Honkbal

 

 

Een dode zeemeeuw & een dronken pitcher



Dave Winfield

Op 4 augustus 1983 gooide New York Yankees outfielder Dave Winfield een zeemeeuw dood.
      Dat was in de vijfde inning tijdens de warming-up in de wedstrijd tegen de Toronto Blue Jays.

Het publiek in Toronto jouwde Winfield uit. Hij zou het expres gedaan hebben.
     
De honkballer werd gearresteerd op verdenking van dierenmishandeling.

De volgende dag werd besloten om hem niet te vervolgen.
      Het was een ongelukje geweest.
     
De arrestatie had alles te maken met de reputatie van Winfield. Hij was een geweldige honkballer (Hall of Fame), maar ook zeer opvliegend.
      Hij hield zijn knuppel zodanig vast, dat die regelmatig uit zijn handen glipte en richting de werper ging.
Sommige tegenstanders beweerden dat hij het expres deed.

 

 

Ryne Duren

 

Op 14 mei 1961 gooide Los Angeles Angels relief-pitcher Ryne Duren zeven slagmensen van de Boston Red Sox achter elkaar uit met drie-slag.
      Even tevoren was hij het veld ingekomen en wierp tijdens de warming-up een paar keiharde ballen hoog over de catcher heen tegen de back-stop.
      Duren deed dat altijd.
Hij wilde imponeren, maar slagmensen werden bang omdat Duren zeer slechte ogen had. Hij had heel dikke brillenglazen en zou de catcher nauwelijks zien.
      ’Hij gooide met braille’ schreef een commentator.

Duren was een alcoholist, die na zijn carrière met succes afkickte.
     
Sommige tegenstanders beweerden dat hij soms ook dronken op de werpheuvel verscheen.
Dit alles was een bron van inspiratie voor de Amerikaanse dichter David Shapiro.
     
Hij schreef het volgende gedicht:


Van David Shapiro


Empathy for David Winfield

 

Now I feel good when Dave Winfield

throws his bat and it goes spinning

toward the pitcher and looks

intentional to some amateurish to others

but certainly dangerous and loosened

‘’reckless passionate perhaps innocent’’

This was my style

the style of the thrown bat

the style of Ryne Duren

blinded with drink as he later confessed

deranged in all the senses

as he threw balls out of the stadium

behind the batter’s head

the impossible pitcher

with an underhand of symbolic force

a pitcher who could only hope

to see the batter

and Reader

I throw my bat at you

 


Meer Amerikaanse kunstenaars over baseball 

 

Andy Warhol

John Updike

David Halberstam

Robert Rauschenberg

Jacques Barzun

 

 

ECHTE LIEFDE VOOR DE SPORT

Eén van de mooiste gedichten over honkbal is Silver Nights van de Amerikaanse auteur James S. LaVilla-Havelin. Het gaat niet over grootse prestaties of incidentele hoogtepunten maar beschrijft de liefde voor de sport op een ontroerend simpele manier. Hij kiest ook niet voor een grote club maar voor de Rochester Red Wings een Minor-Leagueteam dat in New York speelt. Tot 1996 in het Silver Stadium.
     
Het team speelt triple AAA. Daarin komen -vaak jonge- spelers uit, die allemaal hopen en dromen dat ze de big leagues (The Majors) zullen halen. (Lavilla is: watching the kids who hope for the bigs). Dat zal overigens maar zeer weinigen lukken. In het gedicht worden er een paar genoemd. Bobby Grich, Don Baylor, Steve Bilko, Luke Easter, Roger Freed, Enos Cabell en Estel Crabtree.

Het gaat zo:

    Silver Nights

                                                                                                          
There is no other place as green as this

I watch the sun go down on the church’s steeple.

Overhead the planes make their silent approach.

I drink and the lights take hold, and cheering.

 On Silver nights where I have seen

        Grich and Baylor, Bilko and Easter,

        Freed, Cabell, and Crabtree-

        all playing on the green,

  I have wished to be here, as the night is falling,

         always as the lights make

         the colors richer, deeper.

  Some histories of the diamond are purely personal:

  I sit along the third base line, drink Miller

        or Jenny or Jenny Cream,

  eat peanuts, sometimes.

  
There was a year when no pro ball was played in Rochester.

         I wrote it down.

They raced bicycles that year, while Rochester’s team

        played in Montreal.

And some histories, silver with night fall.


Sitting here and keeping score, eyeing the yellow-

        gold of the French’s Mustard sign,

        watching the kids who hope for the bigs,

 there is nothing more on all the silver nights of

        all my summers, nothing more

        that I could wish.

 There is no other place in all the world as green as this.

 
Morrie Silver

Het gedicht is geschreven in de jaren zeventig van de vorig eeuw.
      Pas in 1968 namelijk werd het stadion vernoemd naar de zakenman Morrie Silver, die ondermeer president en general-manager van de club was. En in 1981 maakte Cal Ripken jr., de meest beroemde speler die ooit voor de Red Wings uitkwam zijn debuut in de Majors. Als het gedicht na die datum geschreven zou zijn had hij Ripken natuurlijk in het rijtje moeten opnemen. Andere grote namen die later voor Rochester uitkwamen zijn Dennis Martinez, Davey Johnson, Joe Mauer, Justin Morneau, Eddie Murray (Big league debuut 1977!), Jim Palmer, Mike Mussina en Stan Musial.

Miller, Jenny en Jenny Cream zijn overigens biermerken.
      En voor de minder ingewijden: De diamond is het honkbalveld.

 

 

 

Bobby Thomson & Russ Hodges

(of: Het begin van de Koude Oorlog)



The Pennant

Het was de derde en beslissende wedstrijd tussen de New York Giants en de Brooklyn Dodgers in het kampioenschap van de National League. (De zogeheten PENNANT).
      Het was de negende en laatste inning met de Giants aan slag. 
      De Dodgers stonden met 4-2 voor, maar de Giants hadden het tweede en derde honk bezet..
      Er was één uit.
Voor de Giants komt Bobby Thomson aan slag. De coach van de Dodgers besluit een nieuwe werper op de plaat te zetten: Ralph Branca.
      Een gewaagd besluit want Thomson had in de reguliere competitie al vier homeruns op Branca geslagen en had dat in de eerste wedstrijd van de best of three nog eens gedaan.
      Thomson laat de eerste prachtige slagbal gaan, maar slaat de tweede bal net over het hek voor de beslissende zogeheten walk-off homerun: 5-4 voor de Giants..

Luister naar het prachtige commentaar (1'.33"), dat later onder televisiebeelden is gezet en probeer te verstaan wat de opgewonden Hodges er allemaal uitgooit.

Letterlijk zegt hij:

The shot heard ‘round the world!

De homerun en het verslag werden later bekend als ’the shot heard ‘round the world’. New York lag stil die middag. Vrijwel iedereen in die stad luisterde naar de radio; een enkeling keek naar de televisie.
    
      In Europa luisterden Amerikaanse militairen naar de radio.

      In Korea was het oorlog en luisterden de militairen ook.
      Vandaar dat wereldwijde shot.

Russ Hodges was radioverslaggever voor de New York Giants (het team van Bobby Thomson) en zijn verslag werd uitgezonden op een klein station: WMCA-AM radio.
      Dit radiostation maakte geen opnames van dit verslag.
Dat het toch bewaard is gebleven, danken wij aan een zekere Lawrence Goldberg, die in zijn auto naar het verslag luisterde en zijn moeder vroeg om het laatste deel van de wedstrijd op te nemen.
      Dat gebeurde op een heel simpel recordertje (‘1951 nietwaar!’), wat tevens verklaart dat de kwaliteit van het bewaard gebleven verslag zo matig is.

De bal is nooit terug gevonden.
      En dat is jammer. Niet alleen, omdat de bal een waarde van zo’n 1 miljoen US$ zou hebben maar ook omdat deze bal thuishoort in de Hall of Fame in Cooperstown New York.

HET HONKBALMOMENT is later in allerlei films, series en boeken opgedoken. Onder andere in The Godfather, waar Sonny Corleone naar het commentaar van Russ Hodges luistert en vlak voor de homerun wordt doodgeschoten. Ook in de serie MASH, die zich afspeelt in Korea komt het voor als majoor Charles Winchestor wordt aangespoord om hoge bedragen in te zetten in de weddenschap welk team de wedstrijd zal winnen.

DeLillo geeft er overigens een geheel eigen interpretatie aan. De bal wordt in zijn boek wel degelijk gevonden. De jonge Cotter Martin is in het stadion in The Bronx New York, waar de wedstrijd gespeeld werd. Hij maakt kennis met een andere fan; de bal komt op hen af en Cotter kaapt de bal voor de neus van zijn nieuwe vriend weg. Deze bal verandert in het boek een aantal malen van eigenaar, waardoor Underworld een rijk geschakeerd beeld geeft van de Verenige Staten in die tijd. 
                                    


 

 

Greenies en Beaver-Shooting

Dit is geen recente uitspraak over dopingpraktijken in het Amerikaanse honkbal. Nee! Het komt uit Ball Four, het best verkochte honkbalboek aller tijden (zes miljoen exemplaren).

Image                                                                                     CONTROVERSIEEL
Dit boek verscheen in 1970 en is van oud big league pitcher Jim Bouton, die in zijn grootste tijd speelde bij de New York Yankees. Het is in dagboekvorm geschreven toen hij in zijn sportieve najaren (1969) nog actief was bij de Seattle Pilots, een team dat niet meer bestaat. Bouton (spreek uit als in Gouda) is zeer openhartig in dit boek. Het is uiterst controversieel. Hij ontziet niets en niemand en schrijft waarheden, die spelers, bestuurders, coaches en een deel van het publiek niet wilden horen.
      Het gaat over wancontracten die spelers voorgelegd krijgen, vloeken en kankeren, over beaver-shooting vanuit de dugout (dames van onderen bekijken door gaatjes en spleetjes die in het dakje zijn aangebracht), over Baseball Annies en hoe makkelijk die te versieren zijn (’We prefer wham, bam, thank-you-ma‘am affairs‘), over racisme, onderling totaal verstoorde en gestoorde verhoudingen, vals spelen, hoe tegenstanders geïntimideerd kunnen worden, hoe slagmensen soms expres een bal op het lichaam gegooid krijgen, drank- en dus ook dopinggebruik.

BOEKVERBRANDING  

Bouton werd verguisd door het grootste deel van de sportpers en door vrijwel alle Major League spelers. Er waren bibliotheken, waar het boek verboden werd, in de kleedkamer van de San Diego Padres werd het -met de pers erbij- publiekelijk verbrand. Jonge honkballertjes mochten het van hun ouders niet lezen, maar kropen met het boek in bed.
      Pete Rose, een fantastische honkballer, die later voor het leven geschorst werd omdat hij had gegokt op het team waar hij coach van was, riep toen hij tegenover Bouton stond keihard: ‘Fuck You, Shakespeare‘.
      Jarenlang mocht Bouton niet verschijnen op de jaarlijkse Oldtimers Day van de New York Yankees en om aan te tonen wat voor ‘schoft’ hij was schrijft Bouton, dat de volgende personen daar wel mochten komen: ‘muggers, drug addicts, rapists en child molesters‘.
      Jim Bouton wist natuurlijk zeer goed waarover hij schreef. Hij maakte in 1962 zijn debuut bij de New York Yankees en won het jaar daarop maar liefst 21 wedstrijden (uitzonderlijk veel). In 1964 speelde hij in de All Star game en won in het seizoen 18 wedstrijden.
      Daarna raakte hij geblesseerd en speelde nog een aantal seizoenen met matige resultaten. Maar omdat zijn arm geblesseerd was, heeft hij van alles geprobeerd om van de pijn af te komen.
      ‘I ‘ve tried a lot of things through the years -like butazodolin, wich is what they give to horses. And D.M.S.O. -dimethylsulfoxide. It’s not available anymore, though. Word is it can blind you.
I’ve also taken shots -novocaine, cortisone and xylocaine‘.
     
En dan zijn er de befaamde greenies (dextroamphetamine), peppillen, die veel spelers slikten alsof het snoepjes waren. (‘A lot of baseball players couldn’t function without them’).

Ander citaat:

En nog één:

Het is overigens bepaald niet zo, dat Bouton alleen maar negatief is. Integendeel. Hij schrijft met veel liefde over zijn sport. Over techniek & tactiek, samenwerking, intuïtie, spelinzicht, improvisatievermogen en de sensatie, die je als speler ondergaat wanneer het goed gaat. Wanneer je als werper de big W achter je naam krijgt als je een wedstrijd wint. En het nagenieten als je de wedstrijd nog eens doorneemt.

 

 

Een zeer opvallend debuut

Pat Venditte maakte gisteren voor de Oakland Athletics zijn debuut in de Major Leagues. Dat was in diverse opzichten opmerkelijk.
Venditte (29) is namelijk een switchpitcher, een werper die zowel links als rechts kan gooien. Ambidextrous heet dat in de VS.
     
Een zeer uitzonderlijk talent. Vrijwel uniek in de geschiedenis van het Amerikaane honkbal.

Er is in de vorig eeuw één werper geweest, die het een beetje kon: Greg Harris.. Maar hij was lang niet zo goed als Venditte. Toch speelde Venditte onder hetzelfde nummer waarin Harris optrad.: 29.
      Kijk HIER naar het debuut. En naar de enige inning in 1995 waarin Harris met beide armen gooide
In oktober 2010 schreef ik als eens onderstaand stukje over Venditte.

 

Alleen op de wereld


 

Hij heet Pat Venditte. (Spreek uit: Vendittie). Hij is 25 jaar en profhonkballer bij de organisatie van de New York Yankees.
      Hij speelt (nog) niet in de Major League, maar bij Trenton Thunder, een AA-team in de Minors. Of hij ooit het hoogste niveau zal halen is twijfelachtig.
      Maar Pat Venditte trekt wel veel aandacht.

Unicum

Hij is een Switchpitcher en dat betekent dat hij zowel rechts als links kan gooien. Een unicum.
      Hij is de enige werper in de wereld die dat kan.
Ik werd van zijn bestaan op de hoogte gebracht door Hugo Kijne (Te gast 3) een Nederlandse kennis van mij, die in de VS woont.

Pat werd in 1985 geboren in Omaha Nebraska.
      Zoals vrijwel elk jongetje in de Verenigde Staten leerde hij al heel jong een balletje gooien.
Hij was pas drie jaar oud toen zijn vader ontdekte dat Pat tweehandig was.
      Vanaf die tijd leerde Pat zowel links als rechts gooien. Hij raakte daarin zo bekwaam, dat hij nu net zo goed rechts als links gooit.

Zo’n kwaliteit kan heel belangrijk zijn.
      Een slagman die rechts slaat bijvoorbeeld is in het nadeel als hij tegenover een rechtshandige werper staat. Als rechtshandige slagman ben je tegenover een linkshandige werper in het voordeel omdat je de bal dan beter ziet aankomen.
      Andersom geldt dat uiteraard ook. In het profhonkbal zijn daarom tegenwoordig veel switchhitters , slagmensen dus die zowel links als rechts kunnen slaan.
      Daar wordt al op jeugdige leeftijd steeds meer op getraind. Het is -net als bij voetbal- na de nodige oefeningen goed te leren.
     
Maar gooien is anders. Dat is veel moeilijker.

Zes vingers; twee duimen

 

Kijk eens naar deze handschoen. Zes vingers, waaronder twee duimen.
      Deze handschoen kan Pat Venditte zowel in zijn rechter- als in zijn linkerhand nemen.
Hij kan dus voortdurend wisselen.
     
Twee jaar geleden leidde dit tot bizarre taferelen in een wedstrijd van de Staten Island Yankees.
Venditte stond tegenover de switchhitter Ralph Henriquez en wisselde steeds zijn handschoen van links naar rechts.
      Waarop Henriquez steeds links of rechts van de slagplaat ging staan.

Gevolg; opwinding, protesten, boze coaches en scheidsrechters die ernstig in de war raakten.
      Kijk maar naar dit hilarische filmpje:

In het afgelopen voorseizoen trainde Venditte mee met de hoofdmacht van de New York Yankees.
      Hij gooide 1 1/3 innings tegen de Atlanta Braves.
Op grond van de toestanden tijdens de wedstrijd van de Staten Island Yankees, kwam de PBUC (Professional Baseball Umpire Committee) bij elkaar. Er werden nieuwe spelregels geïntroduceerd.

Voortaan moet een switchpitcher van tevoren aan de scheidsrechter -en dus ook aan de slagman- tonen met welke arm hij gaat gooien.
      Tijdens de slagbeurt die daarop volgt mag hij niet van arm wisselen. Als hij daarna wel wil wisselen moet hij dat opnieuw aan de scheidsrechter laten weten.
      De werper mag -als hij van arm- wisselt geen warming-up pitches gooien.
Als de werper geblesseerd raakt aan één arm mag hij de wedstrijd alleen met de andere arm uitgooien.

Zijn er meer switchpitchers geweest?

Het antwoord luidt: één in de vorige eeuw.
      Dat was Greg Harris een Major-League-werper, die van 1981 tot 1995 voor diverse teams speelde.
Hij was van origine rechtshandig, maar liet tijdens trainingen zien dat hij ook goed links kon gooien.
Maar het kwam er in wedstrijden eigenlijk nooit van.
      Hij gooide in totaal in 703 wedstrijden, maar pas in de één na laatste maakte hij linkshandig twee slagmensen uit.