Poëzie (227)

 

Alles van waarde is weerloos

Eén van de bekendste dichtregels uit de Nederlandse literatuur is “Alles van waarde is weerloos’’.
     
Dat is een beetje merkwaardig, want het is geen eenvoudige zin en je kunt ernstige twijfels hebben over de waarheid ervan. De regel werd bekend, omdat hij jarenlang stond op het gebouw van verzekeringsmaatschappij Stad Rotterdam aan de Rotterdamse Blaak. En ook dat lijkt een paradox, want verzekeringsmaatschappijen zijn er toch vooral om winst te maken.
      De regel komt uit het gedicht ‘’De zeer oude zingt:’’ van Lucebert. Het kunstwerk op het Rotterdamse gebouw werd in 1978 aangebracht door kunstenaar Toni Burgering. Hij plukte het uit een verzameling gedichten, die hij had ontvangen van Martin Mooij, grondlegger van Poetry International. Goed gekozen inderdaad, want de regel wordt nog altijd in allerlei toonaarden geciteerd.

      Maar de regel is natuurlijk uit zijn verband gelicht. Daarvoor moet je het hele gedicht lezen.

Van Lucebert

De zeer oude zingt:

er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos

eerst als het is is het ernst
het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings

alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk

als het hart van de tijd
als het hart van de tijd

Veel mensen hebben geprobeerd dit gedicht uit te leggen of te verklaren. En dan begint het steevast met de vraag, wie die zeer oude was. Een Griekse wijsgeer menen de meeste mensen. En dan vooral een minder bekende.

Ik doe hier niet aan mee. Het is een prachtig gedicht, dat uitblinkt door zijn unieke taalgebruik.
     
Een gedicht van waarde, dat niet weerloos bleek.

 

Klik HIER voor alle ZoekPoëzie 

 

 

De Drentsche AA


(Esdorpen, beken, weides en zandverstuivingen)

 

De Drentsche AA is een mooi Nationaal Landschap ten noordoosten van Assen. Beken, stroompjes en andere waterloopjes kronkelen door het landschap en vormen zo een stroomdal door weides, zandverstuivingen en heides. Door esdorpen met een brink.

      Je kunt er ongestoord fietsen en wandelen. Als je de goede schoenen aanhebt kun je regelmatig naar de oevers van de beken.

      Dichter Rutger Kopland schreef tal van gedichten over de Drentsche Aa of zoals hij het schreef de Drentse A.


Stroomdal XI

Al die jaren dat ik zat te kijken
op het terras aan de rivier
dacht ik: zoals hier, zo moet het zijn

niets ontbreekt, niets is overbodig
het is te eenvoudig om te begrijpen
te vanzelfsprekend om te beschrijven
zo ligt het daar

het landschap met de rivier
ik zal het nooit kennen

Ik heb dat terras gevonden. Het behoort bij café-restaurant De Drentsche AA en ligt in het dorpje Schipborg vlakbij de grens Drenthe-Groningen.
      Je kunt achter het glas op het terras zitten, maar voor het ware ’beekgevoel’ kun je ook hier vlakbij de rivier plaatsnemen.

      Rutger Kopland deed dat nogal eens.


Stroomdal III

Ik kijk en het is alsof ik mijn lichaam verlaat
als je ziet dat alles is zoals het is
meer niet -je lichaam wordt een verlate plek

het landschap met de rivier doortrekt me
en laat me achter, zonder een gevoel, zonder
een gedachte -het laat me weten
hoe overbodig ik ben

ik zit hier, zie dit en vergeet dit, hetzelfde moment
ik ben alleen en niemand weet waar ik ben
en wat ik zie, ook ikzelf niet

 

Zeegserloopje

In Drenthe heeft de rivier steeds de naam van het dorpje waar het door stroomt.
     
Bijvoorbeeld het Taarlosche Diep, het Oudemolensche Diep en het Schipborger Diep.

Soms komen er zijstroompjes in uit: Rolder Diep, Gasterensche Diep, ‘t Zeegserloopje en ‘t Anloerdiepje.

      Pas bij de grens heet het water de Drentsche AA.


Stroomdal X

Het landschap met de rivier strekt zich
voor mij uit, de weilanden worden meegenomen
door de rivier naar waar mijn ogen
hen moeten loslaten

ze keren onveranderd terug aan mijn voeten
er is geen verschil tussen weggaan en terugkeren
er is hier niets afgegaan, niets bijgekomen
er is hier niets gebeurd

al die jaren dat ik hier zat te kijken heb ik
gezien hoe het bekende onzichtbaar veranderde in
het onbekende, en daaruit terugkeerde.

De ezeltjes heten Luca (bruingrijs) & Sam (bont).
      Brood voeren is verboden, maar appels en wortels mag wel.
Op een bordje aan de rivier staat dat dit het best bewaarde beek- en esdorpenlandschap van West-Europa is.
      Het is een Nationaal Park en een Nationaal Landschap.

 

Van Rutger Kopland


Drentse A.

I

Morgens aan de rivier, morgens waarin
hij nog lijkt te overwegen
waarheen hij die dag
weer zal gaan,

of hij diezelfde hevige bewegingen
zal maken als altijd,
of niet meer,

of zijn deze eindeloze aarzelingen
de lege gebaren van iemand
die al niet meer bestaat,

en zich heeft neergelegd
bij wat hij is, tussen zijn oevers,
in het zinloze spoor
dat hij groef

II

Alsof hij opnieuw zou willen beginnen,
zo rusteloos lijken zijn bewegingen,
alsof hij terug kon

naar zijn land van herkomst
zijn schemerig verleden in
en dan hier weer komt liggen,

maar hij is stil tussen
zijn oevers, en ook
zijn oevers zijn stil

III

Alsof hij verder zou willen gaan
dan hier, er een bestemming zou zijn,
ergens een plek waar hij
nog nooit is geweest

en daar zou kunnen komen
maar daar, in de verte
is hij al -dezelfde
als hier

IV

Morgen aan de rivier
morgen waarin hij eindelijk
niets meer zal zijn
dan de rivier

 

 Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Melopee: mystiek, mysterieus, magisch

Melopee (uit te spreken als mélopée) is een bestaand woord in het Nederlands. In de dikke Van Dale wordt het als volgt omschreven: ‘’Ritmisch gezang als begeleiding van declamatie’’.
      Melopee is tevens de titel van één van de prachtigste gedichten van Paul van Ostaijen. Mystiek, mysterieus, magisch.
Hij schreef het in 1925 en droeg het op aan zijn vriend, de dichter Gaston Burssens. Van Ostaijen leefde kort (1896-1928). Hij stierf aan tuberculose. Melopee is het bekendste werk uit zijn nagelaten gedichten, die op initiatief van Gaston Burssens in 1928 verschenen.
      Hij schreef in 1933 ook: ‘’Paul van Ostaijen. Zoals hij was en is’’.

De rivier in dit gedicht is De Schelde. Vorig jaar werd in Antwerpen de residentie Melopee geopend, 32 flats aan die rivier. Ze waren heel snel uitverkocht.


Van Paul van Ostaijen

Melopee

Voor Gaston Burssens

Onder de maan schuift de lange rivier
Over de lange rivier schuift moede de maan
Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee

Langs het hoogriet
langs de laagwei
schuift de kano naar zee
schuift met de schuivende maan de kano naar zee
Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man
Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee


Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Adieu sweet Bahnhof

Neem Wilfred Smit. Een vrijwel vergeten dichter, die door een beperkt aantal mensen werd gelezen en gewaardeerd. Hij leefde kort (1933-1972), publiceerde weinig. Groeide op in Nederlands Indië, waar hij in de tweede wereldoorlog eerst in een vrouwenkamp en daarna in een jongenskamp zat.
      In Nederland werd hij een soort protegé van Simon Vestdijk, die hem stimuleerde om in 1959 zijn eerste bundel te publiceren: Een harp op wielen. Vier jaar later verscheen Franje en in 1971 volgde zijn verzamelde gedichten.
     
Wilfred Smit kreeg in 1984 ineens vrij grote bekendheid, toen de Nederlandse popgroep The Nits een regel uit één van zijn gedichten gebruikte; Adieu sweet Bahnhof. Een swingende titel in drie talen.

