Reizen (199)

 

Een opmerkelijk Frans stempeltje



Kijk eens naar dat stempeltje rechtsboven. Police Nationale, vliegveld Charles de Gaulle Parijs. Dat is opmerkelijk. Het paspoortstempeltje werd gezet in 1984. Frankrijk en Nederland waren toen al lang lid van de EEG, de Europese Economische Gemeenschap. Inwoners van die landen kregen gewoon geen stempeltjes in hun paspoort.
      Ik benaderde wat kennissen, die veel reizen. En daar kwam het antwoord van Wim Kerkhof. Een zeer druk reiziger. Op de lijst van de Amerikaanse organisatie MTP (Most Traveled People) scoort hij wereldwijd 494 bestemmingen. Van de 193 bij de VN aangesloten onafhankelijke landen bezocht hij er 167. Dat is veel. Op die reizen schrijft hij ondermeer muziekteksten, want hij is lid van de Rotterdamse groep The Amazing Stroopwafels. (''Ik ga naar Frankrijk'')
      Zijn commentaar: “Als je vreemde grensbewegingen maakt die iets ongewoons of verdachts hebben kan je ook stempels krijgen van West Europese landen. Door mijn vele Oostblokbezoeken kreeg ik stempels van Nederland ( toen ik in Hoek van Holland met de boot naar Engeland ging, ik was net voortijdig terug uit Polen, 1976) en stempels van West Duitsland, plm 1981 ( ook ivm Oostblok, vnl. Tsjechoslowakije)”.

Zandstormen en gezeik

In 1984 maakte ik inderdaad ‘’vreemde grensbewegingen’’. Ik was in Khartoum, de hoofdstad van Sudan. ’s Avonds om zes uur zou ik met de KLM rechtstreeks naar Schiphol vliegen. Maar… een paar uur tevoren was een zandstorm uitgebroken. Dat was erg. Het zicht was niet meer dan een paar meter. Zand zat overal; tot in de bilspleet. Toch liet ik mij met een taxi naar het vliegveld brengen. Daar werd er al voor gewaarschuwd, dat de vlucht wel eens gecanceld zou kunnen worden.
      Het vliegtuig arriveerde op tijd, zoemde over het vliegveld en steeg weer op. Een kwartier later eenzelfde manoeuvre. Maar toen keerde het niet meer terug. Het ging door naar Cairo. Na veel rumoer, gekanker en gezeik van een aantal passagiers werden wij in een bus gezet en vervoerd naar het prestigieuze  Friendship hotel.
     De KLM vloog maar één keer per week naar Amsterdam. Er moest dus een andere vlucht genomen worden. Maar… de zandstorm hield de volgende dag aan en pas na een tweede nacht konden wij mee met een toestel van Egypt Air naar Cairo.  Een uur later vertrok dat  toestel naar Parijs.
      Wij arriveerden op Charles de Gaulle. Het was al laat en ik moest in Parijs blijven slapen. Bij de douane kreeg ik toen zomaar dit stempeltje. 

 

 



 

Voorjaar 1988

Hidden Valley Ranch; een privé gevangenis

 

Meneer T. I. Keohane Jr. legde het enthousiast en uitvoerig uit. Je neemt in San Francisco de uitvalsweg naar het zuiden richting Mateo County.
      Je rijdt langs de kust via Pacifico en Half Moon Bay naar San Gregorio. Sla linksaf en ongeveer een kilometer voor het plaatsje La Honda ga je rechtsaf een onverharde weg op.
      Na een paar honderd meter staat er een klein bordje met ‘Hidden Valley ranch’. Midden in het bos op een inderdaad verborgen plek. ‘Past u op voor reëen en herten, want die zitten daar volop’.

      Ik ben hier met Lida Iburg voor een radioprogramma van de VPRO. De Hidden Valley Ranch is een privé-gevangenis. In Nederland is -1988- een plan gepresenteerd om te gaan onderzoeken of het gevangeniswezen -deels- geprivatiseerd kan worden.   
      Nu -2013- zijn die plannen er weer. De VVD begon er mee, maar ook bij de P.v.d.A. en een paar andere partijen is het niet onbespreekbaar. Volgens voorzichtige ramingen zou er zo’n 200 tot 400 miljoen mee bespaard kunnen worden.

     

Meneer T.F. Keohane Jr. ziet -en ruikt zelfs- er uit zoals hij klonk. Fris, opgewekt, enthousiast. Hij zal ons rondleiden en vertellen wat de voordelen van privatisering zijn. We kunnen met gedetineerden spreken en mogen een counseling meemaken.

‘U treft het’, zegt hij. ’Dat doen we één maal per week. Onder mijn leiding. Goede resultaten behalen we hier. Absoluut goede resultaten’.

      In de gevangenis zitten 112 gedetineerden. Vrijwel allemaal zijn het drugsverslaafden, die ‘gewone’ misdaden hebben gepleegd. Overvallen, inbraken, geweld.

      Ze hebben een cel voor zichzelf en kunnen in de inrichting simpele klusjes doen. Daarnaast hebben ze een enkelband om zodat de leiding voortdurend op de hoogte is waar ze zijn. (Dat bespaart personeel). Ze kunnen bovendien ieder moment te horen krijgen dat ze onverwacht gecontroleerd kunnen worden. Controles op bezit en gebruik van drugs.
      Als ze eenmaal gepakt worden krijgen ze een waarschuwing; na een tweede keer worden ze onherroepelijk teruggestuurd naar een staatsgevangenis.

En dat laatste willen ze in geen geval. Ze gaan dan meestal naar de St. Quentin gevangenis bij San Francisco. En het kan wel dat Johnny Cash daar zijn bekende lied heeft opgenomen, maar de regel ‘St, Quentin I hate every inch of you’ gaat voor deze gevangenen echt op. In de Hidden Valley hebben ze een eigen cel en redelijke bewegingsvrijheid; in St. Quentin zitten ze met zes op cel, hebben ze weinig bewegingsvrijheid en er is hiërarchie, corruptie, uitbuiting, seksuele intimidatie en seksueel misbruik.

      Dat horen we van alle gevangenen die we spreken. Alles, echt alles liever dan terug te moeten keren naar St. Quentin of -als ze bijvoorbeeld HIV besmet zijn- naar de California Medical Facility in Vacaville, waar plaats is voor 4.730 inmates, maar waar er op dat moment 8.035 zitten.

     

Bij de counseling is het druk. Lida is een aantrekkelijke vrouw en dat heeft zich snel rondgepraat. Zo’n 60 gevangenen zitten in een cirkel rond een tafel waar mister Keohane heeft plaatsgenomen. Wij moeten er gewoon tussen zitten en dan wordt Frank naar voren geroepen. Een man van een jaar of vijftig, die zijn hele leven al crimineel is. Alles bij elkaar heeft hij ruim twintig jaar gevangen gezeten.

      Frank moet zijn verhaal vertellen, Hoe het allemaal zo gekomen is en wat hij eraan denkt te doen om een normaal burger te worden. Frank kan dat goed. Hij heeft ’t kennelijk al vaker gedaan. Hij schetst een ontroerend beeld van zijn jeugd, compleet met een dronken vader, die er op los ramde, een moeder die de hoer speelde, een jeugd van miskenning, misbruik, armoede en ellende. Iedere keer probeerde Frank er bovenop te komen, maar altijd gebeurde er weer wat, zodat hij terugviel.

      Het is een clichéverhaal, dat aanslaat vanwege de manier waarop hij het vertelt. Gedragen met beheerste pathos, stemverheffing hier en daar en soms bijna een traan.

      Als hij klaar is moeten alle inmates hun indruk geven. Eerst de negatieve indrukken, dan de positieve. Lida en ik moeten ook meedoen. Dat vinden de gevangenen prachtig. Als ik zeg dat hij een geboren loser lijkt, volgt er een beleefd applaus, maar als Lida ferm te kennen geeft dat zij hem ’een push’ wil geven -onderstreept met een vuist naar boven- , volgt hard instemmend gebrul.

      Na afloop als we weer terugrijden naar San Francisco bespreken we natuurlijk ons bezoek. We zitten in het Mirabar Beacht Restaurant te Half Moon Bay met uitzicht op de oceaan. Er zijn krabbepoten en grote garnalen.  Er is witte wijn uit California. Nederland is ver weg. 
        Bovendien is de situatie in de V.S. totaal niet te vergelijken met Nederland. 
En Teeven was in 1988 nog veel te jong.

 

 

 

 

 Zomer 2005

Muggen, rendieren & andere geneugten

 

Voordat we in Helsinki op de autotrein stappen naar Rovaniemi op de poolcirkel in Finland gaan we nog even naar een drogist, want we hebben natuurlijk Nooit meer Slapen van Willem Frederik Hermans gelezen. 
      ‘We zoeken het beste middel tegen muggen’.
De mevrouw kijkt ons meewarig aan. ‘Ach, u gaat naar Lapland. Dan moet u DEET hebben. Vijftig procent. Het sterkste wat er is’.     
      Ze wenst ons veel plezier en ook nog doorzettingsvermogen.

De eerste mens, die wij de volgende ochtend zien in Lapland heeft een hoed op en een netje voor het gezicht. En er zullen d’r nog velen volgen.
      Kennelijk helpt DEET toch niet zo goed. Dat blijkt inderdaad de eerste dag als we naar het plaatsje Salla in het oosten rijden, vlakbij de Russische grens.
      De muggen, die in grote zwermen om je heen tollen, mijden de ingesmeerde plekken, maar bijten door sokken en t-shirts en vinden door je haren de hoofdhuid.

 


Rendieren alom

Op de rit door het hoge noorden doet zich een ander probleempje voor. We komen de eerste rendieren tegen. Dat is eigenlijk wel leuk. Maar ze lopen midden op de weg en steken over zonder eerst naar links en dan naar rechts te kijken.
       Het is warm en in het bos is weinig wind. De dieren zoeken de weg op.
Meer wind, minder muggen. Koeler. Ook hier zijn we voor gewaarschuwd. 
      ‘Rij geen rendier aan, want je komt in grote problemen. Ieder dier is eigendom van iemand’.

Punkki & Mäkära

Salla is een vrij klein dorp in een hele grote gemeente. De plaatselijke drogist beveelt een ander middel tegen de muggen aan. Punkki & Mäkära.
      We kopen op zijn advies drie flesjes als hij hoort dat we hier een tijdje blijven.
‘Goed uw handen wassen na het inwrijven’, adviseert hij. ‘En nooit inslikken. Nooit’.

      Na een paar dagen gaat het wennen en weet je hoe en waar je moet smeren om het een beetje draaglijk te maken.
En hoe je andere delen kunt beschermen.

Leukere dingen

Er komen leukere dingen voor in de plaats.

      De omgeving is mooi. Vlak, sereen en open met daartussen dichte naaldbossen, meren, wild stromende riviertjes. De lucht is schoon en fris. De wegen zijn leeg en goed; de houten huisjes zitten over het algemeen goed in de verf.
      En… het wordt in juni en juli nooit echt donker.

Rokus ons rendier

Bij ons appartement hebben we ons eigen rendier. Hij ligt in de tuin of tegen de muur en zal zelfs pogingen doen om naar binnen te gaan.
      We noemen hem Rokus.

Soms komt een vrouwtje langs.

Ballenbijters

Er wonen in de gemeente Salla - zo leren we in het plaatselijke café - Finnen, Lappen en Samen.

