De verstikkende correspondente


Ze was dik en droeg een bril met van die borrelglazen. Ze had rood hennahaar, aan iedere vinger een ring en droeg kralen en kettingen op een groen vormloos mantelpak.  (.....) De hele dag sjokte ze achter mij aan. Of liever: klampte ze zich aan mij vast.

 

UIt: Reportages 27; Een rondje Haringvliet