Poëzie (216)

 

Ieke nie fan Hollant hou

Toen ik in de jaren zeventig Rotterdams correspondent voor De Volkskrant was, kwam ik met zekere regelmaat in de bekende cafė’s. Je zag dan weleens de dichter Frans Vogel zitten. Een markante man met een bijzonder gevoel voor humor. Hij had een vooruitziende blik, getuige zijn gedicht

Klaaglied van een gastarbeider

Ieke skrijve aan mijn vrou, ieke nie fan Hollant hou.
Hier die mense zo gauw kwaat as jij seg ”Iek nie verstaat’’
Kom jij binne ien die kroeg sij nooit groeten jou teroeg.
In fabriek jij doen vies werk, hier jij heb gėėn eigen kerk.
Vaak jij wonen voor ėėn huur, die sij maken veel te duur.
Sij jou beetsje oenderdrukken en probieren jou te pluken.
Siet jij in die bus of trem, sij jou duwen bijna klem.
Of as jij jouw krant ga kopen, sij jou onderboven lopen.
Ieke nie graag spreke kwaat, maar so ies as ut hier gaat.
Al die tijd dat jij hier ben, ies dar niemant die jij ken.
Hier jij eenzaam en verlaten, jouzelf alleen om mee te praten.
Ieke skrijve aan mijn vrou, ieke ne fan Hollant hou.

Hij kwam wel eens naar Poetry International. Daar trad ooit een Chinees op in een tijd dat de vertalingen nog achteraf werden voorgelezen.
      Frans Vogel riep hard door de stille zaal: “Harder’’.

En toen de massa zich naar hem richtte riep hij: ”Ik kan het namelijk niet verstaan’’.


Frans Vogel is inmiddels tachtig jaar. In diverse recente interviews lees je, dat hij niet meer zoveel drinkt, want dat rijmt niet met de grote hoeveelheden medicijnen die hij moet slikken.

Van Frans Vogel

Te gek moment

Weet nog goed.

Was die keer
op dat lullige stationnetje
van Aerdenhout

Toen ik (goed snik?)
pardoes op mijn
achterhoofd ben gevallen:

Hartstikke nieuw gaatje
in mijn kop.

Absoluut te gek moment.

Wist gelijk niks meer
van wat daarvoor
allemaal moet zijn gebeurd:
flink stuk van mijn leven
(lang niet achterlijk?)
in 1 klap kwijt, foetsie,
pleitos, pinéros.

Of ik daar nu dan niet
als een randdebiel
of een volslagen idioot
naar op zoek ben?

Tot slot

Zijde ge mal:
juist dat ene moment
vind ik al te gek.

Complėtement fou,
weet je wel.
Crazy, Wahnsinnig.

En voor de rest
moedu nie bij mijn
zijn: forget it.

 

 

Geen tweede Troje

Jean Pierre Rawie werd ondervraagd in het Magazine van De Volkskrant. Het ging goed met hem. In plaats van twee flessen jenever dronk hij nog maar twee flessen wijn per dag.
      Ik herinnerde mij gedichten over drugs & drank.
In 1980 schreef hij bijvoorbeeld No second Troy. De titel is ontleend aan het beroemde gedicht onder diezelfde titel van de Ierse Nobelprijswinnaar William Butler Yeats (1865-1939). Dat was destijds nogal gewaagd, want het nodigde uit tot het maken van vergelijkingen.


Welaan: Kijk, lees & vergelijk

Van Jean Pierre Rawie

No second Troy

Ik heb een vrouw bemind, die best
een tweede Troje zou verdienen
en die door drank en heroïne
onder mijn ogen werd verpest.

Tot ziekbed kromp het liefdesnest,
en ik zou zachtjes willen grienen,
omdat alleen dit klandestiene
sonnetje van ons tweeën rest.

Zo’n veertien regeltjes waarmee je
een tipje van de sluier licht,
wat zout om in de wond te wrijven.

Wat zijn dat toch voor waanideeën,
Dat je, verdomd, in een gedicht
‘’de dingen van je af kunt schrijven’’?


Van William Butler Yeats

No Second Troy

Why should I blame her that she filled my days
With misery, or that she would of late
Have taught to ignorant men most violent ways,
Or hurled the little streets upon the great,
Had they but courage equal to desire?
What could have made her peaceful with a mind
That nobleness made simple as a fire,
With beauty like a tightened bow, a kind
That is not natural in an age like this,
Being high and solitary and most stern?
Why, what could she have done, being what she is?
Was there another Troy for her to burn?