      De Samen zijn de rendiernomaden. Van de Europese Unie komt nog steeds subsidie om hun cultuur in stand te houden en uit te dragen. Toch kankeren ook zij op die Europese Unie, want sinds 1995 toen Finland aansluiting vond, zijn de regels enorm aangescherpt.
      Zij castreerden de beesten voorheen zelf op een simpele maar doeltreffende manier door met hun eigen tanden de balzak eraf te bijten. Dat mag niet meer van Europa. En zij doodden de beesten altijd zelf. Eén kogel was genoeg. Nu moeten de rendieren geslacht worden in abattoirs, die vaak tientallen kilometers verder liggen.

      Dat vervoer zorgt voor veel onnodige stress bij deze half-wilde dieren.

In het café hoor je na een paar borrels overigens dat de praktijken van weleer nog lang niet uitgeroeid zijn.

      De Finnen worden in het land vrijwel overal getypeerd als de geïndustrialiseerde en mobiele mens uit Helsinki. Modern, goed gekleed en arrogant. Zij noemen de Samen soms ballenbijters. Vooral hier in Lapland worden ze vereenzelvigd met al wat Europa is en uitstraalt.

      En dan zijn er nog de Lappen. Ze zitten er tussen in. Voor hen is er echter geen subsidie en geen status. Uitschot is misschien een groot woord, maar als Lap hoor je er niet echt helemaal bij.

Oulanka national park

Je kunt hier mooie voettochten maken. Bijvoorbeeld in het Oulanka National park dat een stukje ten zuiden van Salla ligt. Voor de gevorderden is er de grote berenroute van tachtig kilometer, maar er is een lichtere versie van 9 kilometer. Je kunt er ook kanovaren. Maar dan moet je als onervaren peddelaar een route uitkiezen waar je nauwelijks stroomversnellingen tegenkomt.
      Het is dus zaak om -zie foto hierboven- op tijd te stoppen. Dat gebeurt trouwens vanzelf, want er vaart een gids voor je uit. Samen met hem ga je dan koffie -of iets sterkers- drinken in de trekkershut.

      Waar je een dik Nederlands jongetje van een jaar of veertien treft, dat iedere mug op zijn blote arm langzaam met zijn duim dood drukt. En er dan zijn scherpe nagel inzet, waarna het bloed in de rondte spuit.
      Hij schept daar een soort satanisch genoegen in en kijkt triomfantelijk naar zijn ouders, die hem dit allemaal hebben aangedaan.


Winteroorlog

De gemeente Salla was overigens voor de tweede wereldoorlog bijna twee maal zo groot. Tijdens de winteroorlog in 1939 veroverden de Russen na de Slag van Salla het hele gebied.

      Net als bijvoorbeeld Karelië in het zuiden.
In de vervolgoorlog toen de Finnen zich bij de Duitsers voegden werd dit gebied heroverd, maar na afloop van de oorlog werd een groot deel toch Russisch.
      De Finnen uit dit gebied vestigden zich in nieuwe dorpen rond Salla en in Oud-Salla gingen Russen wonen.
In dorpen met namen als bijvoorbeeld Kuolajärvi, Kurtti en Sallansuu. Die situatie is anno 2013 nog steeds zo.

 

 

  

 

Najaar 2001

VERLOREN STAD OP VERGETEN EILAND

 

Gouden Hanzetijd

Ik ben hier met Stan van Houcke om een programma te maken over de Gouden Hanzetijd die deze stad meemaakte tussen globaal 1150 en 1400.
In die tijd was Visby schatrijk. Duitse koopmanshuizen en pakhuizen, kerken en kathedralen, torens en poorten; een prachtige burcht die machtig en statig uit zee verrijst.

‘De vrouwen sponnen er met goud, de varkens aten uit zilveren troggen’.
Zo werd het beschreven.

Wij lopen langs de goedbewaarde muur, die tot Werelderfgoed is uitgeroepen. Drie en een halve kilometer lang met 44 torens en poorten. Soms reikt de muur tot twaalf meter hoog.
Twee eeuwen deden ze erover om het bouwwerk te voltooien. De muur werd niet -zoals je natuurlijk direct denkt- gebouwd ter bescherming van aanvallen vanuit zee, maar tegen de eigen bevolking die buiten de stad woonde.
De handelslieden wilden hun rijkdom niet delen met de landarbeiders en de plattelandsbevolking. Die werden buiten de wallen gelaten.

Vikingschip

Schatrijk

Gotland was in het begin van de Middeleeuwen zo belangrijk, omdat alle handelsschepen het aandeden. Op het eiland werd proviand en water ingeslagen. Duitse kooplieden vestigden zich hier. Visby werd de belangrijkste plaats van noord en midden Europa. Het was tweetalig. Duits en Gotisch.
Goten vanaf het eiland reisden naar Frankrijk, Italië en Byzantium. Sommigen gingen door naar Afrika, India en Ceylon.
Franciscanen, Dominicanen en Cisterciënzers werden binnen gehaald om de rijkdom, de weelde en de overvloed nog meer allure te geven.

Het duurde tot ongeveer 1400. De schepen werden beter en deden het eiland steeds minder vaak aan.
Lübeck werd de belangrijkste stad van de Hanze. Met Hamburg, Bremen en Rostock in zijn kielzog.
Visby werd armer en armer en werd uit de Hanze gestoten toen het een soort piratennest werd.

In de eeuwen die volgden verlieten steeds meer mensen het eiland.
Verpaupering was er alom.

De mensen leven nu van het toeristenseizoen dat zich tussen half juni en half augustus afspeelt. Die toeristen komen eigenlijk alleen maar voor de stranden en de kusten.
De grond is schraal. Graan en suikerbieten worden verbouwd, maar het is duur boeren.

Zweedse suiker

“Hier groeit uw Zweedse suiker’, staat ergens op een bordje in de buurt van het plaatsje Roma. Maar de suikerfabriek is verhuisd naar Skåne in Zuid-Zweden.
Dat betekent dat de bieten eerst naar Visby vervoerd moeten worden, dan verscheept worden naar Oskarshamn in Zuidoost-Zweden en vandaar met vrachtauto’s naar de suikerfabriek. Een uitermate kostbare manier van produceren, die slechts met grote steun van de Europese Unie in stand wordt gehouden.
Tot er natuurlijk in de buurt van die suikerfabriek bieten verbouwd gaan worden.

Het is de tragiek van Gotland.

Op het moment dat wij er zijn, zijn er nog maar vijftien vissers. Tien jaar daarvoor waren dat er nog 400. Overbevissing door nieuwe technieken heeft daarvoor gezorgd.
’Met een moderne trawler wordt tegenwoordig in een half uur net zoveel vis gevangen als wij vroeger in een heel jaar‘, zegt een werkloze visser.
Wij zijn in het kustplaatsje Slite. De man kijkt somber voor zich uit.
In de verte zien we nog de ook al vergane restanten van uitkijkposten.
In de koude oorlog lag de Sovjet-Unie niet verder dan 150 kilometer weg.

Verschrikkelijk drama

 

Zomer 2001

Klinker-Metropool met Gildehuizen

Op de terrassen van het Domplein fibreert het om je heen.
      Dit is de oude stad van Riga, hoofdstad van Letland.
Een ontegenzeggelijke metropool van net geen miljoen inwoners. Ongeveer de helft van de bevolking in de stad is Lets, de andere helft Russisch.
      De oude stad heeft een labyrinth aan smalle straatjes met kinderkopjes. De mooie Kalku Iela verdeelt de oude stad in twee delen. Daaromheen brede boulevards met chique winkels. Parken aan de ene kant en de Daugava rivier aan de andere zijde.

