Poëzie (226)

 

Eiermasker

Het bestaat echt: een eiermasker. Al lang ook.
      Zo’n thuismiddeltje, dat je huid strakker maakt en je haar glanzend. Het is on-line te koop en bij iedere behoorlijke drogist.
Maar zelf een masker maken is ook een optie.
      Een eitje klutsen, wat honing erdoor, op je gezicht smeren en een minuut of twintig laten zitten.
De theorie is: Het maakt poriën minder zichtbaar en doodt bacteriën zonder dat het de huid uitdroogt.
      Het zou ook rimpels minder zichtbaar maken.
Eiersmeersels zijn er eveneens voor het haar, maar daar lijkt me in dit gedicht van Hans Faverey geen sprake van.


De liefste

Met een eiermasker op
Als ik haar aan het lachen
maak, zegt ze:

‘breekt mijn huid’



Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

 

Een regen van rozen

Medbh McGuckian is het pseudoniem van de Noord-Ierse dichter Maeve McGaughan (Belfast 1950). Dat klinkt inderdaad allemaal erg Iers. 
      De naam Medbh komt uit de Ulster Cyclus van de Ierse Mythologie.    


Van Medbh McGuckian


Geloof

Mijn grootmoeder maakte ons wijs dat sneeuw
Een oude man in de lucht was die
Veren uit zijn matras over de wereld schudde.

Haar bed ’s ochtends was bedekt met schilfertjes,
’s Nachts losgelaten door een vervellende huid
Ze zweefden in een wolk

Van zilveren zemelen op de vloer, of tolden
In het open raam als sterrestof
En wervelden rond op de weg.

Ik verbrandde ze op een hoop, een droom van geld
Meer dan Theresa’s beloofde regen van rozeblaadjes
Of Vergilius’ zielen, menig als herfstlover.

Theresa is Theresia van Lisieux (1873-1897), een Franse heilige en kerkleraar van de R.K. kerk. Zij was tien jaar oud en zwaar ziek. Maar zij genas omdat zij naar een schilderij van Maria keek, dat boven haar bed hing.
      Ze werd Zalig verklaard en twee jaar later Heilig. Van haar is de uitspraak

‘’Ik wil het rozen laten regenen op aarde’’. Rozen zijn in dit verband zegeningen.
      De zielen komen uit zang VI van Aeneis, Vergilius’ bewerking van de Odyssee van Homerus.

Het gedicht is vertaald door Kathleen Rutten.
      Ik heb ’t origineel voor u gevonden. Uit Selected Poems; verschenen in 1997.


Faith

My grandmother led us to believe in snow
As an old man in the sky shaking
Feathers down from his mattress of the world.

Her bed in the morning was covered with tiny scales
Sloughed off in the night from peeling skins
They floated in a cloud

Of silver husks tot he floor, or spun
In the open window like starry litter,
Blowing along the road.

I burned them in a heap, a dream of coins
More than Therese’s promised shower of roses,
Or Virgil’s souls, many as autumn leaves.



Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

 

 

Klokke Roeland

Vroeger zongen wij het op de lagere school. Ferm, beklemtoond en met hier en daar een uithaal. Dit was een lied van stavast.
      In Vlaanderen moest je zijn voor heldendom en avontuur. Zoveel begrepen we wel, maar de tekst was verder volkomen onbegrijpelijk.
Het werd ook niet uitgelegd. Bij ons niet althans en bij veel anderen ook niet. Want ik heb ’t eens nagevraagd bij wat mensen die ook nog de lagere school gevolgd hebben. Vrijwel iedereen had het lied gezongen. En niemand had er iets van begrepen. Trouwens: Nog steeds niet.

We moeten terug naar de veertiende en begin vijftiende eeuw. De Honderdjarige Oorlog. Een reeks conflicten tussen Frankrijk en Engeland, hoewel er bij tijd en wijle ook onderling stevig gevochten werd. Vlaanderen is bezet door de Fransen en verzet zich daar tegen.
      Jan Hyoens en Jacob van Artevelde zijn de volksleiders. Hyoens is aanvoerder van de zogeheten Witte Kaproenen en de lakenkoopman Jacob van Artevelde hief de boycot van de Engelse wolinvoer op. Hi zorgde er ook voor dat officiële documenten in het Vlaams werden opgesteld.
      Van Artevelde werd in 1345 tijdens een oproer vermoord. Zijn rol werd overgenomen door zijn zoon Filips. Daarom wordt in het lied in meervoud gerept over de Artevelden. Op diverse lagere scholen gezongen als ‘’in de velden’’.   


