Reizen (198)

(Door Rolf Weijburg)

De ruitenwissers duwden de natte sneeuw naar de randen van de voorruit.
      We reden over de Oostenrijkse A14 door het Rijndal zuidwaarts en namen vlak voor de Feldkircher tunnel de afslag naar Feldkirch. Het stadje door en daar lag al gauw de grensovergang met het Prinsdom Liechtenstein, het op vijf na kleinste land ter wereld.
      Zollamt Schaanwald, Schweizerisches Zollamt  im Fürstentum Liechtenstein stond er in grote letters tussen de Zwitserse en de Liechtensteinse vlaggen op de overkapping. We hielden de paspoorten en autopapieren paraat, de Zwitserse douanier wierp er een vluchtige blik op, tuurde even door de zijruiten en zwaaide ons verveeld het Prinsdom in.

Achteraf vroeg ik me af of ik niet onverzekerd het land was binnengereden. Op de Groene Kaart, de verzekeringspolis van de auto, stond Liechtenstein (FL) niet vermeld.

Kunnen we hier niet nóg een recordje uitpeuteren?

Liechtenstein is het grootste Europese land dat niet op de Europese Groene Kaart staat vermeld. (Vaticaanstad, Monaco en San Marino, die veel kleiner zijn, zijn de enige andere landen die er niet op staan)

Maar goed, we reden het Prinsdom in en bleven een dag of vier.

Ik ben een aantal keer in Liechtenstein geweest, maar nooit gebeurde er iets. Elk bezoek aan Liechtenstein kon worden gekenschetst als uneventful,  gehuld in beschaafde rust en een zekere saaiheid, en het zag er niet naar uit dat het deze keer veel anders zou worden. Een klein probleem met de auto uitgezonderd, maar daar bleef het bij.

We bezochten alle elf gemeentes van het land, veelal  keurige dorpen met een beetje Duits aandoende comfortabele witte huizen en villas zoals je die ook in een buitenwijk in de Achterhoek ziet. Genoeg degelijke auto’s voor de deuren.
      We reden langs de Rijn, de grensrivier, die er met haar kaarsrechte oevers ook al zo keurig bij lag en eigenlijk meer een kanaal leek. Opvallend was de 135 meter lange overdekte houten voetgangers- en fietsbrug uit 1901 die Liechtenstein met de Zwitserse gemeente Sevelen verbindt.

Liechtenstein is in drie gebieden verdeeld, Unterland, Oberland en Bergland.
      In het Unter- en Oberland, de streek die de Rijnvlakte en de heuvels er vlak achter omvat, was het landschap afwisselend industrieel, agrarisch, dorps en urbaan, maar altijd ordelijk.
      Hier en daar een aardig authentiek huis, mooie uitzichten vanuit Triesenberg en in Balzers, in het uiterste zuiden, staat het Gutenburg kasteel er wel heel fotogeniek bij.

Gutenburg


Triesenberg

 

Schaan

Ook Schaan, met 6000 inwoners de grootste stad van Liechtenstein,  is niet bijster interessant. Er is een kerk met een mooie spitse toren, het grootste van de drie Liechtensteinse treinstations ligt in Schaan en natuurlijk is er het Rekenmachinemuseum. De stad is vergroeid met Vaduz (5500 inwoners), de hoofdstad, waar je via de hoofdweg bijna ongemerkt terecht komt.
      De naam Vaduz is afgeleid van het Latijnse vallis dulcis (aangename vallei) maar ik vond het altijd een beetje klinken alsof het ergens ver weg in een Oostblokachtig  Kuifjeboekland lag, spannend en mysterieus. Maar helaas, ook Vaduz is, ondanks de talloze beeldhouwwerken die het stadje moesten verfraaien, weinig spectaculair.


Städtle

De hoofdstraat Städtle, grotendeels voetgangersgebied, loopt langs alle highlights van Vaduz.
      Hier vind je het Postmuseum (Liechtensteinse postzegels worden geroemd om hun schoonheid en fraaie drukwerk), het Kunstmuseum met een groot deel van de vorstelijke kunstschatten maar waar ook regelmatig belangrijke exposities worden getoond van hedendaagse kunstenaars van wereldfaam, het Nationaal Museum waar de geschiedenis van het Prinsdom in de schijnwerpers staat, het Regeringsgebouw  en aan het Peter-Kaiser-Platz plein als hekkensluiter de kathedraal.  
      Ook het toeristenbureau bevindt zich aan de Städtle en op het pleintje er voor staat de Nul-Kilometer-Punt -steen. Deze steen zat verwerkt in de drempel van de hoofdingang van het Ständehaus, het vroegere parlementsgebouw, dat tot 1970 op deze plek stond. Vanwege haar importantie werd  de plek tot middelpunt van het land verklaard waar vanuit alle afstanden in het Prinsdom werden berekend.


Wijngaarden

Er zijn enkele restaurants met knoedels of schnitzel op het menu en een paar cafés waar mannen met hoedjes op achter hun biertje zitten. Er zullen ook vast wel wat nachtclubs zijn waar door een handjevol mensen tot in de kleine uurtjes wordt doorgedanst en gezopen, maar in Liechtenstein val ik altijd vroeg in slaap dus ik ben er niet geweest.
      Eén van de beroemdste gebouwen van het land, het Rotes Haus, een achttiende-eeuws inderdaad rood geverfd huis waar vroeger druiven werden geperst , staat in het noorden van het stadje. Het heeft een fraaie trapgevel en aanpalende toren. Het ligt net achter de Prinselijke wijngaarden en wijnkelders die bijna tot in het centrum doorlopen. 

Liechtenstein is het enige land ter wereld met een hoofdstad die voor een groot deel uit wijngaarden bestaat.

 
Vaduz Castle

 


Deerniswekkend exces

Dan is er natuurlijk nog het prinselijke Slot Vaduz, mooi gelegen zo tegen de bergwanden boven de stad. Helaas is het kasteel niet te bezichtigen, maar de wetenschap dat we hier in een onafhankelijk Prinsdom zijn en dat je je kunt voorstellen dat de Prins daar boven af en toe een gordijntje opzij schuift en goedkeurend knikkend naar beneden kijkt, is genoeg voor het ware Liechtenstein gevoel. 
      Daar hebben we die lullige toeristentreintjes die in de zomermaanden door het stadje tuffen, één van de deerniswekkendste excessen van het toerisme, niet voor nodig.
Vanaf Triesenberg rijden we over een steile haarspeldbochtenweg de berg op en komen bij een tunnel van net één auto breed. De tunnel voert door de eerste bergketen die noord zuid lopend het hele Unter- en Oberland van het Prinsdom van een fraai Alpendecor voorziet.  Eenmaal de tunnel door belandden we in een andere wereld: het Liechtensteinse Bergland. Hoge besneeuwde bergtoppen prikten tussen de voortrazende wolken door.

Steg

Het kleine gehucht Steg lag er wat verloren bij tussen een meertje in het zuiden en de diepe Saminavallei die, ruig en onbewoond tussen hoge bergwanden naar het noorden weg kronkelde. We vervolgden onze weg omhoog richting Liechtensteins meest oostelijke plaats Malbun op 1600 meter hoogte. Dit is het skigebied van het Prinsdom. Klein maar mooi.

Malbun
    

We namen de skilift naar Sareis op 2000 meter. Hier ligt Liechtenstein’s hoogste restaurant met fantastische vergezichten over de Malbun vallei en de omliggende bergtoppen waaronder de  2599 meter hoge Grauspitz, Liechtensteins hoogste berg.

      De sauerkraut was er uitstekend, ik kan hem u aanbevelen. Een Liechtensteiner Brauhausbiertje erbij en uw dag kan niet meer stuk.

Sareis

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

 

Voorjaar 2012

Zuiver water

Het mooiste bergmeer van Bosnië-Herzegovina is volgens kenners het Boracko-meer. 
      Het ligt op 400 meter, is bijna een kilometer lang en 500 meter breed.
Je kunt er zwemmen tussen de forellen en de karpers.
      De kleur van het water verandert naar gelang de inval van de zonnestralen van diepblauw tot smaragdgroen.
Wij huren een huis aan het meer.

      ‘Dit water kun je gewoon drinken’, zegt onze lokale uitbater.

      ‘Fijn’ zeg ik , ‘een soort mineraalwater dus’.

      ‘Mineraalwater!’, zegt de man verontwaardigd, ‘mineraalwater!’.

      ‘Meneer; ik zweer u dat er absoluut geen mineralen in zitten. Dit is zuiver water’.

 
Boracko Jezero

 

 Het meer ligt zo'n twintig slingerende kilometers van de stad Konjic en dat ligt halverwege de lijn Mostar-Sarajevo.

      Je kunt er niet alleen appartementen huren, maar er is ook een camping. 
Je kunt er vissen en zwemmen en er is een soort pad langs, waar je kunt wandelen.

 

  

 

 

 Ontmoetingen in de lucht: 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 
23: De uitbater, een Bosniër

 

 

 


Een land zonder staatsschuld

(Door Rolf Weijburg)

Liechtenstein is het enige land ter wereld dat ooit via Airbnb te huur werd aangeboden.

Niet dat dat ook daadwerkelijk gebeurd is, maar toch.
      In de jaren negentig dreigde Prins Hans-Adam II nog in een conflict met de regering over aanpassing van de Grondwet waarin hij bijna absolute macht zou vergaren, dat hij als het wetsvoorstel niet zou worden aangenomen zou verhuizen naar één van zijn Oostenrijkse kastelen en heel Liechtenstein aan Bill Gates zou verkopen.
      Het conflict bleef jarenlang doorzeuren maar de Grondwetswijziging kwam er uiteindelijk in 2003 (het volk zou in referenda toch het laatste woord hebben mocht het de vorst beu zijn) en Liechtenstein bleef uit handen van de Microsoft baas.

      

Kopen was wat te veel maar in 2010 kwam rapper Snoop Dogg op het idee om heel Liechtenstein te huren voor opnames van een  film. Hij ging op bezoek bij de Prins, die helemaal niet tegen was maar omdat Snoop een nogal strak tijdsschema voorlegde moest de Prins afhaken.
      Snoop Dogg’s idee bleef niet onopgemerkt en in 2011 werd het opgepikt door het beginnende Airbnb dat in samenwerking met het Liechtensteinse marketingbedrijf Rent a Village by Xnet de plannen uitwerkte.

70.000 Dollar per nacht moest het kosten, met een minimum van drie dagen, om even huurder te zijn van het op vijf na kleinste land ter wereld. Kom je met 500+ gasten, geen probleem, alle hotels stonden ter beschikking. Luxe auto’s, de meest exquise wijnen uit de kelders van de Prins, alles was mogelijk. Op verzoek konden de straatnaambordjes worden vervangen, of speciaal geld worden gedrukt. U zegt het maar.


                      

Het is er nooit van gekomen, niemand heeft ooit Liechtenstein gehuurd en mocht u er nu, al lezend zin in krijgen, dan bent u te laat. Liechtenstein is niet meer te huur.
      Je kunt het ook wat minder megalomaan aanpakken en gewoon voor een korte vakantie een appartement of hotelkamer huren, en als je er wat meer te zoeken hebt kun je er natuurlijk ook gaan wonen. Als je dan alle formaliteiten hebt doorlopen en je geheel bent doorgelicht en goedbevonden ontvang je de brochure “Welcome to Liechtenstein, information for migrants” met allerlei wetenswaardigheden en handige tips voor de verse ingezetene van het Prinsdom. Onder het kopje “The most important aspects of day-to-day life” lees je dan:

U wordt geacht de algemene rustperiodes in acht te nemen. Vermijd activiteiten zoals grasmaaien of het houden van lawaaierige festiviteiten tijdens de lunch van 12:00 tot ongeveer 13:30 en na 22:00.

Grasmaaien? Ik kan wel wat lawaailiger activiteiten bedenken dan grasmaaien maar blijkbaar komt dat allemaal in het Prinsdom niet voor en is grasmaaien het summum van lawaaischopperij. Grasmaaiers zijn niet verboden in het land, in de Yellow Pages van Liechtenstein vond ik twee bedrijven waar je die lawaaiige machines gewoon kunt kopen.
      Of zouden ze daar uitsluitend de laatste modellen fluistergrasmaaiers verkopen?

Niet alleen tijdens lunchtijd en na tien uur ’s avonds is het rustig in Liechtenstein. Behalve als iedereen tegelijkertijd aan het grasmaaien slaat, is het er eigenlijk altijd rustig. Er gebeurt nooit iets, of heel zelden. De laatste moord in Liechtenstein was in 1997. Criminaliteit is er nauwelijks. Op de wereldranglijst van aantallen gedetineerden per land staat Liechtenstein dan ook helemaal onderaan.

In geen enkel land ter wereld zitten zo weinig mensen gevangen als in Liechtenstein.

 

In 2016 zaten er 10 gevangenen vast in het Prinsdom.

De helft van de gevangeniscapaciteit in het land was daarmee gevuld. Allemaal gedetineerden die maximaal twee jaar uitzaten.
      Langer veroordeelden worden naar Oostenrijk of Zwitserland gestuurd.

 

 


Hoewel Liechtenstein een hoofdzakelijk rooms-katholiek land is (het katholicisme is de officiële  staatsreligie) en carnaval er wel degelijk wordt gevierd, is de carnavalvakantie omgedoopt tot sportvakantie.
      Een week sportvakantie gedurende carnaval in februari/maart staat er tussen de opsomming van nationale vakanties en feestdagen in dezelfde “Welcome to Liechtenstein”-brochure.

Is het wishful thinking? Zo van: als we dit nou een sportvakantie noemen wordt er misschien minder gezopen. Bovendien is sport over het algemeen minder lawaaierig dan carnaval, ook mooi meegenomen. Of heeft Liechtenstein een obsessie met sport?
      Feit is dat er meer dan 15000 Liechtensteiners, bijna de helft van de bevolking, lid zijn van een sportvereniging. Voetbal en skiën zijn het meest populair, maar ook tennis, zwemmen en mountainbiken. Ik heb het nergens kunnen natrekken, maar ik vermoed dat dit ook een wereldrecord is.

Geen land ter wereld heeft relatief zoveel inwoners die lid zijn van een sportvereniging als Liechtenstein.

Liechtenstein deed in 1936 voor het eerst mee aan de Olympische Spelen en stuurt sindsdien bijna iedere keer een sportieve afvaardiging naar zowel de Zomer- als de Winterspelen. Hoewel het contingent meesportende Liechtensteiners tijdens de Olympische evenementen ondanks het bovenmaatse lidmaatschap van sportverenigingen in het land beperkt is, haalt Liechtenstein zo nu en dan een medaille binnen.

Liechtenstein is het enige land ter wereld dat wel medailles behaalde op de Olympische Winter-, maar niet op de Olympische  Zomerspelen.

In totaal won Liechtenstein negen Olympische medailles, allemaal bij het skiën. Vier daarvan werden in 1976 en 1980 gewonnen door Hanni Wenzel op de slalom en de reuzenslalom. Daarbij zat ook de enige gouden plak die Liechtenstein ooit in de wacht sleepte. Hanni’s broer Andreas won in 1980 en 1984 zilver en brons op de reuzenslalom. Lange tijd waren Olympische medailles in Liechtenstein dus een family affair.

Samenvattend zien we dat in Liechtenstein de levensstandaard hoog is, de belastingtarieven laag, er weinig werkloosheid is, dat het er vooral rustig is en nauwelijks criminaliteit.
      De echte actie in het Prinsdom voltrekt zich in de financiële en fiscale boeken van bedrijven, banken en de overheid. Het economische en financiële klimaat is er dusdanig positief dat het land al jaren een begrotingsoverschot kan noteren en daarmee scoort het op vijf na kleinste land ter wereld nóg een record:

Liechtenstein is samen met Brunei het enige land ter wereld zonder staatsschuld.

 

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

 

Winter 1984

Plassen & lippen

De taxichauffeur is groot, bonkig en emotioneel. Hij is een kettingroker, die steeds gele stinkende sigaretten aansteekt met de peuk van de vorige. Wij rijden over de Sharia Salah Salem, één van de drukste straten in Cairo, de hoofdstad van Egypte. Eigenlijk rijden we niet, maar staan we vrijwel voortdurend in files, die zich soms even oplossen.
      Het is tumultueus en rumoerig in Cairo. De over het algemeen oude auto’s zijn gammel en maken lawaai. Bovendien stinken ze. Iedereen schreeuwt en iedereen toetert hoewel dat eigenlijk verboden is. De jeugdige fietsers piepen overal tussen door. Zij hebben peppers, die ze continue gebruiken. Ook dat mag officieël niet. Voetgangers proberen de overkant van de straat te bereiken door gewoon auto’s tegen te houden. 
      De chauffeur wilde voor het ritje naar het Nederlands Instituut veertien Egyptische pond ontvangen. Mijn begeleider Marco, een Egyptoloog die hier al zes jaar woont, moest daar erg om lachen. Na een luidruchtig afdingingsproces wordt de prijs afgemaakt op vijf en een half pond. 
      De offciële koers in die dagen is 80 pond voor 100 US $. Maar op de zwarte markt buiten op straat ontvang je voor 100 US $ toch al snel 115 pond. Zeer lucratief dus, hoewel je in hotels en in musea pas kunt betalen als je een briefje laat zien, dat je officieël op een bank gewisseld hebt. Maar ook dat is op te lossen, want voor vijf pond kun je een briefje met een indrukwekkend stempel kopen dat je ''officieel'' voor tweehonderd pond gewisseld hebt.

De chauffeur stopt ineens midden op straat, stapt uit en doet zijn motorkap open. Dan begint hij tegen zijn rechtervoorband te plassen.
      Er staat een mevrouw achter hem, die daar een opmerking over maakt. Er volgt dan een vermakelijke discussie, die Marco vrijwel synchroon vertaalt. 
      De chauffeur wordt voor zwijn en pooier uitgemaakt, waarna de vrouw een ezel en kinderverleidster wordt. Vervolgens is de één een hondenzoon en de ander een hoerenjong.
De uitsmijter komt van de taxichauffeur die het volgende zegt:
      ‘Als jouw lippen er beneden net zo uitzien als van boven, moet ik je niet. Echt niet!
Al leg je er geld bij nog niet’.

 

Ontmoetingen in de lucht: 

1. Jevgeni, een Oezbeek
2. Mira, een Zuid-Afrikaanse
3. Harald, een Noor
4. Ilse, een Vlaamse
5. Jolande, een Hollandse
6. Joe, een Samoaan


Ontmoetingen in de open lucht:

1. De kapitein, een Montenegrijn
2. Salomon, een Mozambikaan
3. Meri-Tuuli, een Finse 
4. Lama Tsultrim, een Bhutanees
5. De viskoopster, een Malta-ganger
6. Marco, een Boliviaan
7. Dominee Kiss, een Hongaar in Roemenië
8. Mevr. Sobolovic, een Joegoslavische
9. Uncle Basil, een indiaan in Guyana
10: Boris, een Siberiër
11: Mr. Omar, een Soedanees
12: Arvid, een Gotlander
13: Mr. T.F. Keohane Jr.,een Yank
14: Stefan, een Tovenaar
15: De Museumdirecteur, een Mauritiaan
16: Godfrey, een Zimbabwaan
17: Bassam Abu Sharif, een Palestijn
18: De oude schilder, een Cypriotische
19: Lucky, een hond te Lesotho 
20: Mulu, een Eritreeër 
21: De dierenarts, een Belg 
22: De taxichauffeur, een Egyptenaar 

 

 


Meest geïndustrialiseerde land ter wereld

      

(Door Rolf Weijburg)

 Liechtenstein behoort samen met Qatar en Luxemburg per capita tot de drie rijkste landen ter wereld.

Dat Liechtenstein rijk is zal niemand echt verbazen. Ach ja, een belastingparadijs, zult u denken.
      Natuurlijk is Liechtenstein een belastingparadijs. Het kleine land is er groot mee geworden. Met zijn lage belastingtarieven werd het Prinsdom in de jaren tachtig en negentig zelfs “de Rolls Royce” onder de belastingparadijzen genoemd.

       
     
      Vermogende buitenlanders sluisden in die tijd miljoenen aan onbelast kapitaal door naar in het Prinsdom opgerichte stichtingen, waardoor het geld op naam van de stichting kwam te staan en de identiteit van de eigenlijke eigenaar verborgen kon blijven. Op die manier kon geld dat om wat voor reden dan ook privacy behoefde eenvoudig tussen de Alpenweiden worden veiliggesteld. Je kon in Liechtenstein bij wijze van spreken gewoon met een koffer geld een bank binnen lopen zonder dat er iemand vroeg waar dat geld vandaan kwam of er wel belasting over betaald was en op een goed moment telde Liechtenstein meer stichtingen dan inwoners.

Bankmedewerkers waren immers geen belastinginspecteurs.

Dollars

Tegenwoordig echter heeft ook Liechtenstein onder grote druk van vooral Amerika en de EU zijn bankzaken transparanter moeten maken en het staatje heeft zich inmiddels gedistantieerd van het niet te traceren geld waarmee ooit enorme rijkdom is vergaard.
      Vragen vanuit het buitenland omtrent in Liechtenstein geparkeerd buitenlands kapitaal waarvan vermoed wordt dat het om crimineel geld gaat, worden serieus behandeld en de diverse belastingdiensten krijgen in die gevallen alle Liechtensteinse medewerking.
      Anders is het als een buitenlandse belastingdienst vragen heeft omdat het belastingontduiking vermoedt bij in Liechtenstein geparkeerd geld. Dan krijgt het in Liechtenstein nul op het rekest: belastingontduiking in het buitenland is in Liechtenstein geen strafbaar feit.
      Vandaar ook dat er wel zo’n 35000 (evenveel als er Liechtensteiners zijn) zogenaamde brievenbusfirma’s in het prinsdom geregistreerd staan die in eigen land belastingplichtig zouden zijn maar in Liechtenstein profiteren van de veel lagere tarieven. Het lijkt net Nederland.

        

De inkomsten uit al dat gescharrel en geschuif met geld zijn nog immer substantieel, maar het gros van de overheidsinkomsten van Liechtenstein is afkomstig uit de industrie. Sterker nog:

Liechtenstein is per hoofd van de bevolking het meest geïndustrialiseerde land ter wereld.

Er is daar één bedrijf op iedere negen inwoners. 44,9 % van de bevolking werkt in de industrie. Ter vergelijking: 24,8 % van de Zwitsers, 30 % van de Oostenrijkers en 33,5% van de Duitsers is werkzaam in de industrie. Niet gek voor een land zonder grondstoffen.
      Veel bedrijven zijn uiteraard naar Liechtenstein gekomen vanwege de fiscale en administratieve voordelen, niet vanwege de kleine binnenlandse afzetmarkt. De industrie is dan ook hoofdzakelijk gericht op de export.

De netto-export per hoofd van de Liechtensteinse bevolking is de hoogste ter wereld.

Het is allemaal schone industrie, je zult in Liechtenstein geen groezelige fabriekscomplexen met rokende schoorstenen tegenkomen. Vooral kleine en middelgrote high-tech bedrijven produceren in het prinsdom. Maar ook boormachinemaker Forst- Hilti (de grootste werkgever in Liechtenstein met zelfs een eigen treinstation), auto-onderdelenmaker Krupp Presta, juwelen en horlogebedrijf Swarovski en wereldmarktleider in kunsttanden Ivoclar Vivadent .

           
Met zestig miljoen tanden per jaar zorgt dit bedrijf er voor dat

Liechtenstein ‘s werelds grootste producent van kunsttanden is.

Al die bedrijven hebben uiteraard werknemers in dienst. Veel meer zelfs dan het land zelf kan leveren. Per gevolg forenzen dagelijks 13000 Zwitsers (Zwitserse gastarbeiders, dat lijkt bijna een contradictio in terminis), Oostenrijkers en Duitsers het prinsdom in en uit en ontstaan er iedere werkdag flinke files tijdens de spitsuren.

Afgezien van al die werknemers trekken de bedrijven natuurlijk ook aardig wat internationale zakenlui aan. Maar waar elders in de wereld vliegvelden businessclass reizende zakenlui, of privéjets kunnen ontvangen, is

Liechtenstein samen met Vaticaanstad, Andorra en Monaco het enige land ter wereld zonder vliegveld.

 

Heliport

Er is bij Balzers in het zuiden, wel een heliport, maar dat biedt geen reguliere vluchten. De dichtstbijzijnde luchthaven is Kloten bij Zürich en vandaaruit heeft de zakenman op weg naar Liechtenstein vier keuzes: met een gecharterde helikopter in een klein half uurtje naar Balzers heliport, of per huurauto in anderhalf uur naar Vaduz.
      De derde optie, in ruim twee uur met de Zwitserse Postbus, vereist wat meer tijd terwijl keuze vier, afhankelijk van de aansluitingen, ongeveer net zo lang kan duren als met de auto of met de bus: met de trein.

Bahnhof

Neem de RailJet van Zürich naar het Oostenrijkse Innsbruck die weliswaar dwars door Liechtenstein rijdt maar er niet stopt. In Buchs, vlak voor de grens met het prinsdom moet je dus uitstappen en overstappen op het boemeltje van de Oostenrijkse Federale Spoorwegen dat negen keer per dag naar Feldkirch in Oostenrijk rijdt.

Dan gaat het snel: de trein rijdt vanuit Buchs over 9,5 kilometer in tien minuten tijd dwars door Liechtenstein heen en stopt in die tien minuten ook nog eens op drie stations (Schaan-Vaduz, Forst-Hilti, Nendeln , - het laatste station Schaanwald, is onlangs gesloten -).

Niet slecht.

Na Monaco, Laos en Lesotho heeft Liechtenstein de kortste passagierstreinlijn ter wereld.

  

 

 

 

Rolf Weijburg's Atlas van de 25 kleinste landen in de wereld

 KliHIER voor alle afleveringen

 

 

 

 

 

Subcategorieën

Domar: Noord Bangladesh