Poëzie (216)

 

Het galgewapen te Indonesië

In 1969 vertelde de psycholoog Joop Hueting in het VARA actualiteitenprogramma Achter het Nieuws over misdaden, die Nederlanders gepleegd hadden tijdens de zogeheten politionele acties tussen 1946 en 1950 in Indonesië. Geen incidenten volgens hem, maar stelselmatige martelingen en moordpartijen.
     
Hij en eindredacteur Herman Wigbold werden door een deel van de natie onder aanvoering van De Telegraaf weggezet als ophitsers en landverraders.
      Het was niet de eerste keer, dat die berichten opdoken en Hueting had zijn verhaal al gedaan in Vrij Nederland. Maar het was wel de eerste keer dat dit leidde tot ongeloof en grootschalige volkswoede. Opwinding was er ook al eens geweest rond Poncke Princen, een Nederlandse soldaat, die niet alleen deserteerde, maar overliep naar het Indonesische leger om tegen de Nederlanders te vechten.
      Omdat ik in 1995 in Indonesië een Marathon-interview met Princen maakte, heb ik inzicht gekregen in de walgelijke scheldpartijen en doodverwensingen, die deze man in de loop der jaren over zich heengestort kreeg.

      Opwinding was er eind jaren twintig van de vorige eeuw nauwelijks, toen Jef Last het Nederlands koloniale bewind in Indonesië al aan de kaak stelde in zijn vlammende gedicht Het galgewapen. (Zeventig jaar nadat Multatuli dat al in zijn Max Havelaar had gedaan). Digoel was een strafkamp in Nieuw-Guinea, waar Indonesische communisten en nationalisten vanaf 1928 geïnterneerd werden. Het gaat zo:

Van Jef Last

Het galgewapen

Moord is het woord van de heerser
En moord is de zin van zijn wet,
Een galg heeft hij zich als zijn wapen
in Nederlands-Indië gezet.

Zes lijken tooien de galg reeds
En ieder dier lijken verbeeldt
Een gunst der genadige heersers,
Waar Indië mee werd bedeeld.

Zo het eerste lijk men ziet stijgen,
Zo steeg ook de Hollandse macht,
Toen het edele Hollandse leger
De Indische vrouw heeft verkracht.

Zo het tweede lijk daar omhoog gaat
Zo gingen de vlammen omhoog
Toen de brand, dien de Hollanders stichtten
De Inlandse kampong doorvloog.

Zo het derde lijk daar omhoog gaat.
Zo steeg ook het beursdividend,
Toen de Inlander eenmaal door slagen
Aan het lot van den slaaf was gewend.

Zo het vierde lijk daar omhoog gaat,
Zo stegen de honger en nood,
Toen de ondervoede bevolking
ten prooi viel aan ziekte en dood.

Zo dat vijfde lijk daar omhoog gaat,
Zo steeg de onmenselijkheid.
Toen de duizenden die zich verzetten
Naar de Digoel werden geleid.

Maar zo ’t zesde lijk daar omhoog gaat,
Zo stijgt vlammend op het verzet.
En breekt straks de macht van den heerser
En breekt zijn onmenslijke wet.

Moord is het woord van den heerser
En moord is de zin van zijn wet,
Toen de laaiende vaan van den opstand
Door den slaaf in zijn plaats wordt gezet.

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

                                                             ©2016 Ronald van den Boogaard

 

ZoekPoëzie; een begrip verklaard

Sinds november 2009 doe ik eraan: ZoekPoëzie. Hierin probeer ik geen gedichten te verklaren op schoolse wijze: Wat bedoelde de dichter met….? Dat moet u zelf maar uitzoeken.
      Maar soms is er kennis voor nodig om een gedicht te kunnen begrijpen. Dat kan gaan om bepaalde uitdrukkingen, om historische gebeurtenissen, geografische bepalingen, minder bekende culturen, politieke achtergronden, om mensen voor wie een gedicht geschreven of opgedragen is. Soms brengt een foto van een beeld of een schilderij uitkomst.

Tot nu toe zijn in ZoekPoëzie 92 gedichten verschenen. Ik krijg daar redelijk veel respons op.
      Hier zijn ze:
 

 

ZoekPoëzie 1: Slauerhoff (1)
Maneschijn te Tsingtao

ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita

ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen

ZoekPoëzie 4; Hugo Claus
Voor Gerrit Kouwenaar

ZoekPoëzie 5; Jan Engelman 
En Rade

ZoekPoëzie 6; Johnny the Selfkicker
Dendermonde 63

ZoekPoëzie 7; Carlos Drummond de Andrade
De liefde, natuurlijk

ZoekPoëzie 8: James S. LaVilla-Havelin
Silver nights in Rochester

ZoekPoëzie 9; Simon de Geus 
Jeugdherinnering

ZoekPoëzie 10: C.S. Adama van Scheltema 
De Dijk

ZoekPoëzie 11: Wyslawa Szymborska
Een bewogen herbegrafenis

ZoekPoëzie 12; Drs.P 
Heen & Weer

ZoekPoëzie 13: Tan-te Pol-lie 
Voor de klei-ne-ren

Zoekpoëzie 14: Paul Rodenko
Bommen

Zoekpoëzie 15: Paul van Vliet 
Meisjes van dertien

Zoekpoëzie 16: Joan Hambidge & Elisabeth Eybers 
Bloedbanden

ZoekPoëzie 17: Marc Chagall & Blaise Cendrars
De dichter (Half vier)

ZoekPoëzie 18: Homero Aridjis
Droom in Tenochtitlán

ZoekPoëzie 19; Jan Hanlo
's Morgens

ZoekPoëzie 20; Slauerhoff (2) versus Schotman 
Benard advies

ZoekPoëzie 21; Pablo Neruda 
Een witte bungalow op Capri

ZoekPoëzie 22: David Shapiro 
Empathy for Dave Winfield

ZoekPoëzie 23: Maurice Gilliams 
Winter te Schilde

ZoekPoëzie 24: Saul van Messel
Restaurant

ZoekPoëzie 25: Jacques van Tol
De olieman heeft een Fordje opgedaan

ZoekPoëzie 26: Lucebert (1)
Hoop op Iwosyg

ZoekPoëzie 27: Sujata Bhatt
The stinking Rose

ZoekPoëzie 28: Bert Schierbeek
Remembrandt

ZoekPoëzie 29: Peter Paul Zahl
In naam van het volk

ZoekPoëzie 30; Marnix Gijsen & René de Clercq 
Mijn moeder was een heilige vrouw

ZoekPoëzie 31; Simon Vestdijk & Willem Elsschot (1)
Slachtoffer Marinus van der Lubbe

ZoekPoëzie 32; Bertus Aafjes & Han G. Hoekstra
Achter de Ruit (Van Han G. Hoekstra)

ZoekPoëzie 33: K.Schippers & J.H.
The value of comma's

ZoekPoëzie 34: Denise Levertov
Misschien Geen Gedicht Maar Alles Wat Ik Zeggen Kan 
En Ik Kan Niet Zwijgen

ZoekPoëzie 35: Ben Cami
Vier uitééngereten kinderen

ZoekPoëzie 36: Jan Kal & de kale berg
Mont Ventoux

ZoekPoëzie 37; Jac. van Hattum
Modern schilderij van een Fries dorp

ZoekPoëzie 38: Martinus Nijhoff & Simon Vestdijk (2)
De ingenieur

ZoekPoëzie 39: Slauerhoff (3)
Paschen

ZoekPoëzie 40: Hans Andreus
Huizen op zwemvogelvoeten

ZoekPoëzie 41: Hans van de Waarsenburg
Berlin -1900- zoveel

ZoekPoëzie 42: Menno Wigman & J.J. Slauerhoff (4)
Kaspar Hauser

ZoekPoëzie 43; C.Buddingh'
De Specht 

ZoekPoëzie 44; Constant & Gerrit Kouwenaar
Een essaytje in dichtvorm 

ZoekPoëzie 45: Rutger Kopland

De Drentse A

ZoekPoëzie 46: Judith Kazantzis & Anna Achmatova

Muze 

ZoekPoëzie 47: J.B.Charles
De kinderen van Marcinelle 

ZoekPoëzie 48: Henk Kooijman
Dorpsbewoner

ZoekPoëzie 49: Garmt Stuiveling
Landarbeidersstaking

ZoekPoëzie 50: J.J.Slauerhoff (5)
Woninglooze

ZoekPoëzie 51: Hans Vlek
Wetenschap

ZoekPoëzie 52: Bert Voeten & Jan Talboom
The facts of life

ZoekPoëzie 53: Brigitta Boucht
Een vermoeden van zelfmoord

ZoekPoëzie 54: Bert Bakker
Begrafenis aan de Hardangerfjord

ZoekPoëzie 55: Adriaan Morriën & Willem Bilderdijk
Haarlem

ZoekPoëzie 56: Hertog Jan & Harrie Beex
Harbalorifa

ZoekPoëzie 57: Slauerhoff (6) & Tristan Corbière
Mirliton

ZoekPoëzie 58: Slauerhoff (7)
Compagnie de Mozambique

ZoekPoëzie 59: Slauerhoff 8
Sjin Nam Po

ZoekPoëzie 60: Slauerhoff (9)
Fernando de Noronha

ZoekPoëzie 61; J.J.Slauerhoff (10)
De krantenverkooper

ZoekPoëzie 62; Yge Foppema
Ballade van de ter dood veroordeelden

ZoekPoëzie 63: E. du Perron
P.P.C

ZoekPoëzie 64: H.H. ter Balkt & Wallace Stevens
Poëzie

ZoekPoëzie 65: Jean Pierre Rawie & W.B.Yeats
No second Troy

ZoekPoëzie 66: Willem Elsschot (2)
Brief

ZoekPoëzie 67: Lucebert (2)
Visser van Ma Yuan

ZoekPoëzie 68; Leo Vroman
Aan een vriend

ZoekPoëzie 69: Jef Last
Het Galgewapen 

ZoekPoëzie 70: Ed.Hoornik:
Pogrom

ZoekPoëzie 71:J.J.Slauerhoff (11) en Simon Vestdijk (3)
De afgescheiden gemeente

ZoekPoëzie 72: Jan Eijkelboom
De Giraffe

ZoekPoëzie 73: Jan Eijkelboom (2)
Aelbert Cuyp

ZoekPoëzie 74; Jozef Eyckmans
Max Reger

ZoekPoëzie 75; Wilfred Smit & The Nits
Adieu sweet Bahnhof

ZoekPoëzie 76: Paul van Ostaijen (1)
Melopee

ZoekPoëzie 77: Lucebert (3)
De zeer oude zingt:

ZoekPoëzie 78: A.C.W. Staring
Aan een' navolger

ZoekPoëzie 79: Prosper van Langendonck
Mijn hart klopt hoorbaar.....

ZoekPoëzie 80: Sybren Polet
Proloog

ZoekPoëzie 81: Willem van Iependaal
Het lied is uit

ZoekPoëzie 82: Rein Bloem
Cuenca

ZoekPoëzie 83: Onbekend; Zoete lieve Gerritje
Dat gaat naar Den Bosch toe

ZoekPoëzie 84: Koos Schuur & Tom Eyzenbach
N.N.

ZoekPoëzie 85: P.N. van Eyck
Brent bridge

ZoekPoëzie 86: Id Gerhardt
Het carillon

Zoekpoëzie 87: Luc Tournier
God wat is dit land verlaten

ZoekPoëzie 88: Almudena Guzmán
Spelletje met de plavuizen

ZoekPoëzie 89: Riekus Waskowsky
De anatomische les

ZoekPoëzie 90: J.M.W. Scheltema
Overwerk 

ZoekPoëzie 91: Martinus Nijhoff
De Vogels

ZoekPoëzie 92: Paul van Ostaijen (2)
Huldegedicht aan Singer

 

 

 

 

 

De vrienden van Leo Vroman

Wie was de vriend van Leo Vroman in het onderstaande gedicht? Die vraag heeft mij een tijdje danig beziggehouden. Er ware diverse mogelijkheden, want Vroman had een rijk, lang en veelzijdig leven.
     
Hij overleed vorig jaar op 98-jarige leeftijd in Fort Worth USA. Hij was niet alleen dichter (P.C.Hooftprijs in 1964), maar ook wetenschapper (bioloog), tekenaar en romancier. In de oorlog zat hij in Nederlands-Indië in diverse Jappenkampen.
      Mirjam van Hengel schreef een biografie over hem onder de titel ‘’Hoe mooi alles’’. Met veel aandacht voor de lange en bijzondere liefdesrelatie tussen Vroman en Tineke Sanders. Daar werd nog een theaterstuk van gemaakt.

Lees eerst het gedicht

Aan een vriend

Ach, laten wij geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal moeten sterven,
en laten wij ook nimmer praten
van alles wat wij huichelden en haatten.
Zolang een vlerkgespreide leeuwerik blijft zingen
vergeeft zijn God ons al wat wij begingen,
zolang we kersebomen zacht in bloei zien staan
dan hebben wij nog niemand kwaad gedaan.
Ach, laten wij het leed dat men ons deed, vergeten,
God zal het allemaal wel weten
en laten we geen ogenblik bederven
voor wie van ons het eerst zal sterven.

Aanvankelijk meende ik dat Vroman in dit gedicht Anton Koolhaas bedoelt. Zij leerden elkaar kennen op de Utrechtse studentenvereniging Unitas. Samen maakten zij vlak voor de tweede wereldoorlog de strip Stiemer en Stalma voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC).
     
Teksten van Koolhaas en tekeningen van Vroman.

  

Het was dezelfde Koolhaas, die Vroman ertoe aanzette om gedichten te gaan schrijven. Koolhaas (vader van Rem) was journalist en schrijver.
Ook 
hij ontving (1992) de P.C.Hooftprijs .
      Vroman werd geboren in 1915 en Koolhaas in 1912. Wat die jaartellen betreft zou je je dus inderdaad op enig moment kunnen afvragen wie het eerst zal sterven.
     
Maar of Vroman inderdaad Koolhaas bedoelde wist ik nog steeds niet zeker. Vooral die regel ‘’laten we het leed dat men ons deed, vergeten’’ maakte het ingewikkeld. Koolhaas zat namelijk niet in een Jappenkamp.

Ik benaderde biografe Mirjam van Hengel.
     
Zij schreef mij ondermeer:

Het is niet aan een specifieke vriend, net zomin als het gedicht ‘’Voor wie dit leest’’ dat is: vrienden waren voor Vroman liefst alle mensen.
      Best mogelijk dat hij Koolhaas voor ogen had, maar evengoed ėėn van zijn kampvrienden, Tjalie Robinson, Erik de Vries of Hans Maassen, of zelfs Max de Jong. 


Voor wie dit leest

Gedrukte letters laat ik U hier kijken,
maar met mijn warme mond kan ik niet spreken,
mijn hete hand uit dit papier niet steken:
wat kan ik doen? Ik kan U niet bereiken.

O, als ik troosten kon, dan kon ik wenen.
Kom, leg Uw hand op dit papier; mijn huid;
verzacht het vreemde door de druk verstenen
van het geschreven woord, of spreek het uit.

Menige verzen heb ik al geschreven,
ben menigeen een vreemdeling gebleven
en wien ik griefde weet ik niets te geven:
liefde is het enige.

Liefde is het meestal ook geweest
die mij het potlood in de hand bewoog
tot ik mij slapende vooroverboog
over de woorden die Gij wakker leest

Ik zou wel onder deze bladzij willen zijn
en door de letters heen van dit gedicht
kijken naar uw lezende gezicht
en hunkeren naar het smelten van Uw pijn.

Doe deze woorden niet vergeefs ontwaken,
zij kunnen zich hun naaktheid niet vergeven;
en laat Uw blik hun innigste niet raken
tenzij Gij door de liefde zijt gedreven.

Lees d it dan als een lang verwachte brief,
en wees gerust, en vrees niet de gedachte
dat U door deze woorden werd gekust:
Ik heb je zo lief.


Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

De visser van Ma Yuan

Ik kwam het toevallig weer eens tegen: Visser van Ma Yuan, een prachtig gedicht van Lucebert.

Het gaat zo:

Visser van Ma Yuan

Onder wolken vogels varen
onder golven vliegen vissen
maar daartussen rust de visser

Golven worden hoge wolken
wolken worden hoge golven
maar intussen rust de visser


Angler on a Wintry Lake

  

Ma Yuan is ėėn van de beroemdste Chinese schilders. Hij leefde van 1160 tot 1225. In 1195 schilderde hij zijn Angler on a Wintry Lake (Visser op een winters meer).
      Het hangt niet in China, maar in het Tokyo National Museum Japan.
Lucebert moet erg getroffen zijn geweest, toen hij een copy van dit schilderij zag. Op Internet buigen allerlei deskundigen zich over dit gedicht.
      Want wat bedoelde hij er eigenlijk mee?   


Ach; kijk gewoon naar het schilderij, lees het gedicht, luister hoe Lucebert het in dat mooie ritme zelf voorleest en trek uw eigen conclusies.
      Hij leest vijf gedichten, maar als u ongeduldig bent en alleen naar ‘’De Visser’’ wil luisteren ga dan naar 1’17” .


Klik HIER voor alle Zoekpoëzie

 

 

Rozen in Snellinckstraat 49a Rotterdam

In 1963 zakte ik voor mijn eindexamen HBS B. Ik had namelijk een 4 voor stereometrie. En dat ik een 9 voor Nederlands had, deed er niet meer toe. Het jaar daarop slaagde ik met een 8 voor stereometrie en een 7 voor Nederlands. Een beetje vreemd misschien, maar verklaarbaar.
      Ik had bijles gekregen van de vader van mijn vriend Henk; een wiskundeleraar. Ineens begreep ik die stereometrie.
En…Op mijn literatuurlijst stond het verzameld werk van Willem Elsschot. De gecommitteerde in 1963 bij het mondeling examen vond dat nogal bijzonder en stelde alleen vragen over Elsschot.
     
Een jaar later was de gecommitteerde minder onder de indruk. Hij stelde geen enkele Elsschot-vraag, maar merkte op dat de schrijver een weliswaar interessant, maar klein oeuvre op zijn naam had.

     

Willem Elsschot was een groot schrijver. Geboren in 1882 in Antwerpen als Alfons de Ridder. Van 1908 tot in 1911 woonde hij op diverse adressen in Rotterdam. De langste tijd in de Snellinckstraat nummer 49a. Daar onthulde zijn zoon Walter in 1962 een plaquette, waarop vermeld staat dat Elsschot hier zijn debuutroman Villa des Roses schreef.
       Ik ben er gisteren even gaan kijken. De huizen in die straat in het Oude Westen zijn drastisch gerenoveerd, maar de kleine plaquette is er gelukkig nog steeds. De bewoners houden het goed bij, want Elsschot wordt zorgzaam en onder mooie symboliek omringd door late rozen.  

      

Elsschot vertrok na zijn studietijd eerst naar Parijs, waar hij woonde in een familiepension. Daarna ging hij naar Rotterdam, waar hij onder meer bij de Schiedamse scheepswerf Gusto werkte. Daar was ook Anna Christina van der Tak, een veel oudere vrouw met wie hij een vriendschappelijke relatie kreeg. Hij vertelde haar allerlei verhalen; in het bijzonder over zijn tijd in het Parijse pension.
      Anna spoorde hem een aantal malen aan om die verhalen op papier te zetten. Zo ontstond zijn roman Villa des Roses. Zijn latere roman Kaas is mede geïnspireerd door zijn Rotterdamse ervaringen.
     
En dan is er dit schelddicht dat hij in 1934 in Antwerpen schreef. Een afrekening na 25 jaar met zijn oude baas bij de Gusto.

Van Willem Elsschot

Brief

Lamme smeerlap met je baard
dor van geest maar dicht behaard,
die ons daar stond aan te staren
of wij huursoldaten waren.

‘k Weet nog alles, luizig dier,
ook al zit je ver van hier,
teruggetrokken en stokoud
in een blokhuis vol met goud.

Dat je er Stein hebt uitgetrapt
nadat hij je had verklapt
hoe je schatten kon verdienen
met den bouw van zijn machinen.

Hoe je Berends in de stront
hebt gewreven, als een hond,
toen hij ’t boekjaar niet kon sluiten
door die fout van zeven duiten.

Hoe die halfwas, smal en bleek,
van zijn gulden in de week
vijftig centen af zag romen,
want hij was te laat gekomen.

‘k Weet het nog, zoals je ziet
maar ik snap vandaag nog niet
hoe die negen duizend koppen
dat zo lijdzaam bleven kroppen.

Had een flinke delegatie,
na ’t verwerpen van je gratie
je maar even beet gepakt
even op de vloer gesmakt,

Je dien baard eens afgeschoren,
met of zonder je twee oren
je die broek eens afgedaan
om je voor je kont te slaan.

Maar al is het niet gebeurd,
uitgesteld is niet verbeurd.
Wij staan klaar om ons te wreken
zonder je den nek te breken.

Want komt ooit de rode tijd
door je slaven lang verbeid,
vóór nog dat je met je botten
bent gedolven, om te rotten,

Dan word jij beroemd per sė
om de piesbak en de plee,
schoon te maken als het hoort
in de Beurs of Delftse Poort.

Klik HIER voor alle Zoekpoëzie

 

Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje