De hond

 

Ik stapte uit en daar lag de hond. Gekromd voor mijn linkerachterwiel. Hij leefde nog. Onder het bloed, drijfnat, trillend over zijn hele lijf. Waarschijnlijk in shock. Hij keek ons indringend aan. Vragend bijna. 
      ‘Doe iets. Laat me hier niet achter’.

 

Uit Reizen 16: Sint-Job-in-'t-Goor Vlaanderen