Paddenstoelen op de Stille Zuidzee


(Door Rolf Weijburg)

Palau leeft voornamelijk van de Amerikaanse hulp via het Compact of Free Association with the USA. Dit verdrag geeft de VS vrije toegang (voor strategische doeleinden) tot Palau’s territorium in ruil voor (financiële) hulp en defensie. Eigenlijk is Palau een soort Amerikaanse overzeese provincie, maar dat mag je daar niet zeggen. Palau is onafhankelijk en lid van de Verenigde Naties.

Naast al die Amerikaanse dollars verdient Palau nog wat met visserij en het verkopen van visserijlicenties, maar verreweg het meeste geld komt tegenwoordig van het toerisme.
      Want Palau is een prachtig land.
De belangrijkste toeristische trekpleister van het land zijn de Rock Islands, een World Heritage Site ten zuiden van Koror.

  

De Rock Islands vormen een archipel van meer dan 400 kleine onbewoonde eilanden, die, dicht begroeid, als een soort paddenstoelen op het water lijken te drijven.

  

Je kan er niet zomaar heen, je hebt een vergunning nodig en als je geen eigen boot hebt moet je bij een touroperator een tochtje boeken.

  

In een open boot werd ik met een tiental Japanse toeristen vanuit Koror op hoge snelheid door het onwerkelijke Palauaanse landschap geracet. De warme wind rond het hoofd, een lang wit kielzog schuimend water achter ons, slalomde de boot dan weer over stukken open turkooizen water en dan weer tussen hoge wanden van intens groen door.
      Plotseling opende zich voor ons een weidse lagune, waar het water ondiep en kraakhelder was en tussen de koralen en de veelkleurige vissen een Japans gevechtsvliegtuig uit WO II zichtbaar werd.

  

We doken een smalle kloof in waar de boot vaart minderde en tot stilstand kwam. Dit was de Milky Way. Om ons heen alleen maar groen. Jungle klauterde tot aan de hemel. Vleesetende planten lieten hun uitdagend rode kelken hangen met het dekseltje uitnodigend open. Vogels kwetterden overal maar waren nauwelijks te zien.
      Het water was van een onwerkelijke wit-turquoise kleur omdat de zeebodem bedekt was met een dikke laag wit kalksteenmodder. De bedoeling was dat je het water inging, handenvol plakkerige witte modder opdook om die vervolgens over je lichaam uit te smeren en in de zon te laten drogen. Dat is goed voor je huid, zeggen ze, maar het was vooral grappig.

  

Weer raceten we door het labyrint van groene eilanden en kwamen uiteindelijk aan bij een kleine steiger, waar op twee witte bankjes twee hele dikke mannen lagen te dutten. Ze richtten zich traag op om te helpen bij het aanleggen. Achter de steiger liep een smal pad door de jungle steil omhoog de bergwand op.

      Het was een flinke klim, maar eenmaal boven, stonden we direct aan de rand van een groenig meer.

  Dit was Jellyfish Lake.

Nergens ter wereld zijn er zoveel marine lakes als in de Rock Islands, en dit was er één van.
      Een marine lake is een ooit door geologische krachten van de zee afgesneden baai.

Een zoutwatermeer dus in eerste instantie, maar dit meer was in de loop der duizenden jaren een beetje brak geworden.

 

  

Er bevonden zich kwallen in het groene water, giftige gele kwallen die in al die jaren weliswaar door het gebrek aan natuurlijke vijanden hun gif hadden verloren maar zich intussen door datzelfde gebrek ook heel flink hadden kunnen voortplanten. Nu is het meer een reservoir geworden dat vol kwallen zit die dagelijks met de zon meedraaien en bij zonsondergang naar beneden dwarrelen.
         Er stak een kleine steiger het meer in waar je flippers en een duikbril met snorkel kreeg en een zwemvest om te kunnen drijven zonder al te veel te hoeven flipperen.
      Dan was het even ademhalen, letterlijk en figuurlijk, voordat je genoeg moed had verzameld om het brakke groenige water in te springen.

  

Ik zwom naar het midden van het meer waar de zon de kwallen heen had gelokt. De eerste kwallen boden zich aan. Meest kleintjes waren het, gele vlekjes, maar het werden er steeds meer naar gelang ik verder zwom en als ik harder flipperde schoten de kwalletjes langs me heen en leek het alsof ik in een soort Star Wars ruimteschip door de sterren Galaxy’s schoot.

  

Een wonderlijk gezicht. Kwallen als sterren. Ze werden steeds groter en het werden er schrikbarend veel. Je kon ze aanraken, vastpakken, ze prikten niet. Zonnestralen trokken diagonalen door het groene water terwijl duizenden, tienduizenden kwallen in doodse stilte overal gracieus om me heen zweefden. Hun prachtige pompende bewegingen leken een soort ballet, verstild en van een andere wereld.

  

Ik geloof niet dat ik ooit zoiets betoverends heb gezien.

    

Het Jellyfish Lake is inmiddels zo populair dat Palau het stempeltje dat je bij binnenkomst in je paspoort krijgt heeft aangepast.

  

Een aantal dagen later voer ik op een klein bootje naar het eilandje Carp, net ten zuiden van de Rock Islands.

  

Een stervormig eiland met lage heuvels, onbewoond, maar met een kleine sympathieke eco-lodge waar alles van lokaal materiaal was gebouwd. Je kon er kajaks huren en dagtochten maken naar o.a. Turtle Cove, een plek waar je bijna altijd zeeschildpadden tegen kon komen.

  

De volgende dag trok ik er samen met gids Godwin op uit. De zon was al flink heet zo vroeg in de morgen. We maakten ieder een kajak klaar, stopten snorkelspul, eten en drinken in de ruimte achter het stoeltje en peddelden midden over de ondiepe lagune langs de westkust van Carp.
      Het water was kraakhelder, de zeebodem was van maagdelijk wit zand. Keerkringvogels vlogen hoog over. Een aantal pelikanen vloog in formatie achter elkaar vlák boven de golven terwijl onder me een groep grote roggen als onderwatervogels voorbijvloog.

  

   (Kleurets Rolf Weijburg)

                  

                  (Detail uit ets)

We staken een stuk open zee over en peddelden in de luwte van alweer een jungle-eiland verder. Na anderhalf uur kwamen we bij een klein strandje waar we de kajaks aan land trokken. Van hieruit gingen we zwemmend en snorkelend verder.
      Onder water openbaarde zich een sprookjeswereld van vissen en visjes, koraal, zeesterren, zeeslakken, alles in eindeloze variaties van kleur en vorm.

Wàt een drukte!                                                               

We flipperden steeds verder de zee op. De koraalbodem begon weg te zakken de diepte in. Een gigantische school grote, geel-grijs gestreepte vissen “stroomde” als ware het één groot organisme langs de koraalwanden de diepte in.
      Een paar zeeschildpadden zwom traag langs ons heen.
Nieuwsgierig kwamen ze ons bekijken, je kon ze bijna aanraken. Vreemde prehistorische, misschien wel buitenaardse koppen. Onderwater ET’s, dát waren het.

      Toen opeens hing ik boven de afgrond. Onmetelijk diepblauw onder me. Godwin stootte me aan en wees de diepte in. Daar cirkelden de onmiskenbare silhouetten van een drietal grote haaien.
      Ik werd duizelig, een soort hoogtevrees. Of was het de angst voor de silhouetten onder me. Ik voelde me niet goed in ieder geval en wilde terug, gaf Godwin een teken en zwom terug naar de veilige ondiepte van de lagune met zijn mooie kleine visjes.

    Toen we later op het strandje bij de kajaks aan de lunch zaten, vroeg Godwin waar ik eigenlijk vandaan kwam.
      “Uit Nederland. Holland”, zei ik.
Hij moest even nadenken.
      “Holland? Is dat niet dat land met die muren er omheen waar de zee permanent tegenaan beukt?”
      “Nou, eh …”begon ik, maar hij viel me in de rede.                                          
      “Dijken! Ja, dijken zo heten die muren toch?” Hij had er op school over geleerd.
      “Ongelofelijk. Jullie Hollanders zijn een heel volk dat achter die muren leeft, diep onder zeeniveau en altijd maar met die dreiging van de zee, toch?”. Hij siste wat tussen zijn tanden.
      Ineens begreep hij waarom ik zo bang was geworden bij die intens blauwe afgrond daarnet. Die angst voor al dat water. Het moest een trauma zijn dat alle Hollanders met zich mee torsten.
“Eigenlijk vind ik jullie wel helden, hoor. Dat jullie daar durven te wonen, achter die muren. Dat je dat dúrft!”

Als vrienden voor het leven peddelden we terug over het vredige water van de Palauaanse lagunes.

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen 

 

.