Het ‘’eiland van wolken’’


(Door Rolf Weijburg)

De Grenadines is een keten van zo’n 50 eilanden en nog veel meer eilandjes, die zich als de lange wapperende staart van de vlieger Saint Vincent zuidwaarts uitstrekken tot aan Grenada. De archipel is verdeeld tussen Saint Vincent & The Grenadines, het op elf na kleinste land ter wereld, en Grenada, het op tien na kleinste land ter wereld.  De totale landoppervlakte van de archipel meet 86 km2 waarvan 47 km2 tot Saint Vincent & The Grenadines behoort en en de overige 39 tot Grenada. 11 van de eilanden zijn bewoond, 6.000 op de drie bewoonde Grenadines van Grenada en 10.000 op de 8 bewoonde Grenadines van Saint Vincent.


YOUNG ISLAND

We lagen voor anker in de smalle doorgang tussen Young Island en Saint Vincent. Hoewel Young Island behoort tot de Parochie van Saint George - één van de zes parochies waarin Saint Vincent & The Grenadines bestuurlijk is opgedeeld - en niet tot de Parochie van de Grenadines, wordt het eilandje geografisch tot de Grenadines gerekend.
      Young Island is vernoemd naar Sir William Young, in 1764 President of the Commission for the Sale of Lands in the Ceded Islands, de eilanden - waaronder Saint Vincent - die Frankrijk bij de Vrede van Parijs in 1763 aan de Britten moest afstaan. Het verhaal wil dat de grote Black Carib Leider der Leiders  Joseph Chatoyer het eiland ruilde voor Young’s indrukwekkende hengst.
      Eind twintigste eeuw kwam Young Island in handen van de Hilton Group, die er een luxe resort bouwde en tegenwoordig zijn het eiland en het resort eigendom van twee Vincentiaanse investeerders.

Je kan er voor zo’n 500 dollar per nacht één van de 29 bungalows huren of het hele eiland huren voor een kleine 20.000 dollar per nacht, maar dan mag je wel 57 vrienden meenemen.


DUVERNETTE

       

Net ten zuiden van Young ligt nog een klein hoog eilandje, Duvernette, waar vroeger een klein fort op lag.
      Via een steile trap kan je naar het topje van het eiland klimmen en in het gezelschap van enkele kanonnen genieten van het prachtige uitzicht.


BEQUIA

Vanaf de ankerplaats bij Young Island voeren we langs Indian Bay waar op het kleine Dike Island een enorm wit kruis stond en draaiden naar het zuiden voor de 15 kilometer lange oversteek naar Bequia (spreek uit Bèkweei), het noordelijkste van de eilanden in de Grenadines Parochie van Saint Vincent & The Grenadines.


DIKE

Tekening Rolf Weijburg

We zeilden over een zachte zee zuidwaarts. Bequia leek een stuk dorder dan het veel hogere Saint Vincent dat de meeste regen al uit de wolken had gemolken. Geen jungle hier, maar droge heuvels met struikgewas, wat bomen en palmen en hier en daar een langgerekt strand. Af en toe een huis.
      Toen we Saint Hillaire Point in het zuiden van het eiland rondden kwamen we in een mooie beschutte baai, Friendship Bay. Hier gooiden we het anker uit.
      Met 18 km2 is Bequia het grootste van de Grenadines van Saint Vincent. Er wonen ruim 4000 mensen en het eiland dankt zijn naam aan de Arawak indianen die het het “Eiland van wolken” noemden: Bequia, vraag me niet waarom.
      We gingen aan land.


FRIENDSHIP BAY

“SVG Notebook II” (detail), kleurets Rolf Weijburg

Bequia was vroeger één van de weinige plekken in de oostelijke Cariben (Nelson’s Dockyard op Antigua was een beroemde andere) waar een belangrijke scheepswerf bestond. Dat was hoofdzakelijk te danken aan de combinatie van beschutte ankerplekken en de aanwezigheid van cederbomen die ideaal hout voor scheepsreparaties leverden.
      De cederbomen zijn inmiddels verdwenen maar toen we de heuvel achter Friendship Bay opklommen en in de schaduw van een met mooi houtsnijwerk versierd afdakje, een soort bushokje, even uitpuften van de hitte, kwam er een jongetje naar ons toe die een handgemaakt houten modelbootje te koop aanbood.  Scheepswerven zijn er niet meer, maar kleine ateliers waar modelboten in alle maten en variaties met de hand in hout worden vervaardigd zijn er tegenwoordig des te meer op Bequia.

We liepen verder over kronkelende paadjes en langs smalle weggetjes. Cubavinkjes en kolibries vergezelden ons. Af en toe waren er grootse uitzichten en in de noordelijke verte zagen we het grillige silhouet van Saint Vincent. 

      We daalden af naar Lower Bay Beach, één van de stranden aan Admiralty Bay, de grote beschutte baai die een flinke hap uit Bequia’s westkust neemt. We kwamen bij een sterk hellend strand waar jongens voetbalden en complete gezinnen in de schaduw van de bomen in het zand lagen. Het was zondag.
      Via een rotsige heuvel en een strand dat was vernoemd naar Princess Margaret, omdat ze hier ooit eens geweest was, bereikten we de hoofdstad van het eiland, Port Elizabeth, tevens de hoofdstad van de Grenadines Parochie. Een prachtig Anglicaans kerkje stond aan de rand van het nog geen duizend inwoners tellende plaatsje.


ANGLICAN CHURCH

Het stadje lag knus tegen de heuvels aangeschurkt. De baai lag vol met zeiljachten en catamarans, terwijl het nog niet eens hoogseizoen was.
      Dit is de plek waar de yachties zich verzamelen, hun jachten vaak ook inklaren en scheepsbenodigdheden en proviand inslaan, want Port Elizabeth was door de jaren uitgegroeid tot een yachties heaven.


ADMIRALTY BAY

“SVG Notebook II” (detail), kleurets Rolf Weijburg

Langs de waterkant strekte zich een hele rits barretjes en restaurants uit waar de clientèle bestond uit yachties uit alle windstreken, maar om de één of andere reden toch altijd als yachtie herkenbaar waren. Lokale gasten zag je zelden in deze uitspanningen.
      Bij de steigers en her en der op het smalle strand, lagen de dinghies waarmee druk werd heen en weer gevaren tussen de jachten en het stadje. Eén van de strandtenten was de Whale Boner Bar & Restaurant , een inmiddels beroemd geworden pleisterplaats met twee enorme walvisribben als ingangspoort, een walvisrib als bar en walviswervels als barkrukken.


WHALES

Hoezo walvis?

Nou, Bequia is één van de weinige plaatsen ter wereld waar het de lokale bevolking nog is toegestaan om, zij het uitsluitend op traditionele wijze, straffeloos walvissen te vangen. Vier stuks bultrugwalvissen mogen er jaarlijks  gevangen worden, een aantal dat zeer zelden gehaald wordt, in sommige jaren wordt er niet één binnengehaald.
      Hoewel deze vergunningen worden afgegeven door de International Whaling Commission , die ook de regels opstelt en controles regelt, zijn er nogal wat landen die de Commissie niet erkennen of haar regels aan hun laars lappen, maar is er ook flink wat kritiek op het verstrekken van jachtvergunningen aan Bequia.
      Bequia kent wel degelijk een historie van walvisvangst, er is zelfs een klein walvismuseumpje op het eiland, en op de vlag van Bequia die her en der op het eiland wappert, figureert een walvis.


VLAG
  

Maar waar bijvoorbeeld de Alaskaanse Inupiat en de Chukotka in oost Siberië (beide is de walvisvangst door de International Whaling Commission toegestaan) , inheemse volkeren zijn voor wie de walvisvangst al eeuwenlang tot de eigen levenswijze behoort, zijn de bewoners van Bequia geen inheems volk en is de walvisvangst er niet echt traditioneel.
      De huidige bewoners zijn afstammelingen van immigranten en de walvisvangst op het eiland begon pas rond 1875. Om commerciële redenen. Er zijn op Bequia nooit bewijzen gevonden van een walvisvangst van vóór die tijd.

Zit wel wat in dus, die kritiek.

      Toch dronken we een lekker fris Hairoun biertje op het aangename terras van de Whale Boner Bar. We reden bij het vallen van de avond in een open pick-up truck terug naar Friendship Bay en toen we daar weer bij het “bushokje” uitstapten zag ik pas wat de houtsnijwerk versiering langs het dak ervan eigenlijk voorstelde.

Juist, walvissen.

  

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen