De dag van het Israëlische bombardement

Het gezelschap praat even niet over de komende verkiezingen. Maar over Feyenoord, dat het toch niet gaat redden en Mosul dat weer in handen komt van het Irakese leger.
      Mosul dus.
Ik laat vallen dat ik er wel eens geweest ben. Lang geleden alweer. We waren anderhalve dag in Irak en toen werd het 7 juni 1981. Eén van de meest beladen dagen in de geschiedenis van het land. Op die dag namelijk werd een kerncentrale bij Osirak in de omgeving van Bagdad gebombardeerd door Israël. Het land verkeerde in een enorme chaos.

Ik was daar met Roel van Broekhoven. Wij gingen voor de VPRO-Radio de wereld rond zonder geld. Wij waren het team donker & interessant en namen het op tegen het team jong & blond bestaande uit Ton van der Graaf en Jan-Willem Dolk. Het werden gedenkwaardige en populaire radioprogramma's met ongekend hoge luistercijfers. Af en toe word ik er zelfs ruim 35 jaar later nog over aangesproken.


Mijn gedachten dwalen af. Ik zie Willem weer voor me daar in Istanbul. Een Nederlandse vrachtwagenchauffeur.

      Hij vervoert 36 ton elektronische apparatuur voor een bedrijf in Mosul in het noorden van Irak.
      ‘Ga mee’, zegt hij, ‘ga gerust mee’.
Willem heeft blikjes Nederlands voedsel bij zich en draait onafgebroken het Nederlandse levenslied. We slapen in de auto en doen in Ankara onze ambassade aan, waar de ambassadeur persoonlijk in één dag een visum voor Irak regelt.
      ‘Ik heb ze laatst nog enorm uit de brand geholpen’, zegt hij in keurig diplomatenjargon.
      ‘Kwestie met een paar Koerdische boys. Hoogste tijd dat ze iets terugdoen. Hoogste tijd’.

Op het lege platteland van Anatolië zingen we liederen.’Met de vlam in de pijp’. En: ‘Hou je echt nog van mij Rocking Billy?’ Voor de grens Turkije-Irak staat een rij vrachtauto’s van ongeveer twee kilometer.
      ‘Wacht maar’, zegt Willem; ‘ik regel dit wel even’.

Wij lopen langs de rij. Hij stapt op een douanier af en we verdwijnen in een hokje. Hij geeft hem een fles whisky, een slof sigaretten en een stapel pornoboekjes.
      ‘Harde porno willen ze tegenwoordig hebben. In kleur’.
Wij lopen terug en kunnen de rij met voornamelijk vrachtauto’s uit het Oostblok ongehinderd passeren.

Wij rijden door Mosul. Een bouwput aan de rand van de stad. Willem levert zijn spullen af. Hij gaat weer naar huis, maar wil wel helpen. want we willen door naar Bagdad. Hij stapt op een Roemeense vrachtwagenchauffeur af.
      ‘Hé colleague. How are you man? You want a drink?’
Hij reikt hem een fles water aan, waarin hij citroensap spuit. Laat hem ook nog een fles whisky zien.
      ‘Ga je naar Bagdad? Wil je mijn vrienden naar Bagdad brengen’?


Bloedhitte aan de Tigris

Het heet Tikrit. Geboorteplek van Saddam Hoessein, die zich graag vergeleek met Saladin, de moslim-leider die Jeruzalem veroverde op de kruisvaarders en er ook vandaan kwam. Een stadje aan de lieflijke licht groene Tigris. Het trilt en schittert in de bloedhitte.
      Twee mannen in uniform gewapend met machinegeweren stormen op de vrachtwagen af. We moeten mee. Dreigementen. Gebaren met handboeien. Paspoort in beslag genomen. Ze zien daar Isra
ël staan.
      ‘’Ben jij een Jood?’’, vragen ze.

Ik begrijp niet waarom ze dat vragen dus zeg ik “’Hoezo’’.
       Ze vragen het nog een keer. ‘’Nee. Ik ben geen Jood’’.
De sfeer is uiterst gespannen. Vijandig. En het wordt nog erger als ze in het paspoort van collega Roel een visum voor Iran vinden. Irak is immers op dat moment in oorlog met dat land!

     
Ze kijken weer naar onze paspoorten. We worden in een soort celletje gezet. Af en toe komt er iemand langs.
Het is intimiderend en angstig.
      Even zijn we bang dat onze wereldreis een heel somber eind gaat krijgen.

Maar na een uur of drie geven ze onze paspoorten terug, nemen ons mee naar buiten en houden een personenauto aan.

     


In de auto zitten twee Fransen die voor Total werken.

     

      ‘Heeft u het al gehoord?’
     
      ‘Nee!
      'Wat zouden we gehoord moeten hebben?’
     
      ‘Israël heeft die kernreactor bij Bagdad gebombardeerd!’
     
      ‘Israel?’ 
      ‘Iran zult u bedoelen’. 
     
      ‘Non. Les Juifs.
      'Israël is met straaljagers binnengekomen en heeft bommen gegooid’.

Een paar uur later bereiken we Bagdad. Alom controles. Schreeuwende mensen. Chaos. Het is pikdonker. Geen elektriciteit. Overal in de lucht hangen ballonnen. Dat is -verzekert men mij- tegen een nieuwe aanval. 
     
De volgende ochtend word ik gebeld door een collega van mijn omroep. Ze zijn door de ambassade op de hoogte gesteld. Hij vindt dat ik zo snel mogelijk voor ‘onze radio’ het verhaal van die gebombardeerde kernreactor moet vertellen,

      ‘Jullie zijn waarschijnlijk de enige buitenlandse journalisten in Bagdad. Iedereen wil jullie in de uitzending. De televisie ook. BRT, BBC noem maar op. Ze hebben daar niemand’. 
      ‘Tja! Ik ben hier net. Die reactor ligt hier zestig kilometer vandaan. Overal zijn versperringen. Ik kan daar nooit in de buurt komen. Jullie weten waarschijnlijk meer dan ik’.
      ‘Dat geeft niet. Jullie zijn daar en kunnen een ooggetuigenverslag geven. Beschrijf gewoon de sfeer’.
      ‘Oké. Ik zal een ooggetuigenverslag geven’.

Tien minuten later al komt het onvermijdelijke cliché:
      ‘Hoe is daar in Bagdad op gereageerd?’

Ik hoor mezelf weer in staccato praten.
      Dat de situatie in Bagdad uiterst gespannen is.
      Dat er chaos heerst.
      Dat er ter afschrikking ballonnen in de lucht hangen
      Dat men roept om wraak.
      Dat de officiële lezing is, dat het niet ging om een kernreactor maar een speelgoedfabriek.
      Dat die ochtend in een krant een foto staat van ernstig gewonde kindertjes en dat ''de Joden'' daar              verantwoordelijk voor zijn.

Mosul dus. We zijn er doorheen gereden.
      Zelfs op de dag dat het land gebombardeerd werd door een vijandige mogendheid kon dat.
Nu is dit volkomen uitgesloten. Sinds oktober vorig jaar zijn 200.000 mensen gevlucht.
      Anderen leven ondergronds en hebben een tekort aan alles. Er heerst hongersnood.
Gevangengenomen burgers dienen als menselijk schild.

 

Ga voor foto's , beschrijvingen, krantenartikelen, reacties en de uitzendingen van de wereldreis naar

                                  deze site van het VPRO-Radioarchief