(Bij de dood van Gerrit Kouwenaar) 

LANGGELEDEN & VANDAAG

Hugo Claus was het meest bekend als romancier. Zijn Verdriet van België is ongeëvenaard. Maar ook als dichter heeft hij een prachtig oeuvre achter gelaten. De Sporen verscheen in 1993 en direct het jaar daarop kreeg hij daarvoor de eerste VSB Poëzieprijs.
      In deze bundel heeft hij een gedicht opgedragen aan Gerrit Kouwenaar.
Het gaat zo:


Gelukkig dat zij jou als zoon had, je moeder
En gelukkig dat je er bent
Ratelend remmend op de
Racefiets van je vers
In dat gedicht van langgeleden en vandaag
Tussen tantes met hun gloeiend water en de
Koeken door je ooms gesneden.-
Omdat je er bent
Uitermate dichter in een
Wereld die elke dag
Eerder dichterbij dan toen ruikt
Naar de brandgeur in de jas van je vader.-
Achter je radeloze fonemen
Aan redelijke rafels geschreven
Raad ik het: je kunt het ,Gerrit, stenen verzachten

Ode of niet?

Is dit nu een ode of niet? Claus schreef het in 1983 toen Gerrit Kouwenaar 60 jaar werd. Het is opgenomen in een huldeboek onder de titel Het is zo vandaag als altijd.
Kouwenaar las het bovendien op de televisie voor, toen Hugo Claus in 2008 overleed. 
Maar waar komen die radeloze fonemen vandaan en hoe redelijk zijn die geschreven rafels?
     
We kunnen er dan natuurlijk het best het betreffende gedicht van ‘langgeleden en vandaag’ bij halen. De tantes met hun gloeiend water en de ooms met de gesneden koeken.

Ik heb het voor u gevonden.

De dag

Op de dag dat ik er was stonden de klokken zeven
de buren praatten op de balkons over vrede
mijn vader schreef een stuk over een brand
mijn moeder was gelukkig dat zij een zoon had

de ooms sneden koek ik lag geheel gesloten
de wereld gaf prompt antwoord met sportmanifestaties
de avond was vol auto's met supporters
de tantes liepen geruisloos met gloeiend water

de krantenman op zijn racefiets groette de dokter
de ogen der stad stonden wijd open in avondzon
omdat ik er was in een kom van asfalt
omdat ik er was speelde het orgel gedempt in de verte

in de nacht kwam mijn vader met een jas vol brandgeur
hij liep op gummi bottines de trap op en af
hij heeft op het balkon een cigarillo gerookt
hij dronk een glas wijn en dacht ik kan zweven.

Twee handen vol vierkante woorden
brood en vruchten voor brood en vruchten
wind is er veel langzame stekende adem
er is één lange gapende letter

prijs de aviateur met een mechanisme
prijs de visser met het lui sleepnet
de tongstem der druiven als een oud kerklied
zinloos en onverstaanbaar en lieflijk

het brood is veel waard wit in de nachtwind
ik lig krom als een mens in lachkramp
ik ben geheel een mens op blote sandalen
tellend mijn vingers tellend mijn vingers.

Zou het lachen zwart zijn liefste
zou er altijd een moeder teveel zijn geboren
zouden de wanden naar mij toebuigen
zouden er metalen stangen door de stilte gaan

ik was de jongen die de brief moest brengen
jij was het meisje dat de brief niet ontving
wachten was vrijwel onmooglijk
wij zijn jong geworden binnen elkaar

de tranen zouden één keer droog zijn geweest
de vader zou één keer levend worden begraven
de vriendschap een bloedend standbeeld
en de pleinen vol bladeren om te vergeten.

 

Op 5 april 1989 werd Hugo Claus op zijn beurt 60 jaar en schreef  Kouwenaar een nieuw gedicht De Dag.

Is dat een ode? Oordeel zelf. Het gaat zo:

De Dag


De wand is dun, men hoort zijn vader
de tijd opwinden, de heel fijne dove
steeds vleziger ademhaling van een machine
wiens dagen sinds jaren geteld zijn

een voorjaar is het maar voorgoed november
een slachtmaand mak als brood
de opgeheven zwaarte van een hamer

het is alsof het handschrift aarzelt
de pagina berouwt, zich afvraagt wat het moet
met al die klinkers scherven zekerheden

het licht droogt op in inkt, het raam
ziet enkel in, verhelend dat de straat
zich inslaapt in een kiek, de uitgang dicht -

 


Invloedrijk dichter

Gerrit Kouwenaar (Amsterdam 1923) was een invloedrijk dichter. Ook hij won voornoemde VSB Poëzieprijs (1997), maar al eerder in 1970 de P.C.Hooftprijs en in 1989 de prijs der Nederlandse letteren. Kouwenaar was vooral bekend als een soort voorman van de Vijftigers.

Zijn bloemlezing Vijf 5tigers kreeg opmerkelijk veel aandacht. Hierin is werk opgenomen van Remco Campert, Lucebert, Bert Schierbeek, Jan Elburg en van hemzelf.

Grote afwezigen zijn Simon Vinkenoog en … Hugo Claus.


ZoekPoëzie 1: Slauerhoff
Maneschijn te Tsingtao 


ZoekPoëzie 2; Natasha Lako
De vier heldinnen van Mirdita


ZoekPoëzie 3: Ursula Krechel
Boetedagen