Winter 1995

Een surrealistische lagoon

UITKLAPBARE SLEDEN  

Rond het middaguur gebeurde het. De zon verdween, de wind stak op en werd een storm. Hevige sneeuwval afgewisseld met zware hagelbuien. Het zicht was nog geen twee meter. Ineens begrepen wij waarom er twee chauffeurs waren en waarom achter in de auto extra kleren, scheppen, ladders, gereedschap, blikvoer, jerrycans met water, uitklapbare sleden en andere ‘overlevingsspullen’ zaten.

We stopten ergens. Zelfs met de GPS was de weg niet meer te vinden. 
      ’Wachten’, zei Sigurd, ’wachten, dat is het enige wat we kunnen doen'
Toen ik vroeg waar we waren, keek hij mij langdurig aan, maakte een fronsend gebaar en zei:
      ’ We zitten wel goed. Vlak bij de kust. Reykjavik is een kilometer of vijftig, maar hier ergens in de buurt ligt Grindavik. Een vissersplaatsje’.

           


AUTOBIOGRAFIE

Sigurd haalde een notitieblok tevoorschijn en begon te schrijven. Hij stelde ons ook een paar vragen.
      Eerst een paar algemene dingen: Waarom we bijvoorbeeld in januari zo nodig naar IJsland moesten. Hoe we het hier vonden etc.
Daarna werd het persoonlijker. Niet alleen wat we voor de kost deden, maar ook hoe we elkaar ontmoet hadden of we getrouwd waren -en zo ja; waarom- of we kinderen hadden en of we wel eens een IJslands boek hadden gelezen. 

Toen ik op mijn beurt vroeg waarom hij dat allemaal wilde weten zei hij :''Ik schrijf een autobiografie. Dat doen veel IJslanders, Mensen lezen hier veel , maar ze schrijven ook graag. Bovendien: als je met een autobiografie naar een uitgever stapt moeten ze het uitgeven. Dat is een verplichting hier. Ze worden ervoor gesubsidieerd''.   

      Ik vertelde de EDDA te hebben gelezen, de IJslandse Brieven van W.H. Auden en ook iets van Nobelprijswinnaar Laxness. 
Sigurd keek me toen weer peinzend aan en knikte tevreden en instemmend.
 

Na ongeveer anderhalf uur werd het iets lichter, hoewel de sneeuw nog steeds in dikke pakken naar beneden viel. Sigurd startte de wagen en heel langzaam gleden wij naar Grindavik. Ook in het dorpje was het zicht minimaal. Op de wegen lag zeker een halve meter sneeuw. Toch vonden we een café, waar we -omgerekend- voor ruim 100 Euro vier koffie en vier cognac bestelden.


BLUE LAGOON 

Gunnar belde wat en kwam terug met de mededeling dat het die dag vrijwel zeker niet meer zou opklaren. ’We kunnen hier blijven wachten, maar we kunnen ook naar de Blue Lagoon’. 
      Die keus was niet zo moeilijk. We wilden Grindavik zo snel mogelijk verlaten want het stonk er enorm. Stank, die werd verspreid door een grote visfabriek. 
Bovendien: De Blue Lagoon was immers IJslands toeristische attractie nummer één. Een heilzaam warmwaterbad waar je zelfs in deze temperaturen gewoon buiten in het water kon zitten.

Het water bleek echter lekker; 39 graden stond ergens op een bordje. Soms kwamen er van onderen hete stoten. 
      Zeewater dat op 2.000 meter diepte op een natuurlijke wijze verhit wordt en omhoog wordt gestuwd. Daar vermengt het zich met het afvalwater van de centrale. Wij zijn er uren gebleven en waren vrijwel de enige bezoekers. 
      Sigurd en Gunnar gingen het water niet in, maar bleven in de bar.
Er moest nog wat geschreven worden.

Ontmoetingen in de lucht:

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër
24: Piia, een Estlandse 
25; De wapendrager, een kolonist op de Westbank
26: De pizzakoerier, een Geluidsliefhebber 
27: Sigurd, een IJslander