Poëzie (220)

 

Melopee: mystiek, mysterieus, magisch

Melopee (uit te spreken als mélopée) is een bestaand woord in het Nederlands. In de dikke Van Dale wordt het als volgt omschreven: ‘’Ritmisch gezang als begeleiding van declamatie’’.
      Melopee is tevens de titel van één van de prachtigste gedichten van Paul van Ostaijen. Mystiek, mysterieus, magisch.
Hij schreef het in 1925 en droeg het op aan zijn vriend, de dichter Gaston Burssens. Van Ostaijen leefde kort (1896-1928). Hij stierf aan tuberculose. Melopee is het bekendste werk uit zijn nagelaten gedichten, die op initiatief van Gaston Burssens in 1928 verschenen.
      Hij schreef in 1933 ook: ‘’Paul van Ostaijen. Zoals hij was en is’’.

De rivier in dit gedicht is De Schelde. Vorig jaar werd in Antwerpen de residentie Melopee geopend, 32 flats aan die rivier. Ze waren heel snel uitverkocht.


Van Paul van Ostaijen

Melopee

Voor Gaston Burssens

Onder de maan schuift de lange rivier
Over de lange rivier schuift moede de maan
Onder de maan op de lange rivier schuift de kano naar zee

Langs het hoogriet
langs de laagwei
schuift de kano naar zee
schuift met de schuivende maan de kano naar zee
Zo zijn ze gezellen naar zee de kano de maan en de man
Waarom schuiven de maan en de man getweeën gedwee naar de zee


Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Adieu sweet Bahnhof

Neem Wilfred Smit. Een vrijwel vergeten dichter, die door een beperkt aantal mensen werd gelezen en gewaardeerd. Hij leefde kort (1933-1972), publiceerde weinig. Groeide op in Nederlands Indië, waar hij in de tweede wereldoorlog eerst in een vrouwenkamp en daarna in een jongenskamp zat.
      In Nederland werd hij een soort protegé van Simon Vestdijk, die hem stimuleerde om in 1959 zijn eerste bundel te publiceren: Een harp op wielen. Vier jaar later verscheen Franje en in 1971 volgde zijn verzamelde gedichten.
     
Wilfred Smit kreeg in 1984 ineens vrij grote bekendheid, toen de Nederlandse popgroep The Nits een regel uit één van zijn gedichten gebruikte; Adieu sweet Bahnhof. Een swingende titel in drie talen.

Lees, vergelijk en trek uw eigen conclusies.

Van Wilfred Smit

Sweet Bahnhof

Drijft men dan steeds verder
uit elkaar? Het afscheid schuift
een opdringrige oom tussen ons in.
sluit de ogen af -ja dit is vlucht
een handvol kaarten laten vallen
omdat men in onze vingers knipt.
wurg alle lichten -rasse schreden
maakt mijn vertrek, reusachtig
als op stelten wadend door de mist.
adieu adieu sweet bahnhof-
een convooi melaatsen wacht
in alle stilte de nalaatste trein.


Luister HIER naar Adieu sweet Bahnhof

Van The Nits

Adieu sweet Bahnhof

I have been waiting for hours in this train
And I'm riding through Brussels in the rain
Back to Paris more or less confused
By the shadows of tractors on the land
By the changes in my life I pretend
There's a new life waiting there for me

I asked myself what sort of books I'd read
In a train if I ever felt the need
I bought "My life with Picasso"
I think of so many things I like to do
I will go to the Centre Pompidou
There's a still-life part of my life too

Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving
Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving tonight

Now like an arrow we're aimed at Gare du Nord
Between backs of the houses, streets like fjords
And the night falls over Paris
So I've come back to the Hotel d'Angleterre
I lay down on a double bed and stare
At the ceiling, what a feeling (To be back)

Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving
Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving tonight

Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving
Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving
Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving
Adieu, adieu sweet bahnhof
My train of thoughts is leaving tonight

 

Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

 

Voor wie ik liefheb, wil ik heten

Het was in de zomer van 1977. Bij mij in de buurt werd een poëzienacht gehouden. Omdat ik in die tijd wel eens gedichten schreef, mocht ik ook meedoen. Dat was vleiend. En ook leuk was dat na mij Neeltje Maria Min opkwam. Daar was veel volk op afgekomen. Men wilde haar zien en horen, een bundeltje kopen met handtekening en -wie weet- haar misschien zelfs wel even aanraken.
     
Neeltje Maria Min. Alleen die naam al. Zij maakte in 1966 toen zij pas 22 jaar was een spectaculair debuut met haar bundel ‘Voor wie ik liefheb, wil ik heten’. De eerste druk verscheen in een oplage van 7.000 exemplaren. Daarna volgden nog vele herdrukken. Er werden in totaal zo’n 80.000 bundels verkocht. Dat is verschrikkelijk veel voor een Nederlandse dichtbundel.
     
Zij was dus even een BN’er. Heel veel interviews, die overigens erg op elkaar leken. Lovende, maar ook minder lovende recensies. Zij schreef namelijk ambachtelijk. Dat was een hele ommekeer na al die experimentele herenpoëzie van De Vijftigers. Haar werk was niet alleen ritmisch; het rijmde ook nog. Het leek eenvoudig, maar als je wat beter las was het ook mystiek en mysterieus.
     
Maar het werd na een tijdje bijzonder stil rond haar. Zij publiceerde niets meer en verdween uit de media. Toen zij die nacht verscheen leek zij -de verloren dichter-, een weggelopen dochter die ineens weer was komen opdagen.
     
Twee jaar later maakte Hans Fels voor de VPRO de documentaire ‘Twee schrijvers en het lot’. Dat ging over de auteur Rudolf Bruyn, die in zijn leven veel toneelstukken en diverse romans had geschreven, maar van wie nooit iets was gepubliceerd. En over Neeltje Maria Min, die na haar spetterende debuut in de vergetelheid was geraakt.
     
Zij laat in dat programma een enorme hoeveelheid fanmail zien, leest hier en daar wat voor en besluit -al dan niet aangemoedigd door Hans Fels- de veelal nog ongeopende brieven in het open haardvuur te gooien. Een veelzeggend en bijna dramatisch gebaar.
      Ze was het spuugzat allemaal.

Van Neeltje Maria Min

Familieberichten

I

Mijn moeder is mijn naam vergeten
mijn kind weet nog niet hoe ik heet.
Hoe moet ik mij geborgen weten?

Noem mij, bevestig mijn bestaan,
laat mijn naam zijn als een keten.
Noem mij, noem mij, spreek mij aan,
o, noem mij bij mijn diepste naam.

Voor wie ik liefheb, wil ik heten


Luister naar het gedicht in de uitvoering van:

Blaudzun

Lenny Kuhr

Janne Schra

 

  

 

Max Reger’s pianissimo possibele

Jozef Eyckmans (1907-1996) was zo’n dichter, die over het algemeen goede recensies kreeg, diverse prijzen won (Reina Prinsen Geerligsprijs, Jan Campertprijs), maar vrijwel niet werd gelezen door een wat groter publiek. Inmiddels is hij vergeten. Hij had een zeer grote bewondering voor de Duitse componist, pianist en organist Max Reger (1973-1916). Dat blijkt uit diverse geschriften, maar ook uit dit gedicht. PPP staat voor pianissimo possibile (Zo zacht mogelijk)

Van Jozef Eyckmans

max reger

wanneer alles mij de keel uithangt
is er altijd nog
max reger

hij at 2 biefstukken
in de poort van cleve
hij toverde van onder zijn lorgnet
onzegbaar fijne ppp’s
te voorschijn

ik noteer dit
in het vondelpark paviljoen
met uitzicht op de weg

waar
van tijd tot tijd
een mooie gek

in een gehuurd rijtuig
voorbij ratelt

Hoezeer Eyckmans gegrepen was door Reger blijkt ook uit dit dagboekfragment van Margaretha Ferguson’s ‘’Brief aan niemand’’. (Dagboekfragmenten 1948-1984)

11 maart 1981:

‘’Jozef Eyckmans bracht viool-pianosonates van Max Reger mee, en Schumann, en Paul Hindemith en vertelde, vertelde, het was met Botta en Jopie en Alexander echt een verrukkelijke avond’’.

 

Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Een ode aan Aelbert Cuyp

   

   Aelbert Cuyp: Rivierlandschap met ruiters

Jan Eijkelboom (1926-2008) woonde lang in Dordrecht. Hij was daar ereburger en eerste stadsdichter. In dit gedicht brengt hij een ode aan de schilder Aelbert Cuyp (1620-1693). Een stadgenoot en dus geen Amsterdamse marktkoopman.
      Kleef staat voor het Duitse plaatsje Kleve, dat net over de grens met Nederland ligt. Aelbert Cuyp bracht daar een bezoek en maakte een aantal schetstekeningen aan de Waal tussen Nijmegen en Kleef. Die werkte hij later uit in zijn Dordts atelier.
      Het eiland in dit gedicht staat voor het eiland van Dordt waarop Dordrecht ligt. Dat wordt omringd door de Beneden Merwede, Nieuwe Merwede, Hollandsch Diep, Dordtsche Kil en Oude Maas.


Van Jan Eijkelboom

Aelbert Cuyp

Hij kwam nooit verder dan Kleef
zag daar een rots
met zon erop.

Hij deed het ermee, legde
het vast op een wijze
die maakt

dat zulk licht voor wie het ziet,
nog altijd en voor eeuwig
naar honing smaakt.

Terug op zijn eiland ging hij
er soms even af, om te zien
hoe zijn stad erbij lag.

Vanaf de overkant was het gewemel
van torens en poorten en ook nog
de ruimte daaroverheen

bijna te veel voor een schetsboek.
Geopend als bij vleugelslag
toont het een horizon

gevuld met stad onder een hoge lucht
aan water onderstreept met
bosjes riet

waaruit een schilder toen
zijn pen betrok eer hij
zijn universum schiep.

  

   Aelbert Cuyp: Gezicht op Dordrecht

Musea

De schilderijen hierboven hangen in het Rijksmuseum Amsterdam.
      Maar in het Dordrechts Museum hangt ook een aantal schilderijen van Aelbert Cuyp.


Tuin Dordrechts Museum

  

Op een muur bij het Dordrechts Museum is dan weer dit gedicht van jan Eijkelboom aangebracht.

De bollen

  


Even buiten het museum in de Vriesestraat staat dit beeld van Aelbert Cuyp. Het lijkt een beetje op een Michelinmannetje.
Zilverkleurige spiegelbollen van diverse maten. Dat het hier om een mens gaat, blijkt uit het paar schoenen dat zich onder de bollen bevindt.

Het zijn Van Bommelschoenen, een bedrijf dat al in de Gouden Eeuw van Aelbert Cuyp schoenen maakte.
     

Op de sokkel is de volgende tekst aangebracht:
‘Aelbert Cuyp. Meester van licht, lucht, water en landschap‘.
     

Het beeld is gemaakt door Maria Roosen, een beeldhouwer die vaker met spiegelbollen werkt.
      Het is onherkenbaar, omdat Aelbert Cuyp geen zelfportretten heeft gemaakt.
In de bollen wordt de omgeving van het beeld gereflecteerd en dat is bedoeld als een hommage aan het Dordrecht va
n de kunstenaar.

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje