Onze fazantenhaan versiert een hen

     
De fazantenhaan zat al twee jaar achter ons huis. In de tuin, op de akkers, in de velden, bij de kreek. Hij was op zoek. Naar een hen. Hij scharrelde, hij roffelde en riep voortdurend een schor doordringend ugghhh…ughhh.

      Niet welluidend. De hennen vonden het maar niets, want onze haan bleef twee jaar lang vrijgezel.
Wij gaven hem een naam: Rokus. En hadden een beetje medelijden met hem, maar waren ook wel weer trots dat hij tot twee keer toe de Kerst overleefde.
      Want er worden hier jaarlijks fanatieke drijfjachten gehouden door mannen in het groen met honden en geweren.

      ‘’Wat is dat voor beest?’’, vroeg mijn kleinzoon Jip (9) aan zijn vader.
      ‘’Dat’’, zei z’n vader ‘’ís een wilde kip’’.

In het vroege voorjaar liep Rokus weer wat te raaskallen. Maar ineens was daar toch een hen. In de akker tussen het graan dicht bij de kreek werd een nest ingericht.  Er kwamen eieren en die werden gelukkig ongemoeid gelaten door ratten en andere uitvreters.

(Rokus midden; rechtsboven moeder Hen)

En toen waren er kleintjes. Acht kleine fazantjes.
      Inmiddels zijn ze groter en scharrelt de hele familie de godganse dag rond. Soms cirkelt er een buizerd over hen heen. Maar tot nu toe worden ze met rust gelaten. Misschien zijn het er wel teveel.
      Eerdaags vliegen ze uit.
Dan blijft Rokus weer alleen achter. Tenzij het hennetje bij hem blijft. Veel vertrouwen heb ik daar niet in.  
      Ze is iets te frivool voor hem.