Beelden (778)

 

De genoegens van Toronto


CN-Tower

              

De CN Tower is 553 meter hoog en was jarenlang het hoogste bouwwerk ter wereld.


Restaurant in Tower

    

Op een hoogte van 350 meter is het langzaam in de rondte draaiende restaurant. In één uur en twaalf minuten ben je 360 graden gedraaid en heb je de stad aardig in je op kunnen nemen.


Zicht naar beneden

     


Chinatown

    

Toronto is een zeer multiculturele stad. Er zijn bijvoorbeeld vier Chinatowns.


Koreaans restaurant

   

Het restaurant MulRaeBang-A. Befaamd om zijn kimchi’s, ingelegde groenten


Rogers’ Centre

     

De honkbalploeg van Toronto Blue Jays speelt zijn thuiswedstrijden in het Rogers’ Centre.
      Het is de enige Canadese ploeg die in de Amerikaanse Major Leagues speelt.


Skyline

  

Als je even de drukte van de stad wil verlaten kun je een veerbootje nemen naar Ward’s Eiland.
     
Je hebt daar een mooi uitzicht op de Skyline


Niagara Watervallen

  

Maar het ultieme uitstapje is natuurlijk de Niagarawatervallen. Twee uur met de bus.


Verslag

  

Telefonisch verslag van de ‘’kermis’ daar.



KÓRHÁZ, HET ZIEKENHUIS

 
(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)

Vermijden, en zo lang mogelijk uitstellen. Dat is het devies.
      Hier in dit land is het een soort omweg naar het kerkhof.
Maar als het niet anders kan, ja dan moet je.
      De reis er naar toe is al zwaar, want je weet dat als je eenmaal door de deur naar binnen gaat, dat je de normale wereld dan achter laat. Geen genegenheid, geen kroketten, geen sigaretten, geen drank, niet meer lachen, geen weer meer, geen leuke gesprekken, geen respectvolle aandacht, geen post, geen rust.

       

De glazen toegangsdeur schuift achter je dicht en de wereld van het Hongaarse ziekenhuis gaat zich aan je voor doen.
Het eerste dat opvalt is dat men eigenlijk geen zin in jou heeft. Ze zien je ook niet als een mens, maar meer als een been, een pijnlijke maag, een verward hoofd, een opgezwollen darm.
      Daar zijn allemaal deuren voor en na aanmelding bij een verveelde vrouw die een meter lager dan jij achter glas zit, waardoor je dus moet beginnen met bukken, na die vernedering dus, schreeuwt ze iets over een deur die ERGENS VERDEROP zal zijn.

In mijn geval was dat de deur van een internist. Klachten: veel te hoge bloeddruk en ademnood.

Aankomst bij die deur was om tien uur in de morgen. Er zijn veertig stoelen die bijna allemaal bezet zijn. Het wachten begint. Het wachten op een verpleegster die uit die deur tevoorschijn moet komen en een naam omroept. Er zijn handicaps; de lange gang waar die stoelen staan tegenover die deur dus wordt ook gebruikt voor het transport van maaltijden, beddengoed en afval vanuit een verdere plek in het ziekenhuis. Dat maakt heel veel herrie, waardoor je het afroepen van de namen niet meer hoort. Ook wordt het moeilijk omdat al die wachtenden en dan vooral de vrouwen aan het kletsen zijn over hun kwalen. Hoor dan maar eens je naam.
      Bij de allereerste aanmelding kregen we een papiertje met de naam van mij erop plus een stempel SPOED. Om het wachten te verkorten hangt er een grote teevee met daarop een video waarop reclamebeelden van het met Europees geld verbouwde ziekenhuis. Allemaal leugens, er komt geen mens op voor en de werkelijkheid wordt mooi vertekend.
      Uit vorige bezoeken wist ik dat de toiletten vuil zijn, er geen toiletrollen zijn en als je eenmaal op zaal bent terechtgekomen je overgeleverd wordt aan een enorme niksigheid. Komen er maaltijden dan is er geen bestek bijvoorbeeld.
      Er blijkt voor meer dan een miljard te zijn besteed, maar geld om bordjes op de deuren te hangen waarop staat wat er achter die deuren is was blijkbaar op. Nu hangen er met sellotape vastgeplakte papieren op die deuren.
      Het was inmiddels half twaalf geworden en nog nimmer enige beweging. Mijn partner gaat maar eens naar die deur en klopt. De verpleegster wijst op een bordje op die deur: niet storen.
      Om twaalf uur worden we geroepen. Binnen een minuut krijgen we een papier waarmee we naar het laboratorium op de eerste etage moeten gaan voor bloedonderzoek.

Ook daar weer stoelen voor een deur en een bukloket, maar wel met een gordijn afgesloten. Daar moet dat papier doorheen. Wachten, ongeveer drie kwartier. Papier is nu binnen. Wachten op oproep om bloed af te laten nemen. Iemand roept nu door een slechte luidspreker af “gert”. Dat is mijn tweede voornaam en dat heb ik niet door. Voordat dit misverstand uit de wereld is, is het al één uur. De uitslagen zullen per computer worden doorgegeven aan de internist beneden. Daar moet U wachten.Tot U een ons weegt, dat is het enige wat ik nog kan denken. En dat is niet veel.
      Om half twee, na het roken van toch een sigaretje, zijn we weer in de eerste gang tegenover de bekende deur. We zouden worden omgeroepen. Maar wat blijkt nu weer….
      Patiënten uit het ziekenhuis op brancards moeten ook naar die internist, en die gaan voor. Op een bepaald ogenblik staan er wel zes brancards in een soort wachtrij. Veel stokoude vrouwtjes, slecht toegedekt. Ze hebben het koud. Één van hen begint te jammeren. Van kou of pijn, of van verdriet. Een dochter trekt haar jas uit en dekt haar toe. Iemand op een andere brancard raakt bewusteloos en moet in die gang gereanimeerd worden.
      En tot overmaat van ramp zien we dat er eigenlijk vier deuren zijn. Drie er van zijn eerste hulp deuren. Verkeersslachtoffers, alcoholici, brekebenen, ja die moeten daar ook wachten. Of ze nu met een loeiende sirene zijn gebracht vanwege de ernst van de situatie, hier wordt gewoon gewacht, hartaanval of niet. Soms ook omdat de trauma-arts aan de lunch is.

Het wordt vier uur en we besluiten dan toch maar naar huis te gaan, dit wordt te dol.

Precies op dat moment word ik omgeroepen.
      De vrouwelijke internist blijkt een mens te zijn met belangstelling. Hoe kan dat nu toch weer, in deze chaos. Ze bekijkt de uitslagen van het bloedonderzoek en komt met een diagnose. U heeft een te hoge bloeddruk, en met Uw hart is niks aan de hand. Maar mevrouw, dat wist ik toch al, moeten we daarom hier bijna vijf uur wachten? IK ZEI U AL VANMORGEN DAT IK ADEMNOOD HEB. Voordat ze kan antwoorden gaat eerst nog haar mobiele telefoon en gebeurt er iets op de gang en is ze weg. Bij terugkomst is ze haar antwoord vergeten en dicteert zij aan de verpleegster een rapport dat ik later moet meenemen en aan de huisarts geven. Ik dring aan op een antwoord. Zij zegt dat het dan iets te maken moet hebben met mijn longen en schrijft een opdracht uit voor de röntgenafdeling. Maar die is nu dus dicht. U moet morgen terugkomen.

  

                                                         Thuis duizelt het ons. Eind goed, al goed.
                                                                     Ik heb dus longontsteking.
                                                                     Tenminste dat zeggen ze.

  

Klik HIER voor alle Photosophieën     
 

 

 

 

 

 

PAREIDOLIA


(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)

Je ziet iets, maar het is er niet. Voorbeeld: de maan. Bijna iedereen kan daar een soort van gezicht in zien. Dat verschijnsel dus.
      Hier in de dichtbij zijnde stad is ergens een gebouw waar een pijp in moet. Voor de vorst hebben ze die pijp omwikkeld met een regenjas.
Je ziet als het ware een man het huis binnendringen.

        

Ik toon u nog twee foto’s.
      De eerste komt ergens van het internet, de tweede maakte ik zelf.

     

 

     

 

  Klik HIER voor alle Photosophieën      

 

 

 

 

 

 

 

DONKER WATER MET WITTE ZWANEN


(Door Peter Flik, photosooph te Hongarije)

  

                                                                                                                                  Foto: Carla Göbel

Bijna verzopen toch

Bomen zullen zich buigen

Over de verdronken kinderen

Was ik zes

Ik dacht van wel

Tegenover de rode kerk

Met zijn dode bakstenen

Achteloos spelen

Wat anders op de zondag

De zondagen met tante Lies

Met ome Hildebrand

Die nooit iets zei

En dat was maar goed ook

Want hij wist niks

Maar dat wist hij niet

 

Water is zwarter dan zwart

En het einde van alles

Geen tante meer

Geen rare oom

Geen vader

Geen moeder

Alleen wegzinkende gedachtes

 

Iemand haalt me er uit

Er is licht boven het zwarte gat

Straf zei mijn moeder

We gaan niet naar den Haag

Niet is de straf.

 

 Klik HIER voor alle Photosophieën

 

 

Blijmoedig de afvalschenders weerstaan

      

Ik ging de hond van mijn dochter uitlaten en kwam ineens deze dichtregels tegen. Op een prullenbak in de Broekpolder, die een stukje buiten de kern van Vlaardingen ligt. Vooral dat wat ouderwetse woord blijmoedig trof mij.
      Waarom stond deze tekst op een afvalbak?

Het was geen actie van milieuactivisten ofzo, want onderop stond ‘’Text Message; gemeente Vlaardingen’’.
  
     
Die gemeente begon in 2006 dit initiatief. Op de landelijke gedichtendag verschenen op 600 bakken 20 dichtregels.
Natuurlijk werden die bakken soms doelwit van hufters en afvalschenders, werd de verf aangetast door regen, sneeuw en hagel en werden er soms graffiti-teksten overheen gespoten.
      Er kwamen mede op initiatief van de Stichting Anders Denken ook weer nieuwe teksten.
Maar deze bak heeft het gehouden. Jammer alleen, dat de naam van de bedenker er niet bij staat.


Een verwilderde gifbelt

      

De hond, die de Hongaarse naam Gyorsan draagt en inmiddels al een dagje ouder is, heeft het overigens altijd wel naar zijn zin in De Broekpolder. Het is een nogal bijzonder natuur- en recreatiegebied aan de noordrand van Vlaardingen. Richting Midden Delfland. Een behoorlijk ruig verwilderd terrein..
      Er zijn natuurlijke paden, maar tegenwoordig ook schelpenpaden, ruiterpaden, routes voor mountainbikes en een enkel ‘gewoon’ fietspad. De populieren, die voor de productie werden geplant zijn grotendeels verwijderd zodat er een landschap is ontstaan met een diversiteit aan bos, struiken, kruiden en water. Een tijdje geleden is een klauterwoud voor kinderen geopend.

       Ooit moesten hier woningen komen, maar dat werd verhinderd omdat de grond ernstig vervuild is. Tussen 1958 en 1976 werden hier namelijk grote hoeveelheden giftig slib uit de Rotterdamse haven gedumpt met als gevolg dat het gebied hoger ligt dan de omgeving.

Er zitten zware metalen in de grond en giftige bestrijdingsmiddelen als Aldrin en Dieldrin.
  
     

   Sinds 2004 wordt het gebied spaarzaam beheerd. Het productiebos is dus goeddeels verdwenen en er is ook geen landbouw meer.

       In de sloten drijven opvallend grote hoeveelheden kroos.

Delen van het gebied worden kort gehouden door er Kempische Heideschapen te laten grazen.
      Zo’n gebied wordt dan tijdelijk afgezet met schrikdraad.

  

Het gif zit zo diep onder de oppervlakte, dat er voor die schapen geen gevaar is. Er zitten ook talrijke muizen en mollen en er zijn konijnenholen, zodat honden kunnen graven en speuren
Dode takken en omgevallen bomen worden niet weggeruimd, waardoor het gebied blijft verwilderen.
      Een laatste telling leerde bijvoorbeeld dat er hier al 78 broedende vogelsoorten zitten.

 

 

 

Subcategorieën