Familie

 

Een kampioen op billboards


 

Dit is mijn kleinzoon Tijn. Hij wordt vandaag dertien jaar. Tijn zit in de brugklas van het Amsterdams Montessorilyceum, is uitermate sportief,  populair bij vriendjes en vriendinnetjes en heeft inmiddels ook een beugeltje.


Een gave pass


  


Hij voetbalt graag en speelt in de D1 van het Amsterdamse Arsenal. We zien Tijn links op de foto in het rood-wit-blauwe shirt een mooie pass afleveren. Zij speelden in Ookmeer tegen een club met de curieuze naam ZSGOWMS. (Zonder samenspel geen overwinning; wilskracht maakt sterk). De wedstrijd eindigde gelijk (2-2). En dat resultaat was voldoende om kampioen te worden.


Kampioenen

  

 

Skiën        

              

Zijn sportieve activiteiten blijven niet beperkt tot voetbal. Ieder jaar gaat hij naar de wintersport.

Verder doet ‘íe aan schaatsen, tennis en als het zo te pas komt ook aan basketbal en nog zo wat andere sporten.


Schnabbeltje

  

Tijn en zijn vader zijn in het hele land te zien op bilboards van ABN-AMRO. Leuk schnabbeltje.



 

Eitjes & Gigabites


Gisteren schreef ik ondermeer over de prijs van een eitje in het midden van de vijftiger jaren. Ik vroeg mij af hoe het komt dat eieren toen duurder waren dan scharreleieren nu en of dat wellicht voor nog meer artikelen geldt:


Dit is de reactie van mijn oud VPRO-collega Wim Bloemendaal
.

 

Scharrelen, Ronald, is een ruim begrip, want heeft de stadse consument in zijn hoofd dat een kip graantjes en wormpjes pikkend op het boerenerf omscharrelt, de werkelijkheid is anders, ik kwam daar achter toen de VPRO actie voerde om het ledental te verhogen en vierentwintig uur achtereen uitzond, ik was ergens met veel collega's op een Zuidhollands  eiland gestationeerd. Gast in de uitzending was onder anderen een saxofonist die in Washington ging studeren. Vlakbij  de uitzendbasis was een enorme loods, daar zaten kippen,volgens mij duizenden kippen, die zaten niet in aparte hokjes, maar ze wandelden los,  ze scharrelden en maakten een ongelooflijke herrie, we hebben daar die saxofonist een stukje laten toeteren en  dat samen met het gekakel  uitgezonden.
Ik ben nog altijd op zoek naar de  opname.

 

Ik vertelde dit verhaal een keer aan mijn inmiddels overleden kennis KOK DE GEUS. Hij schreef mij toen het volgende:


Is natuurlijk niet zo gek dat die eitjes bijna voor niets de deur uitgaan. Weet je wel hoeveel kippen we hebben? Midden jaren ’50 logeerde ik 6 weken op een boerderij in Stolwijk. Was toen erg in om stadsjongetjes een paar weken op een boerderij te stallen. Koeien, paarden, varkens, honden, kippen en een haan. De kippen scharrelden wat rond op het erf. Ik heb er niet echt van genoten, omdat ik helemaal niets had met dieren.
      Dertig jaar later ben ik er eens terug geweest met mijn Diane om haar te laten zien wat ik moest ontberen. Er was niets over van het schoolkaarttafereel. Vier grote schuren met duizenden kuikens. Het was om bang van te worden. Misschien gooien ze je nog wel eens dood met die eitjes.
      In 1958 kochten mijn ouders een TV (zwart-wit uiteraard) in een kastje met deurtjes, omdat mijn moeder niet zo’n oog in de kamer wilde. De prijs bedroeg 2.200.00 gulden. Voor een LCD t.v. van anderhalve meter betaal je op dit moment zo’n 1.000 Euro.
      En wat denk je van de ontwikkeling van de computer. Mijn eerste notebook had een opslagcapaciteit van 4mb met een uitbreidingsmogelijkheid tot 8 mb. Met de jaren gingen we groeien naar 16, 32, 64, 128, 256, 512 etc. Er is nu een notebook in de handel van meer dan 100 gigabite.

 

Eitjes & homeruns

 
Vroeger bij ons thuis in Haarlem-Noord hadden we het niet zo breed. Mijn vader was een kundig slager, die met chirurgische precisie een bot kon uitbenen. Maar hij was niet zo zakelijk, had weinig geluk en was al helemaal niet onderdanig. ''Mevrouw die biefstuk was niet taai, u bakt dat verkeeerd.''.
      Zijn eerste slagerij werd in de oorlog platgebombardeerd. Toen hij de zaak weer had opgebouwd ging hij begin jaren '50 failliet. Schulden dus. Voor een mager loon werd hij knecht bij zijn jongste broer in Badhoevedorp. Een mindere slager; maar één die wèl met klanten kon slijmen.
      Mijn moeder was werkster. Twee maal in de week op de fiets naar de palingboer in Spaarndam; één maal per week op zaterdag naar de bollenboer in Santpoort-Zuid.
Zij moest de bebloede slagersjassen met de hand wassen.
      Voor de wekelijks wasbeurt gingen wij in een teil. Er was een washandje voor boven en eentje voor beneden.

Wij bleven mede overeind, omdat mensen ons wel eens hielpen.
      Mijn vader nam iedere week vlees & vleeswaren mee. Vaak niertjes, zwezerik, lever, hersens, reuzel en andere spullen, die toen nog niet door de betere restaurants ontdekt waren.
      Mijn moeder kreeg wel eens een paar aaltjes, die de palingboer zelf gerookt had. En op zaterdag ging ik soms mee naar het bollenkantoor, want de baas had toestemming gegeven dat het kind van de werkster één flesje Coca-Cola uit de ijskast mocht halen. Een luxe product voor ons. Af en toe kreeg mijn moeder een zakje bollen, maar de oorlog was al een jaar of twaalf/dertien voorbij.

Toen er geen geld meer was voor de contributie van de honkbalclub werd er voor mij een uitzondering gemaakt. Ik mocht blijven omdat ik een catcher met aanleg was en al eens in één wedstrijd drie homeruns had geslagen. ’Als jullie niets regelen gaat ‘ie naar landskampioen Schoten, zei mijn vader dreigend tegen de penningmeester. ''Daar willen ze hem graag hebben''.
      En toen ik na een toelatingsexamen naar het Lorentz lyceum in Haarlem mocht, kon geput worden uit een hulpfonds voor de schoolboeken. Dat vond de jongste broer maar niets. ‘Daar gaan onze belastingcenten. Een kind van een knecht hoort niet op het lyceum’. Zijn oudste zoon ging ook naar het lyceum. Hij moest dan op de terugweg altijd langs bij de concurrentie om zijn vader te kunnen rapporteren hoe druk het daar was.

Iedere woensdag kwam Keesje, een buurjongen. Soms kwam zijn mooie zus Rina ook mee. Die zou later nog Miss World worden. Zij namen zelf eten mee en ik kreeg steevast een potje Bulgaarse yoghurt en een eitje van hun ouders. Dat waren natuurlijk ook luxe producten.
      Een eitje kostte destijds ongeveer 25 cent. Een heitje. Gisteren kocht ik bij Albert Heijn tien scharreleieren voor 89 Eurocent; nog geen 9 cent per stuk.
      Een ei in 2016 is dus goedkoper dan een ei eind jaren vijftig. Ik geloof niet dat ik veel producten of artikelen ken, waar dat ook voor geldt.
Maar hoe komt dat eigenlijk?
      Legbatterijen of zo? ......Maar waar scharrelen ze dan?
Vertelt u mij dat eens. Maak ik er gratis een stukje van.

.

 

 

Veertig maanden oud