Audio (135)

Met Pierre Courbois in de DDR

Het was vrijdag 16 maart 1990. Het VPRO-Programma Het Gebouw had zijn Gebouw verplaatst naar een Grand-Café vlakbij Checkpoint Charlie in Berlijn.
      Twee dagen later zouden er namelijk voor ’t eerst en ’t laatst vrije verkiezingen zijn voor de Volkskammer van de Deutsche Demokratische Republik, de DDR. Dat waren merkwaardige verkiezingen, want de hele wereld was ervan overtuigd dat beide Duitslanden weer één zouden worden.
      En inderdaad; Ruim een half jaar later op 3 oktober was het zover.

De uitzending ging rechtstreek van ’s ochtends zeven uur tot één uur in de middag. Er kwamen tal van gasten langs, er was live muziek en er waren reportages, die eerder die week waren opgenomen. Eén van die reportages had ik gemaakt met drummer Pierre Courbois, een groot muzikant en samen met Willem Breuker de grondlegger van de Free Jazz, de geïmproviseerde muziek in Nederland.
      Pierre had in het verleden al diverse zogenaamde muziekreizen in de DDR gemaakt met Peter Flik en Walter Slosse. Hij kende de muziekscene in dat land goed, had er diverse malen opgetreden en was bevriend met lokale musici.
      Bovendien kocht hij zijn brushes altijd in dat land, Die waren niet alleen veel goedkoper maar volgens hem ook van een veel betere kwaliteit dan in Nederland. Hij kocht altijd honderden stelletjes tegelijk want het materiaal was slijtagegevoelig.

Wij reisden door het land, bereikten de Poolse grens en op veel plekken haalde Pierre mooi vertelde herinneringen op. Wij gingen ook bij mensen op bezoek. Onder meer bij pianist Hannes Zerbe, die met zijn vrouw in een groot huis net over de grens in Oost-Berlijn woonde.
      Het echtpaar was niet zo positief over komende ontwikkelingen. Hannes had in de DDR als bekend musicus een soort vrije status. Hij mocht ook naar het buitenland reizen.

Zij woonden in een huurpand en wat zou er gebeuren als Berlijn weer één stad zou worden. Zouden die huurprijzen dan niet direct omhoogvliegen en zouden zij dat dan nog wel kunnen betalen? Het waren geluiden die je in de eenwordingseuforie niet zo vaak hoorde.

 

Maar het was een gezellig bezoek. Wij dronken bier en er waren nootjes.
      En aan het eind kreeg ik deze L.P. cadeau.

  


           Duo
Unkrodt . Zerbe.
     
Improvisatiejazz van Hannes Zerbe op piano en synthesizer en Dietrich Unkrodt op tuba. Een -laten we wel wezen- nogal ongewone combinatie.

Luister HIER naar het nummer Kanon.

 

   

Klik HIER voor alle muziekborrels

 

 ©2017 Ronald van den Boogaard

 

                         

 

De afgeschoten Baviaaan


Zes jaar geleden schreef ik een stukje over het enige vierlandenpunt in de wereld. Volgens mij dan.
     
Het ligt in donker Afrika en is het ultieme verzamelingspunt van de grenzen van Zimbabwe, Botswana, Namibië en Zambia.

Toen ik een jaar of twaalf was had ik die plek al in de atlas ontdekt. Ooit zou ik daar misschien nog wel eens naar toe gaan.

In het najaar van 1995 was het zover. Ik maakte er een radiovertelling van. Het werd mijn eigen punt.
Maar……
     
Opnieuw werd ik erop attent gemaakt, dat de door mij geplaatste link naar dat programma niet meer werkt.

Ik heb het elders teruggevonden.

U kunt HIER luisteren naar de vervulling van een jongensdroom onder de titel: De afgeschoten baviaan.
     

      Kijk dan ook eens HIER naar het T.V.-programma ''De Wereld van Boudewijn Büch''.
Een jaar later zoekt hij ook naar dit mysterieuze vierlandenpunt. Vanaf 30 minuten tot het eind.
           
Ook hij noemt het een jongensdroom. Maar hij zegt 8 of 10 jaar te zijn toen hij het ontdekte. Tja!
            Ook hij creëert zijn eigen punt. Tja!

Hij zegt er niet naar toe te mogen. Onzin!
Hij beweert Zimbabwe niet binnen te kunnen. Onzin!
Hij beweert niet met de veerboot van Botswana naar Zambia te mogen. Onzin!


Mij zult u niet horen zeggen, dat ik hem op een idee had gebracht.
Mij zult u horen zeggen, dat zijn programma leuke onderhoudende lulkoek is.


Dit is mijn stukje van 28 januari 2011.


Najaar 1995

Bezeten op zoek naar een vierlandenpunt


Onbekend continent 1880

Kijk eens naar deze kaart van Afrika. 1880. Een vrijwel volkomen onbekend continent.
      De Turken zitten nog in delen van Tunesië, Libië, Egypte en Soedan. De Portugezen hebben al bezittingen in Angola en Mozambique. De Engelsen hebben Nederland definitief uit Zuid-Afrika verdrongen en de Fransen zijn actief aan de Westkust.
      De rest is een donker gebied, waar -zo wordt meer en meer in Europa bekend- veel te graaien valt.

Het grote graaien tot 1914

Kijk maar naar de kaart hieronder. 1914. Het continent is in ruim dertig jaar opgedeeld. De grenzen zijn getrokken door ambtenaren aan tekentafels. Soms speelden ze een spelletje poker en moesten bij verlies de grenzen verleggen.
      Frankrijk, Engeland, Duitsland en Portugal worden de grootgrondbezitters.
België krijgt in Kongo zijn eigen kolonie. Italië en Spanje doen ook nog een beetje mee.

Gelukszoekers & andere criminelen

Afrika wordt overspoeld door goud- diamant- en andere gelukszoekers, door een nieuwe lichting slavendrijvers, kolonisten, avonturiers, missionarissen en zendelingen, door militairen, landrovers en andere criminelen.
Slechts Ethiopië en Liberia - gesticht door ex-slaven uit de V.S.- blijven onafhankelijk.

      Vooral de Duitse expansiedrift is opmerkelijk.
Ze zitten in Togo, Kameroen , Tanzania (Duits Oost-Afrika) en Namibië (Duits Zuidwest-Afrika ).
      In 1890 sloten de Duitsers met de Britten het zogeheten Zanzibarverdrag.
Engeland kreeg Zanzibar in ruil voor Helgoland. Bovendien kregen de Duitsers de strook grond van circa 450 kilometer in het noordoosten van Namibië .
      Dit is de Caprivistrip, vernoemd naar Georg Leo Graf von Caprivi, van 1890 tot 1894 Rijkskanselier.

      De Duitsers hadden nu toegang tot de Zambezi, maar wilden eigenlijk dwars door Afrika een corridor oprichten, die de Duitse kolonies Zuidoost Afrika en Oost Afrika met elkaar zou moeten verbinden.
      Dat is ze niet gelukt.
Maar het gevolg van deze ruil was, dat er in zuidelijk Afrika een soort vierlandenpunt ontstond tussen Namibië , Botswana, Zambia en Zimbabwe.

Het enige in de wereld.

De waarheidsvinding

Omdat ik de onblusbare gewoonte heb om altijd op kaarten te kijken en in atlassen te bladeren, hield deze kwestie mij soms hevig bezig.
      Was dat nu een echt vierlandenpunt of leek het er maar een beetje op?
Ik probeerde daar informatie over te krijgen, maar dat lukte niet. Niemand die ik benaderde wist het of was er in geïnteresseeerd.
      Tot 1995.
Ik ging een paar radioprogramma’s maken over het ranzige koloniale verleden van Afrika; over de verdeel- en heerspolitiek van een aantal Europese landen en over de gevolgen die dat allemaal met zich teweeg had gebracht.
      En passant zou ik kunnen uitzoeken of dat vierlandenpunt werkelijk bestond.
Maar ook toen was er geen informatie over te krijgen.
      Internet moest zich nog helemaal ontwikkelen en Wikipedia werd pas een aantal jaren later opgericht.


Deskundigen


Ik sprak in Victoria Falls Zimbabwe met een historicus. Hij wist het niet.
Met een vierwiel aangedreven auto ging ik naar Botswana. In Kasane sprak ik met een soort stadsarchivaris. Hij wist het niet.
Ik reed naar Katima Mulilo in de Caprivistrip van Namibië en kreeg in de Zambezi-lodge bezoek van een deskundige.

Hij wist alles van de onafhankelijkheidsbeweging, die zich verenigd had in de Caprivi Liberation Army, maar niets van grenzen.
De grenzen waren daar volgens hem gewoon niet getrokken.
Ik heb 't er toen maar bij laten zitten

Kazungula

Ik reed terug naar Botswana, waar bij Kazungula (ten noordoosten van Kasane) een veerpontje vaart naar Zambia. De enige grensverbinding tussen die landen.
      Er was niets dat verwees naar een mogelijke toeristische attractie in de vorm van een vierlandenpunt.

Toen besloot ik mijn eigen punt te creëren.
Kijk eens naar de foto hieronder.

        

 

Het punt in de Zambezi

De grenzen van de vier landen situeerde ik in de Zambezi.
      En als ik met de veerpont zou gaan zou ik vanzelf over het punt varen. Ik was daar met Godfrey, een man uit Victoria Falls. Samen zouden we een fles champagne openmaken als we halverwege waren.
     
Het was later allemaal op de radio te horen.

 

 

Impalila-eiland

Boudewijn Büch ging een jaar laten ook maar op zoek naar het vierlandenpunt.
Hij maakte er in zijn serie De wereld van Boudewijn Büch een T.V.-programma van, dat werd uitgezonden op 18 mei 1996. 
      Volgens Büch bestond het punt wel degelijk en lag het op Impalila-eiland.
Maar hij verklaarde dat het hem verboden werd om daar naar toe te gaan.
      Zie (nogmaals) kaartje hiernaast.

Quadripoint

Op Internet wordt hier en daar nog steeds gespeculeerd over het wel of niet bestaan van dit Quadripoint..
      Er is geen eenduidigheid. Maar het toerisme heeft vat op het onderwerp gekregen.
Zowel op Impalila als Ntwala zijn lodges waar je voor behoorlijk veel geld een chaletje kunt huren.
      Je kunt vandaar op Safari gaan, boottochten in luxe schepen of in uitgeholde boomstammen maken; je kunt vissen of anderszins recreëren.
      Als je maar niet in de rivieren gaat zwemmen, want de krokodillendichtheid daar is angstaanjagend groot.
Het toppunt van deze vakantie bereik je echter als je in een luie stoel gaat zitten, een drankje neemt en uitkijkt op mijn vierlandenpunt.

 

Ntawala Impalila

 

 

Een radiovertelling over een eiland

Ik kreeg een enigszins geagiteerd berichtje van meneer of mevrouw T. van Gelder. Wat bleek?
     
Bijna tien jaar geleden, op 2 april 2007, plaatste ik een stukje over het gedicht Dorp aan Zee van J.J. Slauerhoff.
Dat speelt zich af op Vlieland, één van de weinige plekken op de wereld waar deze dichter-romancier en scheepsarts zich een beetje thuis voelde.
     
Ik had dit gedicht voor de VPRO-Radio regel voor regel letterlijk en figuurlijk nagelopen en er een radiovertelling van gemaakt.
En daar kwam de kritiek, want het betreffende programma was van de site van de VPRO verdwenen.
      ‘’Als u verwijst naar een radioprogramma moet dat toch ook hoorbaar zijn”.
Tja. Daar had meneer of mevrouw van Gelder wel gelijk in.

Ik ondernam wat actie en leerde dat het programma ook in het digitaal radio-archief van de VPRO was opgenomen.
     
U kunt het HIER onder de kop ''Dorp aan Zee'' beluisteren.
Maar als u dat doet, moet u er wel het gedicht bijhouden.
     
Ik volg namelijk de straat waarlangs de huizen slapen, bezoek het raadhuis, vertel wie de betreffende onderwijzer was, loop over ’t kerkhof, zie tijdens een dienst de walviskaken die inmiddels in de kerk staan, drink wat in het voormalig armhuis en loop naar de Vliehors, waar de vogels geen enkele schrik meer hebben voor de straaljagers van de Koninklijke Luchtmacht.

Het gedicht gaat zo:

 

Dorp aan zee (Waddeneilanden)     

Ik volg de straat waarlangs de huizen slapen.
Het raadhuis staat apart. Daar hangt het wapen
Dat de gemeente in oude dagen had,
't Visschersgehucht was eenmaal Hansa-stad):
Een koggeschip op blauwe golvenfranje,
Verguldsel opgelegd om de kampanje.
Het wordt tien uur, de trage tijd ontwaakt
En knarst tien slagen, 't klokkenhuisje kraakt
In zijn gebinten, het is verfloos kaal,
De cijferplaat verweerd en zonder wijzer.
Achter smal grintveld ligt het schoollokaal.
De grijze schedel van den onderwijzer
- Op 't raam, half grijsgeschilderd, gehalveerd -
Knikt naar zijn stokgestamp; de klas psalmeert
Van frissche waterstroomen, zaalge oogsten
't Veelverzig loflied tot den Allerhoogste.
Het armhuis ligt terzijde en achteraf.
Met mos begroeid als een vergeten graf
Zijn de gedeukte daken en de muren.
De eenge die daar zijn dagen uit moet duren
- Een bultenaar, een burgemeesterszoon -
Draagt steeds een groene pandjas: schaamle hoon
Aan hen die hem eens achtten, maar zijn lot
Sinds overlieten aan de almachtige God.
Slechts een wrak hek staat tusschen de armhuistuin
En 't smalle kerkhof, hellend tegen 't duin.
't Is slechts een schrede tusschen slaap en waken.
Als wegwijzers staan witte walvischkaken,
Waaraan het vee zich schuurt de zeere zijden
Op weg van stal naar schrale duingrasweiden.
'
t Verleden zelf is in verlaten kerke
Te rust gegaan onder de blauwe zerken.
De gevel draagt in roestige ijzren cijfers
Niets dan het jaartal 1607.
Alleen op de gebarsten zonnewijzer
Staat nog, half uitgewischt, een naam geschreven.
Wie het geweest is komt er niet op aan:
Bestaan is niets, er heerscht alleen vergaan.
Deze oude zomer zoo vol ondervinding
In t bloeien leidt alleen tot verdre ontbinding.
Maar in zijn nachten ruischt de zee een lied,
Een mild vermanen om het leven niet
Op zich te nemen als een zware last,
De liefde in plichten, in een diepe kast
't Zuurverdiende geld te bergen, niet te jammren
Wanneer vischvangst mislukt, hooioogst bederft,
Het schip vergaat, het vee in stuipen sterft;
Argloos te leven als zeehonden, lammren
Die op de strandwei soms elkaar ontmoeten,
Elkaar besnuffelen met arglooze snoeten.

 

 

 

Een barbaarse winter te Cluj-Napoca

In de winter van 1992 was het extreem koud in Cluj-Napoca, de ‘’hoofdstad’’ van de Roemeense regio Transsylvanië. Overdag vroor het 22 graden, ’s nachts liep het op tot dertig graden onder nul.
     
Roemenië probeerde zich een beetje te herstellen van het verschrikkelijke Ceausescu-bewind, nadat de ‘’grote leider’’ op 25 december 1989 na een schijnproces was gefusilleerd voor een vuurpeloton.
      Er was een tekort aan alles.
In de winkels waren voornamelijk lege schappen met af en toe een wat beschimmeld brood of een blik met vet spek. Op straat werd geen sneeuw geruimd. Het openbaar vervoer lag stil. Mensen bleven zo veel mogelijk in hun huizen. Onder de auto’s werden soms vuurtjes gestookt om de accu weer op gang te krijgen.
     
‘s Nachts ging de stadsverwarming uit. Ook in hotel Belvedere, waar Klaas Vos en ik verbleven omdat wij een paar radioprogramma’s maakten over de gediscrimineerde Hongaarse minderheid in Roemenië. Ik lag ’s nachts in bed met een dikke jas aan, maar zelfs dat hielp niet.
      Nog nooit wakker gelegen van de kou. Nog nooit zulke dikke bloemen op de ramen gezien.

  

 

Flesje Palinka

Regelmatig ging ik maar het bed uit. Flesje Palinka bij de hand om een beetje warm te worden.
      En dan ging de cassetterecorder aan met het bandje van de beroemde en in Roemenië zeer bewierookte zangeres Maria Tanase.      
Ik had dat bandje zo vaak gedraaid dat ik sommige teksten uit het hoofd kende, zonder overigens te weten waar het precies over ging.

Luister HIER naar Cine iubeste si lasa

en HIER naar Lume Lume

 

Over dat bezoek aan Roemenië schreef ik eerder DIT STUKJE

  

 

Klik HIER voor alle muziekborrels

 ©2016 Ronald van den Boogaard

 

 

 

Orkest bij de Rijsttafel

In de zomer van 1986 was ik in Indonesië om voor een VPRO-programma een reconstructie te maken van de bijzondere jeugdjaren van Hans Cobet. Hij werd een paar jaar voor het uitbreken van de tweede wereldoorlog in Jakarta geboren; zijn Nederlandse vader sneuvelde aan het begin van de oorlog en zijn moeder ging terug naar Nederland en liet hem in een weeshuis achter.
      Hij kwam in het Jappenkamp Tjimahi bij Bandung terecht, belandde na de oorlog in Jakarta in een pleeggezin; liep daar weg, zwierf over straat, werd opgepakt en in een jeugdgevangenis in het Javaanse stadje Tangerang geplaatst.
      Daar werd hij als enige ‘Belanda’ langdurig gepest, mishandeld en seksueel misbruikt door cipiers en medegevangenen.

Het waren emotionele weken.
      Hans beleefde ’alles’ weer. Vooral toen we in ‘zijn’ celletje in Tangerang belandden.
Daarom wilde hij er soms even uitbreken.
      Hij wilde dan bijvoorbeeld luisteren naar echte Krontjongmuziek, Krontjong-asli, volgens Hans de enige echte. En omdat wij die muziek ook voor het programma zouden gebruiken gingen we naar een platenzaak. Hij legde mij uit wat Krontjong volgens hem was. Van origine Portugees, maar er moest in het Javaans gezongen worden. En er moest in ieder geval op een vijfsnarige gitaar gespeeld worden. Een tamboerijn hoorde erbij, een cello en een ukelele. En omdat hij mooi kon zingen deed hij mij voor wat hij bedoelde.
      Hans luisterde naar diverse nummers. Hij hoorde een paar tonen en zette dan zijn koptelefoon geërgerd af. Wij slaagden niet in die platenzaak en besloten om later nog op zoek te gaan.
      Ineens wilde Hans ook echte boemboes kopen, originele Indonesische kruidenmengsels dus. Daarvoor moesten we naar het platteland, naar een omaatje die het nog echt in haar vingers had. We gingen toen naar de grootmoeder van een jongeman, die in hotel Borobudur werkte. Het werd een geslaagde missie.

  
     
      Een andere keer wilde Hans een originele rijsttafel eten. Dat kun je in Jakarta bijvoorbeeld bij restaurant Oasis. Je wordt dan bediend door dertien dames, die allemaal een ander gerecht brengen. En er speelt een orkestje dat naar je tafeltje komt.
      De leider vroeg of we soms een voorkeur hadden. Welaan, dat had Hans. Speelt u maar Krontjong. Krontjong asli!
Toen de orkestleden niet direct begrepen wat er bedoeld werd, begon Hans in die overvolle tent te zingen. Hij kreeg na afloop een groot applaus.
      En de orkestleden speelden daarna datzelfde nummer. Ik zou het u graag laten horen, maar ik had op dat moment geen bandrecorder bij me.
Ik heb gezocht en toch het één en ander gevonden dat erop lijkt.
      Hoewel Indonesië het grootste moslimland ter wereld is, kun je overal alcohol drinken. Voor deze gelegenheid drinken we Indonesisch Bintang bier.

Krontjong Doea Saudara van Krontjongorkest Lief Java

Krontjong Asli van Annie Landouw

Krontjong Asli van Leo Spel

                

Klik HIER voor alle muziekborrels

 ©2016 Ronald van den Boogaard

 

Subcategorieën