Exorbitante schoonheid

    


(door Rolf Weijburg)

Ik denk niet dat het heel veel met mij te maken heeft, maar sinds mijn verblijf in Palau in 2007 is het toerisme er explosief toegenomen. Chinezen hebben Filipino arbeiders grote hotels laten bouwen waar sindsdien heel veel Chinezen zijn komen logeren die door Filipino personeel bediend werden. Chinezen, Zuid-Koreanen, Taiwanezen, Japanners en Amerikanen, allemaal komen ze voor óf de tastbare overblijfselen van de oorlogsellende, óf de exorbitante schoonheid van Palau’s eilanden. Het intens groene oerwoud, het kristalheldere water, de stranden, de spectaculaire snorkel- en dive-sites, of het Jellyfish Lake.
      Het wordt druk in Palau.

  

Maar ook om andere redenen brokkelt het paradijs een beetje af.


Jellyfish Lake

  

Palau’s grootste trekpleister, het Jellyfish Lake, een bijna geheel met kwallen verzadigd zoutwatermeer waar je in kunt zwemmen, sterft af. Waren er in november 2015 nog ruim 8 miljoen kwallen, eind vorig jaar waren het er nog hooguit 600.000. Meest jonge kwallen, de grote, oudere exemplaren bleken te zijn verdwenen. Enkele touroperators hebben hun bezoeken aan het meer onlangs gestaakt, omdat toeristen steeds vaker niet één kwal meer tegenkwamen.
      De oorzaak wordt in de schoenen van El Niño geschoven, het periodiek terugkerend fenomeen van opwarming van bepaalde delen van de Stille Oceaan dat wereldwijde klimaatveranderingen teweeg brengt. In Palau is het de afgelopen jaren warmer dan ooit en heeft het nog nooit in het 65 jarig bestaan van haar meteorologische dienst, zó weinig geregend.

Het Jellyfishmeer is daardoor zouter dan ooit geworden.

Over het algemeen zorgt Palau goed voor het milieu. Het land wordt gezien als een leider in de strijd tegen milieuvervuiling en klimaatverandering in de regio. Stemmen gaan nu op om het Jellyfishmeer voor alle publiek te sluiten om zo de kwallen de kans te geven deze moeilijke periode te boven te komen. Een gevoelige beslissing omdat deze zeker weerslag zal hebben op ’s lands grootste kostwinner: het toerisme. Ook het feit dat er eind vorig jaar algemene verkiezingen waren heeft er waarschijnlijk toe bijgedragen, dat het nemen van die beslissing werd uitgesteld. Hoewel er niet zo veel meer te zien is, blijft het meer dan ook vooralsnog voor het publiek toegankelijk.


Politiek

In de presidentsverkiezingen won de zittende president Tommy Remengesau van zijn rivaal en zwager Surangel Whipps. Het verschil in stemmen was maar 255, zelfs met de slechts 16000 stemgerechtigden van het land nog een nipte overwinning.
      Naast de president werden ook een vicepresident, 13 nieuwe senatoren en 16 nieuwe leden voor het Huis van Afgevaardigden gekozen. Die 16 zetels in het Huis van Afgevaardigden zijn voor vertegenwoordigers uit ieder van de 16 federale staten van het land.

  

Het zijn allemaal staten met heel weinig inwoners. Om een idee te geven: de hele staat Melekeok op het grote eiland Babeldaob waar het gehucht Ngerelmud is uitgeroepen tot nieuwe hoofdstad met een kopie van het Amerikaanse Capitool als regeringszetel, heeft slechts 300 inwoners.
      Alleen in de staten Airai in het zuidoosten van Babeldaob en in Koror waar de gelijknamige, vroegere hoofdstad ligt, wonen meer dan duizend inwoners (respectievelijk 2500 en 11500).

  

 

Tobi

Op de dag van mijn vertrek uit dit op 15 na kleinste land ter wereld toen ik buiten het vliegveldgebouw op een houten bankje in de schaduw zat te wachten op mijn vlucht, kwam een man van typisch Palauaans postuur naast me zitten. We raakten aan de praat.
      Hij kwam van het eilandje Tobi, vertelde hij trots en liet me de tekst zien die achter op zijn T-shirt was geprint. TOBI stond er in dikke donkerrode blokletters, als ware het een bedrijfsnaam.

                       

“Where is Tobi?”, vroeg ik en pakte mijn kaart erbij.
      De man twijfelde geen moment en wees naar het aller zuidelijkste eilandje helemaal aan de onderkant van de kaart.


Eenzaam lag het daar, samen met het naburige onbewoonde Helen Reef, slechts drie vierkante kilometer groot en achthonderd bijna lege oceaankilometers verwijderd van de rest van het land.
      “Dat is heel ver weg!”zei ik. “Hoe kom je daar?”
      “Dat moet je regelen”, zei hij mysterieus.
      “Maar wie woont daar nou? En hoeveel mensen dan?”
      “They’re all my brothers and sisters.”
Ik weet niet of hij het letterlijk of overdrachtelijk bedoelde maar in totaal waren het er 23 die overigens ook nog n’s een eigen taal spraken, het Ramarih Hatohobei, een taal die niemand anders in Palau verstond.

Er was geen haven, alleen een strand. Een vliegveld was er ook niet, daar was het eiland te klein voor. Maar toch was Tobi op een bepaalde manier ook weer groot.


 Het kleine eiland Tobi vormde namelijk, samen met het onbewoonde Helen Reef, één van de zestien federale staten van Palau. The State of Hatohobei. Het had, net als de andere staten, een gekozen vertegenwoordiger op een zetel in het Huis van Afgevaardigden daar in dat Palauaanse Capitool midden in de jungle van Babeldaob.
      Een staat waar één op de 23 inwoners volksvertegenwoordiger was.

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen