Media

 

Absolute radioheld

Ik ontving 10 jaar geleden een mailtje van Jasper Macrander uit Maarn.
      Hij herinnerde mij eraan, dat het toen tien jaar geleden was, dat Cor Galis overleed.
 
Vandaag dus alweer TWINTIG jaar geleden.

Image

 

WIE WAS COR GALIS?

Hij was van 1974 tot zijn dood op 20 mei 1997 DE STEM & HET GEZICHT van de Vpro-radio. Hij was omroeper, aankondiger, entertainer; hij las meningen, columns, memo’s; hij zong, hoestte, rochelde, grinnikte, lachte en kon van vrijwel iedere tekst ‘iets‘ maken.
     Veel luisteraars hebben lang gedacht dat hij zijn teksten en meningen zelf schreef; Hij werd er overal op aangesproken als mensen zijn karakteristieke stem herkenden. Hij was door sommigen gehaat, door anderen zelfs vervloekt, maar het aantal aanhangers en liefhebbers was vele malen groter. 

     
     Hieronder de mail van Jasper:

 


 Beste heer van den Boogaard (beste Ronald),


Kwam zomaar ineens bij deze weblog uit en meteen herinner ik me uw prettige radiostem. Lees nu ook dat u dus met pensioen bent. Jammer (niet voor u natuurlijk) maar zo gaat dat.

Wat ben ik jaloers op u dat u Cor Galis van dichtbij heeft meegemaakt! Hij is mijn absolute radioheld en heb hem sinds ongeveer 1982 tot aan zijn dood zoveel mogelijk gevolgd op de radio.

Ik heb onlangs een herhaling aangevraagd in het radioprogramma Nachtvluchten t.g.v. zijn sterfdag. Het 'in memoriam' uit OVT, uit 1997, is herhaald. Daarin vertelde u ook dat er nog een laatste interview met Cor in de planning zat, maar 't nooit is doorgegaan.

Wat mij zo fascineert is wat u hem nog had willen vragen in dat helaas nooit gehouden, interview.

Mijn conclusie is dat de VPRO-radio een flinke jas heeft uitgedaan na het sterven van Cor. Ik luister ook bijna niet meer. Vroeger was het nog bij te houden in de C- en B-status periode.

Geniet nu alleen nog van historische thema-kanalen der VPRO (alhoewel op tv) en mijn vele cassettes waar Cor z'n aan- en afkondigingen op staan vanaf 1983. Het klinkt als een fetisj maar zo is het zeker niet. Gewoon pure nostalgie en een beetje heimwee ook wel. Ik bevind mij in een heel select gezelschap denk ik.

Direct na zijn mail heb ik naar dat herdenkingsprogramma geluisterd. Als u Cor Galis nog eens wilt horen of wellicht voor ’t eerst met hem wil kennismaken, ga dan naar:

https://www.vpro.nl/speel~POMS_VPRO_506001~o-a-in-memoriam-cor-galis-ovt~.html

Ik schreef Jasper het volgende terug: 

Jasper goedendag
 
 Bedankt voor je reactie. Als ik het allemaal goed uitgerekend heb, was je tien jaar oud toen je naar Cor ging luisteren. Opmerkelijk. Goed initiatief om dat programma te laten herhalen.
 
Ik heb Cor Galis diverse malen om een lang interview gevraagd. Dat zou dan als een 'In Memoriam' worden uitgezonden. En juist dat schrok hem af, want hij was heel bang voor de dood. Uiteindelijk stemde hij schoorvoetend wel toe, maar het is er niet meer van gekomen. Ik zou dat samen met Peter Flik doen. Wij wilden proberen zijn 'andere kant' vast te leggen, want die was er wel degelijk. Hij was zijn eigen identiteit in feite kwijt geraakt en was in het gewone leven ook Cor de presentator geworden. Dat was zijn eigen keuze volgens mij , maar hij had het er soms heel moeilijk mee. Zijn familie trouwens ook, want niemand van de VPRO mocht zijn begrafenis bijwonen.
 
 Ik wil je iets vragen.
 Wil jij  opschrijven waarom die man zo lang zo veel voor jou betekend heeft en kennelijk nog betekent.

 
 Vriendelijk groetend
 Ronald van den Boogaard

 

Het antwoord:


Dag Ronald,
 
Wat typisch dat Cor zo bang was voor de dood. Iets wat je van hem niet verwachtte. Hoorde altijd veel relativisme in zijn stem en teksten (maar die waren nooit van hem, begreep ik). Ook in het stukje in de VPRO-gids van Peter Flik, vlak na zijn dood, komt niets naar voren dat blijkgaf van zijn angsten. Hij ging bijvoorbeeld nooit naar een dokter. Best gewaagd als je zo hoestte als hij deed. Maar ja, hij is er bijna 87 mee geworden.
 
"Opmerkelijk" noemt u het feit dat ik pas 10 was. Is ook wel erg jong ja. Zeker ook als je bedenkt dat ik helemaal niet van 'linkse' komaf ben. Eigenlijk dus geen VPRO-volgeling maar die stem.... Het heerlijke tegendraadse, het gevloek en gebulder van deze 'Filistijn' (of hoe die ook wel werd genoemd). De gong met glasgerinkel (later trompet met onweertje) voorafgaande (of aansluitende op) zijn aan- en afkondigingen.
 
Het moet op een vrijdagmiddag zijn geweest, nu zo'n 25 jaar geleden, dat ik 'hem' voor het eerst hoorde op het strand tijdens VPRO's Muziek op Vier (in die tijd tussen 15 en 17 uur). Zus en ouders hekelden mijn voorkeur voor dit geluid want hoorden liever de Top 40 van Veronica op de andere zender. Ik had toen nèt een klein transistorradio'tje gekregen. Het programma boeide me niet zo maar het moment van Cor om 16:59 met gong was het wachten waard. Wilde een beetje tegendraads zijn en de familie pesten door dit te luisteren. Hield ook wel van de Top 40 maar vond dit heel speciaal. Ben al snel ook gaan luisteren stiekem op vrijdagavond op 3 en woensdag's op 1 (Klap op je kop). De rare aanvangstijden van de VPRO-zendtijd viel ook op. (woensdag van 10:45 tot 14:20 uur op Hilversum 1). Al snel veranderde dat allemaal toen Veronica B-omroep werd en de VPRO naar zondagmiddag verhuisde op 3 (dat was natuurlijk helemaal fantastisch). Ben vanaf dat moment ook gaan tapen. Niemand in de klas en familie vond het leuk. Als zijn stem klonk moest de radio altijd uit of op een andere zender. Eigenlijk jammer dat zo weinig mensen dit konden waarderen. Want wat ie deed was heel bijzonder. Maar de VPRO had toen ook niet zo'n geweldig imago (sex, vloeken, gewoon raar).
 
Leuke herinnering is ook die aan mijn vader die altijd de wekkerradio op 2 had staan. Eens in de 14 dagen op vrijdagmorgen zat de VPRO daar tot 07.00 met Q Q le Q. Hij zei altijd tegen mij dat ie dan weer 'rechtop in zijn nest' zat als de radio aansprong om 6:30 uur. En dan even voor zeven uur de afkondiging van Cor. Mijn vader haatte dat, maar ik vond het steeds leuker worden daardoor. Ook hoe Cor 'Q Q le Q' uitsprak was zeer apart. In 1985 zijn we een keer naar Hilversum gereden omdat ik de VPRO-studio wilde zien. We hebben toen even op het grind gestaan. Hoewel hij het allemaal niks vond deed ie dat voor mij. Mijn vader en moeder waren net uitelkaar dus hij was allang blij met een verzetje. Helaas is hij jong gestorven.

Hartelijke groet,
Jasper. (Maarn 1972)


 

Ik heb wel eens uitgerekend dat ik tussen 1977 en 1997 zo'n 1.000 teksten voor Cor Galis heb geschreven. Vaak ramde ik dat er heel vroeg uit op een oude typemachine. Ik heb ze bijna allemaal bewaard. Een kleine indruk:   
       
        Image  
  
In het VPRO-gebouw op het Mediapark is een steen ingemetseld. Er staat op:

 

 

Technisch goed; geen conditie

Zie ook het verslag in het digitale VPRO Radioarchief

 

 

Ervaringen met de internationale rampenpers

Vandaag precies 40 jaar geleden had er in de wereld voor ‘t eerst een treinkaping plaats.
      Zwaar bewapende Zuid-Molukkers hielden bij Wijster de stoptrein Groningen-Zwolle stil en gijzelden de passagiers.
De eerste dag werden twee mensen geëxecuteerd, later nog één. Na twaalf dagen kwam er op zondag 14 december 1975 een eind aan de kaping.
      Ik was erbij en maakte voor De Volkskrant ondermeer het onderstaande openingsverhaal.
Ik was toen dertig jaar. Het was mijn eerste ervaring met de internationale pers. Met de rampen- en oorlogsverslaggevers.
      De trein stond stil bij Wijster, maar het beleidscentrum waar alles gecoördineerd werd bevond zich in Beilen.
Daar was een grote legertent ingericht als perscentrum.
      Wij moesten daar vrijwel alles doen, want een bezoek aan de trein was niet mogelijk. Die was omringd door een kordon militairen.
Er waren veldbedden en een paar tafels.
      Niet meer dan twintig telefoons. En dat was bijzonder weinig voor honderden journalisten uit de hele wereld.
Er zaten trouwens wel een paar enorme klootzakken tussen.
      Sommige vertegenwoordigers van de internationale persbureaus hadden mensen ingehuurd om permanent die telefoons in gebruik te houden. Als er dus snel iets moest worden doorgegeven moesten de andere verslaggevers wachten.
     
Er heerste een gespannen sfeer in die perstent. Journalisten hielden elkaar scherp in de gaten.
Er deden de wildste geruchten de ronde. Er was een Amerikaan, die mij voortdurend dollars bood als ik mijn stukjes voor hem wilde vertalen.
      Ongeacht waar het over ging. Hij kwakte dan een biljet van 100$ neer.

 Ik had contact gelegd met een familie in Beilen.
      Zij vonden het wel interessant en hadden mij in zekere zin geadopteerd. Ik kon daar eten en bellen.
Maar al te lang kon ik daar niet blijven, want alleen in de perstent kon je aan nieuws komen.
      Op zondag 14 december 1975 maakte ik dit verhaal en belde dat bij mijn Beilense familie door naar de krant.
Het verhaal werd getikt op een kleine schrijfmachine en werd in Amsterdam opgenomen en uitgetikt door een zogeheten dictafonist.
      Waarom ik deze geteisterde velletjes papier bewaard heb, weet ik eigenlijk niet.
Misschien om vele jaren later nog eens een weblog mee te vullen.     

Voor de jongeren onder ons:
     
Mobieltjes waren er in die dagen nog niet.
Het gebruik van PC's was onbekend
E-mail en Internet moesten nog worden uitgevonden

Het woord gijzelaar wordt in dit verslag angstvallig vermeden. Dat werd toen soms gebruikt voor de daders dan weer voor de slachtoffers.
Let niet op de tikfouten, want die hoorde je bij het doorbellen niet.


Geteisterde velletjes 

 


 

 

 


Zomer 1988

Do you want a cold beer?

INTIFADAH 

De eerste Intifadah in Gaza en op de Westbank was toen op een hoogtepunt. Israël had verordonneerd dat het hoofdkantoor van de PLO van Libanon naar Tunis moest verhuizen. Daar werd in april in zijn huis één van de hoogste Palestijnse leiders Abu Jihad vermoord door leden van de Israëlische geheime dienst.
      Wij arriveerden ruimschoots op tijd bij het zwaar bewaakte kantoor, werden uitvoerig gefouilleerd en daarna ontvangen door Bassam Abu Sharif. Hij was een kleine man, liep mank, miste een arm en had enorme littekens in zijn gezicht.

      Hij had namelijk op het verkeerde moment een bombrief geopend.

MENEER ARAFAT 

‘Do you want a cold beer?’, vroeg Bassam.
Die vraag zou hij de komende drie uur nog diverse malen herhalen, want al wie er kwam: niet Yasser Arafat.
      De woordvoerder verontschuldigde zich met een glimlach om zijn lippen. Het ging namelijk wel vaker zo met meneer Arafat. Hij was immers een drukbezet man. Bovendien moest van tevoren niet duidelijk zijn waar hij was, want dan liep hij grote risico’s.
We moesten de volgende dag maar even bellen. Dan konden we een nieuwe afspraak maken.
      Gerard Jacobs, die jarenlang in het Midden Oosten als correspondent voor De Volkskrant had gewerkt, beaamde dat het wel vaker zo ging. Volgens hem zou het allemaal wel in orde komen.
Terug in het hotel bleek het trouwens niet in orde met zijn kamer. Er stond zeker een centimeter water, want het bad in de kamer een verdieping hoger was overgelopen en het water was door het plafond gelekt.Toen Gerard een andere kamer vroeg stelde de receptionist in eerste instantie voor om een paar klossen onder het bed te zetten. Dan zou hij het toch ook droog houden.

VLIEGTICKETS

DE HEILIGE DAG


TACTISCH & STRATEGISCH  

Arafat had tevoren zo’n zestig landen bezocht onder andere om na te gaan of hij steun kon verwerven voor zijn staat. Al dat gereis had hem geleerd, dat hij het nog beter even kon uitstellen. Nog een jaartje onderhandelen met Israël leek hem in alle opzichten vooral tactisch en strategisch beter.
      Bovendien was het een slimme politieke beslissing. Op 17 mei in datzelfde jaar waren er verkiezingen in Israël.
De rechtse premierkandidaat Netanjahoe had zich opnieuw populair kunnen maken met dreigementen tegen de eenzijdig uitgeroepen Palestijnse staat. Nu moest hij het afleggen tegen Ehud Barak, de leider van de Arbeiderspartij, tevens de partij die de Oslo-accoorden tot stand bracht.

Een strateeg dus die Arafat.
      Palestina mist hem nog steeds.

EERVOLLE AFGANG

En gelukkig hoorden we later dat we bepaald niet de enige journalisten waren, die vergeefs op hem hebben gewacht. Eigenlijk waren we in die roerige dagen een soort bliksemafleiders geweest.
      Laten we het maar op een eervolle afgang houden.

 

 

De Volksgazet en burgemeester Lode Craeybeckx

 Ik rij in Antwerpen door de Craeybeckxtunnel en merk dat de radio zonder storing gewoon doorgaat.
      Craeybeckx. Lode Craeybeckx!
Burgemeester van Antwerpen van 1947 tot 1976.

Een niet geheel onomstreden vertegenwoordiger van de Socialistische partij.
Vlaams nationalist, doener, taalliefhebber, bouwer en afbreker.

We gaan terug naar april 1973. De havenarbeiders in Antwerpen, die daar dokkers genoemd worden, zijn al dagen in een verbeten stakingsstrijd gewikkeld.
      Ik ben daar bij voor De Volkskrant en word wegwijs gemaakt door een collega van De Volksgazet, de partijkrant van de Socialisten; enigszins te vergelijken met het Vrije Volk van Nederland in die dagen.
      Craeybeckx werkte daar ooit als buitenlandredacteur.
Het is een zogeheten wilde staking, die geïnitieerd is door de KPB, de Kommunistische Partij van België .
      De vakbonden, waaronder de grote BTB, de Belgische Transportarbeiders Bond, doen niet mee.

De collega neemt mij mee naar ‘t Kot het inschrijflokaal waar de dokkers zich iedere dag melden en maar moeten afwachten of ze diezelfde dag werk zullen hebben.
      Ik leer dat zij -vergeleken bijvoorbeeld met hun collega’s in Rotterdam- slecht verdienen, nauwelijks een rechtspositie hebben, veel te veel uren moeten maken en werken onder zeer onveilige omstandigheden.
Nog nooit was ik het zo eens met mensen die in verzet komen.

Ik ga ook mee naar kantoortjes waar alternatieve organisaties vergeefs proberen de arbeiders achter zich te krijgen.
      Het zijn de maoïstische AMADA , Alle macht aan de Arbeiders en de Trotskistische RAL, Revolutionaire Arbeidersliga.

Na een tijdje loopt het in Antwerpen volledig uit de hand. Duizenden dokkers trekken door de straten en dan verschijnt daar ineens de Mobiele Eenheid.
      Er wordt hard ingehakt op de stakers.
Op straat liggen vele gewonden. Ambulances met luide sirenes rijden af en aan.
      Het is een volslagen chaos.

Ik doe uiteraard verslag en haal de volgende dag de opening van mijn krant.
      Vooral ook omdat ik daar één van de weinige Nederlandse journalisten ben.
Ik sla de Volksgazet van diezelfde dag op en ben benieuwd wat mijn vriendelijke en bereidwillige collega ervan gemaakt heeft.

En dan komt het:

GEEN WOORD, GEEN FOTO, NIETS OVER DIE RELLEN.

Burgemeester Lode Craeybeckx had het verboden!