Lees, vergelijk en trek uw eigen conclusies.

Van Wilfred Smit

Sweet Bahnhof

Drijft men dan steeds verder
uit elkaar? Het afscheid schuift
een opdringrige oom tussen ons in.
sluit de ogen af -ja dit is vlucht
een handvol kaarten laten vallen
omdat men in onze vingers knipt.
wurg alle lichten -rasse schreden
maakt mijn vertrek, reusachtig
als op stelten wadend door de mist.
adieu adieu sweet bahnhof-
een convooi melaatsen wacht
in alle stilte de nalaatste trein.


Luister HIER naar Adieu sweet Bahnhof

Van The Nits

Adieu sweet Bahnhof

I have been waiting for hours in this train
And I'm riding through Brussels in the rain
Back to Paris more or less confused
By the shadows of tractors on the land
By the changes in my life I pretend
There's a new life waiting there for me

I asked myself what sort of books I'd read
In a train if I ever felt the need
I bought "My life with Picasso"
I think of so many things I like to do
I will go to the Centre Pompidou
There's a still-life part of my life too

Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving
Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving tonight

Now like an arrow we're aimed at Gare du Nord
Between backs of the houses, streets like fjords
And the night falls over Paris
So I've come back to the Hotel d'Angleterre
I lay down on a double bed and stare
At the ceiling, what a feeling (To be back)

Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving
Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving tonight

Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving
Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving
Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving
Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving tonight

 

Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

 

Voor wie ik liefheb, wil ik heten

Het was in de zomer van 1977. Bij mij in de buurt werd een poëzienacht gehouden. Omdat ik in die tijd wel eens gedichten schreef, mocht ik ook meedoen. Dat was vleiend. En ook leuk was dat na mij Neeltje Maria Min opkwam. Daar was veel volk op afgekomen. Men wilde haar zien en horen, een bundeltje kopen met handtekening en -wie weet- haar misschien zelfs wel even aanraken.
     
Neeltje Maria Min. Alleen die naam al. Zij maakte in 1966 toen zij pas 22 jaar was een spectaculair debuut met haar bundel ‘Voor wie ik liefheb, wil ik heten’. De eerste druk verscheen in een oplage van 7.000 exemplaren. Daarna volgden nog vele herdrukken. Er werden in totaal zo’n 80.000 bundels verkocht. Dat is verschrikkelijk veel voor een Nederlandse dichtbundel.
     
Zij was dus even een BN’er. Heel veel interviews, die overigens erg op elkaar leken. Lovende, maar ook minder lovende recensies. Zij schreef namelijk ambachtelijk. Dat was een hele ommekeer na al die experimentele herenpoëzie van De Vijftigers. Haar werk was niet alleen ritmisch; het rijmde ook nog. Het leek eenvoudig, maar als je wat beter las was het ook mystiek en mysterieus.
     
Maar het werd na een tijdje bijzonder stil rond haar. Zij publiceerde niets meer en verdween uit de media. Toen zij die nacht verscheen leek zij -de verloren dichter-, een weggelopen dochter die ineens weer was komen opdagen.
     
Twee jaar later maakte Hans Fels voor de VPRO de documentaire ‘Twee schrijvers en het lot’. Dat ging over de auteur Rudolf Bruyn, die in zijn leven veel toneelstukken en diverse romans had geschreven, maar van wie nooit iets was gepubliceerd. En over Neeltje Maria Min, die na haar spetterende debuut in de vergetelheid was geraakt.
     
Zij laat in dat programma een enorme hoeveelheid fanmail zien, leest hier en daar wat voor en besluit -al dan niet aangemoedigd door Hans Fels- de veelal nog ongeopende brieven in het open haardvuur te gooien. Een veelzeggend en bijna dramatisch gebaar.
      Ze was het spuugzat allemaal.

Van Neeltje Maria Min

Familieberichten

I

Mijn moeder is mijn naam vergeten
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb, wil ik heten


Luister naar het gedicht in de uitvoering van:

Blaudzun

Lenny Kuhr

Janne Schra

 

  

Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje