Audio (135)

 

’t Is stil in Amsterdam

      Het was februari en het was koud. Eind jaren zestig vorige eeuw. Ik was net verhuisd van Breda naar Roosendaal, waar ik plaatselijk verslaggever was bij het Dagblad De Stem. Er was een etage beschikbaar boven het kantoor van de krant.
      Op een soort rommelmarkt had ik snel een tafel, twee stoelen en een bed gekocht, want ik kreeg bezoek van mijn vriendin uit Amsterdam. ’s Avonds was er in de plaatselijke schouwburg een optreden van Ramses Shaffy & Liesbeth List.
     
We gingen erheen en kochten na afloop de LP Ramses II. Maar omdat er geen platenspeler in dat pand was ging ik de volgende dag naar muziekwinkel Jongenelen in de Molenstraat. M’n nieuwe buurman. Een vriendelijke behulpzame man, die de platenspeler ’s avonds zelf kwam installeren.
      Hij schrok van de gebrekkige  accommodatie en vond het prettig voor ons, dat er tenminste één LP in huis was.

      Gezamenlijk luisterden we naar Ramses. Toen ’t Is stil in Amsterdam begon, raakte mijn vriendin een beetje ontroerd. Meneer Jongenelen vond dat op zijn beurt weer aandoenlijk en zo werd het een gezellige ietwat nostalgische avond.
      Er werd wat gedronken, want drank was er wel genoeg. Het werd heel laat en de plaat werd keer op keer gedraaid.


Die vriendin is nu al heel lang mijn vrouw. Zij is vandaag jarig.
     
Toen Ramses in 2009 overleed, schreef zij het volgende stukje op mijn blog:

                  Heleen Smit

Muziek bij de borrel (1):
Night in Tunisia; Art Blakey's Jazz Messengers

Muziek bij de borrel (2):
Kanonensong van Bertolt Brecht und Kurt Weill

Muziek bij de borrel (3)
The Singing Detective

 

 

The Singing Detective

De serie Meesterwerken van Paul Witteman drijft op een beproefde formule. Je nodigt een bekend persoon uit, die bevlogen kan praten over zijn/haar voorkeuren.
      Het mooiste boek, beeldend kunstwerk, muziekstuk, de mooiste film en het beste T.V.-programma.
     
Het is al vaker gedaan. Veel vaker. Welke boeken zou je meenemen naar een onbewoond eiland?
VPRO-Zomergasten zit er vol van.

Omdat het een enigszins afgekloven formule is, gaan de gasten nogal eens verrassende dingen kiezen.
      Onvoorspelbaar, want niets is kennelijk erger dan voorspelbaarheid. Ik begrijp het trouwens wel. Als ik mijn favoriete T.V. –serie moet noemen kom ik met de Singing Detective. En de reactie van redacties, de presentator en waarschijnlijk ook veel kijkers zal dan zijn: ‘’Daar heb je weer zo iemand die niets anders kan verzinnen’’.
     
Maar ja. Het gaat niet om verzinnen. Het gaat om je keuzes.
En laten we wel zijn: The Singing Detective van Dennis Potter uit 1986 is gewoon het beste T.V.-programma aller tijden. En ach... als je daar dan weer leuk en een beetje origineel over kan praten, heb je toch ook leuke televisie?  


Hallucinaties


Voor de jongeren onder ons: Hoofdpersoon in The Singing Detective is Dennis Marlow (Michael Gamdon) , schrijver van detectives. Hij ligt in het ziekenhuis; geveld door psoriasis. Geheel overgeleverd aan het medisch personeel.
      Hij is er zwaar aan toe en zit onder de medicijnen. Hij laat zijn fantasieën de vrije loop, krijgt hallucinaties en angstaanvallen. Soms wordt hij de hoofdpersoon uit één van zijn detectives, haalt herinneringen op aan zijn zingende vader of aan zijn vreemdgaande moeder, die zelfmoord pleegde.
      
En steeds is er muziek uit de veertiger jaren van de vorige eeuw. Mede-patiënten, artsen, psychiaters en verpleegsters bewegen zich playbackend door die liedjes en Philip Marlow wordt soms weer het ondeugende jongetje van voorheen.
     
Ik heb in mijn auto een cassettebandje met alle nummers uit de Singing Detective. Die draai ik nog steeds met een zekere regelmaat. En omdat toch niemand het kan horen, ga ik lekker meezingen.

Hieronder een paar muziekfragmenten uit de serie:

Accentuate the positive: Bing Crosby & The Andrew Sisters
Dry bones; Fred Waring and his Pennsylvanians
The Teddy Bear’s; Picnic Henry Hall- Orkest

Verder zaten de volgende liedjes in de serie:

Limehouse Blues; Bert Ambrose
Blues in the night; Anne Shelton

Rockin’ in Rhythm, Duke Ellington & de Jingle Band

Cruising down the River; Paul Rich
Don’t fence me in; Bing Crosby & The Andrew Sisters
It might as well be spring; Dick Haymes
Bird Song; Ronnie Ronalde
Paper Doll; The Mills Brothers
To me you are beautiful (Bei mir bist du schön); Al Bowlly
Lili Marlene; Lale Andersen
I get along without you very well; Lew Stone
Do I worry?; The ink spots
The umbrella man; Sammy Kaye
You always hurt the one you love; The Mills Brothers
After you’ve gone; Al Jolson
It’s a lovely day tomorrow; Jack Payne
Into each life some rain must fall; Ella Fitzgerald
The very thought of you; Al Bowlly
We’ll meet again; Vera Lynn

Muziek bij de borrel (1):
Night in Tunisia; Art Blakey's Jazz Messengers

Muziek bij de borrel (2):
Kanonensong van Bertolt Brecht und Kurt Weill 

 

 

Von Cap bis Couch Behar

Zo’n vijftien jaar geleden was ik in de regio Cooch Behar in het uiterste noorden van India. Ik was daar met Henk Weltevreden, die cassettebandjes bij zich had met muziek uit de Driestuiversopera -3Groschenoper- van Bertolt Brecht (tekst) en Kurt Weill (muziek). Het ging dan vooral om de Kanonensong, waarin de beroemde regels voorkomen:
Soldaten wohnen, auf den Kanonen
Von Cap bis Couch Behar
(De Engelse soldaten wonen in India op hun kanonnen. Van de kaap in het zuiden tot aan Cooch Behar.)

Geheel volgens de regels van het lied regende het voortdurend en dat zorgde voor overlast:
Wenn es mal regnete und es begegnete
ihnen’ne neue Rasse, ‘ne braune oder blasse,
dann machen Sie vielleicht daraus ihr Beefsteak Tartar

Omdat ook de elektriciteit het grootste deel van de dag uitviel draaiden we dat bandje erg vaak. Vooral ’s avonds. Zo vaak, dat ik de tekst na een week uit het hoofd kende. Net als trouwens een paar andere bekende songs uit deze opera: Mackie Messer en Seerȁuber Jenny

  

De Driestuiversopera is in 1928 geschreven. Het is gebaseerd op het Engelse werk De Beggars’s Opera, dat 200 jaar eerder verscheen. Het speelt zich af in de onderwereld van het Londense Soho.
     
Hoofdpersoon is Macheath (Mackie Messer) die een verhouding heeft met Polly. Zeer tegen de zin van haar vader de bedelaarskoning Peachum, die probeert Macheath veroordeeld te krijgen tot de strop. Dat lukt na veel verwikkelingen niet. Mackie Messer krijgt gratie van de koningin en wordt zelfs in de adelstand verheven. In de pubs halen ''de mannen'' levendige en bizarre herinneringen op aan hun diensttijd in India, toen nog een kolonie van Engeland.

Luister HIER naar de uitvoering van Harald Paulsen van de Kanonensong.
En HIER naar Die Moritat von Mackie Messer, gezongen door Lotte Lenya.
Vooral dit laatste lied is in zeer veel talen gezongen.
Het meest bekend is wellicht de vertolking van Louis Armstrong.
Of misschien wel: Marianne Faithfull
Luister HIER naar Seerȁuber Jenny door Hildegard Knef
Kijk HIER naar de filmversie die in 1931 van de opera gemaakt werd

Kanonensong

John war darunter und Jimm war dabei
Und George ist Sergeant geworden
Doch die Armee, sie fragt keinen,
wer er sei und marschierte hinauf nach dem Norden.

Soldaten wohnen auf den Kanonen,
Von Cap bis Couch Behar

Wenn es mal regnete und es begegnete
ihnen’ne neue Rasse, ‘ne braune oder blasse
dann machen Sie vielleicht daraus ihr Beefsteak Tartar

Johnny war der Whisky zu warm
Und Jimmy hatte ni genug Decken
Aber Georgie nahm beide beim Arm uns sagte
‘’Die Armee kann mich verrecken’’

Soldaten wohnen auf den Kanonen,
Von Cap bis Couch Behar

Wenn es mal regnete und es begegnete
ihnen’ne neue Rasse, ‘ne braune oder blasse
dann machen Sie vielleicht daraus ihr Beefsteak Tartar

John ist gestorben und Jimmy ist tot
und George ist vermisst und verdorben.
Aber Blut ist immer noch rot,
für die Armee wird jetzt wieder geworben!

Soldaten wohnen auf den Kanonen,
Von Cap bis Couch Behar

Wenn es mal regnete und es begegnete
ihnen’ne neue Rasse, ‘ne braune oder blasse
dann machen Sie vielleicht daraus ihr Beefsteak Tartar

Muziek bij de borrel 1:
Night in Tunisia; Art Blakey's Jazz Messengers

 

 


Konrad Boehmer in Noord-Korea

 

Dit woordenboekje Koreaans-Engels nam mijn VPRO-collega Guido Spring in 2007 mee uit Noord-Korea. Hij was er al in 1999 geweest en ging er naar toe met modern componist Konrad Boehmer, die het land in 1979 al had bezocht. Guido maakte er een radiodocumentaire van, ‘’misschien wel het meest bijzondere programma, dat ik ooit gemaakt heb’’.
     
Konrad Boehmer ging in 1979 naar Noord-Korea op uitnodiging van het Nationaal Conservatorium in de hoofdstad Pyongyang. Daar hadden ze namelijk liederen van hem bewerkt, die hij had geschreven tegen de Amerikaanse inmenging in Vietnam. Een volledig studentenorkest –met koor- had zijn stuk opgeblazen tot gigantische proporties. Het werd ook een eerbetoon aan de inmiddels overleden president voor het leven Kim Il Sung.
      Daarmee werd Boehmer de enige buitenlandse componist die ooit een wereldpremière in Noord-Korea beleefde. Het muziekstuk werd daarna maandenlang vrijwel onafgebroken gedraaid op de plaatselijke radio.

  


Kim Il Sung

In het woordenboekje staan curieuze teksten. Kim Il Sung wordt verheerlijkt en het Amerikaans Imperialisme veroordeeld.
     
Guido kon in Noord-Korea niet als journalist werken, maar treedt daar op als de persoonlijk assistent van Boehmer. Zij bezoeken ondermeer een muziekfestival waar veelal populaire muziek vertolkt wordt door vaak hoogopgeleide muzikanten en zangers.
      Boehmer constateert dat de muziek ook westerse invloeden heeft en ziet dat als mogelijke voorbode van ontwikkeling en toenadering.


Zonder het systeem, het land en zijn mensen te idealiseren schetst Boehmer een veel genuanceerder beeld dan de cliché-beelden die doorgaans het westen bereiken.
      Beide heren zien ook duidelijke vooruitgang. De mensen zijn niet meer uniform gekleed, het aantal auto’s is verveelvoudigd en op het Festival trekken ze –anders dan voorheen- nauwelijks aandacht. Wel worden ze goed in de gaten gehouden. Ze worden voortdurend vergezeld door een gids en een tolk en ontdekken dat ze in hun hotelkamer worden afgeluisterd.

Konrad Boehmer werd in 1941 in Berlijn geboren. Hij vestigde zich in 1967 in Nederland, waar hij ondermeer docent moderne muziek aan het Haags conservatorium werd. Hij won vele prijzen en wordt algemeen beschouwd als een invloedrijk en belangwekkend componist. Hij overleed vorig jaar oktober. Inmiddels is een Konrad Boehmer Stichting in het leven geroepen, die zich begin juni presenteerde.
      Het programma van Guido Spring werd daar ontvangen.
Het is HIER te beluisteren.


Museum Ongehoord

Het woordenboekje en een aflevering van de Pyongyang Times worden bijgezet in het museum van het VPRO-programma Ongehoord.

 

 

Ga HIER naar toe voor alle museumstukken 


Museum Ongehoord dependance

 

 

 

Art Blakey’s Night in Tunisia

In 1962 was ik 17 jaar. Ik zat in de vierde klas van de HBS en verdiende op zaterdagmiddag wat centen bij een bollenboer in Santpoort-Zuid. Mijn vriend Mike had jarenlang in De Congo gewoond, waar hij Louis Armstrong nog een heldenontvangst had zien krijgen.
      Hij had verkering met Hanneke, het mooiste meisje van de school. Bovendien was hij drummer bij de Harlem Syncopators of zoiets. Dat alles gaf hem status.
      Toen Mike een nieuw drumstel kreeg, mocht ik zijn oude stel overnemen.
Voor Fl. 200,00. Dat had ik net bij elkaar gespaard.
      Mike
zou mij wat les geven. Dat gebeurde in een schuurtje bij ons in de tuin. Het moest goed afgesloten worden, want anders zouden de buren gaan klagen. Hij is twee keer geweest en werd bij die gelegenheden vergezeld door Hanneke. Dat leidde wel enigszins af.
      Het is bij twee keer gebleven, want de buren hadden er ondanks die goed afgesloten schuur ernstig last van. Bovendien had ik wat problemen met mijn moeder gekregen, want ik had zonder enig overleg een paar wijnflessen open gemaakt.
     
Toen kreeg ik van Mike maar een LP cadeau. A night in Tunisia van Art Blakey’s Jazz Messengers.
‘’Luister naar die solo's en probeer dat een beetje na te doen’’, zei hij. 'Je kunt ook roffeltjes oefenen op de binnenkant van je dijbenen. Moet je eens zien hoe makkelijk het gaat als je het daarna op een trommeltje probeert'. 
     
Ik heb de plaat bijna helemaal kapot gedraaid, maar die solo's heb ik er natuurlijk zelf nooit goed in gekregen.

Luister HIER naar A night in Tunisia met Art Blakey drums, Lee Morgan trompet, Bobby Timmons piano, Benny Golsen tenorsax en Jymie Merritt bas.

 

Subcategorieën