Nepvisa voor Curaçao

Mijn oud VPRO-collega Guido Spring was in de winter van 2013 voor radio-opnames in Litouwen. In de stad Kaunas stuit hij op een zeer bijzonder en vrijwel onbekend verhaal. De Nederlandse consul daar, redde in 1940 het leven van ruim 2300 Poolse Joden door ze nepvisa voor Curaçao te geven.
      Hieronder zijn relaas.

 

JAN ZWARTENDIJK


(Door Guido Spring)

“Het verzet is minder gedocumenteerd dan je zou verwachten”. Dat zei Marjan Schwegman, de scheidend directeur van het NIOD, het Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, half februari in een interview met de Volkskrant. Zij deed deze uitspraak over het verzet in de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Maar dat ook Nederlanders buiten ons land actief verzet pleegden, is nog veel minder bekend. Zo kent vrijwel niemand de naam Jan Zwartendijk. En dat is vreemd. Want hij redde in 1940 als Nederlandse consul in Litouwen ruim 2300 Joden het leven. Zwartendijk gaf valse papieren aan gevluchte Poolse Joden: nepvisa voor Curaçao. Daarmee konden zij Litouwen ontsnappen en zijn ze bespaard gebleven voor de verschrikkingen van de nazi’s.

      Als ik in de winter van 2013 voor radio-opnames in Litouwen ben, kom ik in de stad Kaunas op een merkwaardige plek terecht: het Sugihara House. In dit pand huisde in 1940 het Japanse consulaat. Chiune Sugihara, de Japanse consul destijds, zou duizenden Joden hebben gered van de nazi-verschrikkingen door hen valse visa te geven. Zijn houten bureau met daarop de stempels die hij gebruikte, staat hier tentoongesteld, met daarachter een grote Japanse vlag. Het is nu een museumpje. Vlak naast het bureau zie ik plotseling een wandje met enkele zwartwit-foto’s van een Nederlander: Jan Zwartendijk. Nooit van gehoord. Het blijkt dat het Sugihara House maar het halve verhaal vertelt door Sugihara op een voetstuk te plaatsen en Zwartendijk een bijrol te geven. Want ook deze Nederlander had een cruciale rol in deze reddingsactie.

      Nadat in 1939 de nazi’s het westen van Polen bezetten en de Sovjet-Unie het oosten, sloegen veel Poolse Joden op de vlucht, veelal naar de Baltische staten die nog onafhankelijk waren. Maar die onafhankelijkheid duurde niet lang meer. Want op 15 juni 1940 bezette de Sovjet-Unie Estland, Letland en Litouwen en op 3 augustus was de formele inlijving een feit. In juni 1940 werd de Nederlandse consul van Litouwen vanwege vermeende nazisympathieën van zijn Duitse vrouw van zijn functie ontheven.

 Jan Zwartendijk

De ambassadeur voor de Baltische staten, De Decker, die in Riga in het naburige Letland zat, moest een nieuwe consul in Litouwen zoeken. Hij vroeg Jan Zwartendijk. Deze Zwartendijk was de meest ervaren Nederlander in Litouwen want hij was al sinds 1938 werkzaam in de stad Kaunas als directeur van Philips. Zwartendijk stemde toe. Zo werd het Philips-kantoor in Kaunas vanaf 14 juni 1940 tevens het Nederlandse consulaat. Maar meteen de volgende dag al viel de Sovjet-Unie binnen.

      Op een dag eind juni 1940 klopten twee Poolse Joden aan bij Zwartendijk; Isaac Lewin en zijn van oorsprong Nederlandse vrouw Pessla. Zij wilden weg uit angst voor de oprukkende Nazi’s en de Sovjets. Nederland was intussen sinds mei 1940 ook bezet door de Nazi’s, dus dat was als vluchtbestemming geen optie. Maar Curaçao, ook Nederlands grondgebied en ver weg, zou ideaal zijn, dacht het echtpaar. Kunnen we een visum voor Curaçao krijgen? Met die vraag aan consul Zwartendijk begon een bijzonder verhaal. Zwartendijk’s bevinding: er is geen visum voor Curaçao nodig, maar wel moet er toestemming zijn van de gouverneur van Curaçao. Daarop vroegen zij of het mogelijk zou zijn om een soort visum te krijgen waarbij dat laatste weggelaten werd.

      Zijn zoon Rob Zwartendijk vertelt me in Blaricum, 76 jaar later: “Hij schreef in het Frans in hun paspoort: het Nederlandse consulaat van Kaunas verklaart dat er voor Curaçao geen visum nodig is. De datum zette hij erbij plus een groot stempel. Zo zag het er erg officieel uit. De toestemming van de gouverneur van Curaçao die nodig was, heeft hij expres weggelaten. Mijn vader zei: ‘’Als ik met zo’n visum mensen kan helpen en redden, dan doe ik dat. Tussen 24 juli en 2 augustus 1940 heeft mijn vader 2345 visa met de hand uitgeschreven. Het was dringen voor het smalle trappetje van zijn kantoor. Van ’s morgens vroeg tot ‘s avonds laat was hij bezig. Bijna non-stop, want de Russen zouden op 3 augustus het consulaat sluiten wanneer Litouwen officieel werd ingelijfd”.

     

De vluchtelingen hadden nu een visum met eindbestemming Curaçao. Vanwege de oprukkende nazi’s liep de enige mogelijke route om daar te komen via Rusland. Maar Rusland eiste niet alleen een visum met een eindbestemming, maar ook een doorreisvisum voor Japan. Eén van de Joodse vluchtelingen klopte in Kaunas aan bij de Japanse consul Sugihara. Ook hij besloot, net als Zwartendijk, om deze Joodse vluchtelingen te helpen door visa uit te schrijven. Ze kregen van deze Sugihara een doorreisvisum voor Japan in hun paspoort.

      Zo konden ruim 2300 Joden vluchten. Toch is deze vlucht en het grote aandeel van de Nederlandse consul een onbekend verhaal gebleven. Dat komt deels door Zwartendijk’s eigen terughoudendheid om over zijn daden te vertellen. Zoon Rob Zwartendijk: “Hij was een trotse en bescheiden man. Hij wilde geen aandacht. En hij zei altijd dat iedereen in zijn plaats hetzelfde zou hebben gedaan. Wat natuurlijk niet zo is”.
      Angst speelde ook een rol in Zwartendijk’s terughoudendheid. Zoon Rob: “Mijn vader vond het eng worden. Het duurde tot half september 1940 voor wij als gezin zelf eindelijk een uitreisvisum kregen en naar – bezet - Nederland konden. We gingen wonen in Eindhoven, pal naast één van de hoofdkantoren van de Nazi’s. Mijn vader stond doodsangsten uit dat de Nazi’s zouden uitvinden dat hij Joden had helpen ontsnappen. Het was levensgevaarlijk. Hij zou zeker geëxecuteerd worden en wij als familie waarschijnlijk ook. Daarom heeft hij er toen nooit over verteld.”

Frank van Gelderen en Bram Peper tussen de zilverlinden
    

Maar ook na de oorlog bleef Zwartendijk zwijgen over zijn moedige daden. Pas in 1963 schreef de Leeuwarder Courant, als eerste, een artikel over Zwartendijk. En veel later, in 1997, onthulde de toenmalige Rotterdamse burgemeester Bram Peper samen met de zonen van Zwartendijk een monument voor deze bijzondere Rotterdammer op de Kop van Zuid in Rotterdam. Er staan veertien zilverlinden en er ligt een gedenkplaquette in het plaveisel.
Bram Peper zegt nu over de redding van deze groep Joden in Litouwen: “Zwartendijk’s actie was een daad van superieur verzet. Daarvan zijn weinig voorbeelden in de geschiedenis. Daarom wilde ik graag dat deze gedenkplek voor Jan Zwartendijk er kwam. Na zijn postume onderscheidingen in Israël en de VS is hij eigenlijk internationaal bekender dan in Nederland. Daar moet nog het nodige aan gebeuren”.

     

      Na de tijd in Litouwen ging Jan Zwartendijk met zijn gezin naar Nederland. Ze verbleven de rest van de oorlog in Eindhoven. Daarna werkte hij  nog tien jaar voor Philips in Griekenland tot aan zijn pensionering. In september 1976 overleed Jan Zwartendijk op 80-jarige leeftijd in Eindhoven. Hoeveel Joden hij heeft gered, heeft hij nooit geweten.

    

Fotowandje over Zwartendijk in 't Sugihara House in Kaunas, Litouwen

Het volledige verhaal staat op NPO Geschiedenis in twee delen, kijk op:

http://www.npogeschiedenis.nl/nieuws/2016/maart/Zwartendijk.html