Een loffelijk getuigschrift

Op vrijdag 8 maart 1963 in de koudste winter van de vorige eeuw haalde ik een kind van acht jaar uit een wak in de Jan Gijzenvaart in Haarlem. Er kwam een klein berichtje in de krant. Voor één dag was ik held op school.
      Een maand later kwam een bestuurslid van het drenkelingenfonds Dr. W.E. Merens bij mijn moeder op bezoek. Zij hadden mij uitgekozen voor een beloning. De meneer zei tegen mijn moeder, dat ik kon kiezen uit een loffelijk getuigschrift en een medaille of een geldbedrag.

Mijn moeder had de keus direct voor mij gemaakt.
      ‘Flauwekul om daar geld voor te geven! Geef hem desnoods maar dat getuigschrift'.

Sorry Mam!  

Ik ontving een uitnodiging voor de plechtigheid en ging erheen in een pak met stropdas.
      ‘Is uw moeder niet meegekomen?’, vroeg de voorzitter van het fonds.
      ‘Mijn moeder!’, zei ik. 'Was het de bedoeling dat zij hier ook bij zou zijn?’

      ‘Ja’, zei de meneer.

Ik ontving de medaille en het getuigschrift .
      Het kwam ondermeer in De Telegraaf en het Haarlems Dagblad.
Opnieuw was ik voor één dag held.

Ik was het bijna vergeten tot mijn moeder in 2001 overleed.
      In een grote doos vond ik bijvoorbeeld deze knipsels.
Allemaal voor mij bewaard.
Ze was er graag bij geweest.
      Maar ik had er niet aan gedacht om haar te vragen.

Sorry Mam!