      Tien jaar na de hernieuwde onafhankelijkheid gaat het in een aantal opzichten goed in dit land.
      De mensen in de stad zijn goed en modern gekleed, er zijn cafés, restaurants, terrassen volop, prachtige architectuur met veel Jugendstil, mooie gildehuizen uit de Hanzetijd, kerken, musea en winkels met exclusieve spullen.

                       

Als je hier zomaar zou worden neergezet kom je nooit op het idee dat je in een Oost-Europese stad bent.
      Fred Kamperman vindt dat bijvoorbeeld ook. Hij is een Nederlander, die hier al vier en een half jaar woont. Getrouwd met een Letse. Hij is manager van de Baltic Container Terminal. Hiernaar toe gehaald om de havenactiviteiten in Riga te bevorderen en te vergroten. En die mogelijkheden zijn er volgens hem volop.
      De stad is booming, in de haven komen steeds meer activiteiten en het lidmaatschap van de Europese Unie lonkt. De haven is de grootste van de Baltische landen en kan zich opwerken tot een zeer belangrijke doorvoerhaven voor het grote Russische achterland. ’De mensen werken hard en zijn flexibel, zegt Fred. ‘En de bonden zijn niet zo sterk’.
     
Een uitgesproken mening dus.
Die heeft Brigita ook. Zij is een Letse. 28 jaar. Modevakschool heeft ze gedaan.
      Brigita heeft het niet op de Russen. Je pikt ze er zo uit. De vrouwen zijn hoerig gekleed. Teveel bloot, te rode lippen en te hoge hakken. En de Russiche mannen, ach de Russische mannen hebben ‘verkeerde snorren en verkeerde sokken’. Bovendien weigeren veel Russen om Lets te spreken. Sterker: ‘Ze kunnen het niet. Wij moesten vroeger Russisch leren en dan denken ze dat wij in het Russisch tegen ze gaan praten. Maar dat doen we niet. Niet meer’.
     
Zij neemt mij mee naar de Brivibas Iela. Dure elegante winkels met de bekende buitenlandse merken: Cardin, Armani, Benetton, Hugo Boss.

      Maar ja. Wie kan zich dat in Riga veroorloven?

Alleen de steenrijke bovenlaag die vooral rijk geworden is door criminele activiteiten.

      Brigita knikt bevestigend. Maar de eigen Letse mode-industrie komt eraan.

 

Fred Kamperman weet ook dat het verschil arm/rijk in dit land nog heel erg groot is.

      De gemiddelde Let verdient -2001- zo’n 200 gulden per maand.
De prijzen voor levensmiddelen liggen in de winkels in de oude stad niet eens zoveel lager als in Nederland. Dat geldt ook voor de duurzame goederen.
      Er zijn dus veel grijze circuits en veel mensen hebben een dubbele baan.

Wij gaan naar de Markt , die aan de oever van de Daugava ligt.
      De grootste markt van Europa, weet Fred.
Vijf hangars, waarin ooit de Zeppelins werden gebouwd zijn daar voor die markt ingericht. Alles, werkelijk alles is hier te koop.
      Ik zie vlees & vis, schoenen, kleding, toiletartikelen en veel drank. En buiten de hangars hebben zich mensen van het Letse platteland opgesteld.
      Zij verkopen fruit, bessen en paddenstoelen, die ze in het bos gevonden hebben.
Sommige vrouwen verkopen plastic zakjes en tasjes, houten speeltjes, gedroogde bloemen.

                        

Zowel Fred als Brigita vinden dat je de stad het best leert kennen door te lopen en goed om je heen te kijken.
      Terrassen om even uit te rusten zijn er genoeg en ook in de parken rond het oude centrum kan dat goed. Riga is 800 jaar oud en daar kan een ieder zijn eigen feestje rond bouwen.
      En zijn huis versieren.

                        

 

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh