Algemeen (275)

 

Probleemoplossend vermogen


(Door Iris Driessen)

   Jaja. Die komt er wel. 
   Leerlingen zijn soms zo inventief. 
   Handtekening van de ouders vergeten. 
   Probleem zelf opgelost. 

 

 

 

 Zie HIER voor alle Juffen

 

 

 

Collega's, stagiaires, studenten, leerlingen


(Door Iris Driessen)

  Ik vind sommige collega’s van boven de veertig knap.
  Ik vind sommige collega’s van onder de veertig knap.
  Ik vind sommige studenten die hier stage komen lopen knap.
  Ik vind sommige studenten die hier niet stage komen lopen en die ik ergens anders ontmoet knap.
  Ik vind sommige leerlingen uit VWO 6 knap.
Ik vind sommige leerlingen uit VWO 5 en 4 knap.
Ik vind sommige leerlingen uit VWO 3, 2 en 1 pas over een aantal jaar echt knap.
En met knap bedoel ik niet slim en intelligent, maar lekker.
Zo is het dus wel eens voorgekomen dat ik in bed eindigde met een collega van boven de veertig, met een collega van onder de veertig, met een student die hier stage liep en met een student die hier niet stage liep maar die ik ergens anders ontmoette. Gelukkig niet allemaal tegelijkertijd. En ook niet in hetzelfde bed.
Het is niet voorgekomen dat ik eindigde met een leerling. Niet uit VWO 1-5 en niet uit VWO6.
Uiteraard is dat idioot en niet ethisch.
Maar van sommige leerlingen denk je wel eens: ‘Als ik toch eens tien, twintig jaar jonger was. Of hij tien, twintig jaar ouder. Dan was ik smoorverliefd geweest. En had ik hand in had willen zitten tijdens de pauze. Of tijdens de wiskundeles. En dan had ik samen een Red Bull willen drinken.’
Andersom gebeurt het ook. Dat leerlingen dat denken. Hoeveel pubers hebben er geen crush op de juf? En hoeveel meisjes zijn er niet verliefd op de Aardrijkskundeleraar? Ik ken oud-leerlingen die vertellen dat ze tijdens bepaalde lessen wel eens naar de wc zijn gegaan om aan die ene lekkere docent te denken. Hormonen. Pubers. Tsja.
Eén van de opmerkingen die ik vaak krijg als ik vertel dat ik lesgeef is: ‘Ik zou willen dat ik les van jou had gehad.’ En daarmee bedoelen ze heus niet dat ze benieuwd zijn naar mijn kennis over het kofschip. Wel willen ze allemaal een mondeling doen.
Het is een taboe om zo naar leerlingen te kijken. Maar het gebeurt toch. De scheidslijn tussen een zesdeklasser en een beginnend student is heel dun. Ik ken genoeg collega’s die een relatie hebben met een oud-leerling. En dat zijn echt niet alleen maar vieze mannen of wanhopige ex-pubers.
Uiteindelijk is iedereen iemands oud-leerling.
Zo ook mijn liefde. Dat is ook een oud-leerling.
Om deze blog spannend te houden vertel ik niet of het mijn oud-leerling was of die van iemand anders.
Maar inmiddels zijn we wel allebei oud.

Zie HIER voor alle Juffen

 


Demokratisch Onderwijs

Het verscheen in 1970: het rode boekje voor scholieren. Geen hoofdletters. Geschreven door drie kritische leraren. Claartje Hülsenbeck, Jan Louman en Anton Oskamp.
      Geheel in stijl met de tijdgeest vonden ze dat alles in het onderwijs anders moest. Veel meer macht en vrijheid voor leerlingen. De muur tussen school en maatschappij moest worden afgebroken. Pas dan kon die maatschappij veranderd worden.

      

Ik was aan het opruimen, kwam het boekje tegen en had een aangenaam en vermakelijk uurtje.
      Mijn god wat een idealistische rimram staat daarin.
Heerlijk!

Er is in het boekje niet alleen aandacht voor het onderwijs, maar ook voor drugs & seks & het leger & kommunes (met een k) en aktivistische (met een k) groeperingen als Dolle Mina.  

Demokratisering (met een k) van het onderwijs. Daar ging het allemaal om.

Een paar citaten:

De oudercommissie, het parlement op school en de schoolkrant zijn allemaal in het leven geroepen om de echte demokratie op school tegen te houden. Het zijn zoethoudertjes in dienst van de maatschappij.

Want:

----Op een echt demokratische school bestaat een schoolraad van leerlingen, leraren en ouders, die alle beslissingen neemt.
----Leraren worden benoemd door die schoolraad.
----Leerlingen kunnen zelf bepalen wat ze willen leren; hoe en met wie.
----Een ieder moet in zijn eigen tempo kunnen werken.
----Een ieder kiest zelf de groep waarin hij wil zitten.
----Het werk wordt door de hele werkgroep van leraren en leerlingen beoordeeld.
----Leerlingen moeten zelf de sfeer bepalen.
----Er moeten ruimtes aanwezig zijn om te praten, te dansen, te spelen, te vrijen, te roken, te sporten, te leren, en met je handen te werken.

En dan:

‘’Dat klinkt natuurlijk erg mooi, maar vergis je niet: De demokratische school zal alleen kunnen bestaan in een maatschappij, die zich bevrijd heeft van het kapitalisme’’.

En dat wij toen echt in een behoorlijk andere tijd leefden, blijkt uit het volgende curieuze citaat:

‘’Als er in de krant staat dat iemand een zedenmisdrijf heeft gepleegd, klinkt dat erger dan het is”.
Want:
‘’Het gaat dan om iemand die alleen maar op een bepaalde ongebruikelijke manier klaar kan komen’’.

School & kleinkinderen

Ik vraag het wel eens aan mijn kleinkinderen. Hoe de sfeer op school is, wat ze zelf kunnen inbrengen, hoe het met ’t huiswerk is, of er over maatschappelijk zaken of politiek of cultuur gesproken wordt. En ach, dan krijg ik toch bepaald de indruk dat het allemaal nog redelijk hetzelfde is als in mijn tijd. In ESSENTIE dan.
       In de jaren vijftig van de vorige eeuw zat ik op de lagere school in klassen van vijftig of zelfs meer kinderen. We maakten op school veel meer uren; inclusief de zaterdagochtend.
      Ook op de HBS waren de klassen groter dan nu en maakten we meer uren. Bovendien hadden we meer vakken. Ruimtes om te vrijen waren er niet, maar het gebeurde wel. 
      Overal buiten het schoolgebouw werd gerookt. Vrijwel iedereen ging naar de dansschool. 
En er wordt natuurlijk met ander materiaal gewerkt. Computers in de jaren vijftig? Nooit van gehoord. Internet? Onbekend. Televisie? Net in opkomst.

     
Op de fotot zien we het hele zwikkie. Ze zitten nog op de basisschool (3) of het voortgezet onderwijs (4). 

      V.l.n.r. Luc (17), Tijn (13), Camiel (14), Daan (11), Keet (4), Jip (9) en Sam (15). 

 

 

Een gevuld postvakje

(Door Iris Driessen) 

In mijn postvakje vond ik een mooi doosje gevuld met paaseitjes. Er zat een post it op geplakt: Juf Driessen. 
      Verder niks. 
Mijn collega had het in mijn vakje gelegd toen ik er niet was. ‘Een meisje kwam het brengen. Ze wilde het je geven, maar je was er niet. Ze wilde niet dat andere collega’s het zagen, dus ik moest het stiekem in je postvakje leggen.’

      Ze vertelt me van wie het is. En ik voel de tranen in mijn ogen springen. Ik heb nooit gehuild om Bambi en ook tijdens mijn maandelijkse Braziliaan blijft mijn gezicht in de plooi, maar dit raakt me. 
In een pauze zie ik haar. Ik pak haar heel stevig beet en geef haar een dikke zoen. 
      ‘Geen probleem’, zegt ze, ‘geen probleem juffie.’ 
      ‘Waarom geef je me zoiets?’, vraag ik. 
      ‘Omdat je mijn favo juffie bent, juf.’

Of zij zich wel eens laat waxen, weet ik niet. Maar áls ze dat zou doen, zou ze ook geen kik geven. En huilen om Disney films zie ik haar ook niet doen. Wat dat betreft lijken we op elkaar. Soms zijn we allebei te stoer. 
      Maar we raken elkaar. En daarom krijg ik paaseitjes en zij een flinke omhelzing. 
Geen probleem. 

Zie HIER voor alle Juffen

 

  

Puppy

(Door Iris Driessen)

Tijdens samenwerkingsopdrachten werkt ze alleen. Ze werkt heel goed, maar wel alleen. Alle andere meisjes in haar klas zijn met elkaar bevriend. Ze praten over het concert van Ed Sheeran, zetten alles continu op Snapchat en ze dragen make-up en strakke broeken. En ze sluiten haar buiten. 
      Zij doet dit allemaal niet. Ze zit bijna altijd alleen. Want ze houdt van paarden. Ze draagt t-shirts met lachende poesjes en een skinny zit haar te strak. 
      Met de jongens uit de klas kan ze goed overweg. Maar ze is niet one of
the guys. Jongens werken wel graag met haar samen, omdat ze dan ook echt aan het wèrk zijn. Maar ja. Jongens zijn ook heel vaak niet aan het werk, dus dan is ze weer alleen. 
      Ik zit naast haar en ik praat met haar. Ze wil graag extra opdrachten en alvast werk van het volgende jaar doen. ‘Dan ben ik tenminste bezig en leer ik iets. Want andere dingen kan ik toch niet doen. Dus dan ga ik me maar bezig houden met schooldingen'.
       Schooldingen. Er zijn zoveel dingen die tijdens school veel belangrijker zijn dan schooldingen. Maar dat soort dingen gaat aan haar voorbij. Dus dan maar schooldingen doen. 
      ‘Hèb je wel een vriendin hier op school?’, vraag ik. 
Ja, die heeft ze wel, maar zij is twee jaar jonger. Dus die ziet ze alleen tijdens de pauzes. 
      ‘Mijn beste vriend is eigenlijk mijn nieuwe puppy.’ 
Veertien jaar. En je beste vriend is een hond. Ik hoop dat haar puppy een grote sterke hond wordt. Zo groot, dat ze op zijn rug kan zitten. En dat ze zo naar school komt. En dat iedereen heel Snapchat volzet uit jaloezie. 
      En dat die hond een voorliefde heeft om te bijten in meisjesbillen in skinny jeans. 


Zie HIER voor Alle Juffen

 

Subcategorieën