Saint Kitts 3 -Nevis 0


(Door Rolf Weijburg)

Victor voer al enige jaren de wereld rond met zijn catamaran. Nu was hij in het Caribisch gebied.
   “Kom maar over, dan varen we naar wat kleine landjes”, had hij gezegd.

Ik nam de Intercity naar Rotterdam, de Thalys naar Parijs, de RER naar Orly, Air France naar Guadeloupe en een taxi naar een hotel in Point-a-Pitre, de wat verlopen hoofdstad van dit Franse Département. De volgende ochtend vroeg nam ik de bus terug naar het vliegveld en de LIAT vlucht naar Antigua. Ondanks één van de vele pseudoniemen die men voor de afkorting van deze Antiguaanse luchtvaartmaatschappij had bedacht, “Leaves Island Any Time”, vertrok het vliegtuig keurig op tijd.
         

Onderweg zag ik vanuit het raampje de rokende kegel van de vulkaan op het Britse eiland Montserrat die sinds 1995 in diverse uitbarstingen tweederde van het eiland, waaronder de hoofdstad Plymouth, de haven en het internationale vliegveld, als een modern Pompei onder een dikke laag vulkanisch gruis had bedekt.

   


   

Een stekende zwavelgeur uit de nog napuffende vulkaan drong door tot in de cabine van het vliegtuig toen we de landing alweer inzetten en na een half uurtje neerstreken op de luchthaven van Antigua. Twee uur later vloog ik in een ander en kleiner LIAT vliegtuig door naar Nevis, het kleinste van de twee eilanden die samen de federale staat Saint Kitts & Nevis, het op zeven na kleinste land ter wereld, vormen.
      We kwamen aan in een dichte mist van regen. Het góót in Nevis.

   

De dienstdoende immigration officer bladerde door mijn paspoort en keek naar het immigratieformulier dat ik in het vliegtuig had ingevuld. Omdat ik niet wist hoe lang ik in het land zou blijven had ik “Transit” ingevuld achter “Intended Length of Stay”. Dat had ik misschien beter niet moeten doen.
      De beambte vroeg om mijn retourticket. Dat had ik niet.

How will you leave the country?”

By ship. A catamaran that’s waiting for me in Gallow’s Bay, Charlestown.

A transit permit is for 2 days only”, zei de man nors.

Ik wist heel goed dat Saint Kitts & Nevis maar een klein land was, maar twee dagen was me toch wat te weinig. Ik sputterde tegen. Maar nee, transit is twee dagen.

Present yourself at the Tourism Authority in Charlestown together with your captain and his ship’s papers and maybe you can get an extension.
      ” We gaan hier niet makkelijk doen'', dat was duidelijk.
Voor dat ik nog iets kon zeggen stond het al onherroepelijk in mijn pas. Twee dagen.

                

In de stromende regen nam ik een taxi naar Charlestown. Het was nagenoeg windstil en het grijze gordijn van water dat de ruitenwissers bijna vergeefs probeerden weg te vegen zag er uit alsof het er altijd zou blijven.
      De taxi zette me af bij het haventje van Charlestown aan de zuidwestkust van Nevis. Dit was Gallows Bay. Een lange steiger stak de grijze zee in. De ferry vanuit Saint Kitts naderde net de steiger. Een paar honderd meter verder op zee zag ik Victor’s catamaran “Icaros” voor anker dobberend in de gestage regen. Ik zag niemand aan boord, maar ja, waarom zou je met dit weer ook naar buiten gaan. Ik probeerde te bellen, maar mijn telefoon werkte niet.
      De ferry legde aan. Haar passagiers stroomden naar buiten. Hoofdzakelijk jongeren die “The Narrows” , de zeestraat tussen beide eilanden, waren overgestoken om de voetbalwedstrijd Nevis – Saint Kitts, altijd een spannend hoogtepunt in de Kittiaanse voetbaldivisie, bij te wonen. Iedereen was prachtig aangekleed. De coolste kleding, allemaal nieuw leek het wel, hadden ze aan, en om de nieuwe mooie witte Nikes te behoeden voor contact met de modder die door de aanhoudende regen alle wegen van Nevis had bedekt, liepen de meesten blootsvoets. De schoenen angstvallig in de hand.

Ik zag beweging aan boord van de catamaran. Ik zwaaide, riep en gebaarde en Victor, die wist dat ik vanmiddag aan zou komen, kreeg me al snel in de gaten, stapte in de dinghy en voer naar het strand naast de ferrysteiger. Een hartelijk weerzien. Zeiknat van de regen klommen we even later aan boord van de “Icaros”.

Het bleef de hele dag regenen en ’s avonds was het nog lang druk met komende en gaande ferries die  alle voetbalfans, ook zeiknat waarschijnlijk maar in opperste stemming, weer naar huis brachten. Het was 3-0 voor Saint Kitts geworden.
      Op maandag moest toch eerst mijn visumprobleem worden getackeld. Dat rare tweedaags visum zou vandaag verlopen. In de dinghy voeren we naar de steiger en liepen Charlestown in. De stromende regen van gisteren had plaats gemaakt voor een slight drizzle. Het kleine hoofdstadje lag er vredig bij, de wedstrijd van gisteren had niet voor vernielingen, opstootjes of vechtpartijen gezorgd. De 1500 inwoners van Charlestown waren weer gewoon aan de slag gegaan, in de twee bankgebouwen, op het postkantoor, in één van de scholen of in een overheidsgebouw, want de meeste inwoners met een baan waren ambtenaren.

De ambtenaren van het Tourism Authority waren als onderdeel van de Nevis Island Administration gehuisvest in het oude Bath Hotel.

   

Dit oudste , maar qua bouw weinig indrukwekkende, luxehotel van de Cariben stamt uit 1778 in de tijd dat Saint Kitts & Nevis nog de belangrijkste Britse kolonie in de Cariben was. Het hotel was ook een spa en had een grote aantrekkingskracht op de Europese jetset van die tijd (toen al!), die er kwam badderen in het helende water van de naburige warmwaterbronnen en zich verloor in de social talk en roddel van wat toen een drukke koloniale samenleving was. Hoewel het badhuis nog zo nu en dan opent is het hotel al sinds 1940 gesloten.
      Het gebouw biedt sindsdien onderdak aan allerlei (overheids)-instanties en nu moest ik hier dus zijn voor mijn visumverlenging. 
Er zat een vrouwelijke beambte, ook al niet het meest opgewekte type, achter de balie.
      Ze vroeg om mijn paspoort en dat van Victor samen met de papieren van de “Icaros”. Het stapeltje bracht ze naar een andere, waarschijnlijk hogergeplaatste dame. Door een raam in een scheidingswand zagen we beide dames discussiëren terwijl ze de papieren doornamen.

      Met een gezicht alsof het een enorme gunst was kwam ze wat later terug bij de balie. Het was een zaak van louter en alleen de hand over het hart strijken, zo moesten we begrijpen. Ze zette een stempel in mijn paspoort en schreef er wat datums in. Terloops mompelde ze “Fifty Dollars”. Ik betaalde, kreeg mijn pas en Victor’s papieren terug en de vrouw ging weer over tot de orde van de dag. Ik mocht vijf dagen langer blijven.

      Welcome in Saint Kitts & Nevis!

                

 

   

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen