Beelden (799)

 

Samba & cachaça in de ochtend

  

In het najaar van 1994 verzorgden Fred Stroobants en ik een rechtstreekse radio-uitzending vanuit een favela in Rio de Janeiro Brazilië.

  


Satelliettelefoon

      

We hadden daarvoor een grote satelliettelefoon bij ons, een modem, een codec, snoeren, microfoons, montageapparatuur en een mengpaneel met vier sporen.
      Met een kompas moesten we de schotelantenne richten op de juiste satelliet boven de Evenaar, richting Atlantisch Oceaan West.      
Bovendien hadden we een generator gehuurd, die we konden inzetten als de elektriciteit zou uitvallen.
      En dat gebeurde nogal eens daar in die krottenwijk.


INEKE

  

We waren er een dag of tien en hadden opnames gemaakt, impressies ingesproken, zwerfkinderen aan het werk gezien, waren ondermeer naar Copacabana geweest en naar het Maracanã stadion.
      Ineke Holtwijk, een Nederlandse journaliste die al heel lang in Rio woonde en het daar erg naar haar zijn had, had ons aan de nodige contacten geholpen. Bovendien kon zij tolken.
      Er waren veel mensen uitgenodigd en er was een Samba-orkestje.

  

Tijdens de uitzending kwamen steeds meer buurtbewoners op bezoek en het kinderaantal groeide.

  

De uitzending duurde twee uur en begon om tien uur Nederlandse tijd.
      Het was in Rio drie uur vroeger en dat betekende dat we heel vroeg (om 3 uur) waren opgestaan.
We moesten namelijk al die apparatuur eerst nog installeren en uittesten.
      Bedenk dan ook even dat wij programmamakers waren en geen radiotechnici.


FRED

  

Sommige gasten hadden eten en drinken meegenomen. Veel cachaça. Rum dus.
      Het werd een vrolijke boel daar. Ik heb wat foto’s teruggevonden.
Zijn me ooit opgestuurd, maar ik heb geen idee meer wie ze gemaakt heeft.


UW BLOGHOUDER


UITZENDING

Het geluid werd bij deze uitzending dus gedigitaliseerd en verzonden in Rio de Janeiro, ging bijna 36.000 kilometer de lucht in naar de satelliet, werd over diezelfde afstand teruggekaatst naar een grondstation in Noorwegen, ging van daaruit naar een grondstation in het Friese Burum, kwam bij een studio van de VPRO binnen en ging vandaar naar De NOS, waar ze precies dezelfde codec hadden om het geluid weer analoog te maken.

Dit alles zorgde voor een vertraging van ongeveer vijf tot zes seconden.
      Dat vergde bij het presenteren uiteraard waanzinnig veel concentratie.

  


  


  


  


  

 

ERFGOED


(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)

       

Zo doen ze het hier op het platteland. Nooit iets weggooien, want van een oude stofzuiger kan je misschien wel weer een verfspuit maken. Trekker wordt bloembak. En niks rijdende rechter over rommel of overhangende takken…
      Op de foto geen schapen deze keer, maar die lopen er gewoon tussen door.
Maar dan komen de culturele verschillen plotseling om de hoek kijken. Ik wil een foto maken van dit erfgoed. Door mijn opvoeding gewend om dat eerst maar eens te vragen. Dat is al de beginfout. Zo’n vraag wordt uitgelegd als het willen vastleggen van hun armoede. Nog geaccentueerd door de luxe auto waarmee ik voor hun terrein ben verschenen.
      Ik heb hier een vriend die professioneel fotograaf is en hem vroeg ik om raad hoe dit soort kwesties aan te pakken.
      Zijn lessen waren verhelderend.

Ten eerste: niet met je auto aankomen.

Punt twee: vraag eerst waar ergens palinka (sterke drank) te koop is. Negen tegen de tien keren verkopen ze zelf gestookte en kan je wel een fles kopen. Natuurlijk pas nadat er een paar glazen naar binnen zijn gewerkt! Het ijs is meer dan gebroken.
      Je rekent af en dan moet je de Columbo-truc toepassen. Columbo was in de jaren zestig een populaire teevee-detective, die mensen ondervroeg en bij het weggaan zich plotseling omdraaide en een belangrijke slotvraag stelde.
      Zo handel je hier ook. Je loopt weg en op het allerlaatste moment draai je je om en vraagt of je een foto van hun bedoening mag maken. Je bent bang dat als je thuis later die fles soldaat hebt gemaakt, dat je dan niet meer weet waar je die goddelijk palinka had gekocht. Natuurlijk wordt dat toegestaan.

Zijn er nog andere mogelijkheden, had ik hem gevraagd.
      Ja die waren er wel, maar veronderstelden aanleg voor toneel.
Op dit soort terreinen lopen altijd honden. Je zegt dat je hondenkenner bent en graag een foto wil maken van een speciale hond die daar rond loopt.

Natuurlijk vinden ze dat leuk en intussen fotografeer je het erfgoed.

 

  

Klik HIER voor alle Photosophieën

 

 

 

 

De genoegens van Toronto


CN-Tower

              

De CN Tower is 553 meter hoog en was jarenlang het hoogste bouwwerk ter wereld.


Restaurant in Tower

    

Op een hoogte van 350 meter is het langzaam in de rondte draaiende restaurant. In één uur en twaalf minuten ben je 360 graden gedraaid en heb je de stad aardig in je op kunnen nemen.


Zicht naar beneden

     


Chinatown

    

Toronto is een zeer multiculturele stad. Er zijn bijvoorbeeld vier Chinatowns.


Koreaans restaurant

   

Het restaurant MulRaeBang-A. Befaamd om zijn kimchi’s, ingelegde groenten


Rogers’ Centre

     

De honkbalploeg van Toronto Blue Jays speelt zijn thuiswedstrijden in het Rogers’ Centre.
      Het is de enige Canadese ploeg die in de Amerikaanse Major Leagues speelt.


Skyline

  

Als je even de drukte van de stad wil verlaten kun je een veerbootje nemen naar Ward’s Eiland.
     
Je hebt daar een mooi uitzicht op de Skyline


Niagara Watervallen

  

Maar het ultieme uitstapje is natuurlijk de Niagarawatervallen. Twee uur met de bus.


Verslag

  

Telefonisch verslag van de ‘’kermis’ daar.



KÓRHÁZ, HET ZIEKENHUIS

 
(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)

Vermijden, en zo lang mogelijk uitstellen. Dat is het devies.
      Hier in dit land is het een soort omweg naar het kerkhof.
Maar als het niet anders kan, ja dan moet je.
      De reis er naar toe is al zwaar, want je weet dat als je eenmaal door de deur naar binnen gaat, dat je de normale wereld dan achter laat. Geen genegenheid, geen kroketten, geen sigaretten, geen drank, niet meer lachen, geen weer meer, geen leuke gesprekken, geen respectvolle aandacht, geen post, geen rust.

       

De glazen toegangsdeur schuift achter je dicht en de wereld van het Hongaarse ziekenhuis gaat zich aan je voor doen.
Het eerste dat opvalt is dat men eigenlijk geen zin in jou heeft. Ze zien je ook niet als een mens, maar meer als een been, een pijnlijke maag, een verward hoofd, een opgezwollen darm.
      Daar zijn allemaal deuren voor en na aanmelding bij een verveelde vrouw die een meter lager dan jij achter glas zit, waardoor je dus moet beginnen met bukken, na die vernedering dus, schreeuwt ze iets over een deur die ERGENS VERDEROP zal zijn.

In mijn geval was dat de deur van een internist. Klachten: veel te hoge bloeddruk en ademnood.

Aankomst bij die deur was om tien uur in de morgen. Er zijn veertig stoelen die bijna allemaal bezet zijn. Het wachten begint. Het wachten op een verpleegster die uit die deur tevoorschijn moet komen en een naam omroept. Er zijn handicaps; de lange gang waar die stoelen staan tegenover die deur dus wordt ook gebruikt voor het transport van maaltijden, beddengoed en afval vanuit een verdere plek in het ziekenhuis. Dat maakt heel veel herrie, waardoor je het afroepen van de namen niet meer hoort. Ook wordt het moeilijk omdat al die wachtenden en dan vooral de vrouwen aan het kletsen zijn over hun kwalen. Hoor dan maar eens je naam.
      Bij de allereerste aanmelding kregen we een papiertje met de naam van mij erop plus een stempel SPOED. Om het wachten te verkorten hangt er een grote teevee met daarop een video waarop reclamebeelden van het met Europees geld verbouwde ziekenhuis. Allemaal leugens, er komt geen mens op voor en de werkelijkheid wordt mooi vertekend.
      Uit vorige bezoeken wist ik dat de toiletten vuil zijn, er geen toiletrollen zijn en als je eenmaal op zaal bent terechtgekomen je overgeleverd wordt aan een enorme niksigheid. Komen er maaltijden dan is er geen bestek bijvoorbeeld.
      Er blijkt voor meer dan een miljard te zijn besteed, maar geld om bordjes op de deuren te hangen waarop staat wat er achter die deuren is was blijkbaar op. Nu hangen er met sellotape vastgeplakte papieren op die deuren.
      Het was inmiddels half twaalf geworden en nog nimmer enige beweging. Mijn partner gaat maar eens naar die deur en klopt. De verpleegster wijst op een bordje op die deur: niet storen.
      Om twaalf uur worden we geroepen. Binnen een minuut krijgen we een papier waarmee we naar het laboratorium op de eerste etage moeten gaan voor bloedonderzoek.

Ook daar weer stoelen voor een deur en een bukloket, maar wel met een gordijn afgesloten. Daar moet dat papier doorheen. Wachten, ongeveer drie kwartier. Papier is nu binnen. Wachten op oproep om bloed af te laten nemen. Iemand roept nu door een slechte luidspreker af “gert”. Dat is mijn tweede voornaam en dat heb ik niet door. Voordat dit misverstand uit de wereld is, is het al één uur. De uitslagen zullen per computer worden doorgegeven aan de internist beneden. Daar moet U wachten.Tot U een ons weegt, dat is het enige wat ik nog kan denken. En dat is niet veel.
      Om half twee, na het roken van toch een sigaretje, zijn we weer in de eerste gang tegenover de bekende deur. We zouden worden omgeroepen. Maar wat blijkt nu weer….
      Patiënten uit het ziekenhuis op brancards moeten ook naar die internist, en die gaan voor. Op een bepaald ogenblik staan er wel zes brancards in een soort wachtrij. Veel stokoude vrouwtjes, slecht toegedekt. Ze hebben het koud. Één van hen begint te jammeren. Van kou of pijn, of van verdriet. Een dochter trekt haar jas uit en dekt haar toe. Iemand op een andere brancard raakt bewusteloos en moet in die gang gereanimeerd worden.
      En tot overmaat van ramp zien we dat er eigenlijk vier deuren zijn. Drie er van zijn eerste hulp deuren. Verkeersslachtoffers, alcoholici, brekebenen, ja die moeten daar ook wachten. Of ze nu met een loeiende sirene zijn gebracht vanwege de ernst van de situatie, hier wordt gewoon gewacht, hartaanval of niet. Soms ook omdat de trauma-arts aan de lunch is.

Het wordt vier uur en we besluiten dan toch maar naar huis te gaan, dit wordt te dol.

Precies op dat moment word ik omgeroepen.
      De vrouwelijke internist blijkt een mens te zijn met belangstelling. Hoe kan dat nu toch weer, in deze chaos. Ze bekijkt de uitslagen van het bloedonderzoek en komt met een diagnose. U heeft een te hoge bloeddruk, en met Uw hart is niks aan de hand. Maar mevrouw, dat wist ik toch al, moeten we daarom hier bijna vijf uur wachten? IK ZEI U AL VANMORGEN DAT IK ADEMNOOD HEB. Voordat ze kan antwoorden gaat eerst nog haar mobiele telefoon en gebeurt er iets op de gang en is ze weg. Bij terugkomst is ze haar antwoord vergeten en dicteert zij aan de verpleegster een rapport dat ik later moet meenemen en aan de huisarts geven. Ik dring aan op een antwoord. Zij zegt dat het dan iets te maken moet hebben met mijn longen en schrijft een opdracht uit voor de röntgenafdeling. Maar die is nu dus dicht. U moet morgen terugkomen.

  

                                                         Thuis duizelt het ons. Eind goed, al goed.
                                                                     Ik heb dus longontsteking.
                                                                     Tenminste dat zeggen ze.

  

Klik HIER voor alle Photosophieën     
 

 

 

 

 

 

PAREIDOLIA


(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)

Je ziet iets, maar het is er niet. Voorbeeld: de maan. Bijna iedereen kan daar een soort van gezicht in zien. Dat verschijnsel dus.
      Hier in de dichtbij zijnde stad is ergens een gebouw waar een pijp in moet. Voor de vorst hebben ze die pijp omwikkeld met een regenjas.
Je ziet als het ware een man het huis binnendringen.

        

Ik toon u nog twee foto’s.
      De eerste komt ergens van het internet, de tweede maakte ik zelf.

     

 

     

 

  Klik HIER voor alle Photosophieën      

 

 

 

 

 

 

Subcategorieën