Voorjaar 1999

Een mooie stinkende stad

Het contrast kan niet groter zijn.

      Na twaalf dagen rust, ruimte, schone lucht en nauwelijks verkeer in het koninkrijk Bhutan (Reizen 27) kom ik terug in de hoofdstad van Nepal: Kathmandu. Het is er druk & chaotisch. Oude ronkende auto’s, walmende bussen en vrachtwagens, beroete riksja’s en krakende scootertjes.
      Het is er droog en stoffig en het stinkt. Veel mensen lopen of fietsen met stofkapjes op en in veel straten zitten jongetjes, die deze kapjes verkopen. Soms kom je een op gas rijdend voertuig tegen met daarop de tekst: 
      ‘Niet vervuilend vervoermiddel’.

  

Kathmandu ooit het Nirwana van de hippies is niet zo groot. Ik besluit om te gaan lopen. Je moet dan wel voortdurend riksjarijders en taxichauffeurs van je afschudden. Ze zien handel ook al omdat ze niet begrijpen, dat jij met je westerse kleding en zonder twijfel genoeg poen op zak voor je plezier in deze stinkende chaos gaat rondlopen.

Toch is het ook een mooie stad met een rijke historie. Hoog boven de stad ligt de stupa van Swayambudnath, er is het belangrijkste heiligdom van Nepal het tempelcomplex van Pashupatinath en het Durbar Square is volgepropt met grote en kleine tempels.
      Tussen de voormalige hippie-wijk Thamel, waar overigens nog veel toeristen komen en Durbar Square kun je rondzwerven in kleine straatjes en steegjes. Overal zijn kleine gangetjes, die weer uitkomen op binnenpleintjes en andere gangetjes. Complete doolhoven, die het slenteren eigenlijk zeer aantrekkelijk maken.

Aan het eind van die eerste dag ben ik echter bekaf. Stekende ogen. Koppijn. Kotsneigingen.

De volgende dag pak ik de brief erbij, die ik kreeg van Brieke Steenhof, een Nederlandse vrouw, die in het Nepalese stadje Pokhara woont. Zij wist dat ik een tijdje in Kathmandu zou blijven en had mij een paar adviezen gegeven om de drukte, de chaos en de stank even te ontvluchten.

‘Neem’, schreef zij, ’een taxi naar Chobar, een mini-stadje op een heuveltje net buiten de stad, dwaal daar wat rond en loop door de velden via Kokani (weer een mini-stadje) naar Bungumati.

En dan:

Ik heb het allemaal gedaan. ‘t Klopt.

  
Hieronder nog wat tips van Brieke om in Kathmandu te eten: