Audio (135)


Een toast op Zuid-Afrika

Op vrijdag 29 april 1994 verzorgde ik een rechtstreekse radio-uitzending van twee uur vanuit het plaatsje De Aar in Zuid-Afrika. Het was de derde en laatste dag waarop de bevolking van het land voor ’t eerst in haar bestaan mocht kiezen. Bij de drie stembureaus in het stadje (Ca. 40.000 inwoners)  was het vrij rustig, want de kleurlingen en de zwarte Afrikanen hadden er demonstratief voor gekozen om al op de eerste dag langdurig in de rij te staan om te kunnen kiezen.
      Ik had een satelliettelefoon, een modem en een grote antenne bij me om die uitzending mogelijk te maken. Alles stond opgesteld bij de Municipaliteit (gemeentehuis), waar het hoofdstembureau zetelde. Wij trokken veel aandacht daar.

Er moest ook muziek worden gedraaid. Ik had eigen opnames gemaakt bij een ANC-manifestatie. Ik reed bijvoorbeeld mee met luid toeterende en zingende vrouwen, die door de blanke wijk van het stadje rijden. Luister hoe ze Nelson Mandela toezingen en de toen nog zittende president De Klerk verguizen. Ik heb daar eerder over geschreven: Audio (57): De manifestatie  9'02"

      Ik vond dat ik naast dit geluid ook de stem van blank Zuid-Afrika moest laten horen. Daarvoor was ik naar een platenzaak geweest. De aanbeveling was Carike Keuzenkamp, een toen zeer populaire zangeres bij de blanke bevolking.
Luister naar Dis 'n land en merk dat u dit Afrikaans vrij goed kunt verstaan. Het is overigens meer dan een smartlap. Opgenomen in de nadagen van de Apartheid, toen Nelson Mandela al vrij was. Het blanke publiek applaudisseert diverse malen als het gaat over een nieuwe toekomst voor Zuid-Afrika.

 

De Aar ligt in de Groot-Karoo, halverwege Kaapstad en Johannesburg.
      Er was daar verschrikkelijk lekker lamsvlees en er werden zeer goede wijnen uit Stellenbosch en Paarl geschonken.

We hadden veel gasten bij die uitzending en er gingen de nodige flessen open van het merk Rust en Vrede.
      Wij toastten onder meer op de toekomst van Zuid-Afrika. Op het ANC en ook op Carike.

 

 


Klik 
HIER voor alle muziekborrels

 

 

 

Piet Klaasse en de bugelspeler

Ergens in de jaren tachtig stapte ik weer eens binnen bij galerie Aelbrecht aan de Aelbrechtskolk in het Rotterdamse Delfshaven. Een prettige galerie in een wijk, die in 1940 niet kapot werd gebombardeerd.
      Er hingen onder meer tekeningen, aquarellen en litho’s van Piet Klaasse (1918-2001).
Eén tekening in het bijzonder trof me. Ik kocht deze poster.

  

Het is een tekening (potlood op grijs papier) van jazzmusicus Clark Terry. Gemaakt in 1985.
     
Kende ik Clark Terry? Nee!
Bovendien: Dat instrument was geen trompet. Maar wat was het wel? Ik zocht het toen allemaal op.
     
Clark Terry (december 1920) was een trompettist die niet alleen in de bands van Count Basie en Duke Ellington had gespeeld, maar ook zijn eigen combo’s had. Hij bleek tevens een bugel (flügelhorn) te bespelen. En dat is het instrument op de tekening.
      Ik zocht in mijn verzameling lang niet gedraaide LP's en verdomd: De band van Count Basie met Terry op trompet.


Clark Terry, die 94 jaar oud werd, kwam met enige regelmaat naar Nederland. Hij was bijvoorbeeld diverse keren te horen op het North-Sea Jazz Festival. Ik benaderde mijn oud VPRO-collega Wim Bloemendaal, die veel meer van muziek weet dan ik, met de vraag of hij Clark Terry weleens had zien optreden en wat het verschil is in geluid van een trompet en een bugel.
     
Dit is zijn antwoord:

Zeer waarschijnlijk heb ik  Clark Terry op North-Sea gezien, maar zulke festivals zijn fnuikend voor het geheugen: te veel in een te korte tijd.

Dat Terry naast trompet bugle speelde is niet zo verwonderlijk; in zijn jeugd speelde hij in een "drum & bugle corps" in zijn geboortestad St. Louis.
De bugle of fluegelhorn is een  tikkeltje groter dan de trompet en de toon is wat minder fel, maar de toon hangt natuurlijk ook af hoe er gespeeld wordt. Ik heb een paar elpees van Ellington met Terry en twee CD's van Terry onder eigen naam met kleine formaties, o.a. één met de tubaspeler Don Butterfield met de aardige en toepasselijke titel "Top and Bottom Brass". Leonard  Feather schrijft in "The Encyclopedia of Jazz" over Terry's spel: "Terry, who uses "halve-valve" effects à  la Rex Stewart and double-time passages akin to Gillespie's, combines the best qualities of both to present a unique style of his own, is one of the most original trumpet players in contemporay jazz." (1960).

Het is niet veel, maar zoals ik al zei, festivals zijn eigenlijk ondingen, het is net of je een menukaart voorgeschoteld krijgt met alleen maar desserts.

Hartelijke groet,

Wim


Luister HIER naar de band van Count Basie met Clark Terry op trompet

En HIER naar Satin Doll van het Clark Terry kwartet live in Kopenhagen
En HIER op flügelhorn
Hij had de bijnaam Mumbles naar een compositie, die hij vele jaren lang zou laten horen.
HIER op latere leeftijd.


 

 


Wij besluiten om een ambachtelijk gebrouwen witbiertje te drinken ter nagedachtenis van Terry.
Wim kiest voor een weizen van de Amsterdamse brouwerij De Prael.
Ik neem een weizen van de Vlaardingse Bierbrouwerij onder de naam Vulcaan.

 

 

Klik HIER voor alle muziekborrels    

 

©2016 Ronald van den Boogaard

 

 

 

Voetenpercussie & a capella zang

In januari 1994 was het erg heet in Maputo, de hoofdstad van Mozambique in het zuiden van Afrika. Ik logeerde bij Rob Pannekoek, een Nederlander die daar via een soort uitwisselingsprogramma terecht was gekomen. Er was geen airco in dat huis, dus ik kocht de tweede dag een ventilator, die een uur later prompt uit de auto werd gejat.
     Rob Pannekoek was gegrepen door het land, zijn cultuur, zijn mensen en vooral zijn muziek. Omdat de temperaturen overdag opliepen tot meer dan veertig graden, stonden wij ’s ochtends om vier uur op. Rob was in Nederland zanger geweest bij de Rockgroep The TitBits en zette dan muziek op van lokale groepen. “Man, man, die kunnen er wat van”.
      Hij was verliefd geworden op een Mozambikaanse en moest zijn sterilisatie weer ongedaan laten maken, want anders kon er niet getrouwd worden. Het waren dat soort problemen, die hij heel openlijk en humoristisch bij een drankje besprak. Er waren trouwens nog veel meer problemen, want ik moest proberen vanuit Maputo een rechtstreekse radio-uitzending van twee uur te verzorgen. Daarvoor had ik één van de allereerste satelliettelefoons bij me inclusief een modem om het telefoongeluid te kunnen digitaliseren. De elektriciteit in Maputo viel regelmatig uit en als dat tijdens de uitzending zou gebeuren, zouden we uit de lucht zijn. Om dit op te lossen had ik voor noodgevallen een grote generator geregeld, die met de hand aan een touw moest worden opgestart. 
  
      Wij sliepen overdag van twaalf tot vier, werkten weer door tot een uur of tien en dronken dan een paar glaasje whisky. Dat had ik op zijn verzoek meegenomen. Zijn vrouw keek ondertussen naar Braziliaanse soaps, want dat kunnen ze daar in die voormalige Portugese kolonie goed verstaan.  's Avonds konden we er niet met de auto op uit. In de straten van Maputo lagen namelijk roosters, waardoor regenwater werd afgevoerd. Maar veel van die roosters waren gestolen door mensen, die ze gebruikten om er vleesjes op te roosteren. Gevolg: Er zaten in alle wegen enorme gaten, die je 's avonds niet meer zag.

      Er zou in die uitzending ook live muziek gemaakt worden. Rob had in Mozambique Nambu-Producties opgericht, een instituut dat bedoeld was om de cultuur van het land uit te dragen. Hij kende veel muzikanten, maar vond dat ik een Makwayela Dance moest laten horen. Daarin zingen mannen a capella en begeleiden zichzelf met voeten-percussie. Instrumenten komen er verder niet aan te pas. Op een zondagmiddag gingen we naar een lokaaltje waar een groep van zo’n twintig mannen aan het repeteren was. Ik vond het fascinerend en legde de groep vast.
      Hoe ik dat allemaal met een paar simpele microfoons en eenvoudige apparatuur moest registreren wist ik toen eigenlijk ook niet. Ik was immers programmamaker en geen radiotechnicus. Maar ook hier was in voorzien, want ik had een cassettebandje met die muziek klaarliggen als het allemaal niet om aan te horen zou zijn.
      Het lukte echter wonderwel (Reizen 7) en twee jaar later kwam de Grupo cultural de dança tradicional Moçambique naar het Nederlands Wereldmuziekfestival. Het werd een groot succes.

Rob Pannekoek is inmiddels al weer meer dan tien jaar dood.
      Laten we op hem een whisky drinken en luisteren naar de Makwayela Dance.

 

Klik HIER voor alle muziekborrels    

 

©2016 Ronald van den Boogaard

 

 

Zonsondergangen in Le Touquet-Paris-Plage

  

Wij zaten in een appartement in het flatgebouw rechts. Vierde etage. Eigenlijk was het geen appartement, maar een studio. Eén kamer met een keukenblok en een toilet in het gangetje. ’s Avonds moesten we de bank uitklappen en dan was ongeveer een derde van de studio bezet. We hadden een klein balkon en zagen iedere avond de zon zo ondergaan.
      Locatie: Le Touquet-Paris-Plage in het noordwesten van Frankrijk. September 2014. De Opaalkust heet het hier.

  

Er was een CD-speler in de studio. Ik had inderhaast wat CD’tjes ingepakt en kwam er pas op het balkon achter dat ik geen nummers in het Frans bij me had. En daar hadden we nu juist behoefte aan. Nog eens goed alles doorgenomen en jawel toch: Lieder & Chansons van Marjol Flore. Live opgenomen op 7 december 1991 in het concertgebouw Amsterdam. Een CD, die wij eerlijk gezegd niet zo vaak opgezet hadden.

     

Mooie plaat. Marjol Flore is goed. Bovendien spreekt ze dat Frans perfect uit. Net als trouwens het Duits, want er staat ook een aantal nummers van Bertolt Brecht en Kurt Weil op. Liederen uit de Driestuiversopera.
      Iedere avond luisterden we naar de CD. We dronken eerst droge witte wijn en later op de avond mooie volle rode wijn. Geen armagnac of calvados of erger nog pernod of pastis.
     
Beetje jammer dat zij niet zo heel bekend is. Ik zie haar bijvoorbeeld nooit eens optreden in al die talkshows. Maar wie weet; misschien wil ze dat ook helemaal niet.

Luister om op het strand van Parijs in Parijse sferen te blijven naar Les Prénoms de Paris.
     
      En naar Avec le temps.


   

 

Klik HIER voor alle muziekborrels    

©2016 Ronald van den Boogaard

 

 

Dämpfer kaputt in Bled

Het begon op de Wurzenpass tussen Villach in het Oostenrijkse Karinthië en Bled in de autonome republiek Slovenië van Joegoslavië. Een vervelende rammel onder mijn Citroën CX. Uitlaat. Dat was duidelijk. Juli 1982.
     
De pas is 1073 meter hoog, de weg is smal en telt een vrij groot aantal haarspeldbochten. Stoppen was geen optie. Het was nog zo’n veertig kilometer naar het vakantieoord Bled. Vooruit maar. Wij bereiken met fors gerammel en geknal een camping, waar nog diverse andere Nederlanders staan. ’s Avonds maakt de eigenaar een vuurtje en gaat vleesjes roosteren. ‘’Hé pik, kom nog eens langs’’, roept een zwaar opgemaakte mevrouw. Er gaat veel drank om. Slivovich. 45% alcohol. ‘’De pik’’ laat het zelf zien.
      De volgende dag ga ik naar een garage in Bled. Joegoslavische volksmuziek schalt door de zaak. De garagist spreekt een beetje Duits. Hij rijdt de wagen naar binnen, krikt hem omhoog en zegt: ‘’Dämpfer kaputt’’. Met veel armbewegingen en dramatisch gezucht maakt hij duidelijk dat hij zal proberen om dit te gaan repareren. Hij schenkt voor ons beiden een ranjaglas slivovitch in en drinkt zijn glas in één teug leeg. ‘’Komt u over een uur of twee maar terug’’.
      Ik loop het stadje in en stap een soort winkel-van-sinkel binnen. Ik heb een walkman bij me en koop een cassettebandje. Yugoslavian songs & dances van het Ansambl Branko Milenovic. En dan begin ik aan mijn tocht langs het meer van Bled. Een kilometer of vijf. Op de cassette staan vrolijke maar soms ook melancholische nummers. Bijvoorbeeld dit. Ik doe het rustig aan. Zie hoe een man met grote moeite een karper vangt en op de kant krijgt. Hij maakt met zijn vuist een overwinningsgebaar.
      Na een uur of twee kom ik terug in de garage. De monteur maakt mij duidelijk dat de knalpot niet meer te repareren is. Maar dit is het Oostblok. Hij heeft metalen platen en andere materialen tevoorschijn gehaald; heeft scharen, boren, zagen, beitels, schroeven, moeren en ander bric-à-brac gereedschap. Hij gaat een nieuwe knalpot in elkaar zetten. En dan schenkt hij weer twee ranja-glaasjes in.
      Ik ga nog maar een keer het meer rond. Zet de cassette weer aan en hoor dit nummer met Branko Milenovic op de accordeon. Je kunt vrijwel overal vlak langs het water lopen. Maar niet bij het zomerverblijf van Tito. Joegoslavië is nog een grote eenheid in 1982. Tito, geboren in Ljubljana Slovenië, heeft alles in de hand. Ik drink ergens een sterke kop koffie, waar heel veel suiker inzit, eet een paar met ijs gevulde pannenkoekjes en keer terug bij de garage.
      De monteur grijnst. De nieuwe knalpot is klaar, maar hij wijst me erop dat ook de rest van de uitlaat aan vervanging toe is. Hij zal dat ook allemaal in elkaar zetten en dan kan ik aan het eind van de middag weer terugkomen. Opnieuw schenkt hij twee glazen slivovitch in.
      Tja.
Zou die man in die tussentijd blijven doordrinken? Ach. Nog maar een keer het meer rond. Nu tegen de klok in. Op het cassettebandje staan nummers uit alle republieken van Joegoslavië. Maar vooral Macedonië, Servië en Bosnië zijn goed vertegenwoordigd. Ik luister nu naar dit nummer.
      Als ik uiteindelijk weer in de garage terug ben is alles in orde. De man heeft een geheel nieuwe uitlaat in elkaar geflanst. Ik moet voor die hele dag werken -omgerekend- niet meer dan zestig gulden betalen. We nemen nog een glas. De uitlaat heeft het jarenlang volgehouden.

     

 

Klik HIER voor alle muziekborrels    

©2016 Ronald van den Boogaard

 

Subcategorieën