Zomer 1995

Vis & slagbomen

Slowakije is in het nieuws, want het is sinds 1 juli vorzitter van de E.U. Zo werkt dat vaak met het nieuws. ‘Wij weten weinig van Slowakije’, hoor ik dan op de radio. ‘Veel mensen kunnen niet eens aanwijzen waar het ligt’.
      Dit laatste lijkt mij geen doorslaggevend argument voor de bekendheid van een land. Ik herinner me nog uitzendingen van vakantieman Frits Bom, waarbij mensen altijd werd gevraagd om aan te wijzen waar een bepaald land lag. Vaak wees iemand dan Engeland aan als Oostenrijk bedoeld werd of Rusland werd Spanje of Zwitserland. Ik had altijd het vermoeden, dat de mensen een soort beloning kregen om met zulke stommiteiten de hilariteit van het programma te verhogen. Maar dat was geloof ik te veel eer.

      Slowakije dus. Een land dat op 1 januari 1993 zomaar onafhankelijk werd, toen Tsjechoslowakije werd opgeheven. Tegen de wil overigens van een overgrote meerderheid van het Slowaakse volk. Het was altijd een soort boerenachterland van Tsjechië -of liever van Praag-. Er waren wapenfabrieken, die vrijwel onmiddellijk dicht gingen. Tsjechische auto’s behielden CZ op het nummerbord -de oude letters van Tsjechoslowakije- en Slowakije kreeg de nieuwe letters SK.
      In de zomer van 1995 was ik in het grensplaatsje Hodonin in Tsjechië. Er stond een grote visfabriek, die enorm stonk. Maar omdat er veelal een zuidwestelijke wind was, hadden vooral de mensen in Slowakije last van die stank.
      Bij de grens stonden douanemensen in gloednieuwe pakken voor slagbomen, die daar nooit gestaan hadden. Die slagbomen waren van simpel materiaal en hadden een verfbeurt nodig. Een paar inderhaast neergezette huisjes moest de mannen tegen de regen beschermen.
      En … er stond een oude computer.

De Slowaakse douaneman maakte duidelijk, dat mijn paspoort door die computer gecontroleerd moest worden. Maar ja, de computer werkte niet en daarom mocht ik van hem niet de grens over. Omdat ik daar protest tegen aantekende kwam er een soort chef, die bevestigde dat het paspoort gecontroleerd moest worden met behulp van die computer. Hij negeerde het biljet van 20 US$ in mijn paspoort en gaf daarmee aan dat hij het vak nog moest leren. 
       Ik moest zo’n veertig kilometer omrijden naar een volgende grenspost, waar de douanemannen ook al van die gloednieuwe pakken aan hadden. En.. Ook daar stond een computer.
      Er was echter geen enkel probleem.
Toen ik maar eens vroeg of ze niet in de computer moesten kijken werd de douaneman een beetje ongeduldig.
      ‘Meneer rijdt u toch door'.
      'Waarom zou ik in godsnaam in die computer moeten kijken’.