Een kolonie Fregatvogels

   


(Door Rolf Weijburg)

Codrington is maar een klein plaatsje.
      Bijna de voltallige Barbudaanse bevolking woont er, zo’n 1600 mensen in 2005.

   

Zandstraatjes en lage huizen.
      Een postkantoor en een brandweerauto, een ziekenhuisje, een kerk en een kapper.

Kapper

   

Auto’s waren er natuurlijk ook, veel four wheel drives, maar nogal wat mensen verplaatsten zich per paard of ezel.

Boys & donkeys

   

Afgezien van een klein guesthouse waren er geen hotels in Codrington in 2005. Het hele eiland telde slechts twee hotels, allebei in het zuiden en allebei sjiek en exclusief.
      De gasten werden er binnengevlogen via een privé airstripje en kwamen zelden of nooit verder dan het strand.
Toch biedt Barbuda meer dan zijn superbe stranden: het is de thuisbasis van de grootste fregatvogelkolonie op het westelijk halfrond.


Barbuda Stamps Fregatvogel

   

Fregatvogels zijn grote vogels. Meer dan een meter lang, een lange snavel met een vervaarlijke haak, gevorkte staart en lange, smalle puntige vleugels met een hoekige knik die een spanwijdte van ruim twee meter kunnen bereiken. In de vlucht doen ze wat denken aan de prehistorische pterodactylus.

Het zijn fantastische vliegers. De fregatvogels uit het Indische en Stille oceaangebied kunnen wekenlang in de lucht blijven, maar de soort die hier en op de Galápagos voorkomt, de Magnificent Frigate, keert over het algemeen ’s avonds weer terug naar land.
      In de tussentijd kunnen ze afstanden van ruim 300 kilometer afleggen speurend naar prooi, (vliegende) vissen en weekdieren, die ze van het wateroppervlak oppikken.
      Fregatvogels kunnen niet duiken of zwemmen omdat hun veren niet waterafstotend zijn, dus hebben ze zich ontwikkeld tot kleptoparasieten: liever dan zelf vis te vangen en het risico te lopen dat ze in zee terechtkomen en verdrinken, jatten ze vis van anderen. Vooral sterns, jagers en genten zijn de klos. De fregatvogels gaan er achteraan in spectaculaire achtervolgingen, net zo lang tot de slachtoffers uit pure wanhoop hun net gevangen vis laten vallen en de agressor in acrobatische duikvluchten de lekkernij handig opvangt voordat die in zee valt.

Mooi zijn ze, fascinerend en majestueus, maar met zijn kleptoparasietale karakter kan je je toch afvragen of het wel zo verstandig was om de vogel tot National Bird of Antigua & Barbuda te maken.


Aaron

   

Aaron liet zijn buitenboordmotor eens flink brullen en draaide zijn boot met veel bravoure richting Codrington Jetty om ons op te pikken.
      Hij was één van de jongens die ons op straat in Codrington aanklampten met het voorstel om ons naar de fregatvogelkolonie te varen.

Fregatvogel excursies waren handel op Barbuda.

De kolonie die uit meer dan vijfduizend vogels zou bestaan, bevond zich op de met mangrove begroeide oevers en eilandjes in het noorden van de grote lagune, in het Codrington Lagoon National Park, waar behalve de fregatvogels ook nog een grote hoeveelheid andere vogelsoorten leefde.
      We stoven noordwaarts over het brakke water van de grote lagune.

Magnificent Frigate Birds
   

Het was niet moeilijk om de kolonie te vinden. Van veraf al werd boven de lage horizon van de noordelijke oevers van de lagune een enorme wolk vliegende vogels zichtbaar. Toen we dichterbij kwamen en de met mangrove begroeide oeverlijn openbrak in inhammen en eilandjes, konden we de kolonie ook ruiken: een soort gaslucht, een beetje zwavel met een volle vissige touch vulde de lucht, de lucht die vol was met vliegende, zwevende, cirkelende en duikende fregatvogels.
      Aaron schakelde de buitenboordmotor uit en het derde zintuig vulde zich met de kolonie. Gekras, geklepper en gepiep, anders kan ik het eigenlijk niet omschrijven. Het lawaai voegde zich bij de stank en het sierlijke schouwspel van de majestueuze vliegende vogels.


Magnificent Frigate

    

 

Frigate Colony

We peddelden dichterbij en nu werd ook het sedentaire deel van de kolonie goed zichtbaar:  werkelijk overal waar je keek scharrelden vogels tussen het groene loof. De jonge vogels met hun witte koppen nieuwsgierig uit het mangrovegebladerte koekeloerend, de vrouwtjes op hun hoede en een enkel mannetje dat, nu aan het eind van het seizoen nog, met zijn knalrode opgeblazen keelzak op de valreep een overvliegend vrouwtje probeerde te versieren.

“How many frigate birds are living here, Aaron?”

“Ah, many many more than Barbudans in Codrington, Sir.”  

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen