Hakautu’utu’u en Niuatoputapu


(Door Rolf Weijburg)

     

De allernoordelijkste eilanden die tot het Tongaanse Koninkrijk behoren, zijn de eilanden in de geïsoleerde Nias Group. (Boven op de kaart).
      Het belangrijkste eiland Niuatoputapu (1000 inw.) vormt samen met Tafahi (70 inw.) en een aantal hele kleine eilandjes (waarvan Hakautu’utu’u wat mij betreft meedingt naar de prijs voor de mooiste eilandnaam) een kleine archipel. Het eenzame eiland Niuafo’ou (700 inw.) ligt 180 kilometer naar het noordwesten. De hele groep ligt zo’n 800 kilometer ten noorden van Tonga’s hoofdstad Nuku’alofa.

  
  

Het zijn eilanden waar het leven traag is, waar tot 1999 de telegraaf nog het contact met de buitenwereld moest verzorgen en waar de bewoners hoofdzakelijk leven van de eigen landbouw en visvangst. Er zijn slechts enkele winkeltjes, geen restaurants, hotels of banken en om er te komen is ook al niet eenvoudig. Niuatoputapu en Niuafo’ou hebben weliswaar een airstrip en Real Tonga Air vermeldt in haar vluchtschema wekelijkse vluchten naar Niuatoputapu en tweewekelijkse vluchten naar Niuafo’ou, maar in de praktijk gaan die vluchten, vanwege een tekort aan beschikbare vliegtuigen in het koninkrijk, zelden. Schepen komen er slechts drie, vier keer per jaar.

In het hoofdkantoor van Real Tonga Air in Nuku’alofa legde de vriendelijke dame uit dat de geplande vlucht de volgende week sowieso al niet doorging en dat de vlucht de week daarop waarschijnlijk is volgeboekt (de vliegtuigjes hebben plaats voor maximaal 15 passagiers).

  

“Maar, stel dát er plaats is in dat vliegtuig, “ vertrouwde ze ons toe, “en stel dát het vliegtuig ook daadwerkelijk vertrekt, dan heeft u nog het probleem dat ik u niet kan garanderen dat de volgende vluchten naar de eilanden wél worden uitgevoerd, waardoor het zomaar zou kunnen dat u drie, misschien wel vier weken op een van die eilanden vast komt te zitten.”

      We zagen maar af van een bezoek aan de Nias Groep. Jammer.

Hoewel Niaofo’ou “veel kokosnoten ”betekent, lijkt het eiland op een donut, min of meer rond, met een enorm kratermeer in het midden dat is gevuld met bubbelend zwavelig water.
      In het meer liggen enkele eilandjes die zelf ook weer kratermeertjes hebben: een soort geologisch Droste-effect. Het eiland is een actieve vulkaan die voor het laatst met veel geweld uitbarstte in 1947, en toen alles verwoestte behalve de kerk, maar geen slachtoffers eiste.
      De complete bevolking van ruim 1300 zielen werd in de weken na de eruptie geëvacueerd en geherhuisvest op het zuidelijke Eua Eiland. De evacuatie duurde lang, niet alleen omdat er maar één schip was, maar ook omdat dit schip nergens kon aanleggen of kon ankeren waardoor alles en iedereen met kleine bootjes naar het ver weg gelegen schip moest worden gebracht. Bovendien namen de eilandbewoners álles wat ze hadden, inclusief de resten van hun verwoeste huizen en alle voedselvoorraden mee aan boord.

  

Maar veel van de eilanders konden niet aarden in het koelere klimaat van Eua en hadden moeite voedsel te verbouwen op de veel armere grond daar en in 1957 keerde meer dan de helft terug naar Niuafo’ou.

Het eiland heeft zich, op wat gerommel en geschok na, sindsdien rustig gehouden en tegenwoordig wonen er nog steeds ruim zevenhonderd mensen.

  

Niuafo’ou stijgt steil op uit de diepe zee, waardoor het bijna onmogelijk is om er met een schip voor anker te gaan.

  

Eind negentiende eeuw bevond zich een Britse handelaar, Walter George Quensell, op het eiland, die een oplossing zocht voor het probleem dat hij vanwege het gebrek aan een haven of goede ankermogelijkheden, geen post kon versturen of ontvangen.

  

Hij verpakte zijn brieven in waterdichte koektrommels en gaf die aan de beste zwemmers van het eiland die ze naar langskomende schepen zwommen.

  

Al snel werd de koektrommel een beproefd vehikel en hadden ook langskomende schepen trommels aan boord waarin ze de post voor het eiland verpakten en voor de kust overboord gooiden zodat ze door de Niuafo’ouaanse zwemmers konden worden opgepikt. Niuafo’ou kreeg hierdoor de bijnaam “Tin CanIsland”.
      Dat ging allemaal goed tot 1935 toen één van de zwemmers door een haai de diepte werd ingesleurd. Daarna zijn de eilanders met kano’s de post gaan ophalen, lastiger, maar veiliger. Totdat in 1983 de airstrip werd aangelegd.

  

In dat zelfde jaar begon Tonga Post met de uitgifte van speciale Niuafo’ou postzegels en doet dat tot op de dag van vandaag nog steeds.
      De oude enveloppen met de “Tin Can Mail” stempels zijn tegenwoordig geliefde en vaak waardevolle filatelistische verzamel objecten.

  

Vulkaanuitbarstingen, isolatie, gevaarlijke ankerplaatsen en moeizame post- en later ook nog eens luchtverbindingen, daar blijft het niet bij op deze eilanden. In 2002 raasde cycloon Waka over de Nias en richtte vooral op Niuafo’ou veel schade aan. In 2009 was het de beurt aan Niuatoputapu. Toen veroorzaakte een heftige aardbeving van 8.3 op de schaal van Richter een tsunami die de helft van het eiland overspoelde en een derde van alle huizen verwoestte. Negen inwoners vonden de dood.

Het blijft rommelen in de Nias Group.


 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

Klik HIER voor alle afleveringen