Ik heb een vertaling gevonden van A. Roland Holst

Geen tweede Troje

Hoe zou ik haar verwijten, dat ze ellende
bracht in mijn dagen, of dat zij voor kort
de onnoozlen opgezweept zou hebben en de
straten en stegen had dooreengestort,
als in hen durf verlangen evenaard had?
Waar kon zij vrede vinden met een geest
die adel simpel als een vuur bewaard had,
met schoonheid als een boog die spant, van ’t ras
dat niet meer thuis hoort in een tijd als dezen,
hoog zijnde en eenzaam en niet aan te randen?
wat moest zij met een wezen als haar wezen?
vond zij een ander Troje om te verbranden?


Klik HIER voor alle Zoekpoëzie

 

 

Poëzie is de drempel van het gesticht

De pas overleden dichter H.H. ter Balkt was een oude bard en een volbloed poëet. Een wat knoestige man; zeer belezen en maatschappelijk betrokken. Hij won alle pretentieuze literaire prijzen, inclusief de P.C. Hooftprijs. Van hem zijn de uitspraken ‘’Dichters zijn de fossielen van onze tijd” en ‘’Iedereen schrijft; niemand leest’’.
     
Het volgende gedicht begrijpt u een stuk beter als u weet dat Wallace Stevens (1979-1955) een enigszins vergelijkbaar dichter in de USA was. Iemand die de Pulitzerprijs voor poëzie en de National Book Award for Poetry won.
     
Eén van zijn bekendste gedichten is: Poetry is a Destructive Force. De laatste strofe luidt:

The lion sleeps in the sun.
It’s nose is on the paws.
It can kill a man.

Hierop is het volgende –fenomenale- gedicht van H.H. ter Balkt gebaseerd.

Van H.H. ter Balkt

Poëzie

Poëzie is de drempel van het gesticht
is de wolf in het schaap, laat het fata
morgana zien, dompelt dan dodelijker,
dieper, je lijf in de helse woestijn.
Poëzie is een cent in Siberië
is een kraan zonder water, een hond op zee.

Niet? Achter de feiten komen de begrippen.
Achter de fielt kermt zijn stukgetrapt land.
Jaren nadat van plunderaars de stad kraakt
telt haar naam ofschoon ze dan niet langer
bestaat dan als naam. Denk aan Carthago,
denk aan jezelf en het sluimerend zout.

Poëzie is geen leeuw, is geen leeuw
Wallace Stevens, doodt geen man nee,
enkel fokt zij koudbloedig virussen
in haar heilig huis van ondermijning
van ondermijning, twijfel; zwak siersel,
verft het zout blauw op de bovenste plank
in het tochtiger wordende huis.

Je poëzie is een stuiver in Siberië , vlo
in de koningshals, goud in het pakijs.
Poëzie volgt de mens op de voet.
En poëzie is corned beef, gemalen hart-
klop en fakkel van afval, gevoelens
ingeblikt in de allesbehalve roestvrije vorm:
volksvoedsel voor het leger te velde
dat tegen abattoirs vecht als voor eeuwen
Don Quichotte tegen de windmolens.

 Koud als kerstmis, doof als pasen wankelt
poëzie van slag- naar slagveld en bloedig
kruispunt, geweven leeuw in gerafelde
vlaggen, Wallace, bijna menselijk is zij; ja!
En verandert de ekster die een dief is, door
omschrijvingen, door foto’s van gedrag? Poëzie
nestelt en steelt, als de ekster, en haar
enige pretentie is: zijn je lepels
nog bij je? Is het koper of zilver wat er
schittert in je huis? Poëzie is een rover
is een uitgeschudde cent in Siberië , verft
het zout blauw in de stenen potten
is wreed en kwaadaardig lieve vriend/zoals jij.

 

Van Wallace Stevens

Poetry is a Destructive Force

That’s what misery is,
Nothing to have at heart.
It is to have or nothing.

It is a thing to have,
A lion, an ox in his breast,
To feel it breathing there.

Corazon, stout dog,
Young ox, bow-legged bear,
He tastes its blood, not spit.

He is like a man
In the body of a violent beast.
Its muscles are his own….

The lion sleeps in th sun.
Its nose is on the paws.
It can kill a man.


Klik HIER voor alle Zoekpoëzie 

 

 

Van E. du Perron

P.P.C.

Vaarwel, Clary. Ik wens u geen geluk.
Zoiets klinkt dom, bij hen reeds die het menen.
Gij hebt u goed verkocht. Maak u niet druk
over de rest: want àlle mensen wenen.

Uw huis was klein. Uw heer heeft het vergroot.
De bron van zijn fortuin heet niet te stelpen.
Uw roem wordt groot en duurt wel tot zijn dood.
Uw ziel is klein. Ik kon het niet verhelpen.

Uw lijf is goed. Gij zijt een mooie vrouw.
Gij zult uw heer veel mooie kinderen baren.
Uw hart is nauw; gij blijft hem ook wel trouw.
Gij zult hoogstaan en goed uw naam bewaren.

Vaarwel, Clary. Mij zult gij niet meer zien.
Ik zal u mijden, zelfs tot in uw dromen.
Gij waart mijn droom, voor ik u had gezien,.
Gij zijt uzelf. Ik minacht u volkomen.

Eddy du Perron is afgewezen. Clary heeft hem een beetje gebruikt, maar blijft gewoon bij haar eigen man. De dichter kan dat niet goed verkroppen en gaat op een poëtische manier om zich heen slaan.
 
Maar wat betekent P.P.C.?

Ik moest er even naar zoeken maar het staat voor Pour Prendre Congé. (Bij wijze van afscheid).
     
Du Perron gebruikte dat wel vaker. Het is ook de aanhef van een lange brief aan Soetan Sjahrir, de eerste premier van Indonesië. Dat was een persoonlijke kennis, want Du Perron (1899-1940) werd geboren in Nederlandsch Indië.


P.P.C. komt overigens veel voor. Ik trof ondermeer:

Pay Per Click
Plinten Profielen Centrale
Permanente Programma Commissie
Predictive Powertrain Control
Persoonlijke Paspoort Code
Praktijk in Psychologie & Coaching
Penitentiair Psychiatrisch Centrum
Psychologie & Psychotherapie Centrum
PolderPark Cronesteijn
Puttense Pony Club
ProsPeCt
Publiek Private Comperator
Postzegel Partijen Centrale
Pers Publiciteit & Communicatie
Pilgrim’s Pride Corporation
PPC-tabletten
PPC-Tools
PPC-Kanalen
PPC-Events
PPC-Tablets
PPC-Cars
PPC-Pallets
PPC-Campagnes
PPC-Strategies
PPC Poker Tour
Checkpoint PPC

 
Klik HIER voor alle Zoekpoëzie

 

 

Van Lucebert

Ik tracht op poëtische wijze

Ik tracht op poëtische wijze
dat wil zeggen
eenvouds verlichte waters
de ruimte van het volledig leven
tot uitdrukking te brengen

Ware ik geen mens geweest
gelijk aan menigte mensen
maar ware ik die ik was
de stenen of vloeibare engel
geboorte en ontbinding hadden me niet aangeraakt
de weg van verlatenheid naar gemeenschap
de stenen stenen dieren dieren vogels vogels weg
zou niet zo bevuild zijn
als dat nu te zien is aan mijn gedichten
die momentopnamen zijn van die weg

In deze tijd heeft wat men altijd noemde
schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand
zij troost niet meer de mensen
zij troost de larven de reptielen de ratten
maar de mens verschrikt zij
en treft hem met het besef
een broodkruimel te zijn op de rok van het universum

niet meer alleen het kwade
de doodsteek maakt ons opstandig of deemoedig
maar ook het goede
de omarming laat on wanhopig aan de ruimte
morrelen

Ik heb daarom de taal
in haar schoonheid opgezocht
hoorde daar dat zij niet meer menselijks had
dan de spraakgebreken van de schaduw
dan die van het oorverdovend zonlicht


1. Remco Campert: Dichten is een daad
2. Gerrit Komrij: De dichter
3. A van Collem: Als ge me leest, dan moet ge mededichten

4. Rutger Kopland: Lijsterbessen 
5. Sybren Polet: De dichter als dokter
6. R,J,Resink: Versklaar
7. Jan Arends: Gedichten als dunne bomen 

 

Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje