Algemeen (285)

 

Knieën

(Door Iris Driessen,docent Nederlands VWO/Gymnasium)

Met dit mooie weer ben ik tien minuten eerder klaar met aankleden. Ik hoef namelijk minder kleding aan te trekken.Op dit moment draag ik een zwart leren rokje boven de knie, een shirt met een print en witte sneakers. En ondergoed. Schoon uiteraard. Al voelt het inmiddels wat klammig aan door het zweten.
      Ik vind niet dat mijn rokje te kort is. Of dat ik er te bloot bij loop. De collega die naast mij zit draagt een korte spijkerbroek, een t-shirt met ‘Lucky me’ erop en slippers. Van die Hawaiana’s. Hij zweet niet.
      Op de Facebookpagina van Leraren Nederlands (ja, die bestaat!) is de kleding van de leraar in de zomer een hot topic.
      Leraren vinden mannen in korte broek voor de klas niet kunnen. Omdat ze geen mooie kuiten hebben, omdat er sandalen aan hun voeten zitten, al dan niet met een sok eraan, omdat het er niet professioneel uitziet. Vrouwen mogen geen te korte rokken aan. Maar wel weer sandalen. Over hun kuiten wordt niets gezegd. Wel over de aan- of afwezigheid van een decolleté. En daarmee de mate van professionaliteit.

Mijn vierde klas heeft meegelezen met de Facebookdiscussie. Het maakt ze allemaal niks uit. Wel hebben ze een sterke mening over wie er wel of beter niet een korte broek of rok kan dragen. Met een diep decolleté hebben de jongens geen probleem.
      Met een kort rokje moet je niet met je benen wijd gaan zitten. En met een korte broek moet je oppassen als je bukt. Teennagels moeten geknipt zijn en oksels geschoren of bijgepunt. En dan niet alleen bij vrouwen.
      En nee, als er een gulp open staat bij een leraar, zeggen ze daar niets van. Ze vinden het wel weer goed als ik iets van te korte broekjes van leerlingen zeg.

Ik krijg een compliment over mijn knieën. Ja, die zien ze niet zo vaak. ‘Mooie knietjes hoor Iris!’ ‘Ik zou willen dat ik op jouw leeftijd zulke knieën had!’
      Mooi. Daar kan ik het mee doen. Zolang ik knappe knieën heb kan ik alles aantrekken wat ik wil.

Morgen ga ik in bikini naar school.

 
Zie HIER voor alle Juffen

 

 

 

Leraren doen dat niet

(Door Iris Driessen, docent Nederlands VWO/Gymnasium)

Met een windje kom je altijd weg.
      Eén van de ijzeren wetten in het onderwijs.

Hoe het werkt? Je laat een windje, of een dikke ruft, in de klas. Het liefste als je aan het tafeltje van een paar leerlingen staat. Een beetje voorover gebogen, met je billen naar achteren. Uit schaamte, of uit gewoonte, snel je je naar een ander gedeelte van het lokaal. Echt nodig is het niet hoor.
      Er is altijd wel een kind dat dan zegt: ‘Gadver, wat stinkt het hier. Wie heeft er een scheet gelaten?’
En dan wijzen ze naar elkaar. En trekken ze hun trui over hun hoofd.
      Maar nooit. Nooit. Nooit denken ze dat jij het bent. Nooit.

Eet gerust bruine bonen. Ze zijn nu in de aanbieding bij de Albert Heijn.

Ik lees deze column voor in vwo 4.

Ze moeten erom lachen. Ik vertel niet dat ik het heb geschreven.
      Of het echt waar is, willen ze weten. ‘Ja natuurlijk’, zeg ik. ‘Maar ik doe dat natuurlijk nooit. Het gaat over andere leraren.’
Dat ze dat heus wel door hadden hoor. Dat leraren de schetenlaters zijn en niet de leerlingen. Maar ja, het is zo onbeleefd om dat dan tegen een leraar te zeggen!

Dus laten ze de leraar denken dat leerlingen denken dat het de leraar nooit geweest zou zijn. Want die doen dat niet.
      Damn.
Ze zijn ook zo keurig. En slimmig.

 

Zie HIER voor alle Juffen

 

 

Aardappels, pesticiden & de dood

Het gaat niet goed met de bijen in Nederland. Sterker: het gaat wereldwijd slecht met de bijen.
      Sinds een jaar of tien verschijnen er met grote regelmaat berichten over massale bijensterfte. Vaak ’s winters in bijenkasten, maar ook daarbuiten en in andere getijden. Soms veroorzaakt door de Varraomijt, een parasiet die leeft van het bloed van bijen. Soms ook veroorzaakt door schimmels, virussen of pesticiden. Je ziet of leest zo’n bericht en dan ga je weer over tot de orde van de dag.
      Maar gisteren was het een andere dag. Ineens zaten er een paar honderd bijen op en in mijn huis. Het was een ware plaag. Ze zaten in de dakgoten, op de ramen, kozijnen en deuren, in mijn keuken, in de slaapkamer zelfs in de badkamer.
      Ik verzeker je, dat dit een vreemde gewaarwording is. En onwillekeurig vraag je je af, wat er gebeurt als die beestjes zouden gaan steken of anderszins vervelend gedrag zouden gaan vertonen.

   

Maar al snel was duidelijk dat dit niet zo’n groot risico was, want het ging helemaal niet goed met die bijen. Soms viel er één naar beneden en strompelde dan ongecoördineerd verder. Het was een pijnlijk proces. Die beesten leden. En ze gingen dood. De één na de ander.
      Ik denk dat er op een bepaald moment voor en in mijn huis wel zo’n honderd dode bijen lagen.

      

Direct tegenover mijn huis staat een aardappelveld in bloei.

   

Dat veld wordt zoals veel akkers in de Hoeksche Waard regelmatig bespoten met pesticiden. Het lag dus voor de hand, dat het één met het ander te maken zou kunnen hebben. (Op de voorgrond op het kozijn dode bijen)

   

Maar omdat ik dat niet zeker wist, benaderde ik Gerrit Klein van ’De Kleine Imkerij’’, een imker die bij mij in de buurt bij het B&B ''Logeren op de Noorddijk'' een paar bijenkasten heeft staan.
      Ik stuurde hem wat foto’s en stelde de volgende vragen:

---Gaan die beesten inderdaad dood vanwege pesticiden?
---Zijn dit wilde bijen of zouden ze van u of een andere imker kunnen zijn?  
---Wat voor soort bijen zijn dit?

Zijn antwoord:

     Beste meneer van den Boogaard,

Hoewel ik dit niet met zekerheid kan zeggen, kan dit zeker met elkaar te maken hebben. Een aardappelplant is niet heel interessant voor bijen, maar ik geloof dat ze er wel wat stuifmeel uit kunnen halen. Als hier gif op gespoten is kan dat ze vergiftigen. De bijen op de foto zijn normale honingbijen, de kans is best groot dat ze uit 1 van mijn kasten bij het bed en breakfast komen. Ik zal er morgen even bij gaan kijken. Op de foto's is dit niet echt te zien, maar vergiftigde bijen hebben vaak hun tong uitgestoken. Hadden deze bijen dat ook? Ook is het vaak ‘t geval dat ze voor ze dood gaan, wat zwak rondkrabbelen en omvallen.


Conclusie: vergiftiging is zeer waarschijnlijk, maar ik kan dit niet direct van de foto's of uw verhaal bewijzen.

Ik hoop u hiermee geholpen te hebben.

Met vriendelijke groet,

Gerrit Klein

   

 

 

Een aardig ideetje

(Door Iris Driessen, docent Nederlands VWO/Gymnasium) 

 

Vlak voor de zomervakantie vorig jaar zaten er drie appels, een USB-stick en een tampon in mijn tas. Meer paste er niet in, want er zaten ook 150 toetsen in die ik nog moest nakijken. Ik baalde hier zo van dat ik maar gintonics ben gaan drinken in de hoop dat mijn kater de volgende dag al het werk had gedaan.
      Dat gebeurde niet. Maar na de vierde gintonic had ik wel een goed idee. En dat zette ik op Twitter. Omdat ik niet echt meer in staat was om het één en ander uit te werken, maar drie keer 140 tekens wèl redde.

      Dat zag er zo uit:

   


Heel wonderlijk, maar #nakijkcommissie werd opgepikt door Frans Droog. Frans blogt over onderwijs en hij schreef een heel mooi stuk over mijn #nakijkcommissie. Zijn stuk lees je hier:

https://fdroog.wordpress.com/2016/07/12/nakijkcommissie/

En toen ging het snel. Iedere week krijg ik wel een berichtje van een collega uit het land die de #nakijkcommissie gaat inzetten. Nu nog steeds.
      Daar ben ik wel trots op.

Wordt vervolgd. Maar nu eerst een gintonic.

 
Zie HIER voor alle Juffen

 

 

De Rectorskamer

(Door Iris Driessen, docent Nederlands VWO/Gymnasium)

Ik ben ooit een keer met de rector naar bed geweest. In de rectorskamer. Ik kan me er niet heel veel van herinneren. We waren allebei dronken. De computer stond aan; Marvin Gaye.
      De volgende dag dronken we samen koffie. We deden net alsof er niets was gebeurd. Wat hadden we elkaar ook in godsnaam te vertellen.

Via Twitter kreeg ik de vraag wat er zich zoal in de rectorskamer afspeelt.

Nou. Daar heeft de rector gesprekken met collega’s. Daar wordt vergaderd met de Raad van Bestuur. Daar werkt de rector.
      De rectorskamer van mijn school zit op de hoek van het schoolgebouw. Aan twee kanten zitten heel veel ramen. Vanaf de straat kun je alles zien wat daar gebeurt. Als het donker is, kun je vanaf buiten niet meer naar binnen kijken. Tenminste, als het licht niet brandt. De lampen werken met sensoren. Als er iemand beweegt, gaat het licht aan.

Toen ik met de rector naar bed ging, bewogen we. Ik een beetje, hij meer. De lichten gingen aan. Ik was doodsbang dat we betrapt zouden worden. De deur was ook niet op slot.
      Rectorskamers kunnen volgens mij ook niet op slot. Hun deur moet altijd open blijven zodat ze toegankelijk zijn voor personeel. Om de drempel weg te nemen.

            

Een week later kwam ik weer in diezelfde kamer. Mijn slipje hing in de kroonluchter.

Ik was toen achttien en net drie maanden lid van een studentenvereniging, waar kroonluchters als een soort trofeeënkast worden beschouwd.


Zie HIER voor alle Juffen

 

 

Subcategorieën