Rozen in Snellinckstraat 49a Rotterdam

In 1963 zakte ik voor mijn eindexamen HBS B. Ik had namelijk een 4 voor stereometrie. En dat ik een 9 voor Nederlands had, deed er niet meer toe. Het jaar daarop slaagde ik met een 8 voor stereometrie en een 7 voor Nederlands. Een beetje vreemd misschien, maar verklaarbaar.
      Ik had bijles gekregen van de vader van mijn vriend Henk; een wiskundeleraar. Ineens begreep ik die stereometrie.
En…Op mijn literatuurlijst stond het verzameld werk van Willem Elsschot. De gecommitteerde in 1963 bij het mondeling examen vond dat nogal bijzonder en stelde alleen vragen over Elsschot.
     
Een jaar later was de gecommitteerde minder onder de indruk. Hij stelde geen enkele Elsschot-vraag, maar merkte op dat de schrijver een weliswaar interessant, maar klein oeuvre op zijn naam had.

     

Willem Elsschot was een groot schrijver. Geboren in 1882 in Antwerpen als Alfons de Ridder. Van 1908 tot in 1911 woonde hij op diverse adressen in Rotterdam. De langste tijd in de Snellinckstraat nummer 49a. Daar onthulde zijn zoon Walter in 1962 een plaquette, waarop vermeld staat dat Elsschot hier zijn debuutroman Villa des Roses schreef.
       Ik ben er gisteren even gaan kijken. De huizen in die straat in het Oude Westen zijn drastisch gerenoveerd, maar de kleine plaquette is er gelukkig nog steeds. De bewoners houden het goed bij, want Elsschot wordt zorgzaam en onder mooie symboliek omringd door late rozen.  

      

Elsschot vertrok na zijn studietijd eerst naar Parijs, waar hij woonde in een familiepension. Daarna ging hij naar Rotterdam, waar hij onder meer bij de Schiedamse scheepswerf Gusto werkte. Daar was ook Anna Christina van der Tak, een veel oudere vrouw met wie hij een vriendschappelijke relatie kreeg. Hij vertelde haar allerlei verhalen; in het bijzonder over zijn tijd in het Parijse pension.
      Anna spoorde hem een aantal malen aan om die verhalen op papier te zetten. Zo ontstond zijn roman Villa des Roses. Zijn latere roman Kaas is mede geïnspireerd door zijn Rotterdamse ervaringen.
     
En dan is er dit schelddicht dat hij in 1934 in Antwerpen schreef. Een afrekening na 25 jaar met zijn oude baas bij de Gusto.

Van Willem Elsschot

Brief

Lamme smeerlap met je baard
dor van geest maar dicht behaard,
die ons daar stond aan te staren
of wij huursoldaten waren.

‘k Weet nog alles, luizig dier,
ook al zit je ver van hier,
teruggetrokken en stokoud
in een blokhuis vol met goud.

Dat je er Stein hebt uitgetrapt
nadat hij je had verklapt
hoe je schatten kon verdienen
met den bouw van zijn machinen.

Hoe je Berends in de stront
hebt gewreven, als een hond,
toen hij ’t boekjaar niet kon sluiten
door die fout van zeven duiten.

Hoe die halfwas, smal en bleek,
van zijn gulden in de week
vijftig centen af zag romen,
want hij was te laat gekomen.

‘k Weet het nog, zoals je ziet
maar ik snap vandaag nog niet
hoe die negen duizend koppen
dat zo lijdzaam bleven kroppen.

Had een flinke delegatie,
na ’t verwerpen van je gratie
je maar even beet gepakt
even op de vloer gesmakt,

Je dien baard eens afgeschoren,
met of zonder je twee oren
je die broek eens afgedaan
om je voor je kont te slaan.

Maar al is het niet gebeurd,
uitgesteld is niet verbeurd.
Wij staan klaar om ons te wreken
zonder je den nek te breken.

Want komt ooit de rode tijd
door je slaven lang verbeid,
vóór nog dat je met je botten
bent gedolven, om te rotten,

Dan word jij beroemd per sė
om de piesbak en de plee,
schoon te maken als het hoort
in de Beurs of Delftse Poort.

Klik HIER voor alle Zoekpoëzie