Poëzie (216)

 

Een ode aan Aelbert Cuyp

   

   Aelbert Cuyp: Rivierlandschap met ruiters

Jan Eijkelboom (1926-2008) woonde lang in Dordrecht. Hij was daar ereburger en eerste stadsdichter. In dit gedicht brengt hij een ode aan de schilder Aelbert Cuyp (1620-1693). Een stadgenoot en dus geen Amsterdamse marktkoopman.
      Kleef staat voor het Duitse plaatsje Kleve, dat net over de grens met Nederland ligt. Aelbert Cuyp bracht daar een bezoek en maakte een aantal schetstekeningen aan de Waal tussen Nijmegen en Kleef. Die werkte hij later uit in zijn Dordts atelier.
      Het eiland in dit gedicht staat voor het eiland van Dordt waarop Dordrecht ligt. Dat wordt omringd door de Beneden Merwede, Nieuwe Merwede, Hollandsch Diep, Dordtsche Kil en Oude Maas.


Van Jan Eijkelboom

Aelbert Cuyp

Hij kwam nooit verder dan Kleef
zag daar een rots
met zon erop.

Hij deed het ermee, legde
het vast op een wijze
die maakt

dat zulk licht voor wie het ziet,
nog altijd en voor eeuwig
naar honing smaakt.

Terug op zijn eiland ging hij
er soms even af, om te zien
hoe zijn stad erbij lag.

Vanaf de overkant was het gewemel
van torens en poorten en ook nog
de ruimte daaroverheen

bijna te veel voor een schetsboek.
Geopend als bij vleugelslag
toont het een horizon

gevuld met stad onder een hoge lucht
aan water onderstreept met
bosjes riet

waaruit een schilder toen
zijn pen betrok eer hij
zijn universum schiep.

  

   Aelbert Cuyp: Gezicht op Dordrecht

Musea

De schilderijen hierboven hangen in het Rijksmuseum Amsterdam.
      Maar in het Dordrechts Museum hangt ook een aantal schilderijen van Aelbert Cuyp.


Tuin Dordrechts Museum

  

Op een muur bij het Dordrechts Museum is dan weer dit gedicht van jan Eijkelboom aangebracht.

De bollen

  


Even buiten het museum in de Vriesestraat staat dit beeld van Aelbert Cuyp. Het lijkt een beetje op een Michelinmannetje.
Zilverkleurige spiegelbollen van diverse maten. Dat het hier om een mens gaat, blijkt uit het paar schoenen dat zich onder de bollen bevindt.

Het zijn Van Bommelschoenen, een bedrijf dat al in de Gouden Eeuw van Aelbert Cuyp schoenen maakte.
     

Op de sokkel is de volgende tekst aangebracht:
‘Aelbert Cuyp. Meester van licht, lucht, water en landschap‘.
     

Het beeld is gemaakt door Maria Roosen, een beeldhouwer die vaker met spiegelbollen werkt.
      Het is onherkenbaar, omdat Aelbert Cuyp geen zelfportretten heeft gemaakt.
In de bollen wordt de omgeving van het beeld gereflecteerd en dat is bedoeld als een hommage aan het Dordrecht va
n de kunstenaar.

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Een giraffe aan de haven

     

Jan Eijkelboom (1926-2008) woonde lang in Dordrecht. Hij was daar ereburger en eerste stadsdichter.
      In het onderstaande gedicht heeft hij zich laten inspireren door dit beeld van Henk Visch.
Het staat aan de Houttuinen in Dordrecht.

Van Jan Eijkelboom

De giraffe

Er zijn dieren die echt niet kunnen
maar er in ’t echt met zachte nadruk zijn.

Deze onhandigste aller grazers
steekt liever zijn kop in het lover.

Maar let op: de klimmende velden
van tabaksbruine vlekken

maakten plaats voor het groenig patine
van een tijd die nog langzamer gaat

dan de geduldige regelmaat
van onze seizoenen. En waar

hij op de keien staat, staat hij
bij alle onwaarschijnlijkheid

volmaakt natuurlijk op zijn plaats.

   

 
Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

 

Geloofsgenoten & feestgangers

Lang hebben critici & lezers gedacht dat J.J.Slauerhoff in onderstaand gedicht afrekent met kerkgangers, gelovigen en strenge voorgangers. Niemand stelde zich de vraag, waarom de mensen uitgerekend op vrijdagavond naar de kerk gaan om daar als het allemaal voorbij is een portie kaas met mosterd te nuttigen.
     
Maar achteraf begreep iedereen het, waarna sommige critici beweerden het altijd al gedacht te hebben. Het was Simon Vestdijk, die ze uit de droom hielp. Dit gedicht gaat helemaal niet over gelovigen of kerkgangers, maar Slauerhoff bedoelt hier de leden van de Amsterdamse studentenvereniging USA (Unitas Studiosorum Amstelodamensium).
      Zowel Slauerhoff als Vestdijk waren daar in hun studiejaren lid van. Net als bijvoorbeeld -volgens Wikipedia- Hedy d’Ancona, Piet Dankert, Cas Enklaar, Joris Luyendijk, Pim de la Parra, Herman Pleij. Jef Rademakers, Han Reiziger, Uri Rosenthal, Gerard Spong, Henk Vonhoff en Willem Wilmink.

Van J.J.Slauerhoff

De afgescheiden Gemeente

Volbracht zijn alle wekelijksche plichten,

En Vrijdagsavonds gaan ze vroom ter kerke

Om zich aan 's voorzangers vroed woord te stichten,

Opdat zijn hemeltaal hun zielen sterke.

 

Soms raakt de goede man in zalvend vure

En wekt hen op jaarliedren te psalmeeren,

Dat stijgt ten hemel, en te twalef uren

Mogen de vromen zelfgenoegzaam keeren.

 

Nog enklen zitten in de kille kerk,

Zich troostend met een portie kaas met mosterd,

Armzaliger als hongrige kerkratten.

 

Spoedig komt dan de sluimerdronken koster

En jaagt de achterblijvers uit de kerk.

Dit is de Dienst dier op hun secte pratten.

 
 

 

 

 

Rijks HBS Leeuwarden

 

 

Slauerhoff en Vestdijk kenden elkaar al van de middelbare school.

Op deze foto uit 1916 van de Rijks HBS in Leeuwarden staan zij beiden.

Vestdijk op de achterste rij , tweede van links. Slauerhoff onderaan helemaal rechts. 

 

Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

©2016 Ronald van den Boogaard

 

Liefde & geluk

In de vroege jaren zeventig van de vorige eeuw, werd ik binnenlandredacteur bij de Volkskrant met als standplaats Rotterdam. Het kantoortje was gevestigd aan de Nieuwe Binnenweg in het centrum van de stad. Vlakbij waren filmtheater De Lantaren, het popcentrum Eksit en café Hoboken. Ik ging wonen in een nieuwbouwwijk te Oud-Beijerland tussen diverse leden van het Rotterdams Philharmonisch Orkest. Daar heerste onder leiding van Edo de Waard een streng regime.
Als je te oud was, vloog je eruit. Muziek is Topsport. Mijn bijna-buurman, een hoornist met vele jaren ervaring werd er namelijk zomaar uitgegooid.

Dit kwam allemaal weer boven, toen ik op mijn blog de volgende reactie kreeg van
Frans Rooijakkers:

Gedicht op muur


Tijd: 1970 of daaromtrent.
Lokatie: herentoilet Eksit Rotterdam

In een cafetaria
Op een hoge kruk
Vond ik bij huzarensla
Liefde en geluk

 

Knap als je zo’n versje na een jaar of 46 nog kunt reproduceren. Zelf ben ik menigmaal in dat toilet geweest, want er gebeurden leuke dingen in Eksit, de Rotterdamse tegenhanger van Paradiso Amsterdam. Er waren in die jaren ondermeer optredens van de Sex Pistols, U2, The Police en Tom Waits. Maar er waren ook theatervoorstellingen (tejater!) en poëzieavonden.
      Ik moest me af en toe overigens wel verantwoorden, want de Volkskrant werd in Rotterdam nou eenmaal beschouwd als een Amsterdamse krant en dat was -en is- voor nogal wat Rotterdammers een arrogante, bevoorrechte stad.
      Gelukkig voor lang niet iedereen, want Rotterdam bleek in die jaren niet alleen de grootste havenstad van de wereld en een stad van werkers en aanpakkers, maar ook een stad waar de cultuur een steeds grotere rol ging spelen. Eksit was in 1969 geopend, het kleinste metrolijntje ter wereld was in 1968 zonder noemenswaardige problemen voltooid, het prachtige Popfestival Stamping Ground Kralingen was in 1970 een groot succes geweest, Poëtry International was in 1970 begonnen, Feyenoord veroverde in datzelfde jaar de Europa-Cup, in 1972 was er in De Lantaren voor ’t eerst Film International en burgemeester Thomassen verleende tot grote ergernis van bijvoorbeeld Wim Kan de Erasmuspenning aan keizer Hirohito van Japan.

