Voorjaar 1988

Hidden Valley Ranch; een privé gevangenis

 

Meneer T. I. Keohane Jr. legde het enthousiast en uitvoerig uit. Je neemt in San Francisco de uitvalsweg naar het zuiden richting Mateo County.
      Je rijdt langs de kust via Pacifico en Half Moon Bay naar San Gregorio. Sla linksaf en ongeveer een kilometer voor het plaatsje La Honda ga je rechtsaf een onverharde weg op.
      Na een paar honderd meter staat er een klein bordje met ‘Hidden Valley ranch’. Midden in het bos op een inderdaad verborgen plek. ‘Past u op voor reëen en herten, want die zitten daar volop’.

      Ik ben hier met Lida Iburg voor een radioprogramma van de VPRO. De Hidden Valley Ranch is een privé-gevangenis. In Nederland is -1988- een plan gepresenteerd om te gaan onderzoeken of het gevangeniswezen -deels- geprivatiseerd kan worden.   
      Nu -2013- zijn die plannen er weer. De VVD begon er mee, maar ook bij de P.v.d.A. en een paar andere partijen is het niet onbespreekbaar. Volgens voorzichtige ramingen zou er zo’n 200 tot 400 miljoen mee bespaard kunnen worden.

     

Meneer T.F. Keohane Jr. ziet -en ruikt zelfs- er uit zoals hij klonk. Fris, opgewekt, enthousiast. Hij zal ons rondleiden en vertellen wat de voordelen van privatisering zijn. We kunnen met gedetineerden spreken en mogen een counseling meemaken.

‘U treft het’, zegt hij. ’Dat doen we één maal per week. Onder mijn leiding. Goede resultaten behalen we hier. Absoluut goede resultaten’.

      In de gevangenis zitten 112 gedetineerden. Vrijwel allemaal zijn het drugsverslaafden, die ‘gewone’ misdaden hebben gepleegd. Overvallen, inbraken, geweld.

      Ze hebben een cel voor zichzelf en kunnen in de inrichting simpele klusjes doen. Daarnaast hebben ze een enkelband om zodat de leiding voortdurend op de hoogte is waar ze zijn. (Dat bespaart personeel). Ze kunnen bovendien ieder moment te horen krijgen dat ze onverwacht gecontroleerd kunnen worden. Controles op bezit en gebruik van drugs.
      Als ze eenmaal gepakt worden krijgen ze een waarschuwing; na een tweede keer worden ze onherroepelijk teruggestuurd naar een staatsgevangenis.

En dat laatste willen ze in geen geval. Ze gaan dan meestal naar de St. Quentin gevangenis bij San Francisco. En het kan wel dat Johnny Cash daar zijn bekende lied heeft opgenomen, maar de regel ‘St, Quentin I hate every inch of you’ gaat voor deze gevangenen echt op. In de Hidden Valley hebben ze een eigen cel en redelijke bewegingsvrijheid; in St. Quentin zitten ze met zes op cel, hebben ze weinig bewegingsvrijheid en er is hiërarchie, corruptie, uitbuiting, seksuele intimidatie en seksueel misbruik.

      Dat horen we van alle gevangenen die we spreken. Alles, echt alles liever dan terug te moeten keren naar St. Quentin of -als ze bijvoorbeeld HIV besmet zijn- naar de California Medical Facility in Vacaville, waar plaats is voor 4.730 inmates, maar waar er op dat moment 8.035 zitten.

     

Bij de counseling is het druk. Lida is een aantrekkelijke vrouw en dat heeft zich snel rondgepraat. Zo’n 60 gevangenen zitten in een cirkel rond een tafel waar mister Keohane heeft plaatsgenomen. Wij moeten er gewoon tussen zitten en dan wordt Frank naar voren geroepen. Een man van een jaar of vijftig, die zijn hele leven al crimineel is. Alles bij elkaar heeft hij ruim twintig jaar gevangen gezeten.

      Frank moet zijn verhaal vertellen, Hoe het allemaal zo gekomen is en wat hij eraan denkt te doen om een normaal burger te worden. Frank kan dat goed. Hij heeft ’t kennelijk al vaker gedaan. Hij schetst een ontroerend beeld van zijn jeugd, compleet met een dronken vader, die er op los ramde, een moeder die de hoer speelde, een jeugd van miskenning, misbruik, armoede en ellende. Iedere keer probeerde Frank er bovenop te komen, maar altijd gebeurde er weer wat, zodat hij terugviel.

      Het is een clichéverhaal, dat aanslaat vanwege de manier waarop hij het vertelt. Gedragen met beheerste pathos, stemverheffing hier en daar en soms bijna een traan.

      Als hij klaar is moeten alle inmates hun indruk geven. Eerst de negatieve indrukken, dan de positieve. Lida en ik moeten ook meedoen. Dat vinden de gevangenen prachtig. Als ik zeg dat hij een geboren loser lijkt, volgt er een beleefd applaus, maar als Lida ferm te kennen geeft dat zij hem ’een push’ wil geven -onderstreept met een vuist naar boven- , volgt hard instemmend gebrul.

      Na afloop als we weer terugrijden naar San Francisco bespreken we natuurlijk ons bezoek. We zitten in het Mirabar Beacht Restaurant te Half Moon Bay met uitzicht op de oceaan. Er zijn krabbepoten en grote garnalen.  Er is witte wijn uit California. Nederland is ver weg. 
        Bovendien is de situatie in de V.S. totaal niet te vergelijken met Nederland. 
En Teeven was in 1988 nog veel te jong.