Kleine hufterigheid in grote wereld

De kennis van een kennis verzamelde grond. Zand, klei, veen, noem maar op. Uit de hele wereld. De kennis van de kennis stopte het spul in potjes. Deed er een etiketje op met informatie over de herkomst, rangschikte dat en liet het aan iedereen zien. De kennis van de kennis hield zelf niet zo van reizen en vroeg dus aan iedereen die op reis ging om een paar potjes mee te nemen. Om het voor die reizigers eenvoudiger te maken. Ze moesten alleen de potjes vullen.
      In 2005 ging ik naar Canada en de Verenigde Staten. De kennis van de kennis hoorde dat en liet mij drie potjes bezorgen. Ik mocht zelf uitkiezen waar ik de grondmonsters zou nemen.
         

Bij Hanlan’s Point Beach (Ward Island) in het Ontario Meer recht tegenover Toronto vulde ik mijn eerste potje. Ik stopte het in mijn bagage en dacht er verder niet meer aan. Toen ik naar New York vertrok maakte ik een tussenlanding in Detroit. Hoewel de douaneformaliteiten lang niet zo scherp leken als in bijvoorbeeld Miami vond men direct het potje in mijn handbagage, ‘Wat dat was?’.
‘Dat’, zei ik, ‘is zand’.
      ‘Oh’, zei de douaneman, ‘is dat zand?. En… waarom vervoert u zand in een potje?’.

‘Tja’, zei ik, ‘eh… nou ja, ik heb in Europa een kennis, die een kennis heeft en die verzamelt zand. Zoals eh… zoals een ander bijvoorbeeld postzegels verzamelt’.
      De douaneman keek mij vorsend aan, opende het potje, rook eraan, maakte een vies gebaar met zijn neus en zei… ‘Wij moeten dit onderzoeken’.
      Ik werd uit de rij gehaald en naar een andere douaneman gebracht. Ook hij stak zijn neus in het potje en trok een vies gezicht. Ik moest een aantal vragen beantwoorden. Waar ik precies vandaan kwam, waar ik in New York zou blijven, of ik daar mensen kende en zo ja wie dan wel en welk adressen hadden die personen. Er werd een telefoontje gepleegd en even later kwam een derde man met een hond. Een soort hasjhond.
      De hond moest aan het potje ruiken. Pas nadat de hond niet aansloeg, kreeg ik het potje terug en kon vertrekken.
In New York vulde ik een ander potje met zand van Strawberry Fields van John Lennon uit het Central Park en in het derde potje deed ik zand uit een potje dat ik verzameld had in de enige sub-sub enclave ter wereld, Dahala-Khagrabari (India in Bangladesh in India in Bangladesh).
      Ik gaf de drie potjes aan mijn kennis. Schreef er korte verhaaltjes bij.
Vond dat ik me aardig had uitgesloofd.
      Maar…. Geen bedankje. Niets. Nooit iets van de kennis van de kennis vernomen.
Hufterigheid is overal en op alle niveaus.

Goedemorgen!