Aftakeling & tevredenheid

Vandaag word ik 71 jaar. Dat is een wat rare leeftijd. Vorig jaar moest ik aan iedereen uitleggen hoe het was om 70 te worden. Ik riep dan altijd maar wat in de trant van: ‘’Het klinkt inderdaad een beetje oud, maar het gaat nog best redelijk allemaal”. Soms zei ik: ‘’Ach, ik ben inmiddels ouder dan mijn vader is geworden. Maar als ik net zou oud word als mijn moeder heb ik nog 23 jaar te gaan’’.
     
Soms ging men wat dieper op de materie in. Bijvoorbeeld: ‘’Doe je er wat aan om in conditie te blijven?’’

‘’Ach, ik loop nog wel eens hard. Maar 5 kilometer is nu mijn limiet. En daar doe ik inmiddels meer dan een halfuur over. Maar de afgelopen twee jaar heb ik twee keer een slijmbeursontsteking gehad. Typische hardloopblessure. Je doet iets verkeerd of je hebt de verkeerde schoenen aan je voeten. Behoorlijk vervelend. Daarom loop ik weinig. Maar een beetje wandelen is overigens ook wel prettig’’.

Het Ongeluk     

Soms werd het iets persoonlijker. Bijvoorbeeld: ‘’Kan je nog alles?’’
Nee, ik kan niet alles meer. Al lang niet meer want in juli 1970 kreeg ik een ernstig auto-ongeluk. Mijn rechterknie priemde in het dashboard en ik sloeg met mijn hoofd door de voorruit. Met revalidatie heb ik het wel goed kunnen herstellen. Die littekens op mijn voorhoofd en in mijn gezicht zijn grotendeels verdwenen, maar mijn knie is nooit meer 100% geworden. Als ik bijvoorbeeld wat langer auto rij, krijg ik last, maar ik weet hoe ik het ergste kan weg masseren. 

Het Kantelmoment    

      Er kwam een heel ander kantelmoment. 19 Juli 1985. Het moment dat mijn zoon een honkbal harder gooide dan ik. Hij was vijftien en ik veertig. Opkomst & neergang. ‘’Verdomme’’ schreef ik toen in een dagboekje, ‘’het proces van aftakeling is nu definitief begonnen’’.
      Ik rookte erg veel, dronk iedere dag, ging laat naar bed, werkte hard, maakte amok als ik dat nodig vond, vermeed zo mogelijk vergaderingen in omroepland en verkondigde in radiocolumns en geschriften zeer gepeperde meningen.
  
Het avontuur   

      Ik reisde veel. In totaal zo'n 120 verschillende landen en (on)-afhankelijke gebieden in alle continenten. Vaak naar onbekende oorden, soms naar brandhaarden en conflictgebieden. Dat was boeiend, leerzaam, avontuurlijk en goed voor wat relativering en de ontwikkeling van het improvisatievermogen.
      Het leidde tot het inzicht dat wij inderdaad in een zeer prettig land wonen.

Maar....

      Ik kreeg alle mogelijke prikken, had medicijnen bij me en anti-biotica en was voorzichtig met drinkwater en voedsel. Toch liep ik regelmatig iets op. Dysenterie, uitdrogingsverschijnselen, ontstoken ogen, darmklachten, kotspartijen, verbrandingsverschijnselen, barstende koppijnen, muggenbulten, andere insectensteken en bijna altijd was er diarree. Jetlags en zeeziekte.
      Ik kreeg te maken met corruptie. Met rudimentair machtsmisbruik. Werd bijvoorbeeld diverse malen door de politie opgepakt en fysiek bedreigd (Irak) of pas vrijgelaten na het betalen van een soort afkoopsom (Oezbekistan 2x!).
      Kon sommige dingen alleen maar voor elkaar krijgen door geld te bieden. (Sudan, Egypte, Eritrea, Mozambique, Indonesi
ë, Brazilië). Werd een paar maal zeer openlijk en behoorlijk intimiderend door leden van geheime diensten gevolgd. (Roemenië onder Ceausescu en Noord-Cyprus).
      Cassettebandjes en filmrolletjes werden soms in beslag genomen of vernield. Aantekeningen verscheurd. (Irak, Zambia).
     
      Sinds ik met pensioen ben, ga ik nooit meer naar hete of derdewereld landen.

   
De verandering

      Op 10 februari 1987 veranderde er weer veel. Ik hield definitief op met roken. Na een week hield het hoesten en rochelen op, ik spuugde geen bloed meer, sliep beter, ging ook minder drinken en liep na een maand of vier mijn eerste halve marathon, nadat ik voor de VPRO-Radio in december al –hevig rokend- mijn eerste Marathoninterview met Jan Wolkers had gehouden. Ik viel achttien kilo af.
     
      Een andere veel gehoorde vraag vorig jaar was: ‘’Welke pillen slik jij?’’

‘’Ik slik geen pillen’’, zei ik dan tot verbazing van mijn leeftijdgenoten. ‘Niets, Nada’’. 
  
De Plasbuis   

      En toch was dat een paar jaar geleden ook weer anders. Ik moest ’s nachts vaak plassen. Om de anderhalf uur. Dat was behoorlijk vervelend, want iedere keer moest ik dan weer in slaap vallen. Ik probeerde homeopathische pillen. Geen resultaat. Ik ging naar mijn huisarts. Zij trok handschoenen aan en betastte mijn prostaat. ‘’Te groot’’, zei zij. ‘’Daar hebben veel mannen op leeftijd last van. Je plasbuis gaat door je prostaat en als die te groot is, wordt de buis deels afgekneld en de blaas onvoldoende geleegd’’.
      Z
ij schreef mij een alfablokker voor. Tamsulosine. Innemen na het avondeten. Na zes weken zou dat tot resultaat moeten leiden. Maar er veranderde niets. Na een maand of acht ging ik weer naar mijn huisarts. Zij schreef mij een andere blokker voor: Alfuzosine. Na het ontbijt innemen. Dat was een zwaar middel, want ik zat ’s ochtends na die pil zeker een half uur te dazen. Ook dat hield ik een aantal maanden vol, maar mijn plasgedrag veranderde niet. Om de anderhalf uur. Ik had geen wekker of klok meer nodig.
      Ik ging nog maar een keer naar mijn huisarts. Zij wist het ook niet meer en stuurde me naar de uroloog in het Maasstad Ziekenhuis Rotterdam. De kracht van de straal moest gemeten worden; er kwam een prostaatonderzoek en een blaasonderzoek. Ook de nieren zouden bekeken worden.   
      Ik kreeg informatie, maar ging toch op Internet het één en ander over die onderzoeken lezen. Dat had ik misschien beter niet kunnen doen, want vooral over dat blaasonderzoek las ik weinig geruststellende verhalen. Niet van ziekenhuizen en urologen, want die deden alsof het allemaal wel meeviel, maar veel ervaringen van patiënten maakten er een minder mooi verhaal van.
     
De Cystoscoop

     Je moet gaan liggen op een soort onderzoeksbank en dan gaat er een zogeheten cystoscoop de plasser in. Een –staat er dan in de voorlichting- dunne holle buis met een cameraatje op de top. Die staaf gaat de plasbuis in en moet dwars door de prostaat naar de blaas. Via een monitor naast de tafel kan je dan naar de inhoud van je blaas kijken.,
      Dit klonk allemaal niet zo geruststellend, maar in de behandelkamer bleek het allemaal nog veel erger, want die buis was minder dun dan ik me had voorgesteld. ‘’Mijn god, moet dat allemaal naar binnen’’, dacht ik nog.

Het ging naar binnen en toen de prostaat bereikt werd zei de uroloog: ‘Dit kan pijn doen’’.
      HET DEED PIJN. 
Nu ik het op tik voel ik die pijn weer. Hevige schrijnende pijn.
     
Maar de cystoscoop ging voort. Eenmaal in de blaas valt het weer mee en is het toch wel bijzonder om direct naast je de inhoud op een monitor te zien. En nog prettiger was het dat de uroloog constateerde dat de blaas helemaal schoon was. Het prostaatonderzoek daarna viel erg mee.
‘’Die prostaat is helemaal niet vergroot’’, zei de uroloog. ‘’En er zijn geen uitzaaiingen of zo’’.
     
En ook dat antwoord was uitermate plezierig.

‘’Maar dokter’’, zei ik ,’’ waarom moet ik dan zo vaak plassen?’’
     
‘’Tja’’, was het antwoord, ’’dat kan ik zo niet zeggen. Maar een operatie is absoluut niet nodig.
Het enige wat u kan aanraden is bekkenbodemtherapie. Wellicht helpt dat’’.

De Therapie

Een week later ging ik op bezoek bij therapeute Harmke. Ik moest bepaalde spieren anders gebruiken, leerde aanspannen en ontspannen en ik leerde dat je je plas eigenlijk heel goed een tijdje kunt inhouden. Na acht sessies had ik het wel een beetje door. Tegenwoordig moet ik om de twee en een half à drie uur. Ook ’s Nachts. En dat is toch een aardige verbetering.
      Vandaag word ik 71 jaar. Rare dag; rare leeftijd. En niemand zal vragen hoe dat is en of ik me oud voel en wat voor pillen ik slik en hoe de conditie is en al helemaal niet of ik wel eens over de dood nadenk.

       Eigenlijk is het een beetje saai om 71 te worden.
   

De Hongerwinter  

      Maar…
71 jaar geleden was het oorlog en heerste in Haarlem de hongerwinter. De slagerij van mijn vader was kapot gebombardeerd en hij had al twee maal in de Koepelgevangenis gezeten wegens illegaal slachten voor vrienden en verzetsmensen.
      Valse start dus.
In de baarmoeder had ik al een tekort aan veel dingen, de maanden na mijn geboorte was het volgens de overlevering nog veel erger. Gebrek aan alles. Een constant krijsende baby. Enorm kalkgebrek wat leidde tot een zeer problematisch gebit. Inmiddels heb ik kunsttanden en -kiezen op implantaten, ben nog lang niet kaal, kan nog goed horen, heb al twintig jaar lang een leesbril en sinds twee weken een soort tussenbril om de onderschriften op mijn T.V. te kunnen lezen.
     
Ik verkondig inmiddels minder gepeperde meningen, maak geen amok meer en ben al ruim 47 jaar getrouwd met een heerlijke vrouw.
Eigenlijk ben ik gewoon uitermate tevreden.


Goedemorgen & een mooi Nieuwjaar.

 

© Ronald van den Boogaard 2016