Ingeschreven voor de dood

Vorig jaar is haar man overleden. Sinds die tijd zit de oude mevrouw vaak voor het raam. Dan denkt ze na over haar leven en mort. Ze levert kritiek op alle mensen die voorbijkomen.
      Naar buiten gaat ze zelden, want dan moet ze haar zware scootmobiel tevoorschijn halen. De zorg komt aan huis; Iemand om haar onder de douche te helpen, iemand om te stofzuigen. Van die mensen die gewoon hun werk doen, maar nauwelijks aandacht voor haar hebben.

‘’Ze zien me niet eens staan’’.


De verhouding met haar kinderen is de laatste tijd complex geworden.  Ze komen -vindt ze- te weinig.
      En als ze er zijn, vertrekken ze weer te snel.


‘’Heb je daar nou kinderen voor. Als dat alles is’’

En de kleinkinderen moeten -zegt ze- niets van haar hebben.
      Soms als ze er zijn, zitten ze de hele tijd te mobielen.


‘’Wat is daar nou toch aan? Aan al dat gemobiel?’’
.  

Haar klaagzang wordt dieper en dieper.

Op T.V. is nooit meer iets bijzonders en de radio kan ze niet goed meer verstaan.
      In haar buurt wordt het ook steeds minder. Te veel buitenlanders. Daar moet je voor oppassen.
De huur wordt steeds hoger, de AOW minder waard, het pensioen van haar man is te laag, het leven is te duur tegenwoordig en de politiek, ach de politiek bestaat uit zakkenvullers en egotrippers.

‘’Ze denken alleen maar aan zichzelf en waaien met alle winden mee’’

 En dan haar buurvrouw. Vroeger maakte ze wel eens een praatje, maar toen leefde haar man nog. Dan had ze praatjes voor tien. Maar nu gaat ze haar raam voorbij zonder zelfs maar even naar binnen te kijken.

De oude mevrouw:
      ‘’Nou. Ze zoekt het maar uit met haar kapsones. Maar weet je wat. Met haar gaat het helemaal niet goed. Haar longen zijn aangetast. Ze hoest en rochelt de hele dag, haar knieën zijn op, haar hart is zo goed als versleten en ik heb gehoord dat ze incontinent is.  
      En weet je wat: Ze staat ingeschreven om dood te gaan’’.
     


Goedemorgen!