Van Albrecht Rodenbach

Klokke Roeland

Voorzang

Boven Gent rijst
eenzaam en grijsd
’t oud Belfort, zinbeeld van ’t verleden.
Somber en groots
steeds stom en doods,
treurt de oude Reus op ’t Gent van heden.
Maar soms hij rilt
en eensklaps gilt
Zijn bronzen stem door de stede.

Toezang

Trilt in uw graf, trilt, Gentse helden,
Gij, Jan Hyoens, gij, Artevelden:
‘mijn name is Roeland, ‘k kleppe brand
en luid de storm in Vlaanderland.’

Voorzang

Een bont verschiet
schept ’t bronzen lied
prachtig weertoverd mij voor de ogen;
mijn ziel erkent
het oude Gent;
’t volk komt gewapend toegevlogen,
’t Land is in nood:
‘Vrijheid of dood!’
De gilden komen aangetogen.

Toezang

‘k Zie Jan Hyoens, ‘k zie de Artevelden,
en stormend roept Roeland de helden:
‘mijn naam is Roeland, ‘k kleppe brand
en luid de storm voor Vlaanderland.’

Voorzang 

O heldentolk,
O reuzenvolk,
O pracht en macht van vroeger dagen;
O bronzen lied,
‘k wete uw bedied,
en ik versta ’t verwijtend klagen.
Doch wees getroost:
zie ’t oosten bloost
en Vlaanderens zonne gaat aan ’t dagen.

Toezang

Vlaanderen die Leeuw! Tril, oude toren,
en paar uw lied met onze koren:
zing: ‘Ik ben Roeland, ‘k kleppe brand,
luide triomfe in Vlaanderland.’

                                                                                               Jacob van Artevelde op de Vrijdagmarkt in Gent

Het Belfort van Gent is een toren van 95 meter hoog. Grijs gekleurd.
Klokke Roeland was een stormklok die tot 1659 in het Gentse Belfort hing. De bel werd geluid bij brand en als er slecht weer op komst was.
      Bij brand werd de klepel tegen de klok geluid.

Toezang is in het Nederlands nazang.  

Verschiet is toekomst en bedied is betekenis.

Klokke Roeland werd vernoemd naar Ridder Roeland (Roland) die in de achtste eeuw Karel de Grote diende. Hij werd een held die bezongen werd in het Roelantslied (Chanson de Roland).

 Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

 

Apollo en de slang

Zelfs voor gewone stervelingen is ’t herkenbaar. Er schiet je iets te binnen. Iets waar je al tijden op zit te vlassen. Iets ‘’briljants’’.
      Maar dan komt het. Je moet het onthouden.
En dat is vaak een probleem.

De curieuze dichter Hans Vlek (1947-2016) gebeurde dat ook.
      Hij, de zelfbenoemde Goddelijke Gek, de belezen en erudiete dichter, de wereldburger, die onder meer in Marokko en Spanje woonde, de man die in 2007 Poëtry International in Rotterdam op zijn kop zette door een verward en volkomen krankzinnig optreden, stapt een kantoorboekhandel binnen om z’n zingende zin, zijn epitaaf van weken denken, zijn briljant aforistisch kortpoëem, op te kunnen schrijven.


      En dan ontstaat dit bijzondere gedicht.

Van Hans Vlek

Voor M.

Apollo en de slang

Een zingende zin als python flitst even, onder
kindergefluit en claxongetoeter
op in het oerbos van Pan waar
onder je oude brusselse hoed, goden
denkers en dichters hun agorisch
lyceum onder vilt en olmloof
levend houden, zodat je -papier-
loos als ‘n socratiër-

’n kantoorboekhandel binnenschiet,
-de zin als apollo nog steeds bij de kop-
een goedkoop gelinieerde bloknoot
en ’n patronenvulpen koopt met plasticdop en,
doorsnelt naar ’n terras
om bij ‘n wijntje die
gedistingeerde epitaaf van weken denken
dat briljant aforistisch kortpoëem, in
snelle krabbels hijgend te noteren.

Maar gevlogen is de python. En
je zit voor ’n volle, zin-
ledige rhyton-

Hans Vlek was niet alleen belezen, hij kende zijn klassieken en liet dat ook graag blijken.

Apollo was de Zonnegod, de god van het licht, beschermer van de poëzie en aanvoerder der muzen in het Griekse Delphi.
      Apollo versloeg de monsterlijke slang, de Python. En ter ere van hem werden in Delphi om de vier jaar de Pythische Spelen gehouden, begonnen als een soort poëziewedstrijden.

Maar … en dan begint de cryptische verwarring in dit gedicht, python staat ook voor programmeertaal.

Socratiër voert terug naar Socrates, filosoof te Griekenland (-469-399). Ter dood veroordeeld tot het drinken van de gifbeker. En dat komt weer terug in de rhyton aan het eind, want dat is een drinkbeker.

Agorisch komt van agora, een Volksvergadering, die in het oude Griekenland plaats vond op het centrale plein in de grote steden.

Een epitaaf is een grafschrift en aforistisch is afgeleid van aforisme, een korte bondige uitspraak.  

Hans Vlek overleed vorig jaar in een psychiatrische inrichtichting te Den Bosch.

      Hij schreef ook ‘’recht voor z’n raap poëzie’’. Voortvloeiend uit activiteiten, die hij verrichtte om in leven te blijven. 

Van Hans Vlek

Mijn maat

Tussen het werk door draaien we
een zware of praten wat
over Sparta, mijn maat en ik
Zijn stopwoord is een woord dat ik
op muren schreef

Koude thee uit limonadeflessen
achttien jaar lang voor
zes geeltjes per week-
een neger zou de blues uitvinden

Sparta slaat in dit verband niet op het Griekse Sparta, maar is een voetbalclub in Rotterdam.  


Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

 

Bury My Heart at Wounded Knee

In 1970 verscheen in de USA een opmerkelijk boek: Bury My Heart at Wounded Knee van Dee Brown. In dit boek aandacht voor het bloedbad in 1890 bij het dorp Wounded Knee ten oosten van het Pine Ridge Indian Reservaat in South Dakota.
      De indianen waren het reservaat ontvlucht maar werden ontdekt door het Amerikaanse leger ((Een Cavalerieregiment). Er ontstonden schermutselingen waarbij meer dan 200 Indianen werden vermoord. Er sneuvelden ook 25 militairen.


In 1973 was er in de VS niet alleen toenemende kritiek op de Vietnam-Oorlog, maar er was ook een opleving van Indianenactivisme. Honderden leden van de American Indian Movement bezetten Wounded Knee en riepen een Vrijstaat uit. Opnieuw werd het Amerikaanse leger erop afgestuurd.
      Na 73 dagen werd de bezetting gebroken. Er vielen geen doden, maar 1200 mensen werden gearresteerd.

In die tijd ook schreef de Amerikaanse historicus Theodore Roszak zijn beroemde boek The making of a counter culture, in het Nederlands vertaald als Opkomst van een tegencultuur.

Dit alles was voor de geëngageerde Sonja Prins reden om dit gedicht te schrijven:


Kanttekening bij Roszak, notitie 29

my heart is buried
at wounded knee

kan n nakomeling
van de intelligentsia
van t witte ras
van het witgekalkte
witte soldatenras
in de honingraat klimmen
van anti-kolonialistiese
vrijheidsstrijd.

mijn hart en lever
spreken mee
on-wit

mijn ogen en mijn longen
ademen de verfijnde neerslag
van nederlagen

ik geloof wel dat ik zelf
ben begraven
at wounded knee

(Uit Notities 1973; Sonja Prins)

 

Luister HIER naar REDBONE met We were all wounded at Wounded Knee

 

Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje