Goedemorgen

 

Herman Heijermans & Edward Albee

Hotel de la Plage in Dieppe aan de kust van Normandië ligt aan de Boulevard. Vanuit de hotelkamer op de vierde verdieping hebben we een mooi uitzicht op zee. Het is druk in het stadje. Het hotel zit vol.
      Naast ons bevindt zich een jong stel, dat die nacht in ieder geval drie maal zeer luidruchtig de liefde bedrijft. Om te proberen hun opgewonden geluiden te maskeren zetten ze de televisie keihard aan. Als het dan ook nog gaat bliksemen en donderen voelen wij ons verzeild geraakt in een gedramatiseerd toneelstuk van Herman Heijermans.

De volgende ochtend in de volle ontbijtzaal is van het jonge stel geen spoor te bekennen. Maar het toneel wordt nu een stuk van Edward Albee, want naast ons zit een zeer Brits stel van gevorderde leeftijd. Zij & hij zitten aan een vierpersoonstafeltje schuin tegen over elkaar, ieder met een dik boek voor zich. Dat getuigt niet echt van intimiteit en al snel blijkt waarom.
      Zij legt haar boek weg, kijkt hem aan en zegt luid en voor een ieder in de zaal verstaanbaar, dat hij de meest egocentrische man is, die zij ooit heeft meegemaakt.   
      ‘Jij denkt’, zegt zij , ’alleen aan jezelf. Alles en iedereen moet altijd voor jou wijken‘.

Hij maant haar een beetje zachter te praten. 
      ‘Er zitten hier nog meer Engelsen’.

Dit maakt geen indruk op haar en zij zegt:
      ’Zie je nou wel. Dat is het enige waar jij aan denkt. Jij maakt je alleen druk om wat anderen van je vinden en je luistert niet eens naar me’.

Ze praat met veel ingehouden woede. Heel luid maar nooit met stemverheffing. Alles wat hij zegt maakt haar bozer.
      ‘Wij zijn met vakantie’, zegt hij. ’Kunnen we het niet een beetje gezellig houden? Kun je je niet een beetje inhouden?’

      ‘Inhouden?’, zegt ze. ’Moet ik me inhouden? Man! Ik ben nog maar net begonnen. Jij denkt niet één, niet twee, niet drie, nee acht maal eerst aan jezelf. Dan volgt de rest van de wereld en pas daarna kom ik.’

Hij kijkt om zich heen, zwijgt en buigt zich over zijn boek.

      ‘Zie je nou wel’, zegt ze opnieuw. ’Altijd als ik iets probeer aan te kaarten, vlucht jij. Maar ik ben het zat. Ik ben het meer dan zat. Nooit, echt nooit heb ik zo’n egocentrische klootzak als jij ontmoet’.

Dan komt het jonge verliefde stel binnen. De zaal zit vol en zij vragen in het Frans of zij aan het tafeltje van de Engelsen mogen plaatsnemen. Na het ’Bjainn sjuurre’ van de man gaan de jongen en het meisje ook kruislings aan het tafeltje zitten. Ze pakken elkaars handen en kijken verliefd.

'Hebben jullie goed geslapen?', zegt de man in dat zeer merkwaardige Frans.
'Excellent', zegt de jongen en geeft zijn vriendin een knipoog.

De Engelse mevrouw staat op.
      'Ik ga naar boven en wil vandaag terug naar huis!'

Het is pas kwart over negen.
      Wij hebben een prachtige dag voor de boeg.


Goedemorgen!

 

 

 

Band plakken: drie Euro

In juni 2006 riep Montenegro de onafhankelijkheid uit, nadat ruim 55% van de bevolking zich daarvoor in een referendum had uitgesproken.
      Volgens allerlei publicaties gaat het sinds die tijd relatief goed in dat land.
Vooral het toerisme gaat hard vooruit. (Mooie stranden, prachtige bergen, oude steden, goed klimaat, lekker eten).
       De Euro is het nationale betaalmiddel. Dat is een beetje vreemd, want het land zal pas naar verwachting in 2020 of zo bij de Europese Unie komen.
Ze slaan dan ook geen eigen munten.

Begin deze maand was ik twee weken in dat land. Of het inderdaad zo goed gaat, weet ik eigenlijk niet. De mensen zijn daar nogal verdeeld over.
      Het verschil arm-rijk is nog groot en vooral in het binnenland wordt nog echte armoede geleden.
De inkomens zijn vergeleken met West-Europa erg laag. De prijzen van bijvoorbeeld levensmiddelen liggen op ongeveer twee-derde en dat is dan weer -vergeleken met die inkomens- erg hoog.
      Er wordt veel in grijze circuits gehandeld -‘ik repareer jouw dak als jij mijn tuin schoffelt’- en veel mensen zijn deels zelfvoorzienend door op kleine schaal groenten, fruit en kruiden te verbouwen en kippen of andere beesten te houden.

De onverschilligheid die je vroeger in Joegoslavië nogal eens aantrof, is volgens mij voor een belangrijk deel verdwenen.
      Het land is booming, veel jonge mensen zijn enthousiast en ondernemend en leren Engels. En de mensen zijn over het algemeen vriendelijk en behulpzaam.

Ik had bijvoorbeeld een leeglopende achterband en bereikte een benzinestation, waarna liefst vier mensen aan de slag gingen om het wiel te verwisselen.
      Ze wilden er -ook na aandringen- niets voor hebben. Ik liet daarna bij een garage de band plakken. Ze namen het direct ter hand.

      Kosten: 3 Euro.

Goedemorgen!

 

 

Een stoere vader

Bij mij in de buurt zijn diverse zogeheten mestbassins. Met grote regelmaat verschijnen daar tankopleggers van de firma Kasteel Meeuwen, waarmee mest in die bassins wordt gepompt. Soms stinkt dat behoorlijk. Daar hoor je mij niet over klagen, want ik heb er zelf voor gekozen om op het platteland te wonen.

Op die vraag kwam ik, omdat ruim tien jaar geleden een artikel verscheen in Plattelands Post waarin iemand van Kasteel Meeuwen aan het woord komt onder de kop: ‘Wij werken met mest en niet met stront en daar zijn we trots op’.

      Ik heb het aan diverse boeren in mijn omgeving gevraagd, maar die weten toch zeker dat mest gewoon stront is. Hooguit is het stront waaraan stro is toegevoegd. Maar daar gaat het niet minder van stinken.   
      Vloeibare mest heet gier en kan ook behoorlijk onfris ruiken.

Gisteren -het is zomervakantie- zag ik het volgende ontroerende beeld.


Goedemorgen!

 

Zuiver water

Het mooiste bergmeer van Bosnië-Herzegovina is volgens kenners het Boracko-meer.
      Het ligt op 400 meter, is bijna een kilometer lang en 500 meter breed.
Je kunt er zwemmen tussen de forellen en de karpers. Meestal is het water smaragdgroen.

      ‘Dit water kun je gewoon drinken’, zegt een lokale uitbater.

      ‘Fijn’ zeg ik , ‘een soort mineraalwater dus’.

      ‘Mineraalwater!’, zegt de man verontwaardigd, ‘mineraalwater!’.

      ‘Meneer; ik zweer u dat er absoluut geen mineralen in zitten. Dit is zuiver water’.

 Goedemorgen!


Boracko Jezero

 

 Het meer ligt zo'n twintig hevig slingerende kilometers van de stad Konjic en dat ligt halverwege de lijn Mostar-Sarajevo.

      Je kunt er appartementen huren, maar er is ook een camping. 
Je kunt er vissen en zwemmen en er is een soort pad langs, waar je kunt wandelen.

 

  

 

 

 

 

  

Zeven jaar bloggen

Precies zeven jaar geleden ben ik met dit weblog begonnen. Ik beloofde u toen -Goedemorgen 1: Voornemens- zo mogelijk iedere dag met een bijdrage te komen. Dat is redelijk gelukt.
      Dit is bijvoorbeeld nummer 2206.
Dat eerste stukje was ook een kleine persoonlijke ontboezeming.

Ik zal er nog eentje bij doen.
      Vijftien jaar geleden hoorde ik dat ik voor de eerste keer opa zou worden.
Toen sprak ik de volgende column uit voor de radio.


Een opa in wording

 (Radiocolumn uitgesproken in februari 1999)

In 1970 was ik betrokken bij een ernstig auto-ongeluk. Er was één dode; een ander raakte zeer zwaar gewond en overleed een paar dagen later.
     
Ik sloeg met mijn hoofd door de voorruit en mijn rechterknie priemde zodanig in het dashboard, dat er een gipskoker van heup tot voet en vrij langdurige revalidatie voor nodig waren om weer behoorlijk te kunnen lopen.

Ik was pas 25 jaar. Een potje honkballen op niveau zat er waarschijnlijk niet meer in. 
      Maar toch: ik had geluk gehad en was niet in een rolstoel beland. Ik leefde niet alleen, liep weer gewoon, had interessante littekens op mijn voorhoofd en was gezond. Ook in mijn hoofd.
      Dat was niet alleen plezierig voor mezelf, maar ook voor mijn vrouw en mijn twee kleine kindertjes. En ik wist inmiddels ook, dat je niet onaantastbaar bent.
     
Dat was eigenlijk een hele geruststelling, want voor het eerst van mijn leven besefte ik toen de betrekkelijkheid van een aantal dingen, de onzekerheid van het bestaan en zelfs de sterfelijkheid die zomaar kan komen en niet altijd wacht tot je 82 bent.

Ik ging weer roken. Ik at te veel en dronk bepaald niet alleen kruidenthee.
      Soms stopte ik met roken tot ik vond dat ik daar te zwaar van werd. Soms was ik zo’n twaalf kilo te zwaar en dan ging ik weer afvallen. Dan ging ik weer minder drinken, maar vond wel dat ik weer kon gaan roken.
     
Het was allemaal wel heel betrekkelijk, maar fietsen, trappen lopen of zomaar een eind wandelen ging me steeds zwaarder vallen.

Ik vond het normaal, dat ik ‘s ochtends rochelend opstond, te stijf was om een paar oefeningen te doen en regelmatig met tegenzin aan de dag begon. Dat hoorde er allemaal bij en maakte deel uit van het onvermijdelijke ouderwordingsproces.
     
En als er af en toe eens wat voorzichtige kritiek kwam, had ik een prachtige smoes. Ik was namelijk in de oorlog geboren bij het licht van een walmend petroleumstelletje in de nacht van oud op nieuw van 1944 op 1945. In het hart van de hongerwinter! Als baby had ik niet alleen geen moedermelk gekregen, nee ik had een tekort aan alles.
      En dat moest
-iedere psycholoog kon je dat uitleggen- later allemaal gecompenseerd worden.

Het duurde tot 12 februari 1987. Ik stond weer eens rochelend op, ging naar de w.c. en moest niet alleen kotsen, maar spuugde ook nog een angstige hoeveelheid bloed. Ik keek daarna in de spiegel en dacht: alles kan wel betrekkelijk zijn, maar op deze manier word ik niet eens vijftig. Ik was nog steeds getrouwd met dezelfde lieve vrouw en mijn kindertjes waren in de puberleeftijd.

Ik stopte nu echt definitief met roken, ging minder eten en begon iets aan mijn conditie te doen.
      Ik ging ondermeer hardlopen. Vrij fanatiek zelfs, want binnen vier maanden liep ik een halve marathon. En dat is toch ruim 21 kilometer.

Maar toch… het verouderingsproces ging door. Het lijf werd strammer, de spieren stroever. Maar het ging langzaam en ik had alle vertrouwen in de toekomst.
      Tot vorige week dinsdag. Er was bij Villa VPRO een distillateur op bezoek. Wij spraken ondermeer over jenever en hoe je dat het beste kunt maken. De man gaf toe, dat het drinken van jenever in Nederland niet meer zo populair was. Nee, het drinken van jenever -zei hij heerlijk nostalgisch- was meer iets voor een man op leeftijd; voor een opa bijvoorbeeld.

Ik keek die man toen geschrokken aan. Ik kreeg het een beetje warm; het leek wel een opvlieger.
      Ik drink namelijk nog steeds regelmatig jenever en ik word opa. Jawel.

Ik keek daarna weer eens in de spiegel en zag opnieuw de betrekkelijkheid van alles.

Ik was een MIDO.

Wat dat is?

Gewoon: Een man in de overgang.

 

Goedemorgen!