‘’Wat nou Amsterdamse arrogantie’’, zei ik dan als er weer eens minderwaardigheidsgevoelens opspeelden. ‘’Kijk eens om je heen wat hier allemaal gebeurt. En kijk dan eens naar steden als Amsterdam, Den Haag, Utrecht en Groningen, die veel meer overheidsgeld voor de kunsten krijgen’’.


©2016 Ronald van den Boogaard

 

 

Grenadierstrasse Berlijn

-Het is maar tien uur sporen naar Berlijn.
     
Eén van de bekendste dichtregels uit de Nederlandse poëzie. Slot van het gedicht Pogrom van Ed. Hoornik. Geschreven op 12 november 1938 te Amsterdam, nadat in Duitsland in de nacht van 9 op 10 november de Reichskristallnacht had plaatsgevonden.
      Lees eerst het gedicht en dan zal ik uitleggen waar de Grenadierstraat was, wat er mee aan de hand was en waarom die straat niet meer bestaat.

Van Ed Hoornik

Pogrom

Is dat de maan, die naar het laatste kwartier gaat,
of een gelaat, omspeeld door walm en vlam?
Waar is Berlijn en waar de Grenadierstraat?
-Wat deed de jongen, toen de bende kwam?

Is dat zijn schim, die daar voor de rivier staat,
is dit het water, dat hem tot zich nam,
is hier de Spree, en daar de Grenadierstraat?
-Het is de Amstel, het is Amsterdam.

Op ’t Rembrandtplein gaan de lantarens branden.
Over de daken sproeit een lichtfontein.
-Ik druk mijn nagels dieper in mijn handen.

De Jodenbreestraat is een diep ravijn.
Een korte schreeuw weerkaatst tussen de wanden.
-Het is maar tien uur sporen naar Berlijn.  

  

De Grenadierstrasse werd zo genoemd, omdat er sinds de zeventiende eeuw soldaten waren gelegerd. Net als in de parallel lopende Dragoonerstrasse.
      In de eerste helft van de twintigste eeuw kwamen veel voortvluchtige Oost-Europeanen (vooral Polen) naar Berlijn. Zij vestigden zich in en rond deze straten, waardoor het een wijk in Oost-Berlijn werd met veel joodse winkels en synagoges. Er ontstond een religieus en cultureel centrum.
      Al begin 1938 werd een groot aantal Polen uit die wijk verbannen en terug naar de grens gestuurd. Daar werden ze geweigerd, waardoor ze in feite statenloos werden.
      In de Kristallnacht werden in Duitsland zo’n 1500 tot 2000 synagoges in brand gestoken. Woonhuizen van Joden, winkels, scholen en warenhuizen werden vernield, begraafplaatsen verruïneerd. In die bewuste nacht werden 400 Joden vermoord of tot zelfmoord gedreven.
      Na de oorlog lagen beide straten vanaf 1949 in de DDR. Reden waarom de straten een andere naam kregen. De Grenadierstrasse werd de Almstadtstrasse (naar de communist Bernhard Almstadt) en de Dragoonerstrasse werd de Max Beerstrasse, naar Max Beer de Marxist.

Ed Hoornik (1910-1970) was journalist, dichter en romancier. Hij dook onder in 1942. Zijn werk werd verboden. In augustus 1943 werd hij gearresteerd en overgebracht naar Kamp Vught. In mei 1944 kwam hij in het concentratiekamp Dachau terecht, waar hij op 29 april 1945 door de Amerikanen werd bevrijd.

 Klik HIER voor alle ZoekPoëzie

 

Subcategorieën

 

Twee maal de helft en een geel strikje