersverse Republiek in. Tussen de uitgebreide verdedigingswerken, de bastions en de stadswallen vond ik een rechthoekig stratenplan van hoge gelige huizen van wel zes, zeven, acht verdiepingen hoog.  Arabische erkers hingen als zwaluwnesten aan de gevels terwijl op iedere straathoek een katholieke heilige waakte. Kerken genoeg, prachtige gebouwen te over.
      In de rechte straten waren winkels merchants of retailers  en ze droegen namen als Grech, Cassar, Zappa of Muscat.


“Home: Valletta, Malta”
(Kleurets Rolf Weijburg, 2003; 50x60 cm)

Ook de oude Engelse vrachtwagens droegen namen. Ave Maria, Bruce Lee of Ghadaffi stond er in sierlijke letters op motorkappen geschilderd.
      Het verkeer reed aan de linker kant van de weg en werd door Bobby’s geregeld.
Rode telefooncellen en pillarbox brievenbussen maakten de herinnering aan de Britse kolonisator compleet.

Aan de randen van de stad veranderden veel zijstraten in steil aflopende trappen vaak met treden met een lagere en diepere stap dan gebruikelijk, dit om het trappenlopen voor soldaten in zware bepakking of zelfs ridders in zware harnassen te vergemakkelijken. Valletta was gebouwd voor verdediging. Nu zag ik in het zwart geklede dames de trappen afdalen op weg naar zware deuren met handjes en leeuwen als kloppers.
      Vanaf de zuidelijke muren van dit geweldige gefortificeerde schiereiland, had je grootse uitzichten over Senglea, Vittoriosa en Kalkara, The Three Cities die als vingers naar Valletta wezen en werden omzoomd door havens, scheepswerven en dokken met enorme zeeschepen die uittorenden boven de beige-gele gebouwen.

Op het ronde Tritonplein, vlak bij de grote Valletta poort die toegang bood tot de stad, was het Valletta busstation. Het plein stond vol met vijftigerjaren bussen.  Het waren groene gevaartes met een voorkant als een jukebox en het interieur van een kerk, er waren er geen twee gelijk. Chroom en disco lampjes buiten en stemmige kaarsverlichting met Mariabeeldjes binnen.
      Handgemaakte carrosserieën leken het wel, als ware het kermisattracties. Heel Malta werd doorkruist door honderd  busroutes met deze oude vermoeide vehikels die steunend en puffend zwarte wolken over het landschap kuchten .


“Transport Pubbliku ta’Malta”(Kleurets Rolf Weijburg 1994, 37x52 cm)

Ik ben na die eerste keer nog diverse keren naar Malta terug geweest en heb de eilanden langzaam zien dichtslibben met bebouwing, wegen, toeristen en vooral auto’s.
      De oude bussen zijn vervangen door nieuwere die niet eens meer groen zijn. Auto’s zijn Japans  of Italiaans of Frans en de vrachtwagens hebben hun namen verloren. The Vincent’s House is afgebroken, Marco is naar Australië geëmigreerd en Bugibba lijkt nu aan de Costa Brava te liggen.
      Nadat Malta zich in 2004 bij de EU aansloot zijn de fraaie Maltezer Pondbiljetten vervangen door Euro’s. De rode Britse telefooncellen zijn onnodig geworden door de mobiele telefonie en, zo goed als verdwenen. De Britse brievenbussen zijn vervangen door bussen van een eigen Maltees design.

Maar Valletta, de kleinste hoofdstad in de Europese Unie,  blijft het fiere symbool van zelfstandigheid. Een onneembare vesting omringd door grandioze uitzichten over de meedogenloos oprukkende verandering.

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

 

De Walgvogel van de Admiraal

 


Zomer 1996

Een aandoenlijke dodo

Wij zijn die ochtend de enige bezoekers in het scheepvaartmuseum van Mahébourg, een stadje op Mauritius, eiland in de Indische Oceaan. 
      Een mooi museum in een vorstelijk pand, dat daar door de Nederlanders is opgericht.
Je vindt er prachtige oude scheepswrakken, kaarten en mappen -o.a. van Abel Tasman- , schelpen , beeltenissen van Paul & Virginie, de Romeo & Julia van het zuidelijk halfrond en fossielen van vissen.
      En uiteraard zijn er reconstructies van dodo’s, het nationaal symbool van dit eiland.
Overal vind je souvenirs met de –vermeende – afbeelding van deze vogel, die alleen op Mauritius voorkwam. 
      Een wat onbeholpen, aandoenlijke dikke vogel met een rudimentaire staart en onderontwikkelde vleugels. 
De vogel die uiteraard niet kon vliegen, stierf uit in de zeventiende eeuw. 
      Dat gebeurde door de activiteiten van de Nederlanders, die toen de scepter zwaaiden op het eiland.

Alice in Wonderland  

Onzin; grote onzin  


Ontmoetingen in de lucht:
 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr. een Yank
14: Stefan, een tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan

 

 

Een kapotte voorruit

De weg van Szigetvar naar Vásárosbéc in het zuidwesten van Hongarije is niet zo best. De laatste paar kilometer gaan over een zand-en stenenpad vol kuilen, drempels en verzakkingen, door plassen en gaten. Hoewel twee auto’s elkaar nauwelijks kunnen passeren raast de plaatselijke bevolking met onvoorstelbare snelheden over dit pad. 
      Dat doet niet alleen veel stof opwaaien; het zorgt ook voor steenslag.
Gevolg: Een barst in de voorruit van mijn Citroen XM. Zo’n vijftien centimeter.

Je kunt dan twee dingen doen. Ter plaatse proberen een reparatie te laten verrichten of wachten tot je weer thuis bent. Ik koos voor ’t laatste, maar moest de weg toen nog een aantal malen rijden.
      Gevolg: de barst werd steeds groter. Bij vertrek een halve meter; bij thuiskomst over de hele breedte van mijn ruit (Foto boven).
Ik nam contact op met Autotaalglas. Al de volgende dag kon ik terecht bij het dichtstbijzijnde filiaal op een industrieterrein in Hoogvliet. 

Ik kwam daar ‘s middags om één uur en werd geholpen door Stefan. Een zeer energieke man met getatoeëerde armen. Hij was vrij klein, had weinig haar en een gedrongen postuur. Precies Wesley Sneijder. Dat vond hijzelf trouwens ook. Maar ‘die tuinkabouter’ stond wel terecht in de basis van het Nederlands elftal. Dat vonden wij allebei.


Stefan was een vakman. Een soort tovenaar. Dat was vanaf het eerste begin duidelijk. 
      Ook was duidelijk dat de voorruit vervangen van een Citroen XM (1997) meer dan een routineklusje was. De grote ruit was er nog op een ouderwetse manier in gelijmd en de lijst moest behouden blijven, want die was niet voorradig. 



Er werd gesneden, geslepen, gezaagd, geboord, geduwd en getrokken. Toen om twee uur een volgende klant kwam voor een nieuwe ruit, was de mijne er nog steeds niet uit. Vanaf dat moment ging Stefan in looppas van de ene naar de andere auto, beantwoordde telefoontjes, rookte shagjes en maakte geintjes met andere automobilisten die sterretjes in hun voorruit hadden. 
      Om drie uur kwam een volgende klant voor een nieuwe ruit, zodat Stefan vanaf dat moment zijn aandacht op drie auto’s moest richten. Hij werd er geen moment zenuwachtig van. En ach die Wesley Sneijder zou het wel goed doen op het wereldkampioenschap. Maar hij moest ook niet al te goed worden, want Stefan was getrouwd met een Braziliaanse. En ja: ook bij dat voetbal moest hij zijn aandacht op twee teams tegelijk richten. Hij sprak trouwens behoorlijk goed Portugees. Zei hij.
      Ik geloofde hem onmiddellijk.

        

Nog voor vijf uur zat mijn nieuwe voorruit erin. Ik hoefde maar de helft van mijn eigen risico af te dragen. En alle vignetten die ik de afgelopen jaren op mijn voorruit had geplakt -Tsjechië, Slowakije, Slovenië (2x), Oostenrijk (2x) en Zwitserland (2x)- was ik ook kwijt.

(Eerder geplaatst: 06-06-'14) 

 

Ontmoetingen in de lucht: 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr. een Yank
14: Stefan, een tovenaar 

 

 

 

         


n grote smeltkroes

(Door Rolf Weijburg)

Malta, het op 9 na kleinste land ter wereld, ligt midden in de Middellandse Zee.
      Niet verwonderlijk dus dat het door vele volkeren is bezet en bevochten, bebouwd en bevolkt. Feniciërs, Noormannen, Carthagers, Byzantijnen, Grieken, Arabieren, Spanjaarden, Romeinen, Sicilianen, Fransen en uiteindelijk, tot aan de onafhankelijkheid in 1964, de Britten. Allemaal heersten ze gedurende zekere tijd over de kleine archipel, lieten sporen achter in het land, de architectuur, de taal en de cultuur.

Malta is één grote smeltkroes.
      Maar hoe Malta, en in het bijzonder de hoofdstad Valletta, er vandaag de dag nog uitziet, danken we vooral aan de Soevereine Militaire Hospitaal Orde van Sint Jan van Jeruzalem, van Rhodos en van Malta, kortweg de Orde van Malta, die van 1530 tot 1799 over de eilanden heerste.

De Orde van St. Jan van Jeruzalem was oorspronkelijk een kloostergemeenschap die de pelgrims in het Heilig Land in een hospitaal van medische hulp voorzagen. De activiteiten van de Orde breidden zich tijdens de kruisvaarten uit tot militaire bescherming van de kruisvaarders, en de verdediging van het Katholiek geloof.
      Al gauw verwierven de Ridders en het hospitaal grote faam waardoor in heel Europa edelen en gegoede burgers geld, goederen, gebouwen en land aan de Orde schonken. De exploitatie van al deze schenkingen genereerde voldoende geld om de activiteiten van de Orde in het Heilig Land en later ook in hulphospitalen langs de pelgrimsroutes mogelijk te maken.

Bezittingen

Jeruzalem werd in 1187 veroverd door de Turken, de Ridders vluchtten naar Akko, net boven Haifa in het huidige Israël, maar ook daar werden ze verdreven en via Cyprus kwam de Orde op Rhodos terecht. Na ruim 200 jaar werden de Ridders ook daar door de Turken verjaagd. De Grootmeester van de Orde, Philippe Villiers de l'Isle-Adam, zwierf vervolgens met de weinige overlevende Ridders en 4.000 Rhodenzers 7 jaar door Italië.
      In 1530 kreeg de Orde  van keizer Karel V Malta toebedeeld en hoewel het eigenlijk een lening was die de Ridders één valk per jaar kostte, was Malta met zijn Ridders de facto onafhankelijk.
      In 1565 verscheen Sultan Süleyman II de Grote  met een enorme vloot voor de kusten van Malta. Het kleine Fort San’Elmo op het puntje van de landtong waarop nu Valletta ligt, werd veroverd, de Turken vochten zich landinwaarts. Maar Fort San Angelo, op de landtong waarop Birgu, het hoofdkwartier van de Ridders lag, hield net lang genoeg stand om een leger Sicilianen dat door de Ridders te hulp was geroepen, de kans te geven Malta te bereiken.  Met deze versterking konden de Turken worden verslagen.

Valletta, sublieme hoofdstad

Door ervaring wijs geworden, kon nu onder Grootmeester de la Valette met financiële steun van Paus Pius V en Koning Filips II van Spanje aan de bouw van een nieuwe, enorme vesting worden begonnen: Valletta, ook nu nog de hoofdstad van Malta.
      Het moest een stad worden als een fort ter verdediging van het christendom, maar tegelijkertijd en vooral moest het ook een cultureel meesterwerk worden. Befaamde architecten werden uit Italië aangetrokken en in het rechte stratenplan binnen de formidabele verdedigingsmuren verschenen somptueuze gebouwen en prachtige kerken en kathedralen.
      Beroemde kunstenaars als Caravaggio werkten er aan grote schilderijen voor rijke en/of religieuze opdrachtgevers. Er werd een groot ziekenhuis gebouwd met wel 15 ziekenzalen en er kwam een school voor anatomie, chirurgie en algemene geneeskunde.  Een periode van rijkdom en vooruitgang brak aan waarin de Grand Harbour en de sublieme hoofdstad Valletta de hoofdrol speelden.

Maar er kwamen kinken in de kabel. Tijdens de Napoleontische oorlogen verloor de Orde het overgrote deel van haar Europese bezittingen en raakte daarmee veel van haar inkomstenbronnen kwijt. Toen in 1798 Napoleon op weg naar Egypte voor de Maltezer kust verscheen, konden de Ridders, die moeite hadden om tegen christenen de wapens op te nemen, nog maar weinig uitrichten. Ook de Maltezer bevolking was niet meer bereid te strijden voor het behoud van de ridderlijke overheersing.
      De grandioze verdedigingswerken ten spijt, viel Malta bijna zonder strijd na vijf dagen in Franse handen.

Napoleontische oorlog

De Ridders moesten het eiland verlaten en de Soevereine Militaire Hospitaal Orde van Sint Jan van Jeruzalem, van Rhodos en van Malta, was wederom zetelloos. Na jarenlange omzwervingen door Europa - met zelfs een korte periode waarin de Orde haar zetel had in Sint Petersburg en de Russische Tsaar Paul I even Grootmeester was - vestigde de Orde zich in 1834 uiteindelijk onder bescherming van het Vaticaan in de Via dei Condotti, hartje Rome.
      En daar bevindt het zich nog steeds.

Palazzo

Weinigen van de winkelende toeristen in de Via dei Condotti aan de voet van de Spaanse Trappen in het centrum van Rome, beseffen dat het fraaie pand, het Palazzo Magistrale op nummer 68 tussen de sjieke kledingwinkels eigenlijk een onafhankelijk land is.
      Als je via de monumentale poort het gebouw binnen bent gelopen heb je officieel het Italiaanse territorium verlaten.
Het Palazzo is het hart van het wereldwijde instituut dat de Orde tegenwoordig is, met diplomatieke relaties met 106 landen en een waarnemersstatus bij de Verenigde Naties.


Ambassades

De Orde heeft haar eigen ambassades en haar ambassadeurs en hun gezinnen hebben  diplomatieke SMOM (Sovrano Militare Ordine di Malta) paspoorten. Alleen de Grootmeester zelf, de Groot Commandeur en de Groot Kanselier hebben “gewone” SMOM paspoorten.

 

Het militaire karakter heeft de Orde inmiddels, behalve in de naam, laten vallen en de Ridders (13000 zijn het er inmiddels wereldwijd) richten zich sinds het vertrek uit Malta weer op hun oorspronkelijke charitatieve en humanitaire doelstellingen: de verzorging van zieken en behoeftigen met het katholieke geloof als inspiratie. Honderden ziekenhuizen en klinieken met duizenden medewerkers over de hele wereld worden door de Orde gerund, terwijl het zich ook internationaal inzet voor vluchtelingenhulp en bij rampen.

 

 KENTEKEN

 

Op de binnenplaats van het Palazzo - met een groot Maltees kruis in het plaveisel - staan enkele auto’s met SMOM kentekens.
      Het gebouw herbergt o.a. de residentie van de Grootmeester, de Magistrale Bibliotheek, een ziekenhuis, een kapel en het Magistrale postkantoor.

 

 

 

COURT


Poste Magistrali

Hier kan je SMOM (Magistrale) postzegels kopen waarmee je post kunt versturen naar 57 landen. Je kunt er ook setjes Scudi kopen, de Magistrale munteenheid die in 2005 is vervangen door de Euro.
      Met Nederland heeft SMOM geen postale verdragen, dus kon ik vanuit het Palazzo geen kaartje naar Utrecht versturen. Ik liet de postzegels wel afstempelen en kreeg daar vervolgens een mooi stempel bij: Busta filatelica non viaggiata (niet gereisd filatelistisch poststuk). Met mijn Fiat 127 reed ik het kaartje zelf naar Utrecht en stempelde bij thuiskomst een streep over het woordje “non”.

De SMOM is dan wel “onafhankelijk”, maar als het een echt land zou zijn (dat is het niet omdat er haast geen territorium is, er eigenlijk maar één inwoner is, en te veel landen het niet als zodanig erkennen) dan zou het by far het kleinste land ter wereld zijn. Ruim 200 keer kleiner dan het Vaticaan.

Villa
Toch is de Orde groter dan je denkt. Op de Aventino heuvel in het zuiden van Rome bevindt zich een tweede SMOM gebouw, de Villa Magistrale. Hier ontvangt de Grootmeester staatshoofden en ambassadeurs en hier is ook de Ambassade van de SMOM in Italië gevestigd (vreemd eigenlijk want het gebouw staat net als het Palazzo en de Villa, officieel niet in Italië).


De grote poort die toegang geeft tot een fraaie allee die door de tuinen naar de Villa leidt zit bijna altijd op slot. Als je door het sleutelgat kijkt zie je achter de Magistrale tuinen een stukje Italië met daarachter de koepel van de Sint Pieter in het Vaticaan.

Met een beetje goede wil zou je kunnen zeggen dat je hier drie landen in één oogopslag ziet.

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh