Prik met blijvende littekens

Ik wist heel erg lang niet dat het een officieel document was: Een Pokkenbriefje. Tot mijn moeder in 2001 overleed. Ik vond toen in haar spullen dit vaccinatiebewijs.
  
Volgens ‘’artikel 7 van de Wet van 1 juni 1865, S no 60, regelende de uitoefening der geneeskunde’’ moest dokter De Liefde mij in het eerste geboortejaar inenten tegen Pokken. Binnen veertien dagen daarna moest hij een bewijs dat het goed gegaan was,  afleveren bij de belanghebbenden. In mijn jeugd was zo’n bewijs nodig om te worden toegelaten op een Openbare Lagere School .

Litteken
 

Het was een zware prik met blijvende littekens. Kijk maar eens naar deze plek op mijn rechterarm , die er bijna zeventig jaar later nog zit.

      Als ik dit briefje eerder had gevonden, had mij dit een curieus bezoek bespaard aan het Havenziekenhuis in Rotterdam.
      In 1981 ging ik naar een aantal ontwikkelingslanden, waar je een bewijs moest overleggen dat je tegen Pokken was ingeënt, Als je dat niet kon, liep je de kans om ter plekke gevaccineerd te worden. Met alle risico’s van vuile naalden, infecties etc.  
      Nadat ik in het ziekenhuis mijn litteken getoond had, ontving ik dit ontlastende briefje.