Cariben

         


Verraderlijke kusten & gevaarlijke koraalbanken

   


(Door Rolf Weijburg)

We voeren langs de westkust van Saint Kitts en zagen Brimstone Hill Fortress bovenop zijn eigen bergje te midden van de glooiende groene suikerrietvelden aan ons voorbij trekken.
      Victor had me met de legendarische woorden “Kom maar over, dan varen we naar wat kleine landjes” aan boord van zijn mooie catamaran “Icaros” uitgenodigd en zo kwam het dat we na een bezoek aan Saint Kitts & Nevis, het op zeven na kleinste land ter wereld, koers zetten naar Antigua & Barbuda, het op dertien na kleinste land ter wereld.
      We voeren niet direct maar met een omweg via Sint Eustatius en het Franse Saint Barts waar we mijn vrouw en twee dochters zouden ophalen. Daarvandaan zouden we dan op weg gaan naar Antigua & Barbuda.


Statia

   

De passaat woei stevig vanuit het zuidoosten zodat we de spinnaker konden bijzetten en met een flinke vaart voor de wind door de golven sneden.
      Sint Eustatius, of Statia zoals het eiland in het Engels wordt genoemd, lag vlakbij. In de verte zagen we Saba. We voeren in Nederlandse wateren en binnen een paar uurtjes ankerden we in Oranjestad Baai in Sint Eustatius.

Tegenwoordig is Sint Eustatius, net als Saba en Bonaire een Bijzondere Nederlandse Gemeente (samen zijn ze Caribisch Nederland), maar in 2005 was het eiland nog onderdeel van de Nederlandse Antillen, destijds een apart land binnen het Koninkrijk en ook Nederlandse paspoorten moesten er toen nog gestempeld worden.
      De ambtenaar van de havenpolitie in Gallow’s Bay zette een mooi stempeltje in onze paspoorten. Een uniek stempel wel, omdat het tegelijkertijd voor de inreis als de uitreis gold. We wilden slechts twee dagen op het eiland blijven en onder IN schreef hij de datum van vandaag en onder UIT kwam alvast de datum van overmorgen te staan.

    

Geen vragen verder, geen controles. Lekker makkelijk.
      Op de dag van vertrek werden we gewekt door tromgeroffel en trompetgeschal. Het was net zeven uur. De boot deinde zachtjes op het ritme van een ochtendbriesje. Uit het raampje zag ik vanuit mijn bed Fort Oranje bovenop de klif die direct achter wat witte administratiegebouwen langs het water omhoog liep. Tussen de palmbomen wapperden de Nederlandse en de Nederlands Antilliaanse vlag gebroederlijk naast elkaar.
      Dáár moesten de trom- en trompetklanken vandaan zijn gekomen. De wind waaide nu flarden muziek over de baai. Als stukjes van een muzikale legpuzzel vielen ze in elkaar: het was het Wilhelmus. Er zat daarboven een orkestje het Wilhelmus te spelen!

Toen drong het tot me door: het was Koninginnedag … 

Saint Barts

Twee dagen later stond ik op het kleine vliegveld van Saint Barts (Saint Barthélemy) Mijn Drie Dames op te wachten.
      Saint Barts is een klein Frans eiland, een zogenaamde Collectivité territoriale. Ooit was het eiland Zweeds, getuige de naam van de kleine hoofdstad: Gustavia. Het was de enige Zweedse kolonie in de Cariben. Tegenwoordig is Saint Barts een bestemming voor de jetset  en zou de hoeveelheid sjieke winkels in de smalle straatjes van Gustavia (zoals Vuitton, Chanel of Armani) per capita wel eens nergens ter wereld zo hoog kunnen zijn.
   
      

Het vliegveld van Saint Barts wordt vaak vermeld in lijstjes van spectaculaire of gevaarlijke vliegvelden in de wereld omdat de aanvliegroute vlak over een bergrug loopt en landende vliegtuigen letterlijk enkele meters boven het verkeer dat over de weg over die bergrug rijdt, scheren. De vrij korte landingsbaan eindigt ook nog eens abrupt in zee, zodat er na de landing heel flink geremd moet worden.
      Maar Mijn Drie Dames kwamen veilig aan en direct de volgende dag vroeg verlieten we dit verwende jetset paradijsje en gingen op weg naar Barbuda, het meest noordelijke eiland van de kleine staat Antigua & Barbuda. Dat is een flinke oversteek, ruim honderd kilometer, en het kostte bijna een hele dag varen voordat uiteindelijk de lage westkust van Barbuda in zicht kwam.

   

Barbuda is vlakker, droger, armer, ontoegankelijker en veel minder bevolkt dan zijn partner-in- statehood Antigua en de 2000 bewoners heten teruggetrokken en op zich zelf te zijn. Het is kortom een totaal ander eiland en wordt, in tegenstelling tot het populaire 50 kilometer zuidelijker gelegen Antigua, nauwelijks bezocht.
      Er is slechts een klein haventje bij River Point in het zuiden en de verbindingen met Antigua lopen hoofdzakelijk door de lucht via het kleine vliegveldje bij Codrington, Barbuda’s enige nederzetting. Lange tijd waren er geen reguliere bootverbindingen tussen de twee eilanden, maar sinds kort is er de Barbuda Express die een paar keer per week heen en weer vaart..
      Barbuda’s kusten zijn verraderlijk. Het lage eiland is moeilijk te zien vanaf zee en bovendien liggen er gevaarlijke koraalbanken tot ver buiten de kust. Vooral in de 18e en vroege 19e eeuw strandden er veel schepen, zoveel zelfs dat de Barbudanen in die tijd een mooie aanvulling op hun inkomen van de kusten konden wegslepen: geld, brandy, suiker,voedsel, bouwmaterialen. Het schijnt dat er zo’n 200 scheepswrakken in Barbuda’s wateren liggen: Spaanse galjoens, slavenschepen, vrachtboten en oorlogsschepen. Als je bedenkt dat het eiland in de loop der eeuwen altijd weinig door schepen werd aangedaan is dat een enorm aantal.

   

 

Palm Beach

We naderden het eiland vanuit het noordwesten. Een lange witte streep werd zichtbaar aan de horizon.
      Het was de smalle strook land die over meer dan twintig kilometer de westelijke rand van de lagune van Barbuda vormde. Een strand zonder einde waaierde weg tot aan beide horizons. Op de kaart zag ik dat de strook Palm Beach heette, een beetje optimistisch want alleen schuin voor ons zagen we een groepje palmen, verder was er over de hele lengte slechts hier en daar wat laag struikgewas te zien. Geen bebouwing, geen mensen, geen andere jachten. Alleen dat eindeloze witte of zelfs roze strand en die ongelofelijke turqoise kleur van het water.
      Langzaam naderden we de kust. De bodem leek hier helemaal gevrijwaard van koraal of rotsen en op veilige afstand van de kust wierpen we het anker uit.

   

Iedereen sprong vrijwel direct overboord het warme water in. We doken, we sprongen, we duwden elkaar koppie onder, we zwommen naar het strand en voelden ons schipbreukelingen op een onbewoond paradijselijk eiland. Toen de zon onder was en we in de zwoele avondlucht aan dek van onze sundowners genoten, viel me op dat mijn oudste dochter wat sip keek, nauwelijks iets zei en zich even later in haar hut terugtrok. Catherine ging met haar praten.
“Wat was er nou met Lisa?”vroeg ik, toen de kinderen naar bed waren.”Het is net of ze het hier niet leuk vindt.”
“Het komt door haar bikini”, zei mijn vrouw. “Die is net nieuw.”
“Nou en? Dat is toch fijn? Vindt ze hem niet mooi dan?”
“Jawel, heel erg zelfs. Maar er is hier helemaal niemand die hem kan bewonderen